Koudekerke tijdens inundatie

 Uiteindelijk, toen de geallieerden de dijken hadden gebombardeerd, lag Koudekerke ineens als een echt eiland in zee, met alleen nog een deel van de dorpskom boven water. Daar hokten zo’n tweeduizend mensen samen, dorpelingen en vluchtelingen opeengedrongen in de huizen om het dorpsplein. Met de Michaëlskerk als opslagplaats voor levensmiddelen, een wegkruising als haven, en het gemeentehuis als noodhospitaal. In elk huis vonden meer dan tien, soms wel twintig mensen, onderdak. Café Centraal herbergde er uiteindelijk zeventig. De elektriciteit viel uit en er dreigde gebrek aan water. In die penibele situatie kwam de dorpskom, volgepropt met mensen en vee, zwaar onder vuur te liggen van geallieerde jachtvliegtuigen en vervolgens van de uit Westkapelle oprukkende bevrijders.Vooral de nacht van 3 november verliep dramatisch. Er explodeerde toen ook een villa die dienst deed als munitiedepot. Die dagen werden 42 woningen totaal vernield. Veertien inwoners verloren het leven als gevolg van luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, tweederde van het totaal aantal burgeroorlogsslachtoffers in het dorp. „Geen andere plattelandsgemeente op Walcheren is zo zwaar door de artillerie beschoten als Koudekerke.” En dat terwijl in het dorp nog hooguit vijftien Duitse soldaten huisden. In zijn dagboek vroeg gepensioneerd huisarts Janco van der Harst zich wanhopig af of de geallieerden hun verstand hadden verloren.

 

Verhaal

 

15 oktober: het water komt

‘Heel onze tuin is naar den bliksem, heerlijk dat we aan het eind van ons leven zijn. We hebben in huis de familie Cijvat; die mensen verdronken zoo goed als in het Langeweegje. Overal werden mensen met een rubberboot en een roeiboot afgehaald. De Duitschers hielpen veel.' Dat wordt meer gehoord, dat in Koudekerke Duitse soldaten de bevolking hielpen met het redden van bezittingen. Op 23 oktober werden de inwoners van de Middelburgsestraat, Biggekerksestraat en het Langeweegje met bootjes van het Rode Kruis naar de dorpskern gebracht. Er zou een waterpeil van twee meter diepte zijn gemeten in het Langeweegje. Met een kano voer men hier zo de gang van een huis binnen. Eind 1944 waren alle huizen die voortdurend in het water stonden ontruimd. 
 
‘Men leeft deze dagen bij het uur. De mannen moeten een dijk leggen rond het hoge gedeelte van 't dorp, dit moet zo vlug mogelijk gebeuren omdat het deze week weer springvloed is. Men zegt dat 2 November het water 't hoogst zal zijn. Dit hangt natuurlijk veel van het weer af, de laatste dagen heeft het nogal zacht mistig weer geweest. Nu is het helder, met een frisse wind. De vorige keer toen het springvloed was, heeft het water ca. 70 cm voor de deur gestaan, in de schuur tot over de knieën. 's Woensdags (Donderdags was het springvloed) hebben we geslacht, we zagen geen kans meer het varken boven water te houden. Dat was telkens weer een spanning, dan zag je de sloot opkomen en 5 min later stond het al voor de deur. Alles wat los is of weg kon drijven moest binnen gehaald worden, anders gaat het met de stroom mee.' Op 1 november meldde ze over de veestapel en het zeewater: 'Water was hoog (in de kamer 25 cm, op de voorvloer 50 cm en buiten 70 cm); op de weg tot boven de knieën.

Bron: Koudekerke in de Tweede Wereldoorlog / Blog Zeeland geboekt 



Diezelfde avond (7 oktober) nog stroomde het water met grote snelheid door de Galgeweg. Cornelis Puype was getuige van de enorme kracht van het stromende water: ‘Ik sta enige uren later bij de tankgracht [huidige watergang nabij kruising Sloeweg-Koudekerkseweg], die van de duinen af komt en daar bruist het water in een geweldige kolk door het gat onder de weg door. Schildwachthuisje + tonnen alles mee zuigend. Het land tussen de weg en de duinen staat hier dan al blank. Straks is het echter weer afgaand water en komt het niet hoger meer met de nacht. De moffen zijn vrij radeloos, want al hun bunkers staan daar reeds onder water en ook de stellingen meer naar het Noorden worden reeds bedreigd. Het is een geweldig goed gericht bombardement; geen enkele burger is getroffen en het doel is volkomen bereikt. Het is te hopen dat door het water de moffen weg moeten trekken.’

Van der Harst (huisarts) krijgt te horen dat er ’s avonds affiches zijn aangeplakt waarop te lezen valt dat de inwoners hier weg moesten naar hoger gelegen plaatsen als Oostkapelle en Domburg. Zijn reactie: ‘Wat zal daar van komen?’

