Domburg

 

 

stoomtrein domburg

November 1944

Dit werd een van de meest verbeten acties van de strijd om Walcheren. Voordat tanks en commando's tegen batterij W 18 in het duingebied tussen Domburg en Oostkapelle in actie kwamen, moesten in Domburg nog enkele verzetshaarden worden opgeruimd.

Hotel Woestduin werd door de tanks in brand geschoten, waarna de bezetting zich overgaf. Nog altijd kwam er vuur vanaf de watertoren. Bart Goedbloed zag het volgende: 'Gedurende enkele minuten vuurde een tank op de toren. Weldra zwaaiden de Duitsers op de omloop met een witte vlag. De Commando's haalden daarna 143 gevangenen uit de toren ende omliggende bunkers'. Het Badhotel, dat jarenlang had gediend als hoofdkwartier van de Marine Artillerie onder Kapitän Künel, viel die dag eveneens in geallieerde handen. Westkappelaar Hendrikse diende de commando's als gids: 'Ik leidde de patrouille naar de achterkant van het hotel. Een deur stond op een kier. De commando's zochten eerst naar eventuele mijnen en booby-traps, maar toen alles veilig was, gingen we naar binnen. In de koffiekamer heerste een grote wanorde. Uit alles bleek, dat de Duitsers slechts kort tevoren waren vertrokken. Het eten stond onaangeroerd op tafel, overal lagen kleding- en uitrustingstukken. In de kasten vonden we een groot aantal stafkaarten, waaronder een met alle verdedigingswerken van Schouwen-Duiveland. Op een andere kaart waren de Duitse mijnenvelden tussen Westkapelle en Oranjezon aangebracht. Duitsers vonden we echter in het hele gebouw niet'.

Domburg treintje dijkherstel 1946 Terrapin Domburg nov44 bunker domburg

Voor het transport van zand, cement en grind van de Loskade in Middelburg naar de kust werd gebruik gemaakt van een smalspoor over het tracé van de eind 1937 opgeheven stoomtramverbinding naar Westkapelle en Domburg (in de volksmond het zandtreintje genoemd). Een soortgelijk spoor liep van de haven van Veere in de richting van Vrouwenpolder. Na de bevrijding werd het treintje gebruikt bij het dijkherstel


De kalender wijst woensdag 1 november 1944 aan, 9 uur M.E. tijd. Een stille, mistige morgen, stil en dreigend na die vreselijke zaterdag en nog ergere zondag toen ware bommentapijten werden gelegd langs de kust van Walcheren. Was het hoofddoel zaterdag de grote kanonnen van de Duitsers op de golflinks te Dornburg uit te schakelen, zowel met zware exploderende bommen als met tijdbommen, zondagmorgen werd de rust reeds vroeg verstoord door een felle aanval van Typhoons op het Duitse hoofdkwartier in het Schuttershof in het centrum van Domburg. Die dag beschoot de ‘Warspite’ met 38 cm granaten Domburg. Een dertigtal huizen werd daardoor vernield; terwijl een aantal mensen het leven verloor. Ook het Duitse 22 cm geschut op de golflinks werd door vuur van 'Warspite' uitgeschakeld.


Toen Domburg van vijanden gezuiverd was, bonden de geallieerden de strijd aan met de Duitse versterkingen in het bos- en duingebied rond het dorp. Commando 41 en de intergeallieerde eenheid no. 10, waaronder Noren en Belgen, werden gesteund door vier tanks, de enige die beschikbaar waren. De duinen vormden met hun steile hellingen en rul zand een groot probleem voor de stalen monsters. Zij vuurden veelal vanuit laag gelegen posities en verleenden zo steun aan de moeizaam oprukkende commando's. Het gevecht om batterij W 18 duurde drie dagen. De Duitsers hadden zich niet alleen verschanst in geduchte bunkers, zij hadden het voorterrein ook bezaaid met mijnen. Hun centrale defensiepost Zwarte Hut in het uiterste noorden bestond uit een formidabele bunker, alsmede uit batterij W 19.

Traditie getrouw bleven de Duitsers schieten met alles wat ze hadden totdat hun positie dusdanig was geworden, dat verder standhouden een gewisse dood zou betekenen. Toen dat moment aanbrak, smeten 300 soldaten hun wapens en uitrusting weg en kwamen, de handen hoog in de lucht en zwaaiend met witte doeken, uit hun bunkers te voorschijn. De laatste vijandelijke batterij, die de geallieerden grote verliezen had bezorgd, was uitgeschakeld. Maar nog was de strijd om Zwarte Hut niet ten einde. Op 7 november kwamen Typhoons tegen deze stelling in actie, waarna de commando's met steun van de tanks een stormaanval begonnen.

