1940: Franse ondersteuning

Hulp toegezegd

De opbouw van een groot aantal Duitse divisies aan de Belgische en Nederlandse grens in 1939 was voor de Franse inlichtingendienst een van de aanwijzingen dat beide neutrale landen zouden worden aangevallen. De Fransen besloten in dat geval beide landen te hulp te komen. Er waren hier ook zakelijke redenen voor. Ten eerste zou de aanvalsroute via deze landen warden geblokkeerd en bleef de strijd buiten het eigen grondgebied. Ten tweede: de frontlijn werd verkort en de geallieerde sterkte vermeerderde met circa tien Nederlandse en 22 Belgische divisies.
Het 7e Leger van generaal Giraud werd  voor de interventie aangewezen. De zeven divisies hiervan lagen aan de Frans-Belgische grens ten oosten van Duinkerken. Deze bereidden zich voor op de volgende opdrachten in Nederland: direct na een Duitse aanval moesten Franse troepen in Noord-Brabant achter de Peeldivisie een verdediging inrichten, die doorliep naar het Albertkanaal. Met dat laatste werd een gat gedicht, dat de flank van de Peeldivisie bedreigde. Tevens werd de haven van Antwerpen beveiligd en de weg naar de Vesting Holland open gehouden. Ook moest Zeeland bezet worden om de vaarweg naar Antwerpen te beveiligen.
Bron: De Spuije 2008

 

Ook in Zeeland werd een aantal Franse troepen aan land gezet. Dit waren de 60ième Division d'Infanterie van Général de brigade Marcel Deslaurens en de 68ième Division d'Infanterie van Général de brigade Beaufrère. Deze laatste divisie stond echter onder het bevel van de Commandant et chef des forces maritimes du Nord, Amiral Jean-Charles Abrial. Op Walcheren werd hiervan vooral het 224ième Régiment d'Infanterie van Général de brigade Durand geplaatst. Deze laatste arriveerde op 11 mei bij Van der Stad en beide heren hadden al gelijk onenigheid over de te voeren verdediging. De Fransen hadden geen enkel vertrouwen in de door de Nederlanders opgeworpen stellingen. Durand ging uit van een Duitse aanval over water vanuit Tholen en hij posteerde daarom dan ook zijn troepen langs de noordkust van Zuid-Beveland en tussen de steden Middelburg en Vlissingen. Om toch wat eenheid te krijgen, werden de Nederlandse troepen onder zijn leiding geplaatst en werd de gehele 68ième Division d'Infanterie geplaatst onder het 1ière Corps d'Armée.

De twee Franse divisies werden voor driekwart deel gevormd door reservisten, voornamelijk ouder dan 30 jaar. Er waren nauwelijks beroepsofficieren bij en slechts een klein gedeelte had oorlogservaring. De troepenmacht was dus kwalitatief niet erg sterk. Bovendien was de militaire uitrusting van de Fransen niet erg goed en hadden ze alleen maar verouderd materiaal tot hun beschikking. Ze waren op hun taak in Zeeland niet goed voorbereid. De Fransen beschikten over weinig inlichtingen over de verdediging, het Duitse leger, de omgeving en dergelijke.

 

ontschepein Fransen Vlissingen 2

Ontscheping van Franse troepen in Vlissingen

ontschepein Fransen Vlissingen ontschepein Fransen Vlissingen 3

"Op Zuid-Beveland heerste een verwarde situatie. De plaatselijke bevolking ontving ons zeer goed. Ik herinner mij dat er kinderen op ons toe kwamen gelopen en ons 'Bonjour monsieur' toeriepen. Er werd ons voedsel aangeboden en dat was maar goed ook, want onze eigen voorraden waren bijna uitgeput en van ravitailleríng van over de Schelde zou voorlopig wel níets terechtkomen.
We begaven ons op weg naar het Kanaal (door Zuid-Beveland). Het werd een moeilijke tocht in onbekend gebied. Kaarten van het gebied bezaten we niet, enkel een oude Michelinkaart, geschikt voor toerisme, maar niet voor milítaire operaties. De verbindingen met de andere eenheden waren zeer slecht. We waren niet geïnformeerd over de situatie, hoever de Duitsers al waren. We wisten niet eens hoe het uniform van een Nederlandse soldaat eruit zag. Toen we uiteindelijk Nederlandse soldaten tegenkwamen, wisten we eerst niet of het vriend of vijand was. Onderweg kwamen we meerdere malen wanordelijk terugtrekkende soldaten en vluchtende burgers tegen. Hulp van het Nederlandse leger kregen we niet. We wisten toen ook niets af van het bombardement op Rotterdam en van de capitulatie van Nederland. Dit alles werkte zeer demoraliserend."

