Middelburg: de brand op 17 mei


Aansluitend bij het advies van de commissie NIHM inzake het 'vergeten bombardement' hanteren wij als menu-item en als titel(s) bij onderdelen in dit hoofdstuk het begrip 'brand' in plaats van bombardement. [ zie toelichting eind pagina De verwoestende brand elders in dit hoofdstuk] In geciteerde, originele teksten brengen wij uiteraard geen wijzigingen aan. Daarin zult u het begrip 'bombardement' nog veelvuldig tegenkomen.

 

17 mei 1940

Bekendmaking ontruimingBericht uit de Middelburgsche Courant van 14 mei 1940 waarin de burgemeester de bevolking oproept de stad te verlaten.

Een ooggetuige:
Kees van Westreenen is in 1940 dertien jaar. Hij bezoekt de HBS aan de Sint Pieterstraat. Zijn vader is directeur van de Amsterdamsche Bank aan de Lange Noordstraat, tegenover de katholieke kerk. Van Westreenen heeft zijn ervaringen van de meidagen van 1940 op schrift gesteld. Hieronder een fragment van 17 mei, de dag van het bombardement, als de familie Van Westreenen zich schuilhoudt in de bank."Uit het raam zagen wij enorme zwarte rookwolken opstijgen en wij gingen naar de hoger gelegen logeerkamers om het beter te kunnen zien. De plaats lag richting de Dam. Mijn broer Karel en ik wilden meteen met de fiets naar de plaats des onheil om uit te maken wat er was gebeurd. Wij maakten geen schijn van kans. Zoals later bleek, was het prachtige Oost-Indische Huis getroffen. Even later begonnen de ontploffingen weer. Regelmatig deden inslagen het gebouw schudden. Soms waren het doffe inslagen, soms schel, net als bij een blikseminslag. Al het geluid werd door de resonantie van de keldergewelven extra luguber. Nu en dan kwam er een doordringende geur naar binnen. Vader probeerde ons gerust te stellen met de mededeling dat de betonmuren van de kluis minstens zestig centimeter dik waren en dat daar geen bom doorheen kon dringen."
Bron: PZC, 8 mei 2010


De verwoesting van de stad was voor de inwoners moeilijk te vatten. Op de Markt stonden nog drie à vier gevels overeind. De winkelstraten Lange Delft en de Burg waren zo goed als helemaal weggevaagd, evenals de Wal de Sint Pieterstraat. Van alle architectuurtijdperken waren markante voorbeelden afgebrand zoals een versterkt middeleeuws stadshuis met achtkantige hoektorens aan de Lange Delft , renaissancegevels zoals die van In de Steenrotse. Van het Oost-Indisch Huis met zijn vroeg achttiende-eeuwse gevel maar oudere inpandige bebouwing restte slechts een deel van de voorgevel. Ook andere belangrijke achttiende-eeuwse gevels gingen verloren alsmede enige kerken. Ook de Sint Jorisdoelen was verwoest. De zwart geblakerde muren stonden nog enige tijd overeind en werden daarna neergehaald.
Historicus Peter Sijnke: ‘Er zijn bijna 600 gebouwen in de middeleeuwse binnenstad volledig verwoest. Een ongelofelijk cultureel verlies was de Provinciale Zeeuwse Bibliotheek in de Lange Delft. Niet alleen het 18de-eeuwse pand, maar 160.000 boeken, waaronder middeleeuwse handschriften zijn verbrand. 20.000 boeken die in de kelder stonden zijn beschadigd door bluswater.’


Het bombardement  Uit oude beelden blijkt dat ergens op de Middelburgse markt een telefooncel heeft gestaan. Maar waar dan? Peter Sijnke van het Zeeuws archief gaat op onderzoek uit. Reportage door slimfilm gemaakt voor zeeland-magazine.nl in 2010

Oost-Indisch Huis

Dit voormalig VOC complex (later Entrepot genoemd) bestond uit kantoorgebouwen en pakhuizen en strekte zich uit van de Rotterdamse kaai tot aan de Breestraat. Het ging geheel verloren en is niet herbouwd.


Toen het Duitse vuur op Middelburg gericht werd vond 'tegen de middag' een eerste granaatinslag plaats in de Lange Delft, waardoor echter geen brand ontstond. Andere bronnen melden 10.30 uur als tijdstip van deze eerste inslag. Daarna sloegen granaten in de St.-Pieterstraat en de Korte Delft in. Aanvankelijk leken de beschietingen nog mee te vallen, maar een brand in de Bellinkstraat omstreeks 13.00 uur bleek gevaarlijker, het ging hier om een uitslaande brand in een woning met veel brandbaar materiaal. Daarna volgden de granaten elkaar echter in snel tempo op,'afgewisseld door vele bommen, welke vliegtuigen lieten vallen', zo rapporteerde Mathijssen (Ondercommandant bandweer aan wie de praktische leiding was opgedragen). Om half twee werden gelijktijdig bominslagen en brand in het Oost-Indisch Huis aan de Rotterdamsekaai en op het Molenwater bij het ziekenhuis gemeld. Er was nu geen houden meer aan. De achtergebleven bewoners, die beschutting in kelders en gangen hadden gezocht, ontvluchtten voor het grootste deel de binnenstad. De branden breidden zich steeds verder uit en de brandweer stond voor een schier onmogelijke opgave.

