Duitse troepen bij de Sloedam

Halverwege 1944 was in de Jacobpolder bij de Sloedam een behoorlijke versterkinggebouwd. Uit een Nederlandse kaart, vervaardigd door het verzet, Ordedienst (OD), nr. 131(vlagserie), d.d. 12 juli 1944, kunnen we opmaken hoe de opstelling er toen uitzag. Vóór deSloedam was een batterij ingericht met twee stukken geschut van 15 cm en vier van 7 cm,met een telefoon-post; een batterij met twee stukken van 7 cm en vier van 15 cm; bij een afgebrande boerderij twee stukken van 7 cm geschut. Verdere versterkingen waren: een uitkijkpost met mitrailleur, prikkeldraadversperringen en nog een telefoonpost.
De Tagemeldung van 30 oktober 1944 van de Wehrmachtsführungsstab vermeldt het volgende:
"70. Infanterie-Division: Het merendeel van de eigen troepenmacht, inclusief alle wapens van de divisie, werd op Walcheren teruggetrokken. Een eigen bruggenhoofd werd aan de oostelijke zijde van de dam bij Arnemuiden ingericht."

Eind oktober 1944 kwamen geallieerde verkenningstroepen bij de oostelijke toegang van de Sloedam. Het 8th Canadian Reconnaissance Regiment en patrouilles van het 1st BattalionThe Essex Scottish Regiment bereikten als eersten de Duitse posities. De verkenning leverde belangrijke informatie op. Het bleek dat de Duitsers zich aan het begin van de Sloedam sterk hadden verschanst. De Duitse verdediging was ongeveer 200 man sterk. De versterkingen waren opgesteld in de vorm van een kwart cirkel en bestonden uit bunkers, prikkeldraadversperringen, luchtdoelgeschut, anti-tankkanonnen en mitrailleurs.  draadversperringen aangebracht, die waren voorzien van boobytraps.

muralt muurtjeOok in de directe omgeving van het uiteinde van de Sloedam lagen honderden Duitse manschappen. Bovendien hadden de Duitsers goede dekking van de betonmuurtjes of 'muralt-muurtjes' die op de zeedijk stonden [zie foto] vanaf de Kruitmolen tot aan Fort Rammekens. Waarschijnlijk hebben de Duitsers onder de muurtjes een veilige schuttersput gemaakt door hier de grond weg te graven. Hiermee creëerden ze een uitstekende plek om vrijwel ongezien de geallieerde soldaten onder vuur te nemen.
Direct achter de westzijde van de Sloedam hadden de Duitsers een krachtig verdedigingsstelsel opgebouwd dat bestond uit onder andere mortieren, vlammenwerpers, mitrailleurs, pant-serafweergeschut en licht luchtdoelgeschut. In de nabije omgeving was 2,0 cm 'Vierling' luchtdoelgeschut aanwezig (bij het pompstation) en een Duits 8,8 cm kanon dat op een vrachtauto geplaatst was. Met het 8,8 cm kanon kon een moordend vuur op de Sloedam worden gericht, omdat dit in het verlengde stond opgesteld van de Sloedam. Dit kanon stond op honderden meters van het begin van de Sloedam opgesteld, vlakbij de spoorlijn ter hoogte van de boerderij van Kees Mesu, dichtbij Arnemuiden in de Nieuwerkerkepolder.
Verder achter de Sloedam waren twee buitgemaakte Franse 75 mm kanonnen opgesteld. De omgeving van de noordelijk en zuidelijk gelegen boerderijen was versterkt met geschut, mortieren e.d.  Ze beschikten ook over vlammenwerpers en Goliath-tanks (kleine op afstand bestuurbaar rupsvoertuig met springlading.) De Duitsers hadden dus alles gedaan om elke aanval van de geallieerden af te slaan. Evenals de Fransen in de meidagen van 1940 hadden de Duitsers voordeel van de dijken bij het inrichten van hun verdedigingsgordel. De linie fungeerde als een soort waterkering. Al met al was het een formidabele verdediging. Gen. Lt. Daser had ten oosten van de Sloedam twee pelotons van II. Bataillon/G.R. 1019 in een Widerstandsnest opgesteld.

