Dagboek Veere-Gapinge

Ter illustratie van gebeurtenissen die uiteindelijk geleid hebben tot de bevrijding van Walcheren (en Zeeland) volgen hier, geordend op dag, beschrijivngen van de situatie rondom Veere, opgetekend door Ad van Dijk, huisarts te Vlissingen en weergegeven in het boek De dokter en de oorlog.
Hieronder beelden van de situatie in en rond Gapinge

 

11 oktober
Plotseling zie ik door de takken een Mosquito laag overkomen die een bom gooit op de zeedijk tussen de Kanepolder en ons [Op boerderij 't Essenhof, achter de zeedijk bij Gapinge]. Na een paar minuten komen de eerste bommenwerpers van boven zee. Het zijn Lancasters, de viermotorige werkpaarden van de R.A.F., te herkennen aan hun dubbele richtingsroer. Ze vliegen alleen of met een paar achter elkaar in een lijn loodrecht op de dijk op zo'n 2000 meter hoogte. Ieder laat een snoer bommen vallen van een stuk of vijftien. Ze slaan dwars over de dijk in de grond, maar ontploffen niet.
Zo graven ze dus een geul dwars door de dijk en de schorren. Na de aanval komen een paar jagertjes laag boven zee de zaak in ogenschouw nemen en waarschijnlijk foto's maken.

12 oktober
Het water komt al vrij hoog in de sloten. Wormen en kikkers gaan dood door het zoute water. Op de boerderij worden de aardappelen weer uit de kuil gehaald en in zakken gedaan en naar de schuurzolder gebracht.

13 oktober
's Morgens komt het water hoger. 's Middags loopt het om het Essenhof. Konijnen kunnen niet zwemmen en verdrinken. Het lage dijkje dat we in allerijl om het hof
hebben gelegd haalt niet veel uit. Het water komt er gemakkelijk overheen. De weg naar Gapinge staat blank; we zitten dus op een eiland. Sommige boeren moeten volgens de verhalen al tot hun borst door het water. Hazen proberen ook in boerderijen binnen te komen, maar eindigen in de braadpan.

14 oktober
Overdag komt het water niet hoger, maar het verspreidt zich over het eiland. Men zegt dat Gapinge en Sint Laurens ontruimd moeten worden omdat de dorpskernen volgende week met springvloed onder water zullen komen. De andere dorpen liggen hoog genoeg.  ’s Nachts komt het water tien centimeter in huis. Mijn moeder roept me. Het water klatert van de stenen trap de kelder in. In het donker een pracht waterval van sproeiend zilver door alle zeevonk. We slapen op zolder met het
zolderluik open.

15 oktober
De Engelse zender heeft gemeld dat er vandaag in Engeland een bidstond voor ons wordt gehouden. We zullen er dus het beste maar van hopen.

16 oktober
Het water komt nu hoog in huis, maar loopt steeds met eb weer weg omdat we dicht bij het gat zitten. Voor het eerst komt het water in het fornuis, dat sissend dooft. Ik heb in de bovenkant van de vliegtuigbenzinetank een groot gat gehakt, zodat we hem als kano kunnen gebruiken. De proefvaart verloopt voorspoedig, als is hij erg tuitelig.(wankel)
Men zegt dat Martien Beversluijs, Meerkamp van Emden, Piet Surrogaat en ander geboefte per sleepboot vanuit Veere het zinkende eiland verlaten hebben. Om dit soort transporten te voorkomen cirkelt er elke nacht een vliegtuig rond, dat lichtfakkels uitgooit en dan uiteindelijk een of ander doel mitrailleert of bombardeert.

 

17 oktober
Vannacht is het water dertig centimeter hoog in huis geweest. Het zakt bij eb niet vlug meer weg, want het is het begin van springvloed. Een stelletje Lancasters komt het gat van Westkapelle weer eens uitdiepen. Het schijnt dat daar een drempel het binnenstromen van het water belemmert. Mijn vader is weer naar Vlissingen, nu over Oostkapelle en Grijpskerke. De enige weg die is overgebleven tussen de watervlakten die uit de verschillende gaten komen en bijna elkaar hebben bereikt.

18 oktober
In de loop van de middag is mijn vader weer teruggekomen vanuit Vlissingen. Overal staat veel water, ook bij de melkfabriek bij Middelburg. Hij heeft er een halve dag over gedaan en bijna het hele eind gelopen en is toch uiteindelijk met fiets en koffer met kleding kopje onder gegaan. Hij wordt dus vlug onder de wol gestopt, maar is 's avonds weer op verhaal.

19 oktober
Eindelijk springvloed. Het water komt nu een halve meter in huis en met laag water is het nog maar enkele uren droog. Erg droog is het natuurlijk niet met al die zoute slik. We brengen de meeste tijd op zolder door. Onze situatie is eigenlijk onhoudbaar. We zijn echter geen evacués, maar vluchtelingen, zodat er in Vrouwenpolder geen plaats voor ons is.

20 oktober
Na enkele dagen rust begint het schieten weer. Er zijn heel zware explosies in de richting Vlissingen. Men zegt dat er pamfletten zijn uitgegooid dat we binnen twee maal 24 uur bevrijd moeten zijn, omdat anders alles wat nog boven water uitsteekt platgegooid zal worden.
Het water gaat nu helemaal niet meer weg, zodat we de kachel niet meer kunnen aanmaken.

21 oktober
We zijn van Essenhof naar Vrouwenpolder gevlucht. Mijn moeder is te ziek om mee te gaan, dus wil ze alleen op de boerderij achterblijven, maar dat is natuurlijk onzin. Ze wordt later vanuit het dorp met paard en wagen opgehaald. Wij krijgen onderdak op de meelzolder van de maalderij van De Visser. De ramen zijn dichtgetimmerd. Het is er somber en de kachel wil niet branden, maar voorlopig zitten we hoog en droog.

 


 

Terug hoofdpagina2