Inleiding: illegaliteit

1944 illegale zender ALLERLEI VORMEN VAN VERZET
Al meteen na de capitulatie in 1940 ontstaat de illegale pers. Radio-uitzendingen en krantenberichten worden nu gecensureerd door de bezetter. Radio Oranje zendt uit vanaf 28 juli 1940. Het is verboden, maar velen luisteren om 9 uur 's avonds in het geheim naar de uitzendingen. In de loop van de bezetting moeten de radiotoestellen worden ingeleverd. Veel mensen geven geen gehoor aan die oproep. Het beleid van de Duitsers wordt gedwarsboomd door georganiseerd verzet. Dat gaat vaak over het saboteren van telefoonlijnen, het opblazen van gebouwen en het verzamelen van informatie. Ook hulp bij het onderduiken, bonnen smokkelen en papieren vervalsen hoort er bij. Aan het eind van de bezetting worden regelmatig Duitsers en collaborateurs geëxecuteerd.
Dan zijn er nog de vormen van klein verzet of baldadigheid zoals die van de Vlissingse straatpianist Willem Keyn. Hij heeft de moed met onbewogen gezicht de laatste liedjes van de Watergeus, die uit Londen komen, in de straten te spelen terwijl de Duitsers staan te luisteren.
A. Korteweg: 'Er klinken de oude bekende klanken van vaderlandse liedjes. Het geeft een lichtstraaltje in het leven van alle dag. Als de Engelse vliegtuigen plotseling boven ons ronken, speelt hij lustig: 'It's in the air'. Tot op een dag het verkeer door de vele luisteraars is geblokkeerd, waardoor een Oberst met zijn auto niet kan passeren. Tot vermaak van de menigte speelt Keyn: 'Van de fabriek van Krupp, staat alleen nog maar de stoep.' Nu maakt Keyn het te bont. Keyn wordt verhoord, doch blijkt musicus te zijn, die alleen klanken kent en geen woorden. Het eindigt met zijn verbanning naar Noord-Brabant als staatsvijand nummer zoveel en ontzegging van het recht muziek te maken.
Bron: Zeeland 40-45


1944 30april pamflet


Aan het eind van 1943 werd een aantal ambtenaren van de distributiedienst van Sint Laurens, onder wie Willemse, aangewezen  voor Arbeitseinsatz in Duitsland. Dat was voor hen aanleiding onder te duiken. Willemse beraamde toen het plan om het distributiekantoor van Sint Laurens leeg te halen. De distributiebonnen zouden dan beschikbaar komen voor onderduikers, die langs ‘normale’ weg daar niet meer over konden beschikken. De ‘kraak’ vond plaats op 29 december 1943. Er was een rijke buit, die voor het goede doel beschikbaar kwam. Willemse dook onder en verliet de provincie om elders voor Trouw te gaan werken. Hij had het werk op Walcheren aan mij overgedragen. Dat hield het vervoer en de verspreiding van het blad, het contact met de drukker en het onderduikwerk in.

Bron: J.P. van Alten in: De Wete, 2001

Lees meer over deze en andere acties in het onderdeel LKP


Na de April-Meistakingen in 1943 nam de anti-Duitse stemming sterk toe en daarmee de bereidheid ondergrondse activiteiten te ontplooien. Het aantal clandestiene bladen breidde zich uit, ondanks de scherpe repressie; ruim zevenhonderd mensen vonden door hun werk voor de illegale pers de dood. De ondergrondse pers verspreidde niet alleen illegale kranten, maar ook grote hoeveelheden brochures, pamfletten, gedichten, spotprenten en tekeningen. In het zicht van de geallieerde overwinning kregen illegale organisaties een massaal karakter en werd het verzet steeds gewelddadiger. Bevolkingsregisters en arbeidsbureaus werden opgeblazen, terwijl er honderden Duitsers, NSB’ers en verraders in de laatste oorlogsmaanden geliquideerd werden. Op verzoek van de Nederlandse regering in Londen hadden de grootste verzetsorganisaties (LKP, Raad van Verzet en Ordedienst) zich verenigd in de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. Door achterdocht en afgunst kwam het echter niet tot een gezamenlijk optreden en bleef het bij individuele acties van de afzonderlijke groepen.
Bron: Archievenwo2.nl


