Inleiding: illegaliteit

1944 illegale zender

Verzetstrijders

Een der eerste figuren uit het Zeeuwse verzet, dat zich vooral bezig hield met het verspreiden van illegale kranten, hulp aan onderduikers en het verwerven van inlichtingen over oorlogshandelingen van de Duitsers, was Cornelis de Graaff, geboren in Goes op 3 november 1914. Van beroep was hij huisschilder. Al in 1941 maakte hij een soort van plaatselijke verzetskrant, waarvan zover we weten geen enkel exemplaar bewaard is gebleven. Hij werkte ook voor de inlichtingendienst, die vermoedelijk contacten onderhield met de OrdeDienst. Wat later kwam hij in contact met vertegenwoordigers van de landelijke verzetskrant Trouw. Hij werd de centrale figuur voor die krant in Zeeland en organiseerde de verspreiding ook op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen. De Graaff legde ook contacten met de Landelijke Organisatie tot hulp aan onderduikers, waartoe de bekende verzetsdominee Frits de Zwerver naar Goes kwam. In september 1943 namen de Duitsers De Graaff gevangen. Op 10 augustus 1944 werd hij in Vught gefusilleerd.

Pieter Cornelis Quant, geboren te Rotterdam op 26 september 1902, ambtenaar hij de provinciale waterstaat, kantoor Goes, gaf leiding aan de groep Quant, die een honderdtal onderduikers verzorgde. De bonkaarten die nodig waren, kreeg hij van Trouw. In het najaar van 1943 kwam er een overeenkomst tot stand tussen Trouw en de LO, waarbij de verzetskrant het leveren van bonkaarten overdroeg aan de LO. Quant moest dus met die organisatie contact opnemen, waar men hem eerst niet vertrouwde. Maar dat wantrouwen, dat overigens spoedig verdween, was onterecht. Quant was een verzetsman van de goede soort. Op 10 mei 1944 nam de WA (weerafdeling) van de NSB, onder leiding van Ko Dekker, hem in Goes gevangen en leverde hem uit aan de SD. Hoewel hij zeer veel wist, heeft hij tijdens zijn gevangenschap niemand verraden en hield hij onder de meest sadistische druk stand. Op 11 augustus 1944 werd hij te Vught gefusilleerd.

 

Lees meer...

Onderduikers

Waar?
Binnen Zeeland was het herbergen van onderduikers lang niet overal even gebruikelijk. Meer dan de helft van alle Zeeuwse onderduikers had een plek gevonden in Zeeuwsch-Vlaanderen. In het oostelijk deel van dit gebied zouden in de zomer van 1944 zeshonderd tot duizend man zijn verzorgd - het  betreffen hier, dit voor de goede orde, steeds naoorlogse schattingen. Daarnaast waren er natuurlijk ook mensen ondergedoken die niet via de LO aan de benodigde eerste levensbehoeften kwamen. Verschillende wat afzijdig gelegen polders als de Koningin-Emmapolder en de Prosperpolder bij Nieuw-Namen en de Kruispolder bij Graauw herbergden vaak tientallen onderduikers tegelijkertijd. In  Zaamslag en omgeving zaten ongeveer zestig  man die door de LO werd verzorgd. Net als hier zaten in het westen veel onderduikers bij boeren ondergedoken; ook daar waren het er wellicht zo'n duizend in totaal, waarvan de helft onder de zorgen van de LO zou zijn gevallen.
Lees meer
Bron: Zeeland 1940-1945

 

Lees meer...

Knokploegen en acties

De LKP in Zeeland

14 Mei 1940. ,,Zeeland vecht door", vermeldt het legerbericht van generaal Winkelman. Maar na twee dagen doorgevochten te hebben, gingen de laatste resten van het  Neder­landse leger in Zeeuws-Vlaanderen vlak bij  Sluis de  Belgische grens over. Daar, op het laatste ogenblik, kwam nog een auto met een officier in kapiteinsuniform: ZKH Prins Bernhard. De Prins heeft er een korte nachtrust genoten en Hij gaf de bevolking van het kleine plaatsje een hand, informerend, hoe men erover dacht, dat de Koningin naar Enge­land was uitgeweken. ,,Het was zo moeilijk voor Haar geweest ... ", zei hij; en de Zeeuwen hebben de Prins begrepen.
In October '44 stond er vlak voor de grens in dezelfde omgeving opnieuw een auto stil. Een dame stapt uit, die verlangde te voet de Nederlandse grens over te komen ... Tranen stonden er in de ogen van de Zeeuwen, toen zij hun Koningin begroetten, na zoveel jaren ballingschap ... Zeeland heeft bij de bezetting het laatst en bij de bevrijding weer het eerst persoonlijk contact gehad met het Oranjehuis.
En daartussen ligt de tijd waarin ook Zeeland doorgevochten heeft, trouw aan zijn historie, trouw aan Oranje. (Rudolf van Reest)
Lees verder over de LKP in Zeeland

