Dijkgat Vlissingen-Nolledijk

Nollegat eb 0945Nolledijk na bombardementOp 3 oktober ontstond door een hevig bombardement een opening in de zeedijk bij Westkapelle waarlangs het zeewater zich een weg naar binnen baande. Zodoende spoelde de hindernissen en mijnen langs de Westkapellse zeedijk weg. Bovendien onstonden aan weerszijde van de bres in korte tijd nieuwe zandstroken die geschikt waren als landingsplaats voor boten. Het resultaat van dit bombardent was onvoldoende om de Duitse verdediging te breken. Daarom werden op 7 oktober de dijken bij Fort de Nolle in Vlissingen, bij Ritthem tussen Fort Zoutman en Fort Rammekens gebombardeerd. Nog steeds verliepen de inundaties niet in het gewenste tempo. Vandaar dat op 17 oktober de dijk tussen Vrouwenpolder en Veere werd gebombardeerd en een week later de schutsluizen bij Vlissingen, zodat ook daar het zeewater vrijlijk naar binnen kon stromen.
Na de bevrijding duurt het vele weken voordat baggermolens, zandzuigers en ander materieel naar Walcheren vervoerd kan worden. Onderdelen die – letterlijk – ondergedoken zijn in de kreken van de Biesbosch worden opgevist en gemonteerd. De vaarwegen naar Zeeland worden mijnenvrij gemaakt. Er trekt een waterstroom over Walcheren van Nolle en Westkapelle naar Veere. Het is dus zaak om de gaten aan de westzijde als eerste te dichten. Door het Waterloopkundig Laboratorium is een schaalmodel van Walcheren op 1:500 nagebouwd. Dit om gegevens te verzamelen over de eb- en vloedstanden en de effecten daarvan op dijkherstel.  

Bron: Atlantikwallplatform 

 

TIJDLIJN 1945

Begin April wordt begonnen met het leggen van de 2500 meter lange pijpleiding langs de Boulevard. Ook het werk nabij het dijkgat wordt aangepakt, het terrein is ten deele ontmijnd, rijshout wordt aangevoerd, de eerst aankomende rijswerkers gaan wiepen maken en half Maart wordt met de bezinking van de toekomstige sluitgeul begonnen. Elke week worden meer arbeiders te werk gesteld en op den 5en Mei arriveert de eerste kleikraan, de H.A.M. 904.

Gestadig naderen beide dijkgedeelten elkaar. Dit groeiproces mag men zich niet voorstellen als een rustige en gelijkmatige voortschrijding. Het is een kwestie van vallen en opstaan, een geschiedenis vol ,,mislukkingen", met veel tegenslagen en weinig meevallers. Half Juli is de opening tussen beide koppen nog 160 meter breed; den 27en JuIi gooit een klein zomerstormpje roet in het eten en 's avonds is er weer 20 meter van den dijk weggespoeld.

10 Augustus is men met hard werken zoo ver gevorderd, dat de breedte van het gat weer is teruggebracht tot 150 meter, maar weer sleurt een hoog oploopende vloed 40 meter dijk mee, Hier moet zwaar geschut worden ingezet. Een groote M.U.Z.-kraan komt te hulp. Elke hap van den grijper werpt 2m klei in den dijk en elke minuut zwaait de machtige kraanarm rond en werpt zoo'n klodder klei op de kade. 15 Augstus: Weer stormt het - de magazijnmeester in Middelburg begrijpt dien dag niet wat men met zijn staaldraden doet, ,,Ze vreten ze op, geloof ik". Maar ze knappen, alsof het papiertouw is. 

