Zanddijkstelling

Het Nederlandse leger had een plan om oostelijk Zuid-Beveland bij een inval van de Duitsers te kunnen verdedigen. Op de Kreekrakdam werd op 7 mei 1940 de Bath-stelling aangelegd. Op en in de dijk van de Eerste Bathpolder plaatste men kazematten en geschutsstellingen met een tankgracht en draadversperring. Deze Bath-stelling moest de eerste aanval van de Duitsers tegenhouden. [foto: Barakken Bathstelling]
Tussen Hansweert en Yerseke had men iets anders bedacht. Op de Zanddijk werden allerlei wapens geplaatst die de Duitsers moesten tegenhouden. Dit noemde men de Zanddijkstelling. Dit was de hoofdverdediging tegen de Duitsers. Vóór de Zanddijk was op 14 mei het land onder water gezet om te voorkomen dat de Duitsers verder konden trekken. Ook had men de Vlakebruggen opgeblazen. Bij het dorp Schore was luchtafweergeschut geplaatst en in Kapelle werd een commandopost ingericht.
Bron: Historie van Goes

 
Bath Zanddijkstelling barakken bathstelling Zanddijkstelling 1940

De hoofdverdediging vormde echter de Zanddijkstelling. Het voorterrein was geheel onder water gezet. Zodoende kon een vijand alleen naderen over vijf in het gebied lopende dijken. Op al deze dijken was een zware verdediging aangebracht bestaande uit mitrailleurs, artillerie en pantserafweergeschut. De twee belangrijkste van deze toegangen waren het spoorwegbed en de hoofddoorgang [Tholseindsche Dijk]. De verdediging werd gevormd door twee loopgraaflijnen: de voorste lijn en de stoplijn. Drie kazematten in de buurt van het sluiscomplex in het zuiden en twee kazematten aan weerszijden van het spoorwegbed waren de enige vaste stukken vestingwerken. Het evenwicht van de lijn werd gevormd door met grond en hout versterkte constructies. Een behoorlijk uitgebreid aantal kleine mijnenvelden was listig op een aantal strategische locaties vlakbij en op de duidelijke doorgangen gelegd.
De stelling was in drie delen gesplitst. Noord werd bezet door het IIIe Bataljon van het 38e Regiment Infanterie onder majoor U.C.C. Noordenbos, Midden door het IIIe Bataljon van het 40e Regiment Infanterie onder reserve-majoor H.F.L. Krämer en het vlak Zuid door het Ie Bataljon van het 40e Regiment Infanterie onder reserve-kapitein A. de Wit. De artilleriesteun werd verzorgd door het 17e Regiment Artillerie, luchtdoelartillerie en een mortiercompagnie. Bevelhebber over de stelling was de commandant van het 40e Regiment Infanterie, reserve-luitenant-kolonel P.L.R. van der Drift. Het algeheel bevel in Zuid-Beveland viel onder de commandant van het 38e Regiment Infanterie van reserve-luitenant-kolonel J.H.W. Bruins. De rest van Zeeland werd slecht mondjesmaat verdedigd door diverse kleinere eenheden.

Zanddijkstelling1 Zanddijkstelling2 Zanddijkstelling4 Zanddijkstelling3

Deze twee bunkers van de Zanddijkstelling bij Yerseke liggen aan weerszijden van de spoorlijn Bergen op Zoom - Goes. Beide bunkers zijn van het gewone type szw(3a) waarvan de noordelijke bunker twee schietgaten heeft in plaats van de drie schietgaten die de zuidelijke bunker heeft. In de periode van de mobilisatie en het uitbreken van de oorlog in mei 1940 waren de te verdedigen stellingen de ‘Bathstelling’ op oostelijk Zuid- Beveland en de ‘Zanddijkstelling’ die tussen Yerseke en Hansweert en de westelijke zijde van het Kanaal door Zuid-Beveland (tussen Wemeldinge en Hansweert) liep. Het Sloe vormde toen nog een natuurlijke afscheiding tussen Walcheren en Zuid-Beveland. In 1991 zijn de szw's enkele meters verplaatst in verband met werkzaamheden aan de spoorlijn.
Bronnen: o.m. Traces of war


De Duitse troepen die uiteindelijk tot Krabbendijke kwamen, waren de drie complete bataljons van het SS Regiment plus alle ondersteuningseenheden, het SS Artillerie Regiment [12 stuks van 10,5 cm], één batterij II / AR.54 [4 stuks van 15 cm], de SS Panzer Jäger Abteilung [36 van 3,7 mm AT PAK 36], SS FLAK Bataljon [12 van 20 mm AA], de Pioniere Abteilung [2 compagnieën met brugmateriaal en stormboten] en twee batterijen van zware FLAK van I / FLAK 49 [8 stuks van 8,8 cm]. Ook opgenomen waren een peloton gepantserde auto's en gemotoriseerde infanterie van 3./SS.AA [SS Reconnaissance Battalion]. In totaal ongeveer 7.500 mannen. De vuurkracht van dit contingent was vrij indrukwekkend, vooral als men zich realiseert dat alle FLAK geweren ook geschikt waren voor effectief vuur op de grond.


