Aanwezigheid Duitse troepen

SCH DVL 1940 ordnungspolizei

Ordnungspolizei (1940)

SCH DVL 1940 vliegveld Haamstede

Op vliegveld Haamstede (1940).

Schouwen-Duiveland, Sint Philipsland en Tholen maakten deel uit van een kustsector die ook de Zuidhollandse eilanden, het Westland, Delfland, Rotterdam en de noordwesthoek van Brabant omvatte. De 719de Divisie, die in dit gebied stond opgesteld, had van juni 1941 tot augustus 1942 ook Walcheren en de Bevelanden moeten bewaken; toen Von Rundstedt midden-Zeeland aan het gezag van Christiansen onttrok, schoof 719 ID in noordelijke richting op. Voor de verdediging van Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland, Sint-Philipsland, Tholen en het zojuist genoemde deel van Brabant kon de divisie weinig meer dan één regiment infanterie - IR 743 - ter beschikking stellen.

Een troepenmacht van 1800 à 2000 man voor een gebied dat door brede getijstromen zo duidelijk in op zichzelf staande sectoren werd verdeeld! De regimentsstaf zetelde in Steenbergen. Eén bataljon was gelegerd op Goeree-Overflakkee, een tweede op Schouwen, het derde in de kleihoek van Brabant. Op Tholen was een toegevoegde pionierscompagnie ondergebracht; voor Duiveland en Sint-Philipsland stond geen man ter beschikking; het vaarwater Zijpe tussen beide werd evenwel bewaakt door een steunpunt der artillerie.

Het Schouwse bataljon vond onderkomen in Zierikzee, langs het Brouwershavense Gat en het vaarwater de Hammen, evenals op de duingronden in de Westhoek. De eenheid onderhield nauw contact met het bataljon bewakingstroepen van het vliegveld Haamstede. Van volledige samenwerking kon overigens geen sprake zijn: de bewakingstroepen waren nadrukkelijk bedoeld om te waken tegen sabotagedaden op de Fliegerhorst . Zij ressorteerden in de Duitse legerorganisatie - evenals in de Nederlandse - onder de luchtmacht; de feitelijke kustverdediging bleef aan de landmacht voorbehouden.

Een batterij luchtdoelartillerie, opgesteld in de Schouwse Westhoek, diende de belangen van beide. Een generaal van de Luftwaffe en de Kommandeur van 719 ID bogen zich in januari 1943 over de vraag of het vliegveld Haamstede moest blijven voortbestaan. Dat er geen enkel vliegverband gestationeerd was, pleitte voor opheffing; dat de grondverdediging de inzet van honderden manschappen vergde was een tweede argument. Anderzijds werd van belang geacht dat het terrein voor jachtvliegtuigen behouden bleef. Tot besluitvorming kwam het niet. De aanleg van vliegvelden in andere delen van het bezette gebied leidde in een later stadium van de oorlog wel tot verplaatsing van minstens één compagnie der bewakingstroepen te Haamstede. Nog zij vermeld dat bij Stavenisse op het eiland Tholen enig licht luchtdoelgeschut in stelling was gebracht.
Bron: Zeeland 40-45 deel 1


Fliegerhorst Haamstede
Bijna elk vliegveld dat in het begin van de oorlog door de Luftwaffe in gebruik werd genomen werd voorzien van een grote zogenaamde Fliegerhorst-Gefechtsstand, waarin de lokale vluchtleiding was ondergebracht. Deze voor het gemak te noemen 'commandobunker' had een oppervlakte van 28,75 m bij 14,0 m en was uitgevoerd met wanden van 2,0 m gewapend beton en een dakdikte van 2,0 tot 2,5 m. Hiermee was de bunker een van de grootste op het gehele eiland. De gestandaardiseerde bunker had twee ingangen, elk voorzien van een gassluis. De commandobunker stond aan de rand van het landingsterrein, zodat de luchtver-keersleiding de start- en landingsbanen kon observeren door de twee observatiesleuven in de bunker. In de ruimten aan de andere kant van de gang waren bijvoorbeeld de meteorologische en de verbindingsdienst ondergebracht. In de hoeken naast de ingangen zaten de toilet- en wasruimten en een machinekamer voor verwarming en luchtbehandeling.

Opheffing van het vliegveld
Wanneer precies is niet bekend, maar ergens in het voorjaar van 1943 werd het nog zeer sporadisch gebruikte vliegveld onbruikbaar gemaakt voor vliegtuigen om te landen. Dwars over het terrein en de start- en landingsbanen werden greppels gegraven en er werden mijnen gelegd. Dit had te maken met het opheffen van een aantal kleinere vliegvelden in de kuststrook van Nederland. De Luftwaffe zag zich hiertoe genoodzaakt wegens gebrek aan voldoende materieel maar ook het veranderende oorlogstoneel. Op 10 juni 1943 vond er om 12.00u op het vliegveld Haamstede een bespreking plaats op hoog niveau aangaande de kustverdediging in relatie met het vliegveld. De kustverdediging was en bleef de verantwoordelijkheid van het Heer, niet van de Luftwaffe zo redeneerde General der Flieger Siburg. het Luftgaukommando was graag bereid alle onderkomens en bijbehorende toebehoren ter beschikking te stellen aan de landmacht. Dit was niet echt wat de 719e divisie voor ogen had, maar zij stond voor een voldongen feit: de toekomstige opheffing van het vliegveld.


1940 Haamstede Westerschouwen 18041941 Duitse militairen Zierikzee 1941 landingsoefening
1940: begrafenis met Duitse militaire eer: zes Engelse vliegers van twee bommenwerpers worden vanuit de Ned. Hervormde kerk ten grave gedragen. Landingsoefening (1941) met omgebouwde binnenschepen op het strand van Westenschouwen als voorbereiding voor de landing in Engeland, operatie "Seelöwe" De vissersboot links was de "Stellendam 13" van M. van Dam uit Stellendam, deze vissersboot begeleidde de "landingsvaartuigen"

Armeense soldaten
Op Schouwen-Duiveland zijn Duitse militairen en defensief afweergeschut geconcentreerd ten Westen van de lijn Renesse-Burgh. Dit gedeelte van het eiland is hoger en staat niet onder water. Generaals in Duitsland maken ook plannen voor wanhopige laatste offensieve acties, waar de Duitse soldaten op Schouwen-Duiveland ook aan moeten deelnemen. Veel van de 300 Armeense huursoldaten in het Duitse leger op Schouwen-Duiveland overwegen over te lopen naar de geallieerden. Zolang die mogelijkheid zich nog niet voordoet, saboteren zij militaire acties van het Duitse leger. De Armeniërs werden in 1942 op Russisch grondgebied gevangen genomen en in kampen opgesloten waar weinig eten en geen geneeskundige hulp was. De Duitsers gaven de gevangenen de mogelijkheid in het Duitse leger dienst te nemen. De Armeniërs eindigden op Schouwen-Duiveland. In de herfst van 1944 proberen overgebleven leden van de ondergrondse met hulp van de Armeniërs op Schouwen-Duiveland de geallieerden in Sint- Philipsland te overtuigen de bevrijding van Schouwen-Duiveland te versnellen.
Bron: http://www.janverhoeff.nl/schouwenrevisited.pdf [Lezenswaardig document!]


 Terug hoofdpagina2