Noord-Zeeland

Titel foto N Zld2

Het noordelijk deel van Zeeland staat vaak minder in de belangstelling dan de delen rond de Westerschelde waar zich de Slag om de Schelde afspeelde en waar Walcheren in een Festung was veranderd, dorpen in Zeeuws-Vlaanderen tijdens de acties van de Slag om de Schelde bijna volledig vernietigd werden. Toch heeft in dit noordelijk deel van de provincie de bezetting het langste geduurd: Schouwen-Duiveland heeft, hoewel de Geallieerden vlakbij waren, het langst moeten wachten op de bevrijding. Meer daarover leest in het afoznderlijke hoofdstuk over dit eiland.

Op deze pagina hebben we informatie bijeengebracht over Noord-Beveland, Tholen en Sint Philipsland.


Lees meer...

Noord-Beveland

Noord-Beveland was tijdens de Tweede Wereldoorlog een relatief klein, agrarisch Zeeuws eiland. Door het ontbreken van strategisch belangrijke objecten zoals havens of vliegvelden kwam het eiland verhoudingsgewijs zonder al te veel problemen door de Tweede Wereldoorlog. De eilandbevolking werd vanaf medio 1943 evenwel meer met oorlogsgeweld geconfronteerd toen geallieerde jachtvliegtuigen luchtaanvallen uitvoerden op transportmiddelen, zowel militair als civiel. Onvermijdelijk vielen hierbij burgerslachtoffers. Voor Noord-Beveland kwam het gevaar daardoor vooral uit de lucht, waarbij het neerkomen van een V-1 in Kortgene op 30 juni 1944 een triest dieptepunt was. Op 2 november 1944 kwam de bevrijding maar tegelijkertijd werd het eiland frontgebied omdat Schouwen-Duiveland bezet gebied bleef tot de capitulatie van Duitsland, wat tot diverse beschietingen en commandoacties leidde. Positief effect van de bevrijding van een deel van Zeeland was dat er een bredere, veiliger zone voor de geallieerde luchtmacht ontstond. Mede daardoor vond op 7 oktober 1944 de laatste crash op Noord-Beveland plaats.

 

Lees meer...

Tholen & Sint Philipsland

 

10 Tholen Philipsland 16mei

kaart van Duitse inval mei 1940

 

Evacuatie en inundatie 

Begin 1944 was van Duitse zijde het bevel gekomen tot evacuatie en inundatie van het eiland Tholen. Die maatregel bracht grote opschudding met zich mee, omdat men dacht dat het hier een veilig gebied was. Op 5 maart zou het hele eiland leeg moeten zijn. Bij deze “vrijwillige” evacuatie mocht men zelf voor onderdak zorgen. Diegenen die na 25 februari nog niet waren vertrokken, kregen adressen toegewezen. Op 19 februari kwam de officiële mededeling dat de bevolking in het stadje Tholen kon blijven. Het werd door de aanleg van een kade op de afgegraven wallen beveiligd. Later werd ook rond de voorstad een kade gelegd. Voor het afvoeren van het rioolwater werden verschillende pompen geïnstalleerd.
Vele evacués vonden een gastvrij onderdak in Halsteren, Nieuw-Vossemeer, Steenbergen en Bergen op Zoom. Zo vond 52% een onderkomen in Noord-Brabant. De rest van de inwoners werd verspreid over heel Nederland tot in Noord-Holland en Groningen toe.Op 20 februari werd de eerste sluis opengezet. Omdat de inundatie niet snel genoeg ging, hebben de Duitsers mensen gevorderd om dijken door te graven, onder meer de dijk de Drie Zwaantjes waardoor de Molenstraat in Oud-Vossemeer  onder water kwam te staan. Op 1 april was de inundatie vrijwel voltrokken. Slechts vier polders waren vrij van water. Scherpenisse was alleen bereikbaar via Oud-Vossemeer. Sint-Annaland, Sint-Maartensdijk en ook Stavenisse kon men alleen via de noordkant van het eiland bereiken. Poortvliet was geheel door water omsloten. Ook op Sint Philipsland zijn diverse polders onder water gezet.

Lees meer...