Jan de Ridder, gemobiliseerd soldaat uit Achterbergh

Hij wordt op 16 mei 1940 tijdens een reis van Borssele naar Kapelle-Biezelinge getroffen door een granaat. Hij overlijdt ter plekke.
Als op 10 mei 1940 de oorlog uitbreekt wordt de bevolking van Achterberg geëvacueerd. Jan de Ridder is ver van huis. Hij vecht met de 2e compagnie van het 3e bataljon, 40e Regiment Infanterie in Zuid-Beveland. Vanwege zijn boerenachtergrond draagt Jan de zorg over de paarden van zijn compagnie. Op 15 mei 1940, na de capitulatie van de rest van de Nederlandse troepen, wordt de strijd in Zeeland voortgezet om de Duitse opmars te vertragen en Franse troepen de gelegenheid te geven te ontkomen.

Verhaal

Bericht van den Cadet-vaandrig der Bereden Artillerie C. KOLFF, Batterij Officier bij 2 11 17 R.A., Troepen in Zeeland.

Bij de aanvang der mobilisatie werd ik als Cadet-sergeant ingedeeld bij 1-3 111 Depot Bereden Artillerie, gelegerd in Den Haag. In Februari 1940 echter werden ook de Cadetten voor het Hollandse leger naar de K.M.A. teruggeroepen, ter voltooiing van hun studie. Bij een periode van ingetrokken verlof vertrokken wij opnieuw naar onze onderdelen. Daar de rekruten inmiddels te velde waren gegaan, waren wij overbodig en werd ik overgeplaatst naar 17 R.A., waarvan de Staf te Middelburg was gelegerd.

Verhaal

Oorlogsbelevenissen van A.C. Sijs

Dinsdag 14 mei; Onze stellingen werden na de middag om 18 uur beschoten door vijandelijke artillerie. Om 19uur teruggetrokken richting Walsoorden. De bevolking van Rilland- Bath zou geëvacueerd worden met gevorderde vissersboten uit Yerseke. Deze burgers waren vanwege de oorlogshandelingen een dag tevoren al vertrokken.Hierdoor kon de compagnie van Adriaan (±120 man) met deze vissersboten vertrekken naar Walsoorden. Onderweg zijn ze nog beschoten door Duitse artillerie vanuit Woensdrecht. ’s Nachts aangekomen in Walsoorden waren daar Franse soldaten vertrokken naar Hansweert

Verhaal

06 Kanaalstelling Zd Beveland 1940


De Fransen vechten fel langs het kanaal. Het kost hen veel slachtoffers. Op de erebegraafplaats van Kapelle-Biezelinge worden later 229 Fransen begraven. (ter vergelijking:de Nederlandse landmacht verloor in Zeeland maar 33 man). De Fransen kampen overigens met een bijna even krakkemikkige uitrusting als de Nederlanders. Dat blijkt uit het verhaal dat sergeant Dekker later hoort van een Franse militair met wie hij contact houdt. Terwijl de Fransen manmoedig proberen om de Duitsers tegen te houden bij het Kanaal en later bij de Sloedam, raakt Walcheren, dat steeds voller loopt met vluchtelingen, in de ban van de geruchten.
Bron: VPRO: Volg het spoor terug deel 5

 

Operaties van de Royal Navy en la Marine National
Teneinde de verdediging van de Zanddijkstelling en de stellingen van de Franse troepen, die zich aan de westzijde van het kanaal door Zuid-Beveland hadden ingegraven, te ondersteunen werden eenheden van de Franse marine ingezet. Zij zouden daarbij worden ondersteund door torpedobootjagers van de Royal Navy en een enkele eenheid van de Nederlandse marine. Dit was het resultaat van een bespreking tussen de Commandant Zeeland, Contre-Amiral Platon en Général Durand in de avond van 14 mei na de val van de Bathstelling. In de praktijk betekende dit dat de Franse torpedojager l’Incomprise en de Nederlandse adinterim kanonneerboot Hr.Ms. Hydra de opmarswegen naar de Zanddijkstelling onder vuur zouden nemen en dat de twee Britse torpedojagers de luchtverdediging voor hun rekening namen. 
Bron: WingstoVictory

 

TERUG NAAR DE HOOFDPAGINA MEI 1940