Oktober in beeld - ramp IJzendijke


 

20 oktober

Uit het dagboek van A. Cornelis-Luteijn uit Nieuwvliet:

Wel veel schieten overdag, maar verder niets. ’s Nachts echter weer granaten op De Groe. Nu is het huis van de dominee getroffen, onder andere mevrouw Hoolhorst gedood. Bij Risseeuw een scherf door de deur en de vrouw gedood, nog drie andere dooden. In de kerk was het een paniek. Wij zijn ’s nachts ook naar de kelder gevlucht en daarna komen langs achter eenige menschen geloopen die zeggen dat het huis van A. Salomé ook kapot is. Ze roepen en schreeuwen om toch ook in de kelder te mogen, maar die is reeds meer dan vol. Het kan onmogelijk, dus moeten ze maar achter de oven veiligheid zoeken. Twee kleine kinderen worden er in gelaten. De bel die klingelt en aan de voordeur staan I.Z. Naaye en familie. Ze vragen ook onderdak omdat het huis van Brakman in de Achterstraat ook kapot is.

De bevrijding van West-Zeeuws-Vlaanderen blijkt een helse klus. Polder na polder, dijk na dijk moet worden veroverd. De Canadezen kenschetsen het geteisterde land als volgt: ,,Een hels landschap van gevelde bomen, kraters, prikkeldraad, mijnen, met de Moffen langs elke dijk ingegraven en elke dijkvertakking levensgevaarlijk’’ (citaat Van der Ham, Zeeland 40-45, pag. 411). Vandaag gaan de aanvallen op Duitse stellingen voort.


De ramp in IJzendijke

Deze dag vindt op de boerderij van de familie De Dobbelaere aan de Isabellaweg bij IJzendijke een catastrofale ontploffing plaats. Waarschijnlijk gaat het om een ontploffing van een tank met nitroglycerine, een uiterst explosieve brandstof. Op het erf maakt een Britse eenheid zich gereed voor de aanval op Breskens. Een transportsectie komt de eenheid bevoorraden. De Britten beschikken over een apparaat – de Conger – waarmee mijnenvelden kunnen worden geruimd. Dat apparaat is voorzien van een met nitroglycerine gevulde slag, die een mijnenveld wordt ingeschoten en tot ontploffing wordt gebracht. Daardoor ontploffen de daar gelegde mijnen en ontstaat er een gegarandeerd mijnenvrije strook waarover kan worden opgerukt. Wat er op het erf van De Dobbelaere precies fout gaat, is niet bekend. Een vergissing bij het overladen, of misschien is één van de wagens op een mijn gereden. In elk geval is de explosie enorm, met 46 doden en 38 gewonden tot gevolg. Johan Steenkiste is dan 13 jaar, hij vertelde vijf jaar geleden in het PZC-boek De Slag om de Schelde: ,,Het was een inferno. De vlammen schoten kerktorenhoog en de dakpannen vlogen misschien wel een kilometer de lucht in. Aan het gebulder heb ik een gehoorbeschadiging overgehouden.’’

 

De Engelse legerleiding komt een paar dagen later poolshoogte nemen en vertrekt weer. Gedurende enkele weken patrouilleert de Engelse militaire politie er onafgebroken. De kapotte tanks blijven meer dan een jaar in het weiland staan. Het gebied is nauwelijks afgezet en de beide jongens kunnen er ongestoord rondstruinen. 'Van alles lag er daar. Wij vonden van alles, dat we helemaal niet mochten vinden. 'Wapens, van alles.' Er wordt van officiële zijde nauwelijks onderzoek ingesteld naar de toedracht. 'Daar mocht niks van bekend gemaakt worden.' Het Ministerie van Oorlog in Engeland houdt elk verzoek om informatie tegen. Een van de betrokken veteranen, Martin Reagan, begint jaren later op eigen houtje een onderzoek, maar wordt enkel tegengewerkt. 'Dat was een geheim project, die nitroglycerine, en daar mocht niets over naar buiten komen. Daar deden ze verschrikkelijk geheimzinnig over.'
Waarschijnlijk betrof het een geheim tankbataljon, dat beschikte over speciale technieken, de eerste in hun soort. De nitroglycerine zou gebruikt worden bij een nieuwe methode om corridors in de vijandelijke linies te scheppen. Het materieel had nooit op een Zeeuws-Vlaams boerenerf terecht mogen komen. Ook enkele Nederlandse onderzoekers hebben de waarheid boven water proberen te krijgen, maar in de Britse archieven is er geen enkel document over te vinden.
Bron: Bevrijd, maar ....



Lees het verhaal van Het verhaal van  Charles Martin Reagan. "In oktober 1944 was ik sergeant, nr. 14369232, commandant van een Churchill-tank in het 3e peloton van het 284 Armoured  Assault Squadron (Pantser Aanvals Eskadron)van de Royal Engineers (Koninklijke Genie)en lag ik met mijn eskadron bij IJzendijke in Holland. De herinneringen aan de gebeurtenissen aldaar zijn nog steeds levendig en zullen de rest van mijn leven bij mij zijn." (Overleden 26 december 2016)

lees verder

Monument in IJzendijke  
IJzendijke monument geall militairen Conger

De tekst op het monument is:
Door een tragisch ongeval op 20 oktober 1944 verloren 37 Engelse en Canadese soldaten het leven op deze akker. Zij stierven voor onze vrijheid.
Op de plaquette in het midden van het monument staan de namen van de omgekomen militairen van het 284ste Armoured Assault Squadron van de Royal Engineers en de 7e Infantry Brigade Company van het Royal Canadian Army Service Corps. Vier gesneuvelde soldaten zijn in 1999 toegevoegd door naspeuringen in archieven. Zij zijn na het ongeval overleden aan hun verwondingen.
De gesneuvelde soldaten zijn begraven op de Canadese begraafplaats te Adegem in Belgie. De vermiste soldaten staan vermeld op het gedenkteken te Groesbeek. Bekijk hier alle namen op het monument, dat in 1997 onthuld werd.

Ga naar de videopagina De slag van dag tot dag voor een filmpje over deze gebeurtenis.

 

In de loop van 1945 verschijnt de bundel : Burgers in bezettingstijd. Daarin wordt onder meer in een zestal thema's ingegaan op de ervaringen in oorlogstijd. In het onderdeel Verwoesting, van H.H. Felderhof, lezen we ook over Zeeland, met name over Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen. Lees een kort verslag van een ooggetuige.