Bunkers op Walcheren

WALCHEREN

Voor Walcheren betekent de aanleg van de Atlantikwall de bouw van ongeveer 300 bunkers met een wand- en dakdikte van twee meter of meer. Daarnaast zijn er nog honderden kleinere werken gebouwd, zoals de tobroek, een kleine betonnen schuttersput, en eenvoudige onderkomens voor personeel en opslag. Ieder bouwwerk heeft zijn eigen functie, zo zijn er bunkers voor de wapens: kanonnen, mitrailleurs, mortieren en vlammenwerpers. Observatiebunkers, radarposten en vuurleidingbunkers zijn de ogen voor de artillerie. Radiokamers en telefoonbunkers verzorgen de communicatie. De verzorging van de Wehrmacht gebeurt vanuit hospitaalbunkers, er zijn munitie- en voedselopslagplaatsen en bunkers voor de voedselbereiding en drinkwatervoorziening.
Walcheren kan worden opgedeeld in een aantal sectoren.

Freie Küste, lopend vanaf Veere langs de noordkust tot aan Groot-Valkenisse.
In Westkapelle en Zoutelande zijn restanten te zien. Verder van de kust liggen in Serooskerke en bij Buttinge nog bunkers. Van het uitgebreide telefoonnet resteren nog vele kabelbunkertjes. De bunkers in dit gebied worden aangeduid met 'Vliss-West', gevolgd door een nummer per steunpunt en een tweede volgnummer per bunker. 'Vliss-Ost' betreft het divisiehoofdkwartier met veel overgebleven bunkers in het park Toorenvliedt in Middelburg.
Het Verteidigungsbereich (V.B.) Vlissingen omvat de gehele zuidpunt van Walcheren. De bunkerbenaming begint hier met 'Vlissingen'.
a. Het V.B. Vlissingen wordt aan de noordzijde verdedigd door het Landfront, een verdedigingslinie die dwars over het eiland loopt en waarvan (bijna) alle bunkers, stroken tankgracht, de tankmuur en drakentandhindernissen nog aanwezig zijn. Ondersteunende bunkers liggen onder meer in Koudekerke en Ritthem. Noordwest van Vlissingen ligt een complete artilleriestelling.
b. Aan zeezijde biedt het Seefront bescherming tegen mogelijke landingen op de kust. De steunpunten in Valkenisse, Dishoek en Vlissingen tonen nog restanten. Een deels ondergewerkte geschutsbatterij gaf vanuit het binnenland dekking op de Vlissingse stranden.
c. Binnen het V.B. Vlissingen is een gedeelte extra zwaar versterkt. Dit Kernwerk ligt rondom de buitenhaven en moest als laatste bolwerk in een eventuele strijd dienen. Vooral de kop van de haven heeft wat te bieden.
d. Het verzorgingsgebied ligt centraal in het V.B. Vlissingen. Overblijfselen liggen in het Villapark te Vlissingen en in West-Souburg. De open opstellingen van een luchtdoelbatterij zijn goed te bekijken in Vrijburg, net boven West-Souburg. Enkele schuilplaatsen voor de burgerbevolking zijn nog in Vlissingen aanwezig.
De stevige bunkers hebben een gestandaardiseerd ontwerp. Deze noemen we de St.-bunkers (Ständige).

Bron: Memoria Walcheren, 2007


Widerstandsnest (W.N.): een kleine versterking zonder zwaardere wapens.
Stützpunkt (Stp.): een versterking waarin ondersteunende wapens of essentiële apparatuur stonden opgesteld, veelal bestaande uit meerdere W.N.-er
Stützpunktqruppe (Stp.Gr.): een aantal W.N.-er en Stpe., meestal rondom een haven. Deze werden om strategische redenen samengevoegd en uitgebouwd. De commandant kreeg vergaande bevoegdheden


Aanpak Atlantikwall

Bij de aanvang van de Atlantikwall in de zomer van 1942 werden er ruim tienduizend militairen op het eiland gelegerd; ongeveer net zo veel eilandbewoners moest evacueren, een zesde van de totale eilandbevolking.Wat er aan soldaten en werkkrachten voor de aanleg van de Atlantikwall voor in de plaats kwam was overigens lang niet altijd Duits. In de zomer van 1943 werd een deel van de bezetting teruggetrokken en vervangen door mannen van andere nationaliteiten, zoals de Marokkaanse krijgsgevangenen uit het Franse leger die naar Meliskerke kwamen. In Aagtekerke lag een groep Italiaanse Hilfswilligen - zogeheten Hiwi’s. Begin 1942 begon de bezetter actief eilandbewoners in te schakelen in de werkzaamheden aan de Atlantikwall. Om aan de Arbeitseinsatz in Duitsland te ontkomen liet menigeen zich inlijven bij het Atlantikwall-arbeidsleger.
Lokale aannemers op Walcheren zagen in de opdrachten in de bunkerbouw een welkome aanvulling op hun orderportefeuille die door de stop in de woningbouw danig was geslonken. In het najaar van 1943 kregen de Walcherse aannemers een tekort aan arbeiders.
 
