1945 Afrekening

Op deze pagina willen we met voorbeelden nader ingaan op de gang van zaken met betrekking tot hen die door hun gedrag of door dat van hun ouders nu als vijand werden behandeld.

 

BARMHARTIGHEIDSCAMPAGNE
Vrijwel onmiddellijk na de bevrijding begon van hogerhand de barmhartigheidscampagne jegens hen die aan de kant van Hitier hadden gestaan. De campagne had een tweeledig doel. Ze was opgezet door hen die al tijdens de oorlog het standpunt hadden gehuldigd dat hun werkelijke vijand het communisme was; zij dus die vanuit Londen en ook in Nederland het verzet poogden te breken die "vooruit dachten" aan de verbreking van het bondgenootschap met de Sowjet-Unie en die ervan uitgingen dat binnen korte tijd Duitsland opnieuw de rol van gendarme tegen het socialisme en tegen de progressieve volksmassa's zou dienen te spelen. Hun actie was er al vroegtijdig op gericht om aan iedere vorm van berechting een einde te maken en met de grote spons alle bezettingsherinnering, in de vorm van gevangen nazi's, weg te vagen. De andere reden was, dat bij een golf van berechting van landverraders vrijwel onmogelijk de machtigen in het land die met de vijand geheuld hadden, buiten schot konden blijven. Bij deze laatsten bevonden zich reeksen vooroorlogse leidende politici, tot aan de minister-president van 1940 toe, een deel van de 178 leidingen van de grote concerns, van grote industrieën en banken en niet te vergeten de complete topleiding van het ambtelijke apparaat.
Bron: Politiek en Cultuur (CPN)
Op 15 april 1945 verschijnt een artikel van A. den Doolaard in De Linie waarin de schrijver pleit voor opheffing van de kampen en stopzetting van de bijzondere rechtspraak. Den Doolaard zegt tot het schrijven overgegaan te zijn doordat hij ging inzien hoe willekeurig de veroordeling, strafvermindering en behandeling in de kampen in zijn werk ging. J.B. Charles heeft kritiek op Den Doolaard in zijn artikel 'Volg het spoor terug', zoals over de teleurstelling dat een NSB'er de doodstraf niet krijgt. De schrijver: "Wat hadden ze dan gewild, al die mensen doodschieten? Alle NSB'ers doodschieten?" Den Doolaard spreekt geërgerd over de mishandeling in de kampen en het ondemocratische gehalte van de bijzondere rechtspraak. Vooral het economische deel van de zuivering is niet consequent doorgevoerd. Sommige mensen werden te zwaar, anderen te licht gestraft. Den Doolaard spreekt over de 'gedwongen' plaatsing in De Linie. Geen enkele ander blad wilde het artikel plaatsen.
Bron: De afrekening (VPRO)
Want wat is de hele teneur van de vergevensgezindheidscampagne? Veel minder, dat wel eens misdreven werd in de repressie van onze doodsvijanden van toen, maar de opvatting, dat hun strafbare feiten niet de ernst hadden die wij eraan toeschreven. Dat is duidelijk als men de politieke delinquenten eens vergelijkt met veel lichtere criminelen, zeg: fietsendieven. Niemand zal er aan denken dezen vertroostend voor te houden: als jullie slachtoffers straks maar wat van de haat en de wrok genezen zullen zijn, dan zullen jullie er en bloc nog best afkomen en zullen ze wel met dat dwaze opsluiten ophouden. Laten wij eerst vaststellen, dat de nsb-ers er heel goed afgekomen zijn, als we ze op hun woord van tóén mogen geloven.  Men herinnert zich, dat de barmhartigheidscampagne van eind 1946 voorafgegaan werd door die, waarin onrust werd gezaaid met geruchten over de communistische propaganda in de interneringskampen; alle geïnterneerden waren communist geworden en de kampen waren practisch geheime wapendepots. Van het eerste bleek zeer weinig en van het andere in het geheel niets waar, maar de neo-fascisten (voorgewend barmhartigen) hebben de nog snel te beangstigen (en vaak werkelijk ook barmhartige) burger door deze inleidende propaganda behoorlijk beïnvloed.
Bron: Volg het spoor terug/ JB Charles)


ARRESTATIES

Wat was inmiddels in het bevrijde Zuiden geschied met diegenen die door de BS gearresteerd waren? Het oppakken van werkelijke of vermeende ‘foute’ elementen was er gepaard gegaan met bespottingen en mishandelingen en in een aantal gevallen was maar raak gearresteerd; burenruzies, familieveten en zakenjaloezie hadden dan een rol gespeeld. Goede documentatie had ontbroken. Er kwamen in totaal minstens twintigduizend gedetineerden; diegenen die vrijwel onmiddellijk waren vrijgelaten, niet eens meegeteld.  Lees meer ...

 

Bevoegd tot het arresteren van vermeende collaborateurs waren de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) onder leiding van het Militair Gezag. Al tijdens de bezetting hadden leden van verzetsorganisaties die in de BS waren opgegaan lijsten opgesteld van aan te houden personen. Ook de reguliere politie werd ingeschakeld bij de opsporing, maar in veel plaatsen was haar positie omstreden in verband met haar rol bij de deporaties van joden. Lees meer ...

