1945 Schade en herstel

Oorlogsschade landelijk Schade Zeeland 1940  Schade 1945
oorlogsschade

 

 

oorlogsschade 1940 ZLD

 

rood = groot

blauw = zeer groot

oranje = gering

schadetabel

(Bron: Water over Walcheren)

Bruggen

In december 1944 was de toestand van waterwegen en bruggen in het bevrijde zuiden van Nederland   was zeer slecht. Het Julianakanaal was versperd door vernielde bruggen, onder meer bij Echt en Stevensweert, en opgeblazen sluizen bij Born en Roosteren. Zowel de Zuid-Willemsvaart (vooral tussen Budel en Helmond) als in het Wilhelminakanaal waren vernielde sluizen en bruggen. Het MaasWaalkanaal en de Maas van Heumen tot Lith waren ook voor de scheepvaart geblokkeerd, hoewel niet ernstig. Het kanaal Terneuzen-Gent kon de eerste maanden na de bevrijding niet gebruikt worden vanwege de daarin tot zinken gebrachte schepen, evenmin als de Westerschelde, die eerst van mijnen moest worden ontdaan. Van het kanaal door Zuid-Beveland waren zowel bij Hansweert als de Wemeldinge de buitenhoofden opgeblazen. De verbinding bij Maastricht van het kanaal LuikMaastricht met de Zuid-Willemsvaart was versperd; ook was bij Maastricht over de Maas door de Amerikanen een militaire brug geslagen die geen scheepvaartverkeer toeliet. Tenslotte waren over het Hollandsch Diep de beide bruggen vernield. Met kleinere vaarten en kanalen zoals de Mark, Dintel, Roosendaalse en Steenbergse Vliet, Donge, Dieze, het Markkanaal, Eindhovens en Beatrixkanaal stond het er al niet veel beter voor .


Molens

De meeste vernielingen aan molens vonden plaats in het westelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen en in het midden en noorden van Limburg. Noord-Brabant leed ook veel verliezen, ongeveer in dezelfde mate als de Betuwe en de IJsselstreek. Bovendien was er schade aan molens op Walcheren en Zuid-Beveland, terwijl in de Achterhoek, Salland en Groningen sporen van oorlogsgeweld werden aangetroffen. De lijn gevormd door de verwoeste molens bij Hoevelaken, Scherpenzeel en Rhenen gaf als het ware de lijn de laatste linie van het Canadese leger aan. De overige verwoestingen tijdens de oorlog waren incidenteel. Opvallend is dat in Zuid-Limburg als gevolg van de snelle opmars in het najaar van 1944 molens gespaard zijn gebleven. In het noorden van Nederland en in Gelderland werden de verwoestingen aan molens merendeels toegebracht in april 1945, in Zeeland rond oktober 1944, in Noord-Brabant gedurende september, oktober en november 1944 en in Limburg tijdens de gehele winter 1944/1945  


Inundatieschade

In mei 1945 stond 8% van de Nederlandse bodem onder water. Behalve de onderwaterzetting van Walcheren (het werk van de Britten) werden de inundaties in de periode 1940-1945 door de Duitsers geïnitieerd. Meer dan 80.000 ha werd met zout, de rest met zoet water geïnundeerd. De inundaties waren het grootst in de provincies Gelderland (52.000 ha), Zuid-Holland (47.000 ha), Zeeland (46.000 ha), NoordHolland (40.000 ha) en Utrecht (21.000 ha). In de overige provincies: Groningen 14.000 ha,  Friesland 10.000 ha, Drenthe 400 ha Overijssel 16.000 ha en Noord-Brabant 12.000 ha. De zwaarste verliezen aan natuur en landschap werden geleden door inundatie. Zo werden de unieke en prachtige landschappen van Walcheren en Schouwen vernietigd, doordat het zoute water alle meidoornhagen en al het andere houtgewas doodde.
Bron: Defensie- en oorlogsschade (2006)


Lokale berichten

ZEEUWS-VLAANDEREN

Maurits Schaap heeft als Joodse onderduiker de oorlog overleefd dankzij de gastvrijheid van de familie Naeije in Axel. Als in het najaar van 1944 Zeeuws-Vlaanderen is bevrijd, kan Maurits echter niet terug naar zijn huis in Rotterdam. Omdat hij in het bezit in van een filmcamera vraagt het Militair Gezag hem om het bevrijde Zeeuws-Vlaanderen op film vast te leggen. Het wordt een indrukwekkend relaas. Een vierluik over het bevrijde maar zwaar gehavende Zeeuws-Vlaanderen.