Duitse verdediging sloedam 14 10 44 na bomb buitgemaakte goliaths
Duitse soldaten 14 oktober bombardement op de Sloedam Buitgemaakte Goliath tanks

 

Om de opmars van de geallieerden via de Sloedam ernstig te belemmeren. werd na de terugtrekking van de laatste Duitse soldaten vanuit Zuid-Beveland de weg op de Sloedam over de hele lengte en breedte zwaar ondermijnd met explosieven. Daarna werd op 30 oktober 1944 om 06.45 uur met explosieven een krater van 30 m doorsnee in de Sloedam geslagen. De opdracht van de Duitse legerleiding werd uitgevoerd door het 3. Kompanie/Pionier-Bataillon 170. De kracht waarmee deze explosie gepaard ging, deed de bewoners in de dorpen in de omgeving zoals Arnemuiden en Nieuw- en Sint Joosland schrikken. Het terugtrekken van de Duitsers en het opblazen van de Sloedam was ook niet ontsnapt aan-de aandacht van de geallieerden, die de Duitse geheime codeberichten via 'Enigma’ konden lezen.
Eén van die berichten (vertaald op 1 november 1944), verzonden op 31 oktober 1944 luidde als volgt: "70. Infanterie-Division. Eén officier en 35 mannen waren de laatsten die terugtrok-ken naar Arnemuiden in de richting van Walcheren. Sloedam is opgeblazen."
De Tagemeldung van 31 oktober 1944 van de Wehrmachtsführungsstab vermeldt het volgende:
"70. Infanterie-Division: Het eigen bruggenhoofd oostelijk Arnemuiden werd door de vijand samengedrukt. Vijandelijke aanvallen tegen de engte zelf werden afgeslagen. De dam naar Walcheren werd door een 25 m brede en 10 m diepe bomtrechter onderbroken."
De krater lag op ongeveer 400 m van de Duitse stellingen en de explosie had bijna de hele dam doormidden geslagen. Hierdoor kreeg het water van het Sloe vrij spel en was de Sloedam richting Walcheren zo goed als over de hele breedte doorgesneden. Mede door de eerdere inslagen van zowel Duitsers als geallieerden konden tanks en andere voertuigen de Sloedam niet meer oversteken.

Bij de strijd om de Sloedam werd ook de Marineküstenbatterie Domburg (5. Batterie/ Marine-Artillerie-Abteilung 202) ingezet. Zij zou op 31 oktober 1944 deelnemen aan de strijd om de Sloedam, voor de geallieerden bekend onder de naam W-17, met haar 4 x22 cm kanonnen. Dit was de enige kustbatterij die haar geschut in een openstelling had geplaatst.

(Bron: Slagveld Sloedam)


 In Nieuwland was het hoofdkwartier gevestigd van de Duitse troepen in oostelijk Walcheren onder commando van Oberst Otto Gajer van de Festungstammtruppen LXXXIX. Hij had eind oktober nog tot zijn beschikking: in het zuidelijk gedeelte en aan de Sloedam delen van het 2e Bataljon van Grenadier-Regiment 1019, resten van 2 bataljons Festungstammtruppen en een aantal genisten; in het noordelijk gedeelte resten van het Fusilier-Bataillon 170; aan artillerie waren er 3 zware batterijen oostelijk Nieuwland en 2 lichte batterijen noordelijk Arnemuiden. De Duitse veldartillerie stond onder commando van Oberst Franz Lex, commandant van het Artillerie-Regiment 170.
Aangaande de inzet van zijn batterijen schreef hij na de oorlog: "De batterijen stonden op de weinige droge plaatsen van het eiland als schietschijven. Wij konden echter dankzij onze artilleristische gevechtskracht de landengte bij Arnemuiden nog houden... [3 november] onze gevechtskracht verminderde met het uur en onze munitie, vooral bij de artillerie, liep op zijn eind. Het einde van de strijd tekende zich af. 's Middags had mijn artillerie geen munitie meer en de laatste nog vuurklare 6 stukken geschut van mijn in september nog 56 stukken sterke regiment werden vernield." Lex leed aan chronische gewrichtsreumatiek en werd op 4 november na een acute hevige aanval naar het ziekenhuis in Middelburg overgebracht. Daar werd hij op 7 november gevangengenomen. De volgende ochtend werd hij door de Britse artilleriecommandant Brig. L.B.D. Burns ondervaagd.
Lex: "Hij vroeg me o.a. met hoeveel gemotoriseerde stukken geschut ik de strijd om de eilanden was begonnen. Ik kon hem natuurlijk niet verraden dat mijn "gemotoriseerde kanonnen" slechts uit 2 trekkers en enige Hollandse koudbloedpaarden hadden bestaan. Ik antwoordde hem daarom, dat ik daarover geen uitspraken kon doen, maar dat hij vanzelf bij het opruimen van de eilanden mijn vernielde stukken geschut vinden zou. " Dat de Engelsen daadwerkelijk meenden met gemotoriseerd geschut te maken te hebben, blijkt o.a. uit het war diary van de Headquarters Royal Artillery van de 52e Divisie.
Bron: Walcheren bevrijd

 Terug hoofdpagina2