Capitulatie

Fransen op de vluchtZowel de terugtrekkende Franse troepen als de oprukkende Duitse eenheden gebruikten het Kanaal door Walcheren als flankbeveiliging bij hun terugtocht/opmars om Vlissingen te bereiken. Beiden hadden er geen belang bij om Middelburg bezet houden of in te nemen en dat is ook niet gebeurd. Na overleg met de Franse Contre Amiral Platon liet de waarnemend C.Z. omstreeks 18.00 uur de witte vlag in Middelburg uithangen ten teken te willen capituleren. Een deel van de Franse troepen kon via Vlissingen over de Westerschelde naar Breskens ontkomen met achterlating van grote hoeveelheden materieel. Er kwamen bij benadering 2000 Franse en 6000 Nederlandse soldaten in Duitse krijgsgevangenschap waarvan de laatsten merendeels gevluchte soldaten waren van de Peeldivisie. In de avond van 17 mei werden in Vlissingen de capitulatievoorwaarden tussen de waarnemend C.Z., Luitenant-Kolonel Karel en SS-Staf. Steiner besproken. Zeeuws Vlaanderen bleef daarvan uitgesloten.

Bron: Wikipedia

Omdat de generaal onvoldoende op een achterhoededekking van de Nederlandse troepen kon rekenen, sloot hij de ingang van de haven van Vlissingen met eigen troepen af. Gedurende de evacuatie van de Franse troepen naar Breskens speelden zich wilde taferelen af. De verscheping begon omstreeks 13.30 uur met alle beschikbare middelen, maar al gauw bleven de Nederlandse veerboten in Breskens liggen. De Franse oorlogsschepen bleven ïot 22.00 uur die avond doorvaren. De Franse mijnenveger "Mardyck" kwam onder vuur van een inderhaast opgesteld Duits kanon te liggen. Zwaar beschadigd werd dit schip als laatste de haven van Breskens binnengesleept, waar het korte tijd later zonk. Ook de veerboot "Koningin Emma" was, om zinken te voorkomen, in de haven aan de grond gezet nadat zij op 19 mei in aanvaring was gekomen met een Franse torpedojager. Om niet in handen van de Duitsers te vallen waren o.a. ook de "Prins Willem I", de "Prins Hendrik", de "Prinses Juliana" en de "Oosterschelde" na de Franse evacuaties tot zinken gebracht.

Bron: Inval en bezetting


The delegate of Van der Stad - Lieutenant-Colonel Karel - nevertheless considered the situation at 1700 hours such that capitulation had to be presented to the Germans. Not only did he hope that this would save the lives of many of his soldiers, but in alg CdK ZVL 1940particular that the dramatic bombardment of Middelburg would stop. At 1800 hours Lieutenant-Colonel Karel ordered all Dutch troops in Walcheren to lay down arms and show white flags as a sign of surrender.
At 1830 hours a radio transmission was broadcasted that the Dutch forces on Walcheren and Zuid-Beveland surrendered. Half an hour later Lieutenant-Colonel Karel himself went down the road east of Middelburg where German troops were heading southwards. He was transported to a hotel near Flushing, nearby the sluices. There he officially informed SS Standartenführer Steiner, commander of the SS Regiment, of the capitulation of the Dutch forces on Walcheren and Zuid-Beveland.  Noord-Beveland was officially not part of the armistice, but in the morning of the 18th a German officer was sent across under the banner of truth. He brought the local Dutch commander the news of the Dutch surrender elsewhere. Upon this news the Dutch forces - isolated from all the rest - laid down arms too.
The battle for Walcheren and Zuid-Beveland had ended. Remarkably it had taken the Germans almost four days to settle the struggle for the islands. Obviously the battle on the German side had been fought by only two reinforced battalions of the SS Regiment Deutschland. That modest German force had moved a force at least three times as large aside, with the loss of only 63 men KIA. The formations that had taken Tholen, St.Philipsland and Schouwen-Duivenland had lost nine men KIA.
The French losses on both the islands are unknown. A specific chapter has been written about the French losses, which amounted 229 men KIA, but some of those were killed in the West of Noord-Brabant.
The Dutch - who defended their own soil - lost a mere 38 men KIA, amongst whom 5 officers. Of these 38 men, 4 had been killed at Tholen and Schouwen-Duivenland and 5 fell victim to Fifth Column panic. In fact only 29 were during the entire eight days of battle. Of those in fact only 13 during the episode that the actual German ground operation against the island started.
Bron: War over Holland


