Dijkgat Rammekens

Dijkgat Rammekens071044Vlak na de bevrijding, op een wilde Novemberdag, klommen twee mannetjes boven op de fortbult. Ze staarden naar de vijf bressen; en toen ze elkaar aankeken, dorsten ze niet dadelijk te zeggen, wat ze dachten. Vijf dijkbressen, duizenden landmijnen; een grootse verlatenheid van water en wolken. Maar ook deze dijk moest dicht. In Januari '45 trokken twee opzichters in het eenzame fort. Ze begonnen met peilen en waterpassen, weken lang. Een roeiboot met twee roeiers, op maanlichte nachten en stormachtige dagen; altijd verlatenheid, altijd modder, altijd wind. Tien maanden later huisden zevenhonderd dijkwerkers in een groot kamp van prachtige Zwitserse barakken.

De reizigers, die in de herfst van 1945 's avonds laat Middelburg uitreden, zagen in het zuiden een lang snoer lichten aan het eind van een grote duisternis. Daar moest dus een dorp liggen, maar de kaart wees in die richting niets dan kaal polderland. Bij dag werd het raadsel duidelijk. Dan zag je vanaf de Kanaaldijk een klotsend overstromingsgebied, en in de verte donkere streepjes, die schuin uit de horizon groeiden: de hoge armen van drijvende kranen en de spookstad, die niet op de kaart stond, was het barakkendorp van de dijkwerkers, naast het boze gat van Rammekens.

Uit: Het verjaagde water

 

Op het moment dat het grootste deel van het eiland weer droog was, stond het water tussen Middelburg en Rammekens nog even hoog als het al meer dan een jaar had gestaan. Toch was men in het gat bij Fort Rammekens in de zomer van 1945 ook met de voorbereiding van de sluiting begonnen. Het diepe geulenstelsel dat zich in het brede gat had ontwikkeld en de in de omgeving aanwezige mijnenvelden zorgden hier voor de problemen. De stromingen waren hier bovendien zeer sterk en veroorzaakten zelfs watervallen. In juli was reeds vastgesteld dat naar alle waarschijnlijkheid voor de sluiting  caissons nodig zouden zijn. In de loop van november werden de eerste beetles in de nog te dempen middengeul geplaatst en werden een betonnen schip, een betonnen Phoenix-caisson en twee stalen intermediate-caissons voor de definitieve sluiting gereed gehouden. Op 1 december zou de dijk, conform de planning van de MUZ, gesloten worden.
Bron: Zeeland 1940-1945

Rammerkens krt1 Rammekens LabDelft Rammekens krt2
ZO-Walcheren 1858 (klik voor vergroting) Waterloopkundig Lab: Rammekens ZO-Walcheren 1912 (klik voor vergroting)

Van het begin af aan had het werk in Rammekens te kampen met tegenslagen. Alles wat scheef kon gaan ging scheef. De peilboten zonken tweemaal in de storm. De ontmijning liep traag. Toen half Juni de eerste zuiger begon te persen, was hij na een uur kapot.  Begin November: In de haven van Vlissingen lagen de schepen in lange rijen. De grootste baggervloot van ooit werd saamgetrokken voor de eindstrijd tegen Rammekens: 5 kranen, 6 zandzuigers, 36 sleepboten, 90 bakken, kantelbakken en onderlossers. Rookpluimen bij dag, dansende lichten bij nacht rood en groen en wit. Draaiende lieren, wentelende kraanarmen, kleiblubber, modder en olie; en dagelijks het doffe gerommel van honderden tonnen steen, die plonzend te gronde gaan in het sombere water. Keten vol zwetende kerels in smerige laarzen; lange rijen mannen door de donkere voormorgen, voorovergebogen tegen de woedende wind; stijve handen, gekanker over te weinig eten, norse stemmen, moede ogen, en baarden van een week. Nog stroomde het water door de straten van Souburg; nog klotste het tegen de spoorbaanvlak onder Middelburg. Nog schuimde het door de geulen met een snelheid van 5 m per seconde.

Uit: Het verjaagde water

 

Ook hier is het begin het moeilijkst. Het terrein is bezaaid met landmijnen en het duurt lang voordat hier het bedrijf op volle toeren komt. Ook hier hetzelfde verhaal: de dijk groeit van twee kanten naar het sluitgat toe. Bij Rammekens zijn het, een aantal kleinere geulen niet meegerekend, voornamelijk een tweetal grootere rivieren, waardoor de grootste hoeveelheid water in- en uitstroomt. De  eene ontwikkelt zich door de fortgracht. De andere is de breede en diepe middengeul, die zich juist bij de kruising met den nieuwen inlaagdijk in tweeën splitst; deze geul wordt als sluitgeul aangewezen.
Het bij eb laag wegloopende buitenwater trekt het peil in de groote geulen mee naar beneden en het water van het geïnundeerde land valt aan de einden en in de zijtakken der geulen over een hoogte van 0.70 m à 1.00 m naar beneden steeds meer grond wegspoelend. En als dan den 16en September door middel van een dam van stortsteen, rustend op een grondbezinking, de fortgracht is afgedamd ligt de bedding voor den nieuwen dijk tusschen middengeul en fortgracht gereed en in enkele weken is de oever van de sluitgeul bereikt. Ook in dit sluitgat is maandenlang zinkstuk na zinkstuk gezonken en volgens een tevoren nauwkeurig beraamd plan een uitgebreide grondbezinking aangebracht.