Hij zwaaide zijn kraanarm uit, tot de grijper met open bek recht boven de bak hing. Hij liet de kleine rem vieren: de grijper viel met een smak omlaag in de grijze klei. Hij trok aan de grote rem: de kaken gingen smeuig naar elkaar toe. Hij trok aan de kleine rem: het kamwiel in het kraanhuis  vloog ratelend achteruit, en de volle grijper rees uit de bak omhoog. Tegelijk liet hij ziin kraanhuis draaien: de zwarte grijper zweefde boven de vloed, met druipende kleislierten aan zijn bek, en kwam tot stilstand boven de vernielde dijkskop. Maarten's vingers grepen de grote rem: de grijper spalkte zijn kaken opcn. Met een vette plof klotsten de blokken klei in het spattende vloedwater. De eerste zwaai van de honderdduizenden, die Maarten met Kraan 7 doen zou had precies vijftig seconden geduurd. Het was twee minuten over zeven op de morgen van de 15e Augustus, en de slag om het Nollegat was begonnen.
Twee slordige hopen steen, met een watergeul van twintig meter ertussen: dat was alles, wat de storm van 10 Augustus had overgelaten van veertig meter nieuwe dijk, het werk van een maand. Tienmaal legde de grijper met een majestueuze plof zijn kliederige klodder neer, midden in de geul. De groene vloedstroom verkleurde tot grijs: de klei rees glimmend boven water. Weer kwam de grijper aanzweven, en het grauwe slik slodderde eruit. Nog drie grijpen vol en midden in het vloedwater begon een eilandje te groeien. Weer zweefde de grijper op hen toe. Hij werd groter en groter, zo snel, dat ze zich al bukten, toen hij nog tien meter ver weg was. Hii zweefde stil en statig; het enige geluid, dat ze hoorden was het ploef!ploef!ploef! van dunne slierten klei, die tussen de kaken doorkwijlden. Maarten kende zijn vak: hij remde de grijper precies tegen de plek op, waar hij wezen moest. Geen gescharrel van voor- en achteruit, maar de brede kaken open met een ruk, en dan blaf! ploem! de blubberende waterfontein. Met een vette zucht vlijden de blokken zich tegen de flank van de blauwe kleiberg. De vloed werd hoger, maar de berg bleef glimmend liggen, als een lui dier, dat te vet is om zich te bewegen. Om twaalf uur was de geul half gedempt, en op de eerste hoop stenen lag een uitpuilende pudding klei. " 't Gaat goed! Laat ze maar opkomen met hun caissons! Vóór ze de kans krijgen gooi ik hem dicht!"

Uit: Het verjaagde water

En op 18 Augustus wordt de eerste beetle op de bestorting van het sluitgat neergezet, aansluitend tegen den westelijken dijkskop. En daarna steeds meer. Aan den Vlissingsen kant werkt de kraan nog verder en bouwt de dijk nog meer vooruit. Het ligt in de bedoeling om in den dood-tij periode van 14-22 Augustus tot sluiting over te gaan. Eerst worden aan de Vlissingsche zijde nog drie beetles gezonken en de nu nog overblijvende opening zal op 22 Augustus met een stel van vijf gekoppelde beetles in één klap worden gesloten.

De dood-tij periode is ter einde, bet giertij breekt aan; de energieke poging is op een mislukking uitgeloopen. In de nu komende week kunnen geen vorderingen worden gemaakt. Integendeel: 27 Augustus is de opening weer 160 meter breed. De dijkskop aan de Vlissingsche zijde is weer achteruit geslagen.

dijkherstel

Werkzaamheden aan de dijkdoorbraak bij Vlissingen-Nolledijk

 

 

 

 Nollegat dijkherstel3 1945

Nollegat dijkherstel8 1945

"Hoor je het dan niet stormen? De Nollediik is aan 't inzakken. Kunnen jullie varen?" Het werd middag eer de kraan kon draaien; en met de schemering, over de eb, smeet Maarten een halve bak klei in de verzakking, bovenop een laag platgeslagen zandzakken. 's Nachts met de vloed donderden de golven over dek heen, en hij had de handen vol om zijn electrisch licht te beveiligen tegen kortsluiting, Op de plek waar hij klei had gesmeten zag hij vaag een zwart gat; je kon niet zien of de zee er doorheen was of niet. Maar 's morgens, met eb, zagen ze de verzakking: een hap uit de dijk van twee en een halve meter hoog. Ze vlogen er met de kraan op af. De ene kleipudding na de andere kletste omlaag. Zolang het eb was, kon hij nog zo zo werken; het zicht was slecht door de sliertende regen, en precies goed mikken was onmogelijk, vanwege het wiebelen van de kraan. Maar met de middagvloed liep het mis. Hij draaide tot hij misselijk was in zijn maag. De dijk bleef uitzakken, tergend langzaam.  Soms viel de klei goed, meestal ernaast. Probeer nou maar eens een naald door een draad te steken, als je in een stoomcaroussel zit. En 't gaf àllemaal niks. Elke aanrollende golf rukte de rommelende stenen tussen het rijsbeslag uit, en smeet ze de lucht in. De teruggaande golf zoog ze mee, en dan donderden ze neer op de krakende palen. Af en toe smeet Maarten nog een grijper vol klei, in een dronken zwaai; maar de golven bleven doorrollen, elke seconde een, en elke volgende golf hoger dan de vorige.