Bekijk aflevering 1 - Bekijk aflevering 2 - Bekijk aflevering 3 - Bekijk aflevering 4

Wederopbouwstad Oostburg
Oostburg behoort tot de oudste nederzettingen in Zeeland, maar werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog vrijwel volledig verwoest. De stedenbouwkundige F.H. Klokke maakte een herbouwplan. Het nieuw ontworpen gemeentehuis getuigt op verschillende manieren van de oorlog en wederopbouw. De watertoren uit 1950 is in de wijde omgeving het landmark van Oostburg.

Lees meer op de site van ZeeuwseAnkers

De pers schrijft:

Volgens Het Vrije Volk heerste er in maart 1947 in West Zeeuwsch-Vlaanderen nog een 'zo ontstellende noodtoestand, dat de vraag gerechtvaardigd is of hier nog redding te brengen valt'. In de verwoeste dorpen was volgens de verslaggever van deze krant van werkelijk herstel of nieuwbouw niets gebleken.(Zo vroeg men zich in Zeeuwsch-Vlaanderen af of het tot twee keer toe verwoeste Eede herbouwd diende te worden) Zeeuwsch-Vlaanderen voelde zich toch al op de rest van het land ten achter gesteld, een vergeten uithoek. Er werd voorspeld dat als er niet snel iets veranderde de bevolking zich van de rest van het land zou afkeren. Veel geestelijken en leraren, de intellectuele bovenlaag in de streek, waren al naar elders vertrokken. Men overwoog of de Braakman gedempt kon worden om de tegenstellingen tussen Oost en West Zeeuwsch-Vlaanderen te overbruggen die tijdens de bezetting alleen maar groter zouden zijn geworden,
Bron Zeeland 1940-1945 deel II


WESTKAPELLE

westkapelle wederopbouw Toen het puin was geruimd, de bomkraters waren gedicht en nutsvoorzieningen waren aangelegd, werd vanaf 1947 begonnen met de herbouw van Walcheren. De opdracht tot het maken van een herbouwplan werd gegund aan de Haagse architect D. Roosenburg. Het herbouwplan sloot aan bij wat Westkapelle eeuwenlang kenmerkte: een dorp niet langs de dijk, maar haaks erop. Aan de basis van het ontwerp liggen vier kenmerkende blikvangers: de dijk, de gespaard gebleven vuurtoren, het behoud van de Zuidstraat als ruggengraat van het dorp en parallelle straten aan weerszijden van de Zuidstraat. Verder gold de gespaard gebleven bebouwing als uitgangspunt. In het midden van het dorp was ruimte voor een brink. Het stadhuis werd onder de dijk geprojecteerd. Na beoordeling van het plan door de plaatselijke aannemer Willem Roelse werd een aantal onderdelen van het plan veranderd.

