Samuel en de verwoesting: het laatste oorlogsjaar van Schouwen-Duiveland

De geallieerden begonnen enkele weken na de landing in Normandië aan de bevrijding van Noord-Frankrijk en België. De opmars ging verrassend snel. Het Duitse 15e Leger met circa 90.000 manschappen werd ingesloten. Voor de Duitsers was er slechts één ontsnappingsroute: via Zeeuws-Vlaanderen de Westerschelde oversteken naar Walcheren en Zuid-Beveland. 0p 4 september 1944 staken de eerste Duitse troepen over. Ook op Noord-Beveland, Tholen, Sint-Philipstand en Schouwen-Duiveland probeerden de Duitsers hun posities te versterken: De stag om de Schelde was in volle hevigheid losgebarsten. 0p 3 september viel de haven van Antwerpen in geallieerde handen. In de loop van september en oktober verloor het Duitse leger steeds meer terrein.

Op Schouwen-Duiveland zaten verschillende Duitse militairen die Walcheren en Zuid-Beveland waren ontvlucht. Vanuit Sint-Philipstand beschoten de geallieerden op 6 november de havens van Zijpe en Bruinisse. Hier lagen schepen met moegestreden Duitse soldaten. In die nacht landden ongeveer dertig geallieerde soldaten bij Zijpe om naar Bruinisse te gaan en te onderzoeken wat daar de landingsmogelijkheden waren. De geallieerden keerden terug met een aantal krijgsgevangenen.  Uit wraak richtten de Duitse soldaten grootscheepse vernielingen aan in Bruinisse. Ook werden Bruinisse en de overige dorpen op Duiveland, mede naar aanleiding van de landing in de nacht van 6 november, volledig ontruimd. 0p 2 december dwongen de Duitsers alle nog in Bruinisse aanwezige bewoners acuut te voet in de koude en donkere nacht te evacueren met achterlating van vrijwel al hun bezittingen. Het merendeel van deze burgers vond een onderkomen in de buurt van Renesse.

Samuel Muller als ooggetuige

In februari 1944 vond de inundatie van Schouwen-Duiveland plaats. Uiteindelijk kwam ook Bruinisse onder water te staan. De bevolking werd geëvacueerd, een spookdorp achterlatend. Maar een aantal dorpelingen keerde na enige maanden terug, toen het water al redelijk begon te zakken. Zij begonnen de rommel op te ruimen. 0nder hen bevond zich Samuel Muller.(1895-1976) Hij was een mosselschipper uit Bruinisse. Nooit had Samuel kunnen vermoeden dat 4 september 1944 zijn leven helemaal op zijn kop zou zetten. Dit was de dag dat het Duitse leger zich noordwaarts terugtrok over de Westerschelde, met alle gevolgen ván dien voor de Zeeuwse eilanden.

0p die 4e september, in alle vroegte, vertrok Samuel met zijn boot naar Krabbendijke om drie varkens op te halen en die later in Bruinisse af te leveren. De tocht verliep zonder problemen. 0m 09:00 uur meerde hij af in de veerhaven op Zijpe. Eerst wandelde hij, door het aanwezige water, naar Bru om te controleren of daar alles in orde was. Hij inspecteerde zijn woning en liep daarna terug naar zijn schip om naar de haven van Bruinisse te varen. Dat was voorlopig zijn laatste vaart. Vanaf dat moment werd Bruinisse een onderdeel van de gevechten die nog maanden zouden voortduren. Hij zag vliegtuigen van de geallieerden over komen en de Engelsen hun bommen droppen. Hij was getuige van de bombardementen vanaf Tholen die tot doel hadden de Duitsers in en rond Bruinisse op de knieën te dwingen. Maar die verweerden zich heftig. Samuel en andere Bruenaars moesten lijdzaam toekijken hoe aangevoerde Duitse troepen de huizen opeisten, bewoond of niet. Huisraad werd vernield en alles wat los en vast zat geroofd: Samuel Muller heeft vanaf 4 september 1944 tot 18 juni 1945 nauwgezet zijn dagboek bijgehouden. Alles tekende hij op. Soms verhalen van horen zeggen, maar in de meeste gevallen zijn eigen getuigenis. Uit zijn dagboek kunnen we opmaken dat Samuel maandenlang, noodgedwongen, hulpverlener was voor anderen in het dorp. Hij repareerde daken, ruimde puin en zorgde voor eten door bijvoorbeeld stiekem op rog te vissen.

Zo blijkt uit zijn dagboek dat Samuel de ophanging van de Tien van Renesse van dicht bij heeft meegemaakt. 0p 2 december werd Bruinisse geheel ontruimd door de Duitsers. Toen begon een barre tocht voor de laatste 64 bewoners van Bruinisse in regen en wind, met natte sneeuw. Eerst te voet langs de dijk van de Grevelingen. Vanaf Sirjansland met paard en wagen door het geïnundeerde land via Dreischor, Brouwershaven naar Renesse, Daar vonden ze onderdak. Samuel raakte daar goedbekend met dominee Voorneveld en zijn vrouw, hij woonde de kerkdiensten bij in de Gereformeerde kerk van Haamstede. Op zondag 10 december, de dag dat de Tien van Renesse werden opgehangen, was Samuel bij de ochtenddienst. Daar was hij er getuige van dat de dominee tijdens de dienst door zijn vrouw werd onderbroken met de boodschap dat hij onmiddellijk naar de bunker moest waar de Tien van Renesse gevangen werden gehouden. Dominee Voorneveld gaf daar geestelijke bijstand aan de ter dood veroordeelde verzetsmannen. Samuel schrijft in zijn dagboek dat hij later die dag met enkele andere kerkgenoten in de pastoriewoning bij de aangeslagen dominee en zijn vrouw op bezoek was. Tijdens dit bezoek zagen de dominee en zijn gasten op straat een wagen voorbijkomen. Daarop zaten de Tien van Renesse, bewaakt door Duitse soldaten. Hij schrijft daarover: 'Hier - terug in Renesse - hoorden we hoe de mensen ter dood gebracht werden, negen van de tien waren gehangen, één was te zwaar gewond. Zo hingen er negen mensen naast elkaar in de laan van slot Moermond.

O gruwel van Mofrika, wanneer komt de dag van vergelding. Hierbij moesten familieleden aanwezig zijn als getuigen ....'

Bron: flyer van de herdenking 75 jaar bevrijding Brusea