 

Dieleman, waarnemend commissaris tijdens de bezetting, had ook een proclamatie opgesteld, Een blijde dag is aangebroken!, maar hij was direct gevangen gezet. Hij zou ruim een jaar geïnterneerd blijven. Bij zijn veroordeling in 1947 werd hem het recht ontzegd openbare ambten te bekleden. Hij had wel geprobeerd Zeeland te beschermen, zo luidde de argumentatie, maar daarbij had hij zich toch te veel met de vijand verbonden. Dielemans tegenspeler, Beauftragte Münzer, had op 30 oktober per boot vanuit Veere Zeeland verlaten; hij zou er als gevangene terugkeren.
Bron: Eilandbewoners

 

Gedurende de eerste bevrijdingsweken waren door de OD zelf al heel wat arrestaties ongedaan gemaakt of in huisarrest omgezet, terwijl tegelijkertijd nieuwe arrestanten waren gemaakt. Bij de komst van het Militair Gezag konden opnieuw correcties worden uitgevoerd, al betekende dit niet dat al diegenen die meenden ten onrechte in hechtenis te zijn genomen, werden vrijgelaten. Wel konden strictere normen in acht worden genomen. Lees meer ...

 

Een van de eerste werkzaamheden van de O.D. na de bevrijding was het ophalen van niet gevluchte N.S.B.-ers en meisjes, die zich ,,met lichaam en ziel" aan de Duitsers gegeven hadden in ruil voor ,,Wehrmachts marke en Wehrmachtsbezugscheine", cadeau's, sigaretten en bonbons, gestolen in eigen land en daarna te koop in de cantines der Duitsers. In Terneuzen werd de arrestatie van N.S.B.-ers al zeer vergemakkelijkt door het vinden van de ledenlijst. Op het kringhuis was wel veel vernietigd, maar bij de leden thuis werd nogal wat bruikbaar materiaal gevonden. Lees meer ...

 

Na de bevrijding moesten op veel plaatsen de Nsb'ers, de grote profiteurs, en vooral de 'moffenmeiden' het ontgelden. De vrouwen werden in het openbaar kaalgeknipt en dan rondgereden en bespot. In de drie dorpen gebeurde dat niet. Het groepje in Aagtekerke overgebleven bewoners was te klein, in Grijpskerke wist men dat een van de eventueel in aanmerking komende meisjes het verzet flink had geholpen en in Meliskerke beslisten de burgemeester en boerenleider Matthijsse dat ze zoiets niet konden goedkeuren. Lees meer ...



Dochter van M. van Belzen
Ik wil een verhaal vertellen over mijn vader die wel gelovig was (niet kerks), maar wel zo eerlijk als goud. Hij was een echte brood-NSB’er. Ons gezin bestond uit vader, moeder en 5 kinderen. Heel arm, ik ben het derde kind. Mijn vader heeft alles verteld over zijn verleden omdat ik altijd er naar vroeg. Er was verder niemand die erover wilde praten. In ons dorp was een winkel van dhr. A v.d. P. die zijn producten verkocht op afbetaling aan arme mensen. Je kreeg dan echter wel een meldingsformulier om lid te worden van de NSB. Mijn vader trapte daar in  1941 in. Hij wilde geen W.A.-er of Landwachter worden en werd toen sympathiserend lid. Mijn broer en zus weden lid van de Jeugdstorm, zodat ze tenminste kleren hadden. In mei 1944 bedankte hij voor zijn lidmaatschap. Hij moest vervolgens zijn radio inleveren bij de groepsadministrateur. In 1944 werd mijn vader opgepakt en vastgezet in De Witte Driehoek in Rilland-Bath. Na anderhalf jaar, op 6 mei 1946 werd hij vrijgelaten omdat zijn moeder een advocaat in de arm nam. Wat mijn moeder heeft meegemaakt, zonder eten enz, is met geen pen te beschrijven.Wij kinderen waren ondervoed, hadden schurft. Er waren wel rijke en kerkse mensen, maar niemand die wat bij ons bracht.
Ik ben in 2000 naar het Algemeen Rijksarchief (nu Nationaal Archief) in Den Haag geweest met de handtekening van vader. Daar heb ik de helft gelezen en een deel laten kopiëren van een handtekeningenactie van dorpsbewoners om vader vrij te laten. Omdat hij niemand benadeeld heeft en een geliefd man was, met veel humor.
Lees verder

Meer verhalen over kinderen van 'foute' ouders vindt u in dit verhalenarchief.