Lees meer en verder


KOUDEKERKE
Zooals hierboven vermeld, is het aantal verwoeste huizen te stellen op 40.  Het aantal gedeeltelijk vernielde woningen bedraagt zeker meer dan 150. Het water- en winddicht maken der woningen is voltooid, maar met de puinruiming moet nog een begin worden gemaakt. Het is U bekend dat de Dienst Uitvoering van Werken te Middelburg ons reeds gemachtigd heeft met Rijkssubsidie deze werken aan te vatten, maar hoewel we terzake diligent blijven, is het twijfelachtig of tengevolge van de ingrijpende evacuatie voldoende arbeidskrachten zullen aanwezig zijn. De wegen blijven goed, voorzoover ze altijd onder water staan, maar die gedeelten die bij ebbe droog komen, hebben op bepaalde plaatsen zoodanig van de stroom te lijden, dat ze geheel uitschuren, ja er zelfs diepe gaten ontstaan. Regelmatig vullen we deze gaten met puin, maar een afdoende verbetering is dit hoegenaamd niet. […..]
De registratie van de verwoeste panden is voltooid. In totaal zijn verwoest door het oorlogsgeweld 42 woningen. Acht zijn er gedurende de bezettingstijd afgebroken door de Duitsche Weermacht, terwijl er tengevolge van de storm van 12 Januari jl. 14 verwoest zijn. De huizenvoorraad is alzoo tot nu toe met 64 stuks verminderd. De ruiming van hout, voorzoover dit bij het opsteken van een storm een gevaar zou kunnen beteekenen voor de belendende perceelen is voltooid en de meubels uit de woningen, welke op instorten staan, zijn thans geborgen door de gemeente.
[Rapportage van burgemeester  Dregmans per 2-3-45 ]


Wederopbouw: veel problemen

Tot 1947 had de wederopbouw nog voornamelijk bestaan uit het herstellen van beschadigde gebouwen, waarvoor de provincie van januari 1946 tot april 1947 onder meer 27 .005 kubieke meter hout en 238.010 vierkante meter vensterglas beschikbaar was gesteld, ruim acht procent van de desbetreffende contingenten die over het land verdeeld waren. Daarnaast waren ter leniging van de acute woningnood in 1946 bijna 1800 noodwoningen en bijna 300 noodboerderijen neergezet. vooral op Walcheren en in West Zeeuwsch Vlaanderen, 21% van alle dat jaar in Nederland gebouwde noodwoningen en 6,5% van alle noodboerderijen. Dat was lang niet overal vlot gegaan. Van de tweehonderd voor Westkapelle bestemde noodwoningen waarvan men de bouw in juni 1945 was begonnen, waren er negen maanden later nog maar vijfentwintig klaar. Geen wonder dat de herbouw zelf ook maar moeizaam op gang kwam. In 1946 waren in Zeeland vijftig nieuwbouwwoningen gereedgekomen en in het hele land 1744, terwijl men er tienduizend had willen bouwen.
Lees het hele bericht .

Bron: Zeeland 1940-1945 (II)

kop Mbrg 1950

 

 

Walcheren herstel krijt

Krijttekening Walcheren: Het natuurlijke bodemreliëf van hooggelegen kreekruggen en laaggelegen komgebieden vormt het uitgangspunt voor het ontwerp. De beplanting moet dit versterken.

Collectie Staatsbosbeheer



Landschapsherstel
Uitbetaald werd pas als er herbouwd of herplant werd. Wie dat weigerde en deze herbouwplicht niet wilde overdragen, kreeg problemen. Vergoed werd ook het deel van de oogst van 1944 dat verloren was gegaan, evenals de pacht van grond die niet gebruikt kon worden. Voor de bomen die in 1944 in opdracht van de bezetter waren omgehakt, kwam nu ook een vergoeding. Voor de herbeplanting van boerenerven, wegen en dijken kreeg men subsidies. Staatsbosbeheer verleende voor de heraanplant van productiehout een subsidie van ten hoogste 50 procent van de kosten. Om de heraankleding van het landschap te stimuleren had de minister van Financiën een Commissie van Overleg voor Landschapsherstel ingesteld. Die kon subsidie geven van 50 tot 90 procent van de kosten voor nieuwe beplantingen van wegen en dijken. Bij boerderijen werd over het algemeen 50 procent vergoed, maar ging het om uitbreiding of nieuwe beplanting dan kon dat oplopen tot 8o procent. En wie zelf zijn bedrijf schoonmaakte, erf en land opruimde en dode bomen en struiken rooide, kreeg een uurloon uitbetaald.
Een aparte behandeling kregen de bunkers op particulier terrein. "De aan het verwijderen van de bunker verbonden kosten zijn ook naar het prijsniveau van 9 Mei 1940 dermate hoog," zo schreef de minister, dat moest worden volstaan met een vergoeding voor de prijs van de grond die de bunker in beslag nam. Ging het om landbouwgrond, dan kreeg men ook een vergoeding voor de onbruikbare strook eromheen. Veel bunkers bleven dus staan. In 1975 stond er in de kom van Meliskerke nog steeds een bunker tegen een huis aan die dienst deed als schuurtje
.
Bron: Eilandbewoners

