Oost-Walcheren

ARNEMUIDEN

Voor het bouwen aan bunkers en allerlei andere klusjes deden de Duitsers vanaf april of mei 1944 ook een beroep op de krijgsgevangen genomen Marokkanen. Deze troepen hebben deel uitgemaakt van het Franse leger in 1940. Ze werden vooral in plaatsen op Walcheren ingezet. In Arnemuiden arriveerden in mei 1944 32 Marokkaanse krijgsgevangenen in twee groepen. Zij kregen onderdak in een tweetal woningen op de hoek van de Langstraat en de Marktstraat. De Marokkanen noesten ook de door hen ingenomen huizen schoonmaken. Er was uiteraard bewaking van Duitse schildwachten, zodat ze niet zouden ontsnappen. Van sympathisanten kregen ze soms voedsel of shag toegestopt. Ook verbleven er 25 Marokkanen op de boerderij Nieuwlands Rust aan de Oude Dijk in Nieuw- en Sint Joosland. Ze werden, aldus het dagboek van F.P. Polderdijk, op 5 juli I 944 ondergebracht in barakken bij de boerderij.
Eén van de mensen die verplicht werd werkzaamheden te verrichten op de Sloedam was landarbeider Johannes Kasse uit Kleverskerke: "Tijdens de oorlog werd ik verplicht voor de Duitsers veertien dagen te werken op de Sloedam. Ik moest toen onder andere schijnbunkers maken die half in de dijk stonden en met plaggen werden bedekt."
In het tijdvak van 1 april tot 1 juli 1944 werd in de gemeente Arnemuiden op last van de Wehrmacht een flink aantal bomen omgezaagd. Vooral de bomen aan de Kanaaldijk moesten eraan geloven. Uit de verzamellijst van de gemeente van 13 juli 1944 bleek dat er 1.650 bomen bij al met al dertien eigenaren in het kader van de Aktion Ocker in beslag genomen waren. Het zal duidelijk zijn dat deze vordering door de Duitsers geen prettige ervaring was voor de eigenaren van de houtgewassen.

Lees meer over de opmars in november 1944
Bron: Slagveld Sloedam

VEERE

De belangrijke rol die Veere zou gaan spelen werd vooral door de Seeko. ingezien. Reeds in september had hij er voor gezorgd dat de verdediging tegen luchtaanvallen danig werd uitgebreid. Begin oktober had hij het plan om ook de M.Fl.B. Nord, die door de inundatie met ernstige problemen te kampen kreeg, naar Veere te verplaatsen. Hiervoor kreeg hij echter geen permissie van de Adm. Niederlande. Wel werd op 1 okt. het radarapparaat Tiger (type Freiburg) vanuit Breskens, waar het gevaar liep door artillerievuur te worden vernietigd, naar Veere verplaatst. De door de Seeko gevreesde luchtaanvallen bleven echter uit. Alleen op 14 okt. werd om 14.57 u. een luchtaanval door jachtvliegtuigen uitgevoerd, waarbij het doel, de sluizen, echter geen schade opliep. Met behulp van boordwapens en raketten werden wel 2 schuiten tot zinken gebracht en 2 andere in brand geschoten. Op 23 okt. vielen er bommen in Veere toen het Vlissingse sluizencomplex door 92 Lancasters werd aangevallen. Bij het terugvliegen over Veere werden nl. nog enkele bommen gelost die ongeveer 200 m van de kop van de havenpier in het water vielen.
Over de stemming in Veere in de tweede helft van oktober schreef F.Kapt. Stein van het Rheinfottilje:
Voortdurende troepenverplaatsingen van Walcheren naar Zuid- en Noord-Beveland en op Walcheren zelf maakten zich snel onaangenaam merkbaar. Ondanks de verdubbelde wachtdíensten namen elke nacht de plunderingen en veediefstallen, evenals illegale slachtingen, toe. De houding van de soldaten van de darm- en maagpatiëntendivisie liet militair gezien veel te wensen over, en waren voor de daar eveneens gestationeerde marinetroepen geen goed voorbeeld. Een sterk deprimerende indruk op de soldaten van het garnizoen Veere maakte de door de vijandelijke vliegtuigen veroorzaakte dijkbreuk bij Vrouwenpolder, waardoor Veere cirkelvormig met water omsloten werd. Het wegtrekken van de divisiestaf van Middelburg naar Goes bemoeilijkte de verbindingen met de divisie, waardoor de contacten sporadischer werden. Na het wegtrekken van de Ortskommandant was er van de zijde van de landmacht geen officiersbezetting meer. In goede samenwerking met Oblt. (MA) Rapp en Kuhlmann heb ik, onder toevoering van een Feldwebel, getracht een zgn. Ortskommandantur in stand te houden."
Bron: Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen

arnemuiden lazarett buffaloes veere dijkgat veere
Arnemuiden: RodeKruisdorp Buffaloes bij de kerk in Veere Zicht op het dijkgat Veere