Vooral de Belgen onderscheidden zich in dit duingebied. Een hunner, Jacky Deleener genaamd, bracht verslag uit: 'Het is nu 3 uur. Voor ons liggen slechts enkele bosjes en heuveltjes, die er allemaal even ongevaarlijk uitzien. Maar telkens als wij voortkruipen blijkt er achter elk van hen een vijand te zitten. Weldra vliegen de kogels ons rond het hoofd. Wij springen vooruit van boom tot boom. Het vijandelijk vuur wordt vinniger. Geen enkele plek is veilig. Onze sectieleider, luitenant Meny sneuvelt en sergeant-majoor Boris Artemieff wordt zwaargewond. Onze brenschutter korporaal Albert Dive krijgt een kogelrecht in het hart. Het begint er hachelijk voor ons uit te zien. Korporaal Charley Legrand en ik nemen de leiding. Het vijandelijk vuur wordt echter onhoudbaar en wijdrukken ons plat tegen de grond'. Ten slotte kwam er ontzet voor de belaagde Belgen. Hun commandant, kapitein Danloy, liet een andere sectie een omtrekkende beweging maken om de vijand af te leiden. Weldra verminderde de Duitse druk. Ten slotte gaven zich 150 man over. De vier tanks  hadden in totaal 1400 granaten van 75 mm verschoten en 76 dozen andere munitie. Brigadier Leicester verwoordde wat waarschijnlijk iedere commando dacht: 'De weinige tanks, die we aan land kregen, waren hun gewicht in goud waard'. De Belgen, die met 78 man aan de strijd om de batterijen W 18, W 19 en Zwarte Hut hadden deelgenomen, verloren twee man, die gedood werden en negentien gewonden.

Bron: Worsteling om Walcheren


titelfoto domburg

Zondag 29 oktober

Bombardement Domburg - Westkapelle - Zoutelande 11.46 - 12.58

Lees het bericht hierover

Bewonderenswaardig volk, die Zeeuwen!
'Nog nooit ben ik een door ons vuur zo grondig verwoeste stad * binnengetrokken, waar de bevolking ons zo oprecht hartelijk en zonder enige rancune is tegemoet getreden. Een bewonderenswaardig volk, die Zeeuwen!'
Brigadier J.F. Maclaren, commandant 155ste Brigade.
( bedoeld wordt Vlissingen.)

Zondag 29 oktober

Bombardement Domburg 13.00 - 13.37

Lees het bericht hierover

 


kaartje Domburg

Stp Hamster was de radarstelling net iets boven Domburg. Dit soort installaties kregen de naam van een zoogdier waarbij de eerste letter overeen kwam met die van de locatie. De "H" van Hamster komt van het dorp Haamstede waar deze radarpost ooit gepland was. Het feit dat de bunker L 485 niet in dit steunpunt lag, maar in Wien, is opmerkelijk. In het verlengde van de Duinvlietweg lag de (open) batterij W18: 4 stuks zware kustartillerie (88 mm) en 4 stuks lucht-doelartillerie (94 mm). In oostelijke richting lag W19: zware kustartillerie (4 stukken elk105 mm) in 4 kazematten + radar + zoeklichten. (code-naam "Flensburg") Bij Domburg lagen: W37: kustbatterij met 4 kanonnen (150 mm), W17: open kustbatterij 4 met kanonnen (220 mm)


 

Op 4 november keerde 41 Commando terug in Domburg nadat gebleken was dat Vlissingen onbereikbaar was. B Troop zou 10 (Inter-Allied) Commando assisteren om W 18 in te nemen. Met de Belgen op de rechterflank, die door de bossen trokken, werd rond 15.00 uur door 41 Commando opgetrokken door de duinen naar W 18, een sterk verdedigde luchtdoelbatterij. Er kwamen eerst nog even drie Typhoon jachtbommenwerpers ‘kijken’, zonder verder iets uit te richten. De Belgische commando’s, die verliezen leden door mijnen en scherpschutters, kregen na 800 meter oprukken de order halt te houden. Over deze korte afstand hadden deze al meer dan 100 Duitsers gevangen genomen, maar 41 Commando was vastgelopen richting W 18. Terwijl 41 Commando zich ingroef voor de nacht, maakte de Noorse Troop zich op om op te rukken naar W 18 in de vroege morgen van de 5de november. Maar het weer was slecht en er was geen kans op luchtsteun. De opmars verliep zeer traag.