aanvoer franse militairen 1940
Aanvoer Franse troepen
Fransen op de vlucht
Fransen op de vlucht
franse pows kanaalZBL 2
Franse krijgsgevangenen bij Kanaal Z-Beveland

Op 15 mei werd door de komst van de Franse versterkingen en het matig functioneren van Général Durand een nieuwe bevelsverhouding noodzakelijk. Général Maurice Beaufrère was ontevreden over de maatregelen van de verdediging van Général Adrien Durand op Zuid-Beveland en verving hem door Général Marcel Deslaurens. Op l5 mei kreeg Général Marcel Deslaurens het bevel over alle landstrijdkrachten op Zuid-Beveland en Walcheren. Zijn twee ondergeschikte commandanten Col. Guihard en Général Durand commandeerden de troepen op respectievelijk Zuid-Beveland en op Walcheren. Op dezelfde dag kreeg Contre-Amiral Charles Platon het bevel over de zee- en luchtstrijdkrachten en was daarmee o.m. verantwoordelijk voor de organisatie van zeetransporten. Général Beaufrère kreeg het bevel over de Franse troepen in Zeeuws-Vlaanderen.
Luit.-Kol. J.H.W. Bruins had liever de Franse troepen opgesteld bij de Zanddijkstelling om de stelling te versterken, maar hij kon het Franse commando niet bewegen de plannen te wijzigen. De Franse troepen bleven achter het Kanaal door Zuid-Beveland gestationeerd. De organisatie van de verdediging verliep verre van soepel. Op bevel van de Fransen was namelijk artilleriegeschut verplaatst en bovendien waren versterkingen onmogelijk, omdat Franse troepen de spoorlijn hadden geblokkeerd.


Meer over de geallieerde - vooral Franse - strategie leest u hier.


16 mei 1940 Franse troepen paraat aan de Sloedam

Het Commando Zeeland en de Franse commandanten waren niet erg hoopvol gestemd. Dat blijkt uit het feit, dat in de namiddag van 16 mei sprake was van voortdurend terugtrekken van de Nederlandse en Franse troepen. De Duitsers hadden met betrekkelijk weinig moeite de Bathlinie en de Zanddijkstelling aangevallen en gepasseerd. Ze waren nu op weg naar de Sloedam. De laatste linie voor Walcheren kon elk moment door hen worden bereikt. Général Marcel Deslaurens had inmiddels op 15 mei 1940 het opperbevel gekregen over de Franse troepen op Zuid-Beveland en op Walcheren. Op 16 mei bezocht hij vanuit Zeeuws-Vlaanderen Goes om zich van de situatie op de hoogte te stellen. Na zijn bezoek keerde hij weer terug naar Zeeuws-Vlaanderen om nog dezelfde dag vanuit Axel voor de overtocht naar Breskens door te reizen naar Vlissingen. Dit betekende dat op 16 mei de feitelijke bevelsovername plaatsvond. Op het hoofdkwartier van het Commando Zeeland werden de plannen voor de verdediging van Zuid-Beveland en Walcheren besproken. Général Deslaurens voelde maar weinig voor de plannen van Durand om een tegenaanval op Zuid-Beveland uit te voeren. Hij hechtte veel meer waarde aan een hechte verdediging van Walcheren en dan met name bij de Sloedam. Omdat Deslaurens belast werd met deze verdediging ging hij bij de Sloedam kijken. Hij werd vergezeld door Capt. Maurice Bichon van de staf van de 60èrne D.I.
Op die dag inspecteerde Kapt. van de Generale Staf J.F. van Kervel als Chef-staf Landmacht van het Comrnando Zeeland de Franse stellingen aan de Sloedam. Dit valt te lezen in zijn 'Verslag van de krijgsverrichtingen in het Commando Zeeland van 10 mei tot 2juni 1940': "lk arriveerde aldaar 's avonds te ca. 18.00 uur en de Duitse stoottroepen werden uiterlijk ín de daarop volgende vroege morgen voor de Sloedam verwacht. De Franse onderdelen waren opgesteld achter de oorspronkelijke zeedijk en een daarachter gelegen slaperdijk. Beide dijken waren volkomen open. Ook daar was geen sprake van een zich ernstig ter verdediging voorbereiden. Hier en daar waren kleine schuttersputjes gemaakt voor knielende schutters en stonden manschappen en fficieren een gezellig praatje met elkaar te maken. Midden op de weg was zonder enige vuurdekking een stuk pantserafweergeschut opgesteld. De kunstweg zelf was geheel ter vemieling voorbereid, waarbij een Nederlands onderofficier van de genie de behulpzame hand bood. Er was geen enkele poging aangewend om het acces over de spoorbaan behoorlijk af te sluiten. Ik heb de aldaar aanwezige Franse troepencommandanten er attent op gemaakt."
 

