Noord-Zeeland

NOORD-BEVELAND

Noord-Beveland telde slechts enkele NSB'ers. Het aantal Duitsers dat er gelegerd was, was in verhouding tot de rest van Zeeland gering. Bij de april/meistaking liepen de Noord-Bevelanders voorop en op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, maakten ze het in Duitse ogen nog bonter. Ze ontwapenden Duitse soldaten, die achtergebleven waren en vierden al zo'n beetje de bevrijding, toen de bezetter vanuit Veere duidelijk kwam maken dat dat zover nog niet was. Twee boerenhofsteden bij Kamperland gingen in vlammen op. Nadien volgden razzia's en vielen er doden.
Op 20 september 1944 kregen de burgemeesters van Kortgene en Wissenkerke bericht van de Commissaris voor de afvoer van de burgerbevolking dat Noord-Beveland onder water zou worden gezet met gebruikmaking van de bestaande afwateringssluizen. Twee dagen later hielden de burgemeesters een vergadering met bestuurders en ambtenaren. Wat moest men doen? Hoogtekaarten waren niet beschikbaar. Wat moest eerst gebeuren? Afvoer van de bevolking uit de bedreigde gebieden of de oogst uit de onder water te zetten polders weghalen? Het moest maar tegelijkertijd gebeuren. Daarnaast zou men plannen maken om de dorpen te omkaden, zodat de bevolking daar droge voeten zou houden. Er moest zo verschrikkelijk veel gebeuren in zo'n korte tijd, dat een commissie naar de Duitse bestuurders in Middelburg zou gaan om uitstel te bepleiten. Het gesprek met de Duitsers leidde niet tot aansprekelijke resultaten. Zij hadden liever geen 'vijandig' Noord-Beveland in de rug bij de verdediging van Walcheren en Zuid-Beveland.
Canadezen op weg naar N BevelandOp 4 oktober deelden de Duitsers mee, dat de inundatie was afgeblazen. Op 5 oktober schreef de burgemeester van Wissenkerke een dankbetuiging aan het Departement van Binnenlandse Zaken met de mededeling dat het gevaar was afgewend, naar hij vermoedde dankzij de bemiddeling van het departement. De werkelijke reden waarom de Duitsers ten slotte beslisten om de inundatie stop te zetten, zullen we wel nooit te weten komen. Van enig militair belang was in ieder geval geen sprake. Op 30 oktober 1944 bevrijdden de Canadezen Noord-Beveland.[ zie foto]
Bron: Gemeente Noord-Beveland (lees het hele artikel)


Noord-Beveland was tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatief klein, agrarisch Zeeuws eiland. Door het ontbreken van strategisch belangrijke objecten zoals havens of vliegvelden kwam het eiland verhoudingsgewijs zonder al te veel problemen door de Tweede Wereldoorlog. De eilandbevolking werd vanaf medio 1943 evenwel meer met oorlogsgeweld geconfronteerd toen geallieerde jachtvliegtuigen luchtaanvallen uitvoerden op transportmiddelen, zowel militair als civiel. Onvermijdelijk vielen hierbij burgerslachtoffers. Voor Noord-Beveland kwam het gevaar daardoor vooral uit de lucht, waarbij het neerkomen van een V-1 in Kortgene op 30 juni 1944 een triest dieptepunt was. Op 2 november 1944 kwam de bevrijding maar tegelijkertijd werd het eiland frontgebied omdat Schouwen-Duiveland bezet gebied bleef tot de capitulatie van Duitsland, wat tot diverse beschietingen en commandoacties leidde. Positief effect van de bevrijding van een deel van Zeeland was dat er een bredere, veiliger zone voor de geallieerde luchtmacht ontstond. Mede daardoor vond op 7 oktober 1944 de laatste crash op Noord-Beveland plaats.