Oorlogsschade woningen

Boerderijen (mei 1945)
Verwoest: 775 - Zware schade: 753 - Lichte schade: 3352

Inundatie voorjaar 1944:
Met zout water: 26.600 ha - Met zoet water 2610 ha - Totaal 29.210 ha
Totaal onder water staand voorjaar 1945:
Met zout water: 43.180 ha - Met zoet water 3120 ha - Totaal 46.390 ha (= 31,6% van de cultuurgrond)


Wederopbouw en herverkaveling
Nog voordat de drooglegging van Walcheren in 1946 een feit is, worden er al plannen gemaakt voor het herstel van het eiland. In augustus 1945 wordt de zogeheten Snelcommissie Walcheren opgericht, met als taak om binnen acht maanden een voorlopig plan voor het herstel van het eiland op te stellen. Dit plan moet tevens als grondslag dienen voor de herverkaveling. Er wordt voortvarend gewerkt, want al een jaar na de installatie brengt de commissie het rapport Het nieuwe Walcheren uit, met een reconstructieplan voor het door de inundatie getroffen gebied, de duinranden en de droog gebleven polders van Vrouwenpolder. Het plan gaat onder andere in op de wegen, de afwatering, de bebouwing en het landschap en legt hiermee ook een basis voor de herverkaveling. En die herverkaveling werd nodig geacht. Vóór de inundatie werd Walcheren geroemd om zijn bijzondere landschap, de Tuin van Zeeland. Voor de landbouw had dit landschap echter veel nadelen: de percelen waren versnipperd, soms grillig van vorm en vaak ver van de boerderij gelegen. Ook hadden veel percelen toen nog geen directe verbinding met de weg. Door de natte omstandigheden in de poelgebieden en het geringe aantal sloten was er ook een afwateringsprobleem. Daar kwam nog bij dat veel bedrijven dusdanig klein waren dat er sprake was van lage opbrengsten. Daarom worden er plannen gemaakt voor de sanering van kleine bedrijven. De overheid, die behalve dertig miljoen gulden voor de droogmaking ook vijftig tot zeventig miljoen gulden uittrekt voor het volledige herstel, wil de zekerheid hebben dat bij de eerstvolgende crisis in de landbouw niet opnieuw steun verleend moet worden. Daarnaast blijkt het uit sociaal oogpunt niet acceptabel dat men op veel kleine bedrijven enkel door de inzet van vele gezinsleden het hoofd boven water kan houden. Door schaalvergroting kunnen de inkomsten stijgen, zodat de bedrijven eerder levensvatbaar zullen zijn. Op Walcheren is echter geen extra grond beschikbaar (door stadsuitbreiding, aanleg van wegen en kreekvorming is het aantal hectares juist minder geworden), zodat er een regeling komt die het mogelijk maakt dat Walcherse boeren naar de Noordoostpolder vertrekken. Door deze regeling kunnen ongeveer 240 kleine boeren (met een oppervlakte kleiner dan tien hectare) hun bedrijf vergroten.
Bron: De Wete, april 2019


Help Zeeland

Door de 'Stichting Hulpactie Scheldemonden'te Rotterdam werd na de tweede wereldoorlog een aanzienlijk bedrag bijeengebracht en ter beschikking gesteld aan de stichting 'Herstel Zeeland 1945'.