Op 7 november was het weer zo ver verbeterd dat achttien Typhoon jachtbommenwerpers doelen ten noorden van Domburg konden aanvallen met raketten en boordkanonnen. Ook goed geplaatste mortieren door de commando’s brachten schade toe aan de Duitse verdediging, van met name de stelling bij de zogenaamde ‘De Zwarte Hut’. Met steun van de twee Sherman tanks werd deze door de Kriegsmarine bezette stelling vrij snel ingenomen. Lt.-Col. Palmer hield zijn mannen niet tegen om W 19 in te nemen voor donker. Maar de tankgracht en andere versperringen, zoals mijnenvelden, vertraagden de opmars. Duits machinegeweervuur en mortieren maakten verschillende slachtoffers in dien mate dat Palmer de mannen terug riep.

 
Typhoons beschoten de bossen ten noorden van Overduin om het terugtrekken de dekken. De Noren probeerden via de bossen een doorbraak te forceren maar na ongeveer 300 meter liep de AVRE Churchill tank op een mijn waarbij drie bemanningsleden omkwamen. Zonder tank ondersteuning trokken de Noren verder, en maakten veel Duitsers gevangen. Tijdens het ondervragen kwamen ze erachter dat de meeste Duitse troepen W 19 hadden verlaten. Maar het maakte de inname er niet makkelijker op, want de mijnenvelden kostten veel tijd.

Bij het eerste licht van 8 november trok 41 Commando verder door het mijnenveld rond W 19. Gedurende de nacht was No. 4 Commando in de omgeving gearriveerd. Deze namen de taken over van 10 (Inter-Allied) Commando. 4 Commando trok ook door de bossen richting Vrouwenpolder waar ze later de capitulatie zouden aanvaarden van Oberstleutnant Wilhelm Veigele waarmee geheel Walcheren bevrijd was.

Ondanks verhalen dat de Duitsers vertrokken waren bij W 19 bleken er nog steeds vijandelijke troepen in de loopgraven rond te lopen. Lt.-Col. Palmer vreesde weer een verloren dag en gaf opdracht aan P Troop het mijnenveld over te steken onder dekking van vuur afgegeven door P Troop. Deze actie slaagde wonderwel en de overrompelde Duitsers zwaaiden al snel met witte vlaggen. Met de inname van W 19 waren de zwaarst verdedigde stelling ingenomen op Walcheren.

Bron: Strijdbewijs



2 november Wij staan al heel vroeg op. Om acht uur vernemen wij dat Domburg door Engelse troepen is bezet. Van Domburg is zeer veel verwoest en er zijn vele doden te betreuren. Ondergrondse werkers brengen krijgsgevangenen binnen. Spanning buitengewoon groot. De Engelse troepen beschieten de Domburgse watertoren, waar zich naar schatting een 50 Duitsers in moeten bevinden en die weigeren zich over te geven. Om 5 uur in de namiddag slaan wederom zware granaten voor en achter onze woning in.
Van de ene zijde schieten de Engelsen op de watertoren en van de andere zijde de Duitsers. Om half zes in den morgen komen wederom de granaten neer. De ene reeks voor huis en de andere er achter, Reina ligt naast mij op de matras. Wij omklemmen elkaar en nemen afscheid van elkaar, omdat wij elk ogenblik de granaat verwachten die ons met alle anderen uit deze aardse hel zal wegnemen."
Bron: PZC oorlogsdagboek

 

Ooggetuige

Als het grauwe licht van de donderdag daagt voor vriend en vijand, ontwaken de Domburgers in een vredige stilte. De geallieerden hebben nu het gehele dorp in hun bezit. Mensen, die uit de gevarenzône gevlucht waren, kunnen nu weer hun eigen bedoeninkje opzoeken. Soms verdrietig door verlies van familie of verloren gegaan goed, soms verheugd omdat lijf en goed gespaard is. Hier en daar smeult het nog na in de verbrande huizen. Voorzichtig baant een geallieerde tank zich een weg door de straten om de watertoren onder vuur te nemen. Enkele Duitse waarnemers bevinden zich nog in de watertoren om gegevens over de oprukkende geallieerden door te geven. Enkele goed gerichte schoten slaan flinke bressen in de toren en verjagen de laatste Duitsers.
Die dag komen uit de Manteling grote groepen Duitse krijgsgevangenen te voet door het dorp om via Westkapelle naar het bevrijde Vlaanderen te worden afgevoerd. Hun doden begraven ze op het grasveld voor het Badhotel.
Lees meer

 

De Noren in Domburg

Bekijk de beelden bij bovenstaand bericht.

 

 

Terug hoofdpagina klein