Bij de Sloedam waren door de Fransen eigenlijk twee verdedigingslinies opgesteld. De eerste was een vooruitgeschoven stelling op het oostelijk eind van de Sloedam in Zuid-Beveland om een goede aftocht van de troepen op Walcheren te realiseren. De tweede was de belangrijkste en bevond zich op het westelijk eind van de Sloedam op Walcheren en was in tegenstelling tot de Bath- en Zanddijkstelling niet ingericht als een geplande en aangelegde verdedigingsstelling. De Fransen hadden hier in slechts enkele dagen een verdediging ingericht zonder dat bunkers, prikkeldraad-versperringen en dergelijke aanwezig waren. Wel hadden ze de spoorbaan opgebla-zen, artilleriestellingen ingericht, schuttersputjes gegraven en infanteristen ge-plaatst bij de toegangsweg en langs de zeedijk in noordelijke en zuidelijke richting.
Nadat de laatste terugtrekkende Franse en Nederlandse troepen de Sloedam waren gepasseerd, vormde een klein verdedigingspunt aan de oostzijde op Zuid-Beveland de enige hindernis om op de Sloedam te komen. In de vooruitgeschoven Franse stel-ling waren eenheden van het 271ème R.I. opgesteld.
Uit een verslag van Col. Louis E. Vesque, commandant van het 271ème R.I.: "De divisiegeneraal (Deslaurens) heeft orders gegeven om tegenstand te blijven bieden en de in gang zijnde inschepingen te beschermen. Op het eiland (Walcheren) zijn twee intacte bataljons van het 224ème Régiment d'Infanterie en de ontsnapten van het 271ème Régiment d'lnfanterie. Zij werden, al naar gelang hun aankomst op de dam die Walcheren met Zuid-Beveland verbindt, gehergroepeerd en in toom gehouden onder de energieke leiding van Capitaine Gouache, adjudant van het 3e Bataljon, die sinds 13 mei onafgebroken op de barricaden stond.
Op de dam (Sloedam) die de twee eilanden verbindt, plaatste de regimentscomman-dant, bijgestaan door Capitaine Day en Lieutenant Truchot, motorrijders en enkele manschappen, hiermee een 'kurk' vormende die tot aan de nacht op haar plaats bleef en de opmars stopte van Duitse, met mitrailleurs bewapende pantserwagens en pelotons motorrijders, die daardoor rechtsomkeert moesten maken zonder door te stoten op het eiland."

Bron: Slagveld Sloedam



De Sloedam
Deze dam was destijds de enige verbinding door het slikkengebied tussen Zuid-Beveland en Walcheren en een makkelijk te verdedigen terreindeel. Daarvoor hadden de Fransen drie infanteriebataljons en twee artillerieafdelingen aan de oostzijde van Walcheren samengetrokken en werd de komende strijd een Franse aangelegenheid. Met de gevechten bij de Sloedam onder commando van Général de Brigade Marcel Deslaurens (1883-1940) kwam de oorlog ook over Walcheren. In de vroege ochtend van 17 mei vielen Duitse SS-eenheden van SS-Standartenführer Felix Steiner (1896-1966) aan in een poging de Sloedam in handen te krijgen en door te stoten naar Vlissingen.  De gehele dag waren de oorlogsgeluiden te horen en de nog aanwezige Middelburgers doken weg in hun kelders.
Intussen had Général de Brigade Deslaurens opdracht gekregen om zich gedurende de nacht van 17/18 mei via Vlissingen regulier terug te trekken. Daarvoor werden de nodige plannen uitgewerkt en bevelen uitgegeven.  De terugtocht bij nacht zou in het bijzonder worden gedekt door een batterij zwaar zeegeschut van de marine dat bij Breskens stond opgesteld. Ter voorbereiding van die actie gaf de batterijcommandant, Lieutenant de Vaisseau Henri Jabet (1908-1940), op 17 mei, om 10.20 uur, opdracht om op drie plaatsen op Walcheren in te schieten met telkens 4 schoten.  Er werd ter beveiliging van de linkerflank onder anderen ingeschoten op de Stationsbrug; toen de enige oversteekplaats over het kanaal bij Middelburg. Maar omdat de brug in “eigen gebied” lag, werd aan de andere zijde van het kanaal een doel in Middelburg gekozen als baken. Om 10.30 uur viel de eerste granaat in de Lange Delft zonder daar noemenswaardige schade aan te richten.
Ondertussen verliep de strijd aan de Sloedam anders dan voorzien. Om het verzet bij de Sloedam te breken, werd aan Duitse zijde een eskader bommenwerpers ingezet die middels grond- en luchtwaarneming gefaseerd de Franse verdediging en de artillerieopstellingen bombardeerden.  Tegelijkertijd beschoten de drie beschikbare artillerieafdelingen de Franse opstellingen aan de oostkant van Walcheren. Het gevolg was dat omstreeks 15.30 uur het bevel werd gegeven tot de terugtocht toen duidelijk werd dat veel verdedigers waren gevlucht.  Kort daarop kwam een nieuwe Duitse aanval op gang en konden de geruimde Franse stellingen zonder verzet doorschreden worden. De Franse terugtocht naar Vlissingen verliep intussen in grote wanorde.  Daarbij bleek de marinebatterij bij Breskens, door gebrek aan communicatiemiddelen, niet in staat de gevraagde artilleriesteun te verlenen om de terugtocht te dekken.  Het gevolg was dat Middelburg als oversteekplaats over het kanaal, ter bescherming van de linkerflank, enkele keren willekeurig door het Franse geschut vanaf Breskens werd beschoten.  Door gebrek aan brisantgranaten werden daarvoor granaten tegen zeedoelen gebruikt. Dat type veroorzaakte bij een treffer geen verwoestende schokgolf, maar extreem veel hitte in voorwaartse richting zodat het centrum op tientallen plaatsen was gaan branden. Volgens een latere inventarisatie door de brandweercommandant zijn er 30-40 granaten in de binnenstad gevallen.
Bron: Ton Goossens in: Nehalennia, maart 2015.