En als dan ook langs elk der oevers een kade is uitgebouwd, zijn er twee sluitgaten ontstaan, een oostelijk en een westelijk.  De bodem van het oostelijke gat is niet abnormaal diep; de bezinking kan daar worden opgestort tot 4.00 m beneden N.A.P. De blokkeering van dit gat geschiedt op een reeds bekende wijze. Den 28en November wordt hier een betonnen invasieschip tot zinken gebracht tusschen tevoren op juiste afstand gezonken en met de dijkkoppen verbonden beetles. De dichting van de gaten aan voor- en achterzijde geschiedt, zooals we eerder zagen, met beetles, stortsteen, zakken zand, klei, enz. Nu rest nog de dichting van het westelijke gat; dit is veel dieper - de bodem is tot 8 meter beneden N.A.P. opgezonken. Daarom wordt hiervoor een Phoenix-ponton bestemd. Door de groote hoogte is dit type geschikt voor het blokkeeren van een groot en diep sluitgat.
Bekijk de fotopresentatie

Rammekens1
Rammekens10
Rammekens11
Rammekens12
Rammekens13
Rammekens2
Rammekens3
Rammekens4
Rammekens5
Rammekens6
Rammekens7
Rammekens8
Rammekens9


Zoo is dan de situatie als op den 1en December het groote moment genaderd is, dat ook hier de zee zal worden buitengesloten. Er hangt dien ochtend een koude, grijze mist. In de haven voor het sluitgat wemelt het van bakken, sleepbooten en kranen, Veel autoriteiten en belangstellenden zijn aanwezig om het historische moment mee te maken. En even voor de kentering duwen zeven groote sleepbooten de logge, betonnen kolos langzaam maar zeker tegen stroom in op zijn plaats. De afsluiters worden geopend, het water kolkt de ponton binnen en in enkele minuten tijds is het gebeurd: Rammekens is geblokkeerd! Souburg vlagt dien dag en in Middelburg maakt men reeds plannen om nog vóór Kerstmis de redding van het eiland op passende wijze te vieren. Maar nog éénmaal zullen de elementen protesteeren ! De steendam, waarop de Phoenix rust, is niet vlak; er stroomt veel water onder de ponton door. Bij het maken der plannen is hiermede rekening gehouden. Maar deze stroom is zoo fel, dat zware steenen worden weggespoeld en het zand onder de bezinking wordt weggezogen. De Phoenix gaat ernstig verzakken. En daardoor krijgt de vloedstroom weer zijn kans. De stroombaan verlegt zich en er ontstaat een geheel nieuwe situatie. De landtong met de daarop gebouwde kade spoelt weg ; op 15 December peilt men op dit punt diepten van 16 meter, op 21 Januari 25,70 meter!  In de nu komende weken worden alle krachten hier geconcentreerd, ten einde dezen vernielenden stroom de baas te worden. Met Kerstmis en Nieuwjaar wordt er doorgewerkt. Een hevige strijd wordt gestreden om het behoud van het schip, waarmede het oostelijke sluitgat werd geblokkeerd. ,,Ouwe Taaie" heeft men het schip gedoopt en inderdaad: het toont zich dien naam waardig !

Bron: Zeeland in bewogen dagen

 

Een week lang golfde het gevecht heen en weer op een front van 200 meter; het getij in de aanval, de dijkenbouwers in de verdediging. Ze smeten caisson na caisson in de geul voor de westelijke dijkskop; het water nam ze mee. De kranen draaiden bakken klei in de geul; het water spoelde het weg. De landtong achter het verdwenen eilandje ging tien meter per dag achteruit. De ebstroom verslond het sponsige veen zoals een kind een stuk zachte koek opeet. Alleen de Ouwe Taaie hield stand. Hij lag met zijn gerimpelde rug van grauwe klei laag op het water als een slapende krokodil. De stroom groef afgronden links en rechts; de Ouwe Taaie schurkte verontwaardigd in zijn modderbedding heen en weer en sliep verder. De caissons, groot en klein, waren dode dingen voor de mannen; hulpeloze grauwe kadavers. Maar de Ouwe Taaie werd een levend wezen; zelfs in zijn norse slaap moedigde hij de strijders aan. Hij had bij de overlaat gelegen, toen het water wegliep uit het westen, en je kon aan zijn stugge kop zien, dat hij toch een overwinning wilde meemaken. Alleen de Ouwe Taaie trok zich nergens iets van aan; en daarom juist gingen ze hem vertroetelen. Ze legden een breed laken met zand tegen hem op, en gaven hem een stevig hoofdkussen van stortsteen. Zolang de Ouwe Taaie er lag, was de strijd niet verloren.

Uit: Het verjaagde water

 

Rammerkens krt sluitingdijkgat

Klik voor een vergroting

rammekens

Naast de eerste werd op 24 januari 1946 een tweede caisson in het gat gezonken. De Phoenix bleef op zijn plaats en het gat was zo in een keer geblokkeerd. Een maand lang moesten nog klei en zand worden gestort om ook het kleinste waterstroompje tegen te houden, maar toen was ook het laatste sluitgat potdicht.'e Een karwei van ongekende omvang was voltooid. Met onder meer zo'n vier miljoen kubieke meter zand, 140 miljoen kilo steen en 3,6 miljoen bossen rijshout, met tientallen zware en minder zware machines en met de inzet, ondanks tal van problemen, van duizenden mannen uit het hele land was het eiland Walcheren weer van de zee afgeschermd. Het droogpompen van dit gedeelte (2000 hectare) van Walcheren kan volgen.

Bron: Zeeland 1940-1945

Rammekens dijkgatdicht 1 oranjeplein O Souburg Rammekens dijkgatdicht 2

 Terug hoofdpagina2