Het bluswerk werd bovendien bemoeilijkt door ontploffingen van granaten en bommen en er ging veel tijd verloren met het forceren van deuren en ramen van afgesloten en verlaten woningen. De hulp van burgers en militairen was tamelijk gering. Om 14.15 uur ontstond een noodsituatie: meer dan dertig brandhaarden en maar zes spuiten... Wonder boven wonder raakten slechts twee brandweerlieden tijdens hun werkzaamheden gewond. Omstreeks vier uur kwam het oude stadhuis aan de Markt in gevaar. Vanaf de r.-k. Petrus- en Pauluskerk sloeg het vuur over; gebouwen aan de overzijde van de Lange Noordstraat vatten vlam. De Middelburgse brandweer kon het overduidelijk niet meer alleen af en de hulp van omliggende gemeenten werd ingeroepen. De brandweerkorpsen van alle veertien gemeenten op Walcheren en zelfs van Goes snelden te hulp. Zij arriveerden aan het begin van de avond, maar er was geen redden meer aan.
Bron:Het vergeten bombardement , red. Peter Sijnke (2010)

Langeviele-Markt verwoesting2 Stadhuis-voorzijde

Overgave van de stad

Burgemeester Van Walré de Bordes was omstreeks vijf uur in de middag even thuis, in zijn huis aan de Dam nr. 45. Er verscheen, volgens zijn zeggen, toen een ordonnans, die hem vroeg onmiddellijk naar het Commando Zeeland tekomen. De stad werd op dat ogenblik hevig onder vuur genomen. Toen het bombardement wat minder hevig werd ging de burgemeester via de achteringang het Commando Zeeland binnen. Daar trof hij in de schuilkelder van het gebouw een vijftigtal officieren en manschappen aan.' De officieren deelden mij mede, dat het hijschen van de witte vlag tot mogelijke misverstanden zou kunnen leiden, indien de Franschen doorgingen met vuren en de Duitschers daarin een krijgslist zouden kunnen zien en heftiger zouden doorgaan met bombardeeren.'

Zowel in een officieel procesverbaal als in zijn persoonlijke aantekeningen geeft de Middelburgse burgemeester dus aan dat er naast Duits ook Frans vuur op de stad gericht is. Platon verklaarde tegenover de burgemeester dat hij alles zou doen om de stad te sparen en dat de volgende ochtend zijn troepen op Walcheren'tot een minimum  gedecimeerd' zouden zijn. Namens de Nederlandse officieren vroeg Van Walré de Bordes hoe de stad aan de Duitsers overgegeven moest worden. Antwoord van Platon: 'Officieren, die zich willen overgeven, zijn geen officieren meer. U, meneer de burgemeester gaat naar het stadhuis en wacht daar tot de bevelvoerende Duitse officier contact met u opneemt'.

Uiteindelijk was wachten in het brandende stadhuis geen optie. Berichten over hoe de overgave van de stad is verlopen, verschillen nogal. Verschillende auteurs berichten over de rol van de Rotterdamse politieagent F.J, Mink, op dat ogenblik reservekorporaal-telegrafist van de Koninklijke Marine en als zodanig gedetacheerd bij het Commando Zeeland. Mink wilde de overgave ter kennisneming van de Duitsers brengen, maar het stafkwartier beschikte niet meer over een radiozender. Hij vroeg toestemming om met een witte vlag de vijand tegemoet te mogen rijden om zo het bericht van de capitulatie over te brengen.
Een andere versie gaat uit van particulier initiatief. "Korporaal Mink nam zonder uitdrukkelijk bevel, gedreven door het verlangen aan zinloze verwoesting en verder bloedvergieten een eind te maken', een grote witte vlag mee uit het stafkwartier met de bedoeling deze op de Lange ]an te plaatsen." Dat lukte niet. Met hulp van anderen ziet hij kans om Arnemuiden te bereiken en loopt dan naar de Sloedam. "De korporaal toonde zijn witte vlag. Natuurlijk had een korporaal geen officiële bevoegdheden en van een echte capitulatie kon dan ook (nog) geen sprake zijn. Maar het doel was bereikt, want de Duitse beschietingen hielden op. Een Duitse militair brengt Mink vervolgens per militaire motor met zijspan weer naar Middelburg.

Bron: Het vergeten bombardement , red. Peter Sijnke (2010)

 Mbg art nieuwekerk  Mbg art stadhuis1  Mbg art stadhuis2
Schilderijen van de verwoesting; nu te vinden in het Stadhuis aan de Markt  Reimond Kimpe  Jan Hendrik Eversen