 


Vlissingen Moffenmeiden 1944

 

Moffenmeiden Middelburg

 

moffenmeiden

Nazaten van Duitse militairen worstelen met verleden
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen Nederlandse vrouwen naar schatting 13 à 15.000 kinderen van Duitse militairen. Het leven van deze kinderen stond en staat in het teken van een oorlog die ze nauwelijks hebben meegemaakt. Ze werden in hun jeugd gepest en afgewezen. Dikwijls zochten ze vergeefs naar hun onbekende vader. Monika Diederichs schreef er een boek over.
150.000 Relaties?
Het is niet bekend hoeveel meisjes en vrouwen tijdens de oorlog omgingen met Duitse militairen. In Denemarken werd vastgesteld dat één op de tien vrouwen die een relatie met een Duitse militair had, een kind kreeg. Als dit ook voor Nederland gold, zou dat betekenen dat in ons land zo’n 150.000 meisjes en vrouwen met Duitsers omgingen. Voor mijn eerdere boek Wie geschoren wordt moet stil zitten, over de omgang van Nederlandse vrouwen met Duitsers, bestudeerde ik 400 vrouwen. Van hen bleek slechts een derde Duitsvriendelijk te zijn of een NSB-achtergrond te hebben. Door hun keuze voor een vijandelijke militair werden ‘moffenmeiden’, zoals ze werden genoemd, beschuldigd van onvaderlands gedrag. Na de bezetting werden velen van hen publiekelijk kaalgeschoren. Vaak voor het leven getraumatiseerd, probeerden zij na de bevrijding verder te gaan. Niet zelden werden zij geconfronteerd met een vijandige samenleving.
De verhalen van en over hun kinderen leidden tot het boek Kinderen van Duitse militairen in Nederland, een verborgen verleden. Het kwam in oktober 2012 uit bij uitgeverij Aspekt
Bron: G-Geschiedenis

 

Moffenmeiden

Historica Monika Diederichs schreef 'Wie geschoren wordt moet stilzitten' (2006), een van de weinige studies over moffenmeiden. Volgens haar stond in 1945 iedere 'goede' Nederlander achter het kaalknippen, af te zien aan de lachende gezichten op foto's. Van dat enthousiasme is nu weinig meer over. Veel ooggetuigen zaten verslagen tegenover me, een enkeling huilde. Als ze al mee hadden gejoeld, hadden ze daar nu spijt van. De meesten keken machteloos toe.
Ik (Rianne Oosterom) kreeg ook een brief van een mevrouw die zelf had meegedaan aan het knippen. "Wij hebben er één gepakt, die had het echt verdiend", schreef ze. "Ze ging met verschillende militairen mee voor brood. Dat is niet erg, maar wel dat ze het opat voor het oog van kinderen die vroegen: 'Annie, ik heb zo'n honger, krijg ik een stukje?' Ze kregen als antwoord 'Nee, dan moet je moeder ook maar met ze mee gaan.' Vier kinderen in de straat stierven van de honger." De 'moffenmeiden' hadden meestal profijt van hun relaties met de bezetter en staken hun buurtgenoten daarmee de ogen uit.
De schaar was een wapen om hun kuisheid af te dwingen en de nationale trots te herstellen. Door het afknippen van haar haar (dat haar onderscheidt van de man), werd het vrouwenlichaam gedeseksualiseerd en tijdelijk minder begeerlijk gemaakt. Opdat de vrouw haar eer niet nog eens te grabbel zou gooien, en haar armen daarna om een man van eigen volk zou slaan.
Dan blijft nog een vraag liggen: waarom moest dat kaalknippen in het openbaar gebeuren? "Het was echt een volksgericht", zeiden veel ooggetuigen. Zo'n gericht heeft als functie de morele orde in de eigen gemeenschap te herstellen, buiten gerechtelijke of officiële organen om. Het kaalknippen was een volksgericht en zuiveringsritueel ineen. Iedereen moest zien hoe de rotte appels collectief werden verwijderd, door en voor de hele buurt.
Rianne Oosterom (1992) is journalist voor Trouw en historica. Na afronding van haar afstudeerscriptie (2013) over ‘moffenmeiden’ heeft ze haar onderzoek ernaar voortgezet.

De complete verhalen van ooggetuigen zijn verzameld op de website Geknipt voor de vijand .

 

Lees hier de reactie van Carla Rus naar aanleiding van de discussie over het aanbieden van excuses door de huidige regering (opinie dd. 6 november 2018)

In de dorpen gaf het behoorlijk wat beroering dat vrouwen waren omgegaan met Duitse of bijvoorbeeld Armeense soldaten. De contacten tussen de vrouwen en deze militairen kwamen sorns tot stand uit geldelijk gewin of gewoon vertier. Ook ontstonden er relaties die waren gebaseerd op liefde. De meeste vrouwen werden echter als 'moffenmeid' behandeld zonder de waarheid achter hun verhaal te weten. Een dorpsbewoner merkte hierover op dat de uniformen nogal de nodige aandacht trokken en de gewone jongen daardoor geen kans had. Een groot probleem voor de vrouwen ontstond pas als ze in verwachting raakten en de soldaat verder trok of krijgsgevangen werd gemaakt. In verschillende dorpen op Walcheren en Zuid-Beveland hebben vrouwen een kind gekregen na een relatie te hebben gehad met een Duitse of Armeense soldaat. Dorpsbewoonsters, die met Duitse soldaten waren omgegaan, werden kort na de bevrijding gearresteerd en onder huisarrest geplaatst.

Lees meer ....


kaalknippen quote

 

Terug hoofdpagina2