De gezamenlijke troepenmacht van 156th & 157th Infantry Brigades was vanaf 30 oktober samen met 3 regimenten ondersteunende veldartillerie verenigd in de zgn. Burnsforce onder bevel van de artilleriecommandant van de divisie Brig. Lionel B.D. Burns. Op de rechterflank rukte het 7th Battalion The Camaronians (Lt.Col. C.F. Nason) op naar Kleverskerke en daarna naar Veere, die resp. op 5 en 7 november bevrijd werden.
Het 4th/5th Battalion The Royal Scots Fusiliers (RSF) (Lt.Col. A.N. Gosselin), dat tijdens het oversteken van het Sloe voor de Cameronians en de Highland Light Infantry sjouwwerk ter ondersteuning had verricht, was nu achter de 7th Cameronians aangetrokken en stak op 6 november het kanaal noordoostelijk Middelburg over. De Glasgow Highlanders beveiligden de Sloedam en de 6th Highland Light Infantry (HLI) (Lt.Col. E.L. Percival) lag iets noordelijk daarvan in reserve. 5 HLI (Lt.Col. R.L.C. Rose) rukte op naar Nieuwland, Oudedorp en Fort Rammekens.
De Duitse commandant van Fort Rammekens had om 13.00 u. (5 nov.) een wapenstilstand gevraagd, maar werd officieel gesommeerd zich over te geven, anders, zo stelde Lt.CoL Rose om 14.10 u., "zal ik genoodzaakt zijn u te beschieten met 5 middelzware en 4 veldregimenten artillerie. Ik zal u een redelijke termijn geven om hieraan te voldoen.' Om 16.00 u. gaf de commandant zich over. De 6de november kreeg 6 HLI, dat de dag daarvoor Nieuwland had ingenomen, de opdracht naar Middelburg op te rukken en het te bevrijden, met 5 HLI als versterkingen indien nodig.

NIEUWLAND

In Nieuwland was het hoofdkwartier gevestigd van de Duitse troepen in oostelijk Walcheren onder commando van Oberst Otto Gajer van de Festungstammtruppen LXXXIX. Hij had eind oktober nog tot zijn beschikking: in het zuidelijk gedeelte en aan de Sloedam delen van het 2e Bataljon van Grenadier-Regiment 1019, resten van 2 bataljons Festungstammtruppen en een aantal genisten; in het noordelijk gedeelte resten van het Fusilier-Bataillon 170; aan artillerie waren er 3 zware batterijen oostelijk Nieuwland en 2 lichte batterijen noordelijk Arnemuiden. De Duitse veldartillerie stond onder commando van Oberst Franz Lex, commandant van het Artillerie-Regiment 170.
Aangaande de inzet van zijn batterijen schreef hij na de oorlog: "De batterijen stonden op de weinige droge plaatsen van het eiland als schietschijven. Wij konden echter dankzij onze artilleristische gevechtskracht de landengte bij Arnemuiden nog houden... [3 november] onze gevechtskracht verminderde met het uur en onze munitie, vooral bij de artillerie, liep op zijn eind. Het einde van de strijd tekende zich af. 's Middags had mijn artillerie geen munitie meer en de laatste nog vuurklare 6 stukken geschut van mijn in september nog 56 stukken sterke regiment werden vernield." Lex leed aan chronische gewrichtsreumatiek en werd op 4 november na een acute hevige aanval naar het ziekenhuis in Middelburg overgebracht. Daar werd hij op 7 november gevangengenomen. De volgende ochtend werd hij door de Britse artilleriecommandant Brig. L.B.D. Burns ondervraagd.
Lex: "Hij vroeg me o.a. met hoeveel gemotoriseerde stukken geschut ik de strijd om de eilanden was begonnen. Ik kon hem natuurlijk niet verraden dat mijn "gemotoriseerde kanonnen" slechts uit 2 trekkers en enige Hollandse koudbloedpaarden hadden bestaan. Ik antwoordde hem daarom, dat ik daarover geen uitspraken kon doen, maar dat hij vanzelf bij het opruimen van de eilanden mijn vernielde stukken geschut vinden zou. " Dat de Engelsen daadwerkelijk meenden met gemotoriseerd geschut te maken te hebben, blijkt o.a. uit het war diary van de Headquarters Royal Artillery van de 52e Divisie.
Bron: Walcheren bevrijd

britten in nieuwland Nieuwland duits geschut Schotten Nieuwland
Britse aanwezigheid   Schotse parade in de Veerstraat

 Terug hoofdpagina2