 france 1940 kaart b

De bombardementen hadden hun uitwerking op de Franse en Nederlandse troepen. De volgende aanval van het IIIe Bataillon om 12.00 uur had dan ook het succes dat men verwachtte. De Sloedam werd nu snel veroverd en nadat in Arnemuiden nog enkele straatgevechten plaatsvonden konden de Duitse troepen nagenoeg ongehinderd verder trekken. Vlissingen werd om 20.00 uur bereikt. De Nederlandse troepen boden geen enkel verzet meer, men was totaal moegestreden. De Franse aftocht via de Westerschelde naar Breskens moest dan ook door de Fransen zelf gedekt worden. Tijdens de Franse terugtocht en de Duitse opmars, werd het nodige dekkingsvuur afgegeven door Franse Artillerie opgesteld rond Breskens. Ook de lichtere artillerie van 89 Regiment d'Artillerie en 351 Regiment d'Artillerie nam deel aan de beschieting van Hansweert, de Sloedam en omgeving. Tot slot nam ook de Franse Marine deel aan de beschietingen. De Duitse artillerie beantwoordde dit met haar geschut. Bij deze artillerieduellen is  ook de Middelburgse binnenstad geraakt waardoor diverse branden uitbraken. Na het blussen bleken 573 woonhuizen en bedrijfspanden en 18 openbare gebouwen vernield. Bij de ramp zijn een twintigtal burgers omgekomen. Général de Brigade Marcel Deslaurens, nam in deze achterhoedegevechten persoonlijk de leiding. Mede door zijn inspirerend optreden konden de meeste Franse troepen nog naar Zeeuws-Vlaanderen vluchten. Deslaurens zelf sneuvelde hierbij. Om 23.00 uur moesten de laatste eenheden in Vlissingen capituleren.
Bron: Go2War2.nl


neergstort Frans vliegtuig Vlissingen
Vlissingen: neergestort Frans vliegtuid
Walsoorden 1940 franse pow
Walsoorden: Franse krijgsgevangenen
Axel pow 280540 bietentrein
Axel: Franse krijgsgevangenen vervoerd per bietentrein

General Deslaurens had not been taken prisoner by the Germans though. The General had been wounded but was still leading his last few loyal soldiers. Eventually he was witnessed by a Dutch doctor at around 2200 hours. This doctor was trying to make it to the last ship with his wife. General Deslaurens again showed his noble character when - looking at the doctor's wife - he uttered "Mais qu'est ce que vous faites ici, ma petite?" [But what do you do here, my love?] and pointed her a safe place to take shelter. The doctor later stated that the General had died at 2215 hours, apparently of a head-shot. The General had indeed been "the last man standing", and died a hero. Mort pour la Patrie ...
General Deslaurens was the only General who died on Dutch soil during the May War. This General had shown a great deal of determination, notwithstanding that his troops were often unable to materialize on the Generals expectations.Deslaurens had time and again shown his face in the frontline, acting more like a German commander than a French one. He was - and is - regarded a genuine hero. Still - during the yearly remembrance ceremonies - he is remembered as the one symbol of bravery in Zeeland. The Zeeland population still expresses its respect and gratefulness for his offer - and that of 228 of his fellow French soldiers - on a yearly basis.
Bron: War over Holland

   monument deslaurens Generaal Deslaurens

 

TERUG NAAR DE HOOFDPAGINA MEI 1940