Het is bekend geworden dat wij geadopteerd zijn door de gemeente Heer Hugowaard. Afgevaarden uit deze gemeente hebben persoonlijk contact met ons opgenomen en overeengekomen is dat na ingestelde enquête een opgaaf van het benoodigde zal worden ingezonden In September (1945) is een groote zending aangekomen uit Heerhugowaard en de verdeeling van de gezonden goederen, bestaande uit meubilair, textielgoederen en keukengerei, bevindt zich in gevorderd stadium van voorbereiding. Voorzoover de aangevraagde goederen de toegezondene overtreffen, kan een nadere aanvraag worden ingediend bij de Provinciale H.A.R.K. te Middelburg Van deze gelegenheid za| zeker gebruik gemaakt worden. Vorige week ontvingen wij nog een tiental éénpersoonsledikanten met matrassen, alsmede eenige noodclosets.
[Burgemeester Dregmans - Koudekerke]


 

1946 Hulp uit Zegveld

Oproep om hulp
Op 30 maart wordt in Den Haag een grote collecte georganiseerd door de Hulpactie Scheldemond. De organisatoren zouden gaarne zien, dat er een aantal meisjes in Cadzandse dracht naar Den Haag kwamen om mee te collecteren. Voor gratis reis en logies wordt gezorgd. Hier mag het land van Cadzand niet achter blijven. Wie van onze jonge meisjes zoekt een Cadzands costuum op en gaat mee? Het gaat om het algemeen belang!
De hulpactie Scheldemond wil graag zo veel mogelijk adressen van oud-Cadzantenaars in Rotterdam en omgeving, in Den Haag, Wassenaar, Rijswijk, Voorburg en Leidschendam. Het worden vast gezellige dagen in Den Haag.Wij verzoeken ieder dringend zo spoedig mogelijk de hem of haar bekende adressen per briefkaartje aan onze secretaris op te geven. Hier kan door velen geholpen worden. Niet uitstellen, er wordt op gewacht.
Bron:De Schakel (West Zeeuws-Vlaanderen)

De Zeeuwsche Vereeniging „Hollandia", die een hulpactie voor Walcheren en Zeeuwsch Vlaanderen heeft georganiseerd onder den titel: „Hulpactie Scheldemond", houdt een straatcollecte.
1946 Jaarboek Rotterdam

Wederzijdse hulp
Stemming der bevolking: Deze kan het best geïllustreerd worden met de me-dedeeling, dat de collecte "hulp voor boven de rivieren" heeft opgebracht een bedrag van f. 1410,88. In aanmerking genomen het feit, dat vrijwel de geheele bevolking heel ernstig gedupeerd is door het water, velen zelfs hun geheele bestaan verloren hebben en aanmerkelijk minder dan 1/3 der oorspronkelijke bevolking aanwezig is, mag naar mijn meening deze opbrengst buitengewoon goed genoemd worden. Immers, de collecte werd per bus gehouden, zoodat ieder daarin deponeeren kon wat men verkoos, zonder dat een ander dit te weten kwam.
[Burgemeester Dregmans, Koudekerke]


 Hark poster

Hulpactie 1945 collecte
In Zeeuwse kledij gestoken collectanten in actie op de Kruiskade nabij het Hofplein. Op de achtergrond het stadhuis aan de Coolsingel.

De Hulp Actie Rode Kruis (HARK) werd op 24 januari 1945 opgericht. Zij verdeelde hulpgoederen die vanuit het buitenland waren ontvangen over getroffen gebieden. Vanzelfsprekend werd Walcheren gesteund met hulpgoederen. Al bij de verdeling van de Duitse voorraden bestond onder de bevolking een zekere scepsis over de eerlijkheid. Dit verdween niet met de HARK, de afkorting kreeg al snel de spottende naam Hulp Aan Rijke Kinderen. ln de loop van april 1945 arriveerde het eerste transport van de HARK met materiële hulp in de vorm van kleding, in Koudekerke.

HARKkaart oorlogsschade

ANNEXATIE
Aan het eind van de oorlog en direct daarna werd uitvoerig gediscussieerd over en werden vele plannen ontworpen voor annexatie van Duits grondgebied als compensatie voor geleden schade. Natuurlijk zou Zeeland niets van een eventuele annexatie merken, maar als afsluiting van deze pagina wil ik het feit toch even noemen en twee berichten uit de illegale pers [ BVO= Berichtenvoorziening oorlogstijd Uitgegeven door E. van Wegberg, P.W.D.F. Joosten en W.J. de Haan te Heythuysen ] als illustratie van dit gedachtegoed plaatsen (klik voor vergroting).
annexatie 1 BVOannexatie 2 BVO 
Terug hoofdpagina2