 

Men zegt dat 2 November het water ‘t hoogst zal zijn. Dit hangt natuurlijk veel van het weer af, de laatste dagen heeft het nogal zacht mistig weer geweest. Nu is het helder, met een frisse wind. De vorige keer toen het springvloed was, heeft het water ± een 70 cm voor de deur gestaan, in de schuur tot over de knieën. ‘s Woensdags (Donderdags was het springvloed) hebben we geslacht, we zagen geen kans meer het varken boven water te houden. We hadden het hok opgehoogd met musters [takkenbossen) van knotwilgen om de open haard in de bakkeet mee aan te maken]. Het fietsenkot was weer droog en toen hebben we hem daar geslacht alles vliegensvlug want !!!!! om 3 u kwam het water weer en dan...... moest alles aan de kant zijn. Dat was telkens weer een spanning, dan zag je de sloot opkomen en 5 min later stond het al voor de deur. Alles wat los is of weg kon drijven moest binnen gehaald worden anders gaat het met de stroom mee.’

Op 1 november meldde ze over de veestapel en het zeewater: ‘Water was hoog (in de kamer 25 cm, op de voorvloer 50 cm en buiten 70 cm); op de weg tot boven de knieën; het stond tot Louw Vos. […] In de schuur op verhoging staan nog: 3 koeien, 3 jonge beesten, 2 kleine kalfjes, 2 schapen, 1 geit. Gisteren is een stier geleverd voor vlees op ‘t dorp. Trui ‘t paard staat bij ons op stal, Fanny ‘t jonge paard bij Buurman. 1 varken en 2 kleine zijn nog bij ons.’

(Dagboek Marie Verhage)

 

Direct na de bevrijding, begin november, keert burgemeester Dregmans terug in zijn gemeente Koudekerke, na in juli 1942 als gijzelaar in kamp Haaren te zijn vastgezet en na zijn vrijlating in november van dat jaar tot dan in Bergen op Zoom te hebben gewoond. Van november 1944 tot en met oktober 1945 doet hij maandelijks verslag van de situatie in zijn gemeente. Hieronder enkele citaten daaruit.

 

De wegen blijven goed, voorzoover ze altijd onder water staan, maar die gedeelten die bij ebbe droog komen, hebben op bepaalde plaatsen zoodanig van de stroom te lijden, dat ze geheel uitschuren, ja er zelfs diepe gaten ontstaan. Regelmatig vullen we deze gaten met puin, maar een afdoende verbetering is dit hoegenaamd niet. Alles moet per boot gebeuren en er zijn helaas vele dagen de laatste week waarop niet gevaren kan worden. Ook dit werk zetten we onverminderd voort en we doen wat mogelijk is.

 

Openlijk wil ik erkennen dat hier veel op eigen initiatief gedaan is, teneinde de gevolgen van de overstrooming voor de menschen tot de kleinst mogelijke proporties terug te houden. Daarbij namen wij het standpunt in, dat om Duitschland op de knieën te krijgen, het eiland Walcheren willens en wetens aan de golven werd prijs gegeven. Daarvan profiteert geheel Nederland. Welnu, dan is het ook redelijk dat alle lasten, welke het gevolg zijn van de overstrooming, ten laste van het algemeen worden genomen. Bij het voteren van gelden ben ik steeds van dit standpunt uitgegaan. Wanneer nu na ingesteld onderzoek blijken zal, dat van deze genomen "vrijheid" geen misbruik gemaakt is, dan spreek ik de hoop uit dat de ingediende en alsnog in te zenden declaraties geheel zullen worden voldaan.

 

Op 17 Mei is brand uitgebroken in een landbouwschuur in de duinstreek, tengevolge van blikseminslag tijdens een hevig onweer. De schuur is volkomen afgebrand, maar de aan de schuur gebouwde woning kon worden gered. Deze liep zelfs geen waterschade op. De brandweer is uitgerukt, maar waar het vervoer van de spuit moest plaats hebben op een wagen en de paarden vanwege het water en de slechte toestand van den weg stapvoets moesten loopen, is het duidelijk dat de spuit niet vroeg op het terrein van de brand kon aanwezig zijn. Zonder het doortastend optreden der omwonenden zou de woning zeker verloren zijn gegaan.

Over het georganiseerde vervoer over water leest u meer in het onderdeel over Openbaar vervoer [hoofdstuk Dagelijks leven], in het hoofdstuk 1945-1946 meer over hulpverlening over en weer.

 

Bronnen: Rapportages burgemeester Dregmans / Koudekerke in de Tweede Wereldoorlog

 

Veerdiensten Koudekerke-Middelburg-Vlissingen
De eerste tochten vanuit Koudekerke hadden een verkennend karakter. Naar Middelburg volgde men eerst de Middelburgseweg. Maar algauw bleek dat deze bij slot Ter Hooge (hoe toepasselijk) nogal eens droogviel. Dan droeg men de kano over de zogenaamde Eikenlaan. Het was beter om het slot om de noord te ronden en dan weer richting Poelendaelemolen aan te houden. Er ontwikkelde zich een centrum bij de Seisbrug waar boten van alle dorpen afmeerden, zowel voor passagiers als voor vracht.

Lees verder over deze bijzondere veerdiensten


 

Koudekerke Dishoekseweg

Koudekerke inundatie1

Koudekerke haven

Koudekerke loopvlonders Tramstraat

Koudekerke loopvlonders2

Koudekerke Mbrgse weg

 Terug hoofdpagina2