Uit: Het verjaagde water

Zaterdag 1 September wordt een schip van 33 meter lengte, een z.g. Kempenaar, met afgesneden neus (U weet wel : "Wir fahren gegen England!") eveneens in lengterichting ingevaren. Met dynamiet worden gaten uit den bodem gesprongen en als de rookwolk van de ontploffing opgetrokken is, komt de groote kleikraaan erbij en gaat het spel opnieuw beginnen. Klei er in, er op, er achter, er voor,: er naast. Mannen zwoegen met zandzakken om verbinding te maken met het stuk van den vorigen dag. Als de eb gaat loopen (het "blokkeeren" 'geschiedt tijdens de kentering) blijft het schip zitten en weer is de kade 33 meter gevorderd. Er is nu nog een openlng van 9 meter te dichten. 

Zondagmlddag 2 september wordt het gaatje aan de Vlissingsche kant gedicht (ook dit moet tijdens de kentering gebeuren) en dan tenslotte, 's nachts om 8 minuten over twee, valt de laatste hap klei in het gat aan den Koudekerkschen kant van de laatste beetle en ,de wateren staan stil",.....

Maandag 24 September loopt de vloed hoog op; het is springtij - het water slaat plaatselijk over de kruin, maar tijdens de eb kan de schade weer worden hersteld. Maar de zee laat haar prooi niet los. Dinsdag 25 September slaan de golven opnieuw ' met kracht over de kruin en spoelen op de zwakke plek het zand aan de binnenzijde weg. De kade bezwijkt en als het water weer afloopt is er een gat van 16 meter breedte geslagen, aan den Koudekerkschen kant liggen de beetles weer bloot ; er wordt gepeild: 2 meter-beneden N.A.P. Het is een troosteloos beeld; leder is er kapot van. Er is te vroeg gejuicht! Het kon wel eens een groot fiasco worden, -niet alleen met den Nolledijk maar met geheel Walcheren. Want de drie gaten aan de westzijde van bet kanaal vormen één probleem. Zonder een gesloten Nolledilk geen herrijzend Walcheren. 's Woensdaqs komt ook de achtersteven van de Kempenaar bloot; het gat wordt steeds breeder en dieper. Vrijdag 28 September is het 35 meter breed en 7 meter diep.

29 September: In den buitenhaven wordt een groote drijvende betonnen bak, een zoogenaamde intermediateponton (36 m X 17 m X 3,6O m) gereed gemaakt en geladen met torpedonetten (een moffenerfenis, waarvan gelukkigerwijze groote hoeveelheden beschikbaar zijn), naar het gat gesleept en daar, ook weer met explosiën, vóór het gat aan den grond gezet. Het water brult erlangs, maar vooral er onderdoor. De kleikraan werpt de torpedonetten rondom de ponton, steen er tussen, klei er voor en des nachts worden tijdens de kentering nog drie beetles achter de ponton tot zinken gebracht. 

,,De Maandag wordt kritiek. De klei komt niet verder, want de felle stroom sleurt de zware kluiten weg. De uitvoerder laat de kostbare kraan zoover mogelijk voor de schuin liggende caissons varen ondanks het risico, dat de bolders op de caissons de kraanbodem open zullen scheuren. En nu maar netten, steeds meer netten in het gat. Geef ze van achteren!
Om half acht 's avonds moeten er nog 15 meter worden overwonnen. Om 11 uur nog 10 meter, om 12 uur nog 8 meter. De vloed raast naar binnen! Netten, meer netten. En nu klei er overheen bij het kenteren van het tij, vlugger, nog vlugger......  Wij zijn er. Het water staat verbaasd stil, een altijd preciese opzichter kijkt met roode oogen op zijn horloge: het is 2 uur 50 minuten. Dinsdagmorgen 2 October en Walcheren is gered."
Uit: een Radioreportage van Den Doolaard

Bron Tijdlijn: Zeeland in bewogen jaren

'Wanneer de grijper [van de kraan] met een ruk de lucht in ging, dan leek het alsof een reus een vrouw bij haar lange haren omhoog trok, knarsetandend van woede. Rukkend en grommend met graaiende haaienbek, deed de kraan zijn wilde werk, waar hij op neerkeek met het rode cyclopenoog van zijn gloeiende ketel.' Aldus kon Den Doolaard op 9 oktober 1945 voor 'Herrijzend Nederland' voor de tweede maal de sluiting van het Nollegat beschrijven, want de caisson had het water in voldoende mate tegengehouden en de torpedonetten hadden zand en klei vastgehouden. Alle aandacht moest nu worden gegeven aan het verder verstevigen van de dijk. Medio november kon begonnen worden met het opspuiten van een strand voor de nieuwe dijk, die de herfst- en winterstormen zou doorstaan. Het eerste deel van het karwei was voltooid.

 

Terug hoofdpagina2