Walsoorden 1940 franse pow

Franse krijgsgevangenen in Walsoorden

In de vroege ochtend van 18 mei 19.10 gaven de laatste Fransen zich bij Vlissingen over. Hun vertwijfelde pogingen om Walcheren te behouden, waren op niets uitgelopen. Onmiddellijk begonnen de Duitsers vervolgens schepen en troepen te verzamelen om daarmee onder de codenaam Unternehmen Vlissingen de Westerschelde over te steken en de Belgen vanuit het noorden aan te vallen. Voor dat doel werd o.a. een bataljon van de 227. Infanteriedivision (227.1.D.) naar Vlissingen  verplaatst. De  aanval was voorzien voor de 22e, maar werd op advies van de marinecommandant telkens uitgesteld, omdat de landingen op de West-Zeeuws-Vlaamse kust, naar zijn mening teveel verliezen zouden . Toen het de 256.1.D. was gelukt om op 23 mei, iets ten zuiden van Zelzate, het kanaal van Gent naar Terneuzen over te steken, werden de landingen vanaf Walcheren minder noodzakelijk geacht. Om die reden ging de geplande beschieting vanuit Vlissingen op Breskens door het Artilleriekommando 22 (Arko.22) niet door en werden de landingsvoorbereidingen uiteindelijk op 25 mei gestopt.

Bron: Inval en bezetting


De Commandant in Zeeland, schout-bij-nacht Van der Stad, die na de capitulatie van generaal Winkelman inmiddels opperbevelhebber van Land- en Zeemacht was geworden, had zich overigens reeds naar Zeeuws-Vlaanderen begeven, dit op uitdrukkelijk verzoek van de Nederlandse regering in Londen, die wenste te voorkomen dat Van der Stad door de Duitsers gevangen zou worden genomen. Eveneens aanwezig in Zeeuws-Vlaanderen was prins Bernhard, die zich te Oostburg op 17 mei over de militaire situatie liet inlichten door de commandant van het IIe bataljon van 40 RI, majoor H.P. de Heer. Deze gaf de prins het advies Zeeuws-Vlaanderen maar te verlaten. "De mij toegevoegde troepen hadden geen gevechtswaarde meer, het moreel van de nog aanwezige kleine onderdeelen van II-40 en II-38 R.I. ging achteruit, terwijl de Franschen wantrouwend tegenover ons stonden."Van het plan van Van der Stad de Nederlandse troepen een rol in de verdediging van Zeeuws-Vlaanderen te laten spelen kwam niets terecht. (….) Schout-bij-nacht Van der Stad gaf majoor De Heer hierop bevel zich met zijn troepen te verplaatsen naar Oostende. Op 19 mei om 21.00 uur verliet majoor De Heer als laatste nog in functie zijnde Nederlandse militair het grondgebied van de provincie Zeeland.
Bron: Mei 1940 (4e druk-2012)


Wanneer er op Walcheren capitulatie dreigt, vertrekt de commissaris van de Koningin, Jhr. Mr. I.W. Quarles van Ufford, op 14 mei naar Oostburg om vandaar zijn ambt uit te voeren. Hij licht zijn ambtenaren hierover niet in, hetgeen hem later kwalijk wordt genomen. In het gemeentehuis van Oostburg wordt een tijdelijk Provinciaal Bestuur ingericht, in het laatste stukje vrij Nederland. Op 30 mei keert hij weer terug in Middelburg en wordt vervolgens in september 1940 uit zijn functie ontheven door rijkscommissaris Seyss-lnquart en vervangen door Mr. P. Dieleman. 


Ook Zeeuws-Vlaanderen zou door de Duitse troepen bezet worden. In de avond van de 17e mei verlegde het XXVI. Armeekorps het zwaartepunt van zij activiteiten van Walcheren naar Antwerpen. Na  het bezetten van deze stad begon de opmars in de richting van het Kanaal van Gent naar Terneuzen, waarbij  het IX. Armeekorps ook Zeeuws-Vlaanderen binnenviel. Op 22 mei werd het oostelijk deel van Zeeuws-Vlaanderen door de 227. Infanteriedivision bezet. Verdedigende posities in westelijk Zeeuws-Vlaanderen werden nu ingenomen door de 1e en 2e Belgische Cavalerie Divisie. In de nacht van 23 op 24 mei trokken deze zich echter terug achter het Leopoldkanaal. Op 27 mei trokken Duitse eenheden ook westelijk Zeeuws-Vlaanderen binnen, het laatste stukje nog niet bezet Nederland. De strijd op Nederlands grondgebied was voorlopig gestreden.
Slachtoffers: In Zeeland sneuvelden 38 Nederlandse militairen, 5 officieren, 7 onderofficieren en 26 minderen. Typerend voor de gebeurtenissen in Zeeland is de vaststelling dat een veel groter aantal Fransen in de strijd omkwam: op de erebegraafplaats te Kapelle liggen 229 officieren en manschappen begraven. Over het totaal aantal gesneuvelde Duitse soldaten zijn geen exacte gegevens bekend. Aangenomen mag worden dat bij de verovering van Zeeland zo'n 80 à 90 Duitsers het leven lieten.
Bron: Mei 1940

Oostburg wordt op 30 mei 1940 door de Duitsers bezet en dan is geheel Zeeland in vreemde handen.

 

TERUG NAAR DE HOOFDPAGINA MEI 1940