pr irene brigadeSeptember 1944: Op Noord-Beveland probeerde een aantal jonge mannen zelf het eiland te bevrijden. Overmoedig namen ze in Kamperland een aantal Duitse soldaten gevangen. De geallieerden waren er voorlopig echter nog niet. Al een dag na de gevangenneming kwamen Duitse troepen vanuit Veere naar het eiland, en herstelden hun macht. Ze pakten enkele Noord-Bevelandse mannen op. Eén van hen, Andries Dieleman, werd zonder pardon standrechtelijk geëxecuteerd in de duinen van Valkenisse.
Noord-Beveland was op 2 november verlost van de Duitse aanwezigheid. Daarmee keerde de rust nog niet terug op het eiland. Schouwen-Duiveland bleef tot mei 1945 in Duitse handen. Hierdoor bleven Noord-Beveland en een deel van denoordkust van Zuid-Beveland frontgebied. Vanaf Schouwen namen de Duitsers Noord-Beveland regelmatig onder vuur. Ze stuurden ook één- en tweepersoonsonderzeebootjes de Ooster- en de Westerschelde op om geallieerde schepen en scheepjes te torpederen. Vanuit Wemeldinge voeren Engelse marinescheepjes over de Oosterschelde die naast mijnen ook dat soort drijvende bommen onschadelijk moesten maken. Dit marineonderdeel werd de Royal Marine Combined Operations genoemd.
De Irenebrigade, een legeronderdeel in het bevrijde deel van de Nederland, kreeg in november 1944 de taak om de kuststrook op Noord-Beveland en Walcheren te bewaken. Het werk van de Irenebrigade bestond uit wekenlang onafgebroken wachtlopen. Tot eind maart 1945 verbleef de brigade op Noord-Beveland en maakte meerdere gevechtsacties mee.  In de nacht van 24 op 25 november 1944 landde een Duitse eenheid op de Noord-Bevelandse kust, vlakbij Colijnsplaat. Het was de bedoeling om in het dorp aan land te gaan om een uitwateringssluis op te blazen, waardoor het eiland voor een groot deel onder water zou komen staan. Alle mannelijke dorpelingen zouden in de kerk worden bijeengebracht, waarna het gebouw zou worden opgeblazen. Gelukkig lag er een eenheid van de Prinses Irenebrigade gelegerd in Colijnsplaat. Lees meer hierover op de site van de Prinses Irene Brigade .
Bron: Gemeentearchief Goes


Aanwezigheid Duitse troepen

 SCH DVL 1940 ordnungspolizei

Ordnungspolizei (1940)

SCH DVL 1940 vliegveld Haamstede

Op vliegveld Haamstede (1940)

SCH DVL 44 45stoomtram inundatie

Stoomtram ten tijde van de inundatie

 
Schouwen-Duiveland, Sint Philipsland en Tholen maakten deel uit van een kustsector die ook de Zuidhollandse eilanden, het Westland, Delfland, Rotterdam en de noordwesthoek van Brabant omvatte. De 719de Divisie, die in dit gebied stond opgesteld, had van juni 1941 tot augustus 1942 ook Walcheren en de Bevelanden moeten bewaken; toen Von Rundstedt midden-Zeeland aan het gezag van Christiansen onttrok, schoof 719 ID in noordelijke richting op. Voor de verdediging van Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland, Sint-Philipsland, Tholen en het zojuist genoemde deel van Brabant kon de divisie weinig meer dan één regiment infanterie - IR 743 - ter beschikking stellen. Een troepenmacht van 1800 à 2000 man voor een gebied dat door brede getijstromen zo duidelijk in op zichzelf staande sectoren werd verdeeld! De regimentsstaf zetelde in Steenbergen. Eén bataljon was gelegerd op Goeree-Overflakkee, een tweede op Schouwen, het derde in de kleihoek van Brabant. Op Tholen was een toegevoegde pionierscompagnie ondergebracht; voor Duiveland en Sint-Philipsland stond geen man ter beschikking; het vaarwater Zijpe tussen beide werd evenwel bewaakt door een steunpunt der artillerie. Het Schouwse bataljon vond onderkomen in Zierlkzee, langs het Brouwershavense Gat en het vaarwater de Hammen, evenals op de duingronden in de Westhoek. De eenheid onderhield nauw contact met het bataljon bewakingstroepen van het vliegveld Haamstede. Van volledige samenwerking kon overigens geen sprake zijn: de bewakingstroepen waren nadrukkelijk bedoeld om te waken tegen sabotagedaden op de Fliegerhorst . Zij ressorteerden in de Duitse legerorganisatie - evenals in de Nederlandse - onder de luchtmacht; de feitelijke kustverdediging bleef aan de landmacht voorbehouden. Een batterij luchtdoelartillerie, opgesteld in de Schouwse Westhoek, diende de belangen van beide. Een generaal van de Luftwaffe en de Kommandeur van 719 ID bogen zich in januari 1943 over de vraag of het vliegveld Haamstede moest blijven voortbestaan. Dat er geen enkel vliegverband gestationeerd was, pleitte voor opheffing; dat de grondverdediging de inzet van honderden manschappen vergde was een tweede argument. Anderzijds werd van belang geacht dat het terrein voor jachtvliegtuigen behouden bleef. Tot besluitvorming kwam het niet. De aanleg van vliegvelden in andere delen van het bezette gebied leidde in een later stadium van de oorlog wel tot verplaatsing van minstens één compagnie der bewakingstroepen te Haamstede. Nog zij vermeld dat bij Stavenisse op het eiland Tholen enig licht luchtdoelgeschut in stelling was gebracht.
Bron: Zeeland 40-45 deel 1