Zeeland vocht niet alleen door in het georganiseerde verzet. Ook tal van blijken van ongeorganiseerd verzet treft men er aan. En dan niet te vergeten die kleine gestes hier en daar, waaruit de goede houding bleek. Wij  denken bv. aan  de boerin, die  een  piloot, op  illegale doorreis naar Engeland, goed ingepakt het ...  eerste kievitsei meegaf om aan de Koningin te overhandigen. Wij denken aan de hengstenkeuring in Goes, die altijd plaats heeft op een drukke marktdag. Vier boertjes, in typisch Zeeuws costuum, kwamen met hun zware hengsten in ganzenpas de stad binnen. De eerste hengst had manen en staart met rood lint gevlochten, de tweede met wit, de derde met blauw en de vierde met oranje. De boertjes liepen er met stalen gezichten naast. We denken aan de installatie van de NSB-burgemeester op  een  dorp in Zeeuws-Vlaanderen. Dat ging natuurlijk met veel bombarie gepaard. Maar de Zeeuwse boeren hadden afgesproken met zwaar overladen mestkarren door de dorpsstraat te rijden. Vooral voor het gemeentehuis lag het vol met het stinkende goedje. Dat kan er zo afvallen over die hobbelige keien, nietwaar?
Bron: Rudolf van Reest in HGG


Houding tegenover de bezetter

In de eerste jaren van de bezetting stond de grote meerderheid van ons volk sceptisch tegenover illegaal handelen. Wie wegens illegale acties werd opgepakt en gestraft, had dat zelf 'over zich afgeroepen', zo oordeelden velen, ook de meeste gezagsgetrouwe Zeeuwen. A. Janse uit Biggekerke (aanhanger van K. Schilder en actief als redacteur ) achtte de bezetting een oordeel Gods over ons land en vooral over de Gereformeerde Kerken. Juist die gereformeerden moesten zich verootmoedigen onder de slaande hand Gods. Weigerden ze het juk te dragen, dan werd alles alleen maar erger. Lees meer hierover.

Wat de bewoners van de drie dorpen [ Aagtekerke, Grijpskerke en Meliskerke] betreft, mogen we (…) veronderstellen dat een flinke meerderheid het regime accepteerde als wettig gezag, gedeeltelijk nederig accepteerde. De meesten oordeelden dat zolang kerk en geloof niet direct werden aangevallen, gehoorzaamheid geboden bleef. Die gehoorzaamheid hield de orde in stand en zorgde ook onder dit regime voor een "stil en gerust leven". Een enkeling werkte vrijwillig voor de bezetter. Maar warme gevoelens riep het regime bij heel weinig mensen op. De stemming werd er niet beter op toen in het kader van een landelijke actie in mei en juli 1942 ongeveer vijftig vooraanstaande Zeeuwen - burgemeesters, notarissen, ambtenaren, predikanten en schoolleiders - werden opgepakt en naar gijzelaarskampen overgebracht. Zeeland leverde in verhouding veel gijzelaars; uit het kleine Middelburg alleen werden dertig op heel Walcheren bekende inwoners weggevoerd. Een actie voor voedselpakketten voor de gijzelaars startte. Die actie was net als het protest van de kerken en het schoolverzet een openlijke vorm van weerstand tegen wat de bezetter wilde. Deze weerstand was niet altijd het resultaat van vastberaden en doelbewuste actie, maar maakte bij de mensen die erbij betrokken waren, toch het besef levendig van onrecht en onderdrukking.

(Bron: Eilandbewoners)


Over de zin van het verzet tijdens Wereldoorlog2
De discussie over de praktische betekenis van het verzet tijdens de Duitse bezetting in Nederland is nog altijd niet goed van de grond gekomen. Hans Blom heeft in verscheidene publicaties en lezingen een voorzet gegeven, en ook recente deelstudies over specifieke verzetsacties raken aan de kwestie, maar het probleem is nog niet in zijn totaliteit onderzocht. Toch wordt het tijd een genuanceerde balans van het Nederlandse verzet op te maken. Daarbij moet allereerst worden erkend dat ‘het’ verzet niet bestond. Verzet kwam voor in veel verschillende vormen, en er lagen uiteenlopende doelen en motieven aan ten grondslag. Sommige verzetsdaden waren nuttig en zinvol, en hadden als positief resultaat dat er mensenlevens mee werden gered. Bij andere was de verhouding tussen positieve en negatieve effecten minder duidelijk. En ten slotte waren er acties van verzetsstrijders die ronduit zinloos of zelfs schadelijk waren, omdat zij – direct of indirect – onschuldige mensen tot slachtoffer maakten.

Lees deze beschouwing verder op de website van het Historisch Nieuwsblad


 

 Terug hoofdpagina2