Westkapelle

Titelfoto westkap bevr

Naar zeezijde waren alle huizen weggevaagd
Achter de dijk, half verdronken, lag het verwoeste dorp Westkapelle, ‘dat er uitzag alsof het door een atoombom was geteisterd’. Dat verneemt herrijzend Nederland, bijna een jaar na dato over het offer voor de ‘bevrijding van Europa’ dat in Westkapelle is gebracht.
Verbeten sjouwen de dijkwerkers zich dan de lendenen uit het lijf om het gapend gat in de Westkappelse zeewering te dichten. De schrijver Jef Last kijkt verbijsterd toe. ,,Wat nog over is der bewoners van dat dorp”, doet hij verslag, ,,woont in de vroegere munitiebergplaatsen en bunkers van de Duitsers, als dieren in hun holen.”   Het Departement van Openbare Werken en Wederopbouw drukt die bevindingen af in een boekje ten bate van het ‘herstel van Walcheren’: die Tuin van Holland, welke door ‘den Duitschen bezetter’ tot een welhaast onneembaar fort was verbouwd. En die er nu bij ligt als de Waddenzee. Eén uitgestrekte watervlakte met hier en daar nog slechts een stukje stads- of dorpskom boven water.

 

lancasterStaartschutter Geoffrey Payne zit in een van de eerste Lancester-formaties die boven Westkapelle aankomt. ,,De geringe afstand tot het doel zorgde voor een zucht van verlichting bij de verzamelde bemanningen. Na de briefing trokken we onze vliegkleding aan en gingen we direct naar de vliegtuigen. Gezien de aard van de aanval begon ik me rond deze tijd verontrust te voelen. Het onder water zetten van uitgestrekte gebieden op de zee veroverd land, wat jaren in beslag had genomen en de diepe betrokkenheid met de benarde toestand van de plaatselijke bevolking die reeds vijf jaren van ontberingen had moeten doorstaan. Nog nooit eerder had ik dit gevoel gehad en ook nooit eerder hadden wij een aanval in Nederland uitgevoerd. Dit gevoel raakte ik kwijt toen ik in mijn geschutstoren klom."

Lees meer: De dag dat Westkappel verdween

 


Dat begint op maandag 2 oktober met een ‘papierbom’. De wolk van strooibiljetten die boven Westkapelle wordt uitgeworpen, waait richting Aagtekerke. Maar in Westkapelle hebben ze het ook al op de Engelse radio gehoord. ,,Waarschuwing!”, luidt de boodschap, gericht aan ‘de bewoners van de eilanden in de monding van de rivier de Schelde’. ,,Gaat weg zonder uitstel! Uw leven en dat van uwe families is in gevaar.” Zo kondigen de geallieerden een ‘hevig en langdurig bombardement’ aan, en ook een ‘overstrooming’.
Maar geldt dat ook voor Westkapelle? De Scheldemonding begint pas bij Vlissingen, veronderstelt menigeen. En het dorp ligt hoog. Eerder loopt Middelburg onder water. En waar zou je dan wel veilig zijn? Het landelijke Biggekerke is 14 dagen terug onverhoeds door bommen uiteengerukt. Vluchten over hoofdwegen zou te gevaarlijk zijn. Maar ga je over land, dan kun je in een mijnenveld belanden. Zo wikken en wegen de velen die besluiten te blijven. Tot de volgende dag, net na het middageten, het inferno begint. Twee en half uur lang komen, in acht golven, de zwaarste projectielen neer. Cookie-bommen van 1800 kilo, en series 450 kilo projectielen, voorzien van pantserdoorborende neus. Driekwart van het dorp verandert in puin, terwijl de vloed door de kapotte zeedijk het land in stroomt. 157 bewoners vinden de dood.
Bron: PZC - Henk Postma (2-10-2010)


 Een gedetailleerde beschrijving van de verschillende aanvallen en landingsactiviteiten vindt u op de website Strijdbewijs.

Dijkdoorbraak-Westkapelle

Satellietfoto-westkapelle

 

Links en rechts: situatie november 1944.

Boven: huidige situatie

Westkapelle-20okt44

Op 3 oktober 1944 vernielden 247 Lancasters en Mosquito's bij Westkapelle 120 meter dijk. Het zeewater stroomde de polders in. Voor Zeeuwen die eeuwenlang tegen het zeewater streden was dat een zware slag. Vele burgers vonden de dood door de zware bombardementen en overstromingen. Maar de overstroming van de polders ging de geallieerden niet snel genoeg. Op 7 oktober werd ook de Nolledijk bij Vlissingen door 59 Lancasters gebombardeerd en op 11 oktober bombardeerden 60 Lancasters de dijk bij de Oostwatering bij Veere. Op 17 oktober vielen er opnieuw bommen op de dijk bij Westkapelle: het water stroomde steeds sneller de polders in. De Duitse troepen trokken zich op de hoger gelegen gronden terug. Op de droge zeedijken stonden de zware kustbatterijen die de geallieerde luchtmacht zelfs met zware bombardementen niet kon vernietigen. Vele malen werden de kustbatterijen gebombardeerd zonder dat ze veel schade opliepen. De geallieerden stonden voor een zware opgave om Walcheren te veroveren.


