Bombardement Biggekerke

Op zondag 17 september startte de operatie Market Garden. Op deze dag werden tussen 18.58 en 19.40 uur de eerste doelen voor de Britse Bomber Command aangevallen. Dat gebeurde om Walcheren voor een later offensief stormrijp te maken. Naast de aanval op de marine kustbatterij Zouetlande waren twee andere vluchten gericht tegen opstellingen van de veldartillerie op het platteland. Tussen Valkenisse en Biggekerke werd een dummy batterij door 28 Lancasters aangevallen. Hierbij werd het westelijk deel van Biggekerke gebombardeerd, waarbij de bevolking met 46 dodelijke slachtoffers,zwaar werd getroffen.
Bron: Stg Bunkerbehoud, Mededelingenblad juli 2011

 

 

Biggekerke, Zondag 17 september 1944. De geallieerden bombarderen Duitse stellingen langs de Walcherse kust bij Biggekerke. Althans, dat denken ze. Echter, wat er nog staat zijn nepkanonnen, het echte geschut is na de geallieerde landing op de Normandische kust weggehaald. Het was een mooie zomeravond met een strakblauwe lucht, onschuldig bijna, kinderen speelden nog buiten na het avondeten. Tot er ‘kerstbomen’ uit de lucht vielen.” Wat me opvalt is dat vrijwel iedereen meteen in de gaten had dat die uitgeworpen ‘kerstbomen’ markeerlichten waren, voor de bommenwerpers die eraan kwamen. In veel verhalen is ook sprake van schuilkelders. Vaak primitief, met een dak van stro. Maar het geeft wel aan dat de burgers met oorlogsgeweld rekening hielden. Dat het meteen zo’n zwaar bombardement zou zijn, dat was door niemand te voorzien.  Het dorp wordt zwaar getroffen. Er is sprake van 169 ton aan brisantbommen, die op Biggekerke worden gegooid. Vijfenveertig dorpelingen komen om het leven.  Lange tijd kreeg het bombardement op Biggekerke niet veel aandacht. Inmiddels is dat anders, met een jaarlijkse herdenking. Dit jaar verscheen er ook een bundel met ruim dertig interviews met ooggetuigen: nu allemaal achter in de zeventig of ouder, toen kinderen en jong volwassenen.

Bron: Zeeland geboekt -2014 

biggekerke4 biggekerke3 biggekerke5 biggekerke6

Adrie Clarisse woont met zijn ouders in hun gehavende huis aan de Kerkring van Biggekerke: 'Toen de Nolledijk bij Vlissingen kapot was gegooid, kwam het water snel hoger, maar het gebied rond de kerk bleef meestal droog. Dus ons huis ook. Alleen bij een hoge vloed kwam daar ook water. Ik ben nog eens mee geweest om schapen te halen, die tot hun buik in het water stonden op een hoog stukje weiland. Maar omdat er veel te weinig te weten was voor die beesten, hadden we veel noodslachtingen. Ik heb nog nooit zoveel vlees gegeten als toen.' 'Ik hoor moeder nog kreunen: 'Alweer vlees..!', zegt Marga van Dijk. Ze is met haar moeder en broer vanuit Vlissingen gevlucht en in een zomerhuisje bij het strand van Vrouwenpolder terecht gekomen. En ook op dat dorp zijn er aan de lopende band noodslachtingen: 'Je wist het vlees gewoon niet op te krijgen, zoveel als er toen was.'
Adrie Clarisse: 'Midden op het Kerkplein van Biggekerke stond een dorsmachine te draaien, want er was graan nodig voor brood. De boeren voerden met vlotten het graan aan uit de schuren in de omgeving en dat werd dan gedorst. Maar toen gingen op een kwaad moment de geallieerde vliegtuigen die dorsmachine beschieten! Terwijl de Duitsers allang weg waren van het dorp’
Maaike Mol: 'Toen de Duitsers naar het duingebied waren getrokken, waren we weer onder elkaar. En hoe erg alles ook was, toch ben ik blij dat ik het heb meegemaakt. Want er was meer saamhorigheid op het dorp dan ooit, we gingen allemaal naar één kerk, we zongen samen en de kerk zat vol. Dat kon allemaal toen. En als je onderweg was gestrand, dan hing er altijd wel ergens een handdoek bovenaan de trap als teken dat je daar op de zolder kon slapen’
Bron: Verjaagd door vuur en water