Daarom besloot de bezetter tot de zogeheten Gemeinde-Aktion. Burgemeesters wezen uit de inwoners in hun gemeente werkers aan en regelden de uitbetaling. In de lente van 1944 werden in het kader van de Ocker-Aktion tijdelijke werkkrachten geronseld onder de plaatselijke bevolking. Alle mannen en vrouwen moesten zich hiervoor beschikbaar houden. Het betrof hier geen werkzaamheden aan de Atlantikwall zelf maar aan de aanleg van de zogeheten Rommel-asperges. In het land achter de Atlantikwall werden de akkers en weilanden ‘beplant’ met houten staken, onderling verbonden met draden, dit ter voorkoming van geallieerde luchtlandingen.
Het percentage inwoners dat werkte voor de Duitse bezetter werkte kwam in deze periode op ongeveer een zesde van de totale bevolking: in de vorm van werk bij aannemers die aan de Atlantikwall bouwden, in het kader van de Gemeinde-Aktion en de Ocker-Aktion, en boeren die ingezet werden voor materiaaltransport.

Bron: stevenvanschuppen.nl 


Schets verdediging strand Domburg Duits zoeklicht

M170 Batterie Knorr

M170 Dishoek2

Tankwal Middelburg
Schets verdediging strand (klik voor vergroting) Duits zoeklicht, Domburg M170- kustbatterij Zoutelande /Dishoek
tankwal Middelburg

Zweite Stellung
In 1943 kwamen er wijzigingen in de Atlantikwall. Door het Duitse opperbevel werd opdracht gegeven tot de bouw van een "Zweite Stellung", een tweede verdedigingsstelling. De Duitsers voorzagen de mogelijkheid dat de geallieerden door de Antlantikwall heen konden breken. Door middel van deze "Zweite Stellung" konden zij alsnog tot staan worden gebracht. Voor Walcheren betrof het de vestinggracht rond Middelburg, Het Kanaal door Walcheren en de Sloedam. Voor Zuid-Beveland het Kanaal door Zuid-Beveland en een linie ten oosten van Rilland-Bath. Wanneer de bouw van deze weerstandskernen gerealiseerd was d.m.v. bunkerbouw moesten de bunkers onderling verbonden worden d.m.v. loopgraven en versperringen. Deze verdedigingswerken waren in het geval van de Sloedam minder sterk dan "Ständiger Ausbau im Stahlbeton". Men noemde ze "Verstärkt feldmäßiger Ausbau". Het waren verdedigingswerken die waren opgetrokken uit metselsteen en/of beton met een wanddikte varierend tussen de 30 cm en 1,5 meter. Ze waren dus niet bomvrij, maar boden wel bescherming tegen rondvliegende kogels, granaatscherven en bomscherven.
Bron: Arnehistorie


Bekijk filmpjes

Koudekerke: 4 bunkers aan de

Verbrande Hofweg: Stp. Von Kleist

Bekijk de video

Bunkers type 631 bij Koudekerke

Bekijk de video

Bunkers-630 Landfront Vlissingen

Bekijk de video

Kernwerk Vlissingen: G-Kazemat en de M170 bunker

Bekijk de video

Landfront: onderdeel van Verteidigungsbereich Vlissingen

Bekijk de video

De zes bunkers van W.N. Carmen liggen in drie rijen

Bekijk de video

Stp. Fichte "Marineflakbatterie Nord; bestond uit 10,5 cm Flak C/32 guns

Bekijk de video

Batterij Vrijburg - Vlissingen was de plaats met afweergeschut van de Duitsers

Bekijk de video


Het Landfront op Walcheren
Het Landfront vormde de noordelijke verdedigingslinie van het Vb Vlissingen. Er stonden 32 zware pak- en mitrailleurbunkers langs een 11 kilometer lange tankgracht. In de duinen bij Groot Valkenisse vormde een linie van betonnen drakentanden, "Höckerhindernisse", een droge verbinding met de tankgracht. Ook lagen er "Höcker" bij de doorgang in de Vlissingse weg en op de dijk langs het Kanaal door Walcheren. In de Welzingepolder werd een tankmuur gebouwd. Deze heeft een lengte van 1,5 km en eindigt net voor het Fort Rammekens. Bij de overgang van de tankgracht naar de muur, stonden eveneens drakentanden. Beide uiteinden van de tankmuur waren voorzien van een bijzondere bunker voor 7,5 cm antitankkanon, de 700. Deze bunker heeft als bovendekking een ronde pantserplaat, zodat het profiel laag gehouden kon worden. Een dergelijke bunker is ook in het westelijk deel van het Landfront, in de "diepte" gebouwd.
Het Landfront was niet geheel ingedeeld in Widerstandneste of Stützpunkte. Slechts op een drietal plaatsen staan Landfrontbunkers in Stützpunkte (Fledermaus bij Groot Valkenisse, Kolberg in Koudekerke en Rommel bij Ritthem).
Bron: Stichting Bunkerbehoud