 

Naast de Ordedienst (OD) waren er in Zeeland verschillende andere verzetsgroepen actief. Er was op individueel niveau veel samenwerking tussen de groepen, ook over de eilandgrenzen heen. Tussen de primair op hulpverlening gerichte LO en de door oud-militairen opgerichte OD is er altijd enige animositeit blijven bestaan. Veel verzetsmensen deden zowel aan onderduikwerk als aan spionage. Vaak drukten of verspreiden ze daarbij ook illegale bladen. Soms voerden zij deze taken in verschillende groepen uit.
Lees in dit fragment uit Breekbare helden meer over de verzetsgroepen.

Lees meer...

Illegale pers

De oprichters van de eerste illegale bladen zijn verontwaardigd over de Duitse inval en ergeren zich aan de gecontroleerde pers. Ze waarschuwen de bevolking voor het nationaalsocialisme en roepen op tot verzet tegen de Duitse maatregelen. In 1940 zijn er ongeveer 62 ondergrondse bladen en binnen een jaar stijgt dit aantal tot 120. Eind 1942 daalt het aantal bladen tot 96 omdat veel redacteuren van kleinere bladen hun activiteiten overbodig achten wanneer er grotere en betere uitgaven verschijnen. In 1943 wanneer het einde van de bezetting gloort, schieten nieuwe illegale krantjes echter weer als paddenstoelen uit de grond. Deze houden zich vooral bezig met het vertalen en verspreiden van het via verborgen radio's opgevangen oorlogsnieuws. In totaal bestaan tijdens de bezettingsjaren ongeveer 1300 verschillende bladen, met een totale oplage van miljoenen.
Het drukken en verspreiden van de illegale krant Trouw is een ware heldendaad tijdens de bezetting. Het lood en de clichés voor de krant moeten met gevaar voor eigen leven naar drukkerij Jacques De Smit in Souburg worden gebracht. Op de veerponten is strenge Duitse controle. Op een dag komen de Duitsers naar de drukkerij om te zien of daar mannen werken die voor de Arbeitseinsatz ingezet moeten worden. Eerder die dag zijn ze aI een keer geweest en hebben niets gevonden. Burgemeester Callenfels van Vlissingen vertrouwt het niet en laat de drukkerij opnieuw doorzoeken. Een soldaat gaat zelfs een ogenblik zitten op een grote stapel illegale kranten, ingepakt in papier. Het loopt goed af. Redacteuren en verspreiders van de bladen lopen grote risico's.
Bron: Zeeland 40-45

Lees meer...

Geheime zenders

Uniek Zeeuws zendernetwerk
De OD begon in Zeeland (Gewest 15) in 1942 met het opzetten van een netwerk van zenders en ontvangers. Dat gebeurde onder leiding van Piet de Kam ('Blonde Piet') en Cor Antheunisse (Anton'). Zij waren verbindingsofficieren van de staf van Gewest 15. Cor Antheunisse was van beroep scheepstekenaar. Zoals wel vaker het geval was, breidde ook hij de verzetsgroep uit met collega's die hij kon vertrouwen. Ik trof in de Walcherse radiogroepen maar liefst vijf scheepstekenaars aan. Oorspronkelijk had het opzetten van dit zendernetwerk als doel om het direct na de oorlog te gebruiken. Maar vanaf 1943 werd het al tijdens de oorlog gebruikt om geheime informatie over militaire stellingen, grootte van bataljons en troepenverplaatsingen van de Wehrmacht aan de geallieerden door te geven.

Lees meer...

Verhalen en berichten uit de illegaliteit

Het oorlogsgeheim van Vrouwenpolder

Door Ellen de Visser

Haar man, Jan de Visser, stierf in kamp Neuengamme. Vanaf het moment dat hij werd verraden tot haar dood zweeg Maria over de oorlog. Kleindochter Ellen de Visser ontrafelt het onvoltooi-de verhaal van haar familie - en van een Zeeuws dorp in oorlogstijd.

 

Lees meer...