Vrienden in de oorlog
door Ad van Liempt
Het is 3 oktober 1944, deze maand dus zeventig jaar geleden. Acht golven van ieder dertig Britse Lancester bommenwerpers naderen ’s middags de kust van Walcheren en bombarderen de Westkappelse Zeedijk, meer dan twee uur lang. Er ontstaat uiteindelijk een gat in de dijk, waardoor het Noordzeewater naar binnen kan stromen. Dat is precies de bedoeling: het eiland moet onder water komen te staan, zodat de Duitse bezettingstroepen zich zullen terugtrekken, of in ieder geval in grote verwarring worden gebracht. Helemaal gelukt is de operatie niet: het gat is te klein, het water stroomt veel langzamer naar binnen dan gedacht. De komende week volgen nog meer bombardementen op de dijken van Walcheren om het eiland bijna helemaal onder water te krijgen.
Lees verder


Gedwongen aanleg van nooddijk

MARIEKERKE - Na het eerste bombardement op de Westkappelse zeedijk, stroomt de vloed - zij het nog beperkt - Walcheren binnen. Veel boeren hebben dan, begin oktober 1944, moeite hun vee in veiligheid te brengen. Want vrijwel alle vervoersmiddelen zijn gevorderd door de Duitsers. Die roepen ook alle mannen op een nooddijk aan te leggen, ter bescherming van hun stellingen. Aanvankelijk komt vrijwel niemand opdagen. Maar wie weigert, wordt afgevoerd naar een kamp bij Souburg, en riskeert de doodstraf. Eén van de weigeraars, Jacobus Francke, wordt na enkele dagen gefusilleerd, om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen.

Bron: PZC - Oorlogsdagboek (5-10-2010)


RM commandos landen bij Westkapelle Veroverde Duitse stelling westkapelle-3mortieren

In de nacht van 31 oktober op 1 november 1944 verliet een geallieerde vloot met het Britse slagschip 'Warspite', de kanonneerboten Roberts en Erebus, 81 verschillende types landingsboten, 45 hulpschepen en ondersteuningsvaartuigen, de haven van Oostende (België) en voerde een landing uit bij Westkapelle. De kanonniers die het scheepsgeschut bedienden dat de Duitse kustbatterijen onder vuur nam moesten het zonder waarnemers uit de lucht stellen, omdat het slechte weer vliegtuigen belette op te stijgen. De Duitsers konden bijna nooit over luchtwaarnemers beschikken omdat de geallieerde luchtmacht het luchtruim beheerste. Het slechte weer belette ook dat vliegtuigen de landingsplaats konden bombarderen. De Duitse kustbatterijen die het vuur op de schepen openden waren in het voordeel: de schepen staken af tegen de horizon terwijl ze zelf in weinig kwetsbare en niet zinkbare bunkers zaten.
Lees verder
 
41 RM Commando captured the tower at Westkapelle (used by the Germans as an artillery observation post) after a brief exchange of fire and rapidly proceeded to clear the rest of the town. After that, 41 cleared all the enemy coastal defences up to and including Domburg, batteries W15 and W17 putting up some resistance. All of this was achieved on 1 November, the day of the landings. The first objective of 48 Commando was a radar station and this was achieved quickly, without difficulty.
Lees verder
Westkapelle okt44 detail

Klik op het kaartje voor de volledige afbeelding



inname-westkapelle 01westkapelle Eerste-krijgsgevangenen

wrak landingsvaartuig

Landingsvaartuig

overzicht strijdmacht

Welke geallieerde legeronderdelen deden mee aan de aanval op Walcheren?

 

De met tanks beladen landingsboot LC(T)737 verliet op 31 oktober 1944 de haven van Oostende (België). Het vaartuig landde op het strand van Westkapelle met zijn tank de Bramble 5 (braamstruik, ook wel Flail tank en door de bemanning ‘de krab’ genoemd). De Bramble 5 was de tweede tank die bij Westkapelle aan land ging.
Tijdens de landing raakte de tank onbruikbaar doordat er water naar binnen stroomde. De munitie werd vanuit de tank overgeladen in een amfibievoertuig voor troepentransport. Door zijn zware belasting kwam het voertuig vast te zitten in de modder. Uiteindelijk reed het voertuig op een mijn, wat een enorme explosie veroorzaakte.

pow westkapelle

Frank, Engelse soldaat, 20 jaar: " We waren geland. Verscheidene Buffalo's die troepen vervoerden stonden al in brand nadat ze in contact waren gekomen met Duitse mijnen. Soldaten stierven op het strand en voertuigen werden bestookt door de Duitse verdediging. Het beste was uit de buurt te gaan, dacht ik en dus schoot "Bramble 5" zich een weg door het gat in de dijk waarbij haar flails (kettingen) veel Duitse landmijnen vernietigden. Ik reed naar het dorp waar de straten overspoeld waren met minstens 1 meter water. Het dorp Westkapelle was onder water gezet."
Legerarts Forfar: "ln een kuil lagen de restanten van een van onze troepen, geraakt door intensief mortiervuur. Elf mariniers lagen er dood en elf gewond. Sommige van de gewonden waren verdwaasd. De kleding van twee van de doden stond in brand, een ander was gedood toen een handgranaat die hij aan z'n riem droeg was geraakt en ontplofte; het oog van nog een ander was eruit gerukt door een granaatscherf. De belangrijkste behoefte was evacuatíe. De doden werden achtergelaten."
Bron: Walcheren 40/45



 

Terug hoofdpagina klein