In de vroege avond van 17 september 1944 voltrok zich de eerste grote aanval van Bomber Command op de Duitse verdedigingswerken op Walcheren. De kustbatterij Zoutelande en de geschutsopstellingen bij Biggekerke en Vlissingen werden gebombardeerd door in totaal drieëntachtig Lancasters. Dertien Mosquitos werden ingezet als pathfinder, met als opdracht de doelen met speciale rode bommen te markeren. Onder de bevolking raakte dit bekend als de kerstboom'. Het geschut van de Duitse artilleriepositie tussen Biggekerke en Valkenisse was maanden eerder verplaatst naar de bunkers van Stützpunkt Von Kleist tussen Koudekerke en Vlissingen. Om de geallieerden te misleiden, waren houten imitatiekanonnen teruggeplaatst. De Walcherse afdeling van de verzetsgroep Albrecht had Londen hiervan meerdere keren op de hoogte gebracht. De Biggekerkse onderwijzer Willem Jobse, één van de leiders van de verzetsgroep, was dan ook diep teleurgesteld dat de imitatiestelling toch werd gebombardeerd. Eén of twee bommenwerpers lieten hun bommen te laat los, waardoor het zuidelijke en westelijke deel van Biggekerke zwaar werd getroffen. Jobse kende vele van de zesenveertig doden.
Bron: Slag om de Schelde, 1944


Het gezin Reinhoudt was via Vlissingen en Biggekerke terechtgekomen in de boerderij van de familie Dekker op Krommenhoeke. Daar zaten nog zestien mensen die beschutting hadden gezocht. De boerderij stond rondom in het water, maar bleef redelijk droog omdat hij op een hoger punt stond. Toch hadden eb en vloed vrij spel in de woonkamer.

In Biggekerke had het gezin het bombardement meegemaakt in een soort Duitse geschutsstelling. Die was rondom ietwat beschut met een kleine aarden wal. Ook enkele Duitsers hadden er een veilig heenkomen gezocht. Ze vertelden geen opwekkende verhalen, weet de toen 8-jarige Co zich te herinneren. 'Westkapelle was voor ons relatief verweg. Maar bij het bombardement op Biggekerke ben ik echt bang geweest.

De taktiek van geallieerden leek geslaagd, want dagelijks vluchtten Duitsers in kleine bootjes. Bij hoogwater ging dat best, maar bij laagwater liepen ze nogal eens vast op het erf van de boerderij. Zodra het mogelijk was gingen de ouders van Co op zoek naar hun familie uit Westkapelle. Met de kano, ondanks dat moeder niet kon zwemmen. De familie bleek uitgeweken naar Oostkapelle. Ze hadden geluk gehad.

Bron: De Slag om de Schelde, 2009


Verhaal'Het dorp was in ontreddering'
Maaike Mol is een meisje van achttien die met haar moeder - die weduwe is - en een jonger broertje aan de rand van Biggekerke woont als daar op 17 september de hel losbreekt. Het was een prachtige dag en zoals altijd op zondagavond, was de hele buurt buiten, lekker op het stoepje een beetje met elkaar babbelen, terwijl de guus in de straat speelden. Maar toen kwamen er vliegtuigen over en die strooiden blikjes uit waar een lont in zat, die brandde. En ze gooiden die blikjes bij ons in de straat! Even later hoorden we zwaar geronk in de verte, dat snel dichterbij kwam en ja toen kwamen de Lancasters. Iedereen vloog naar binnen. Ik had in Vlissingen al dikwijls gezien, dat na een bombardement de trap nog overeind stond. Dus we zijn met ons drieën onder de trap gekropen. We zaten er amper toen er een oorverdovend dreunen volgde, met gefluit en stank. Het duurde maar een paar minuten, maar het leken wel uren.

Klik op de button en lees het hele verhaal


 Terug hoofdpagina klein