Vlissingen

 

aanval1944 0001

aanval1944 0002

aanval1944 0003A

aanval1944 0003B

aanval1944 0004

Bombardementen

Het resultaat van het eerste luchtbombardement was onvoldoende en op 7 oktober tussen 13.00 en 15.00 uur werden de dijken bij Fort de Nolle in Vlissingen en bij Ritthem tussen Fort Zoutman en Fort Rammekens gebombardeerd. Op die laatste plaats werd meteen al een bres van 300 meter geslagen, bij Vlissingen bleef het bij 50 meter. Hoewel het water nu wat sneller oprukte, was het nog niet genoeg en op 11 oktober werd ook de dijk tussen Veere en Vrouwenpolder op verschillende plaatsen vernield en op 17 oktober volgde nog een tweede bombardement bij Westkapelle. Tot slot werden op 24 oktober de schutsluizen bij Vlissingen gebombardeerd waardoor het zeewater door het Kanaal door Walcheren kon oprukken. Bij de bombardementen werden gewone bommen gebruikt maar ook tijdbommen die pas na enige tijd ontploften, soms tot laat in de avond. Plannen van de Duitsers om nooddijken aan te leggen leden schipbreuk op de onwil van de bevolking zich hiervoor in te laten schakelen. Enkele dagen daarna heeft de Duitse verdediging zich in geïsoleerde hooggelegen stellingen teruggetrokken.


De gehele maand oktober 1944 werden gerichte succesvolle aanvallen tegen deze luchtdoelbatterijen uitgevoerd en werden zij allen buiten gevecht gesteld. De eerste problemen die de "Batterie Nord" (West-Souburg) ondervond werden niet veroorzaakt door luchtaanvallen op de stelling zelf, maar door het bombardement van 3 oktober 1944 op de zeedijk bij Westkapelle. De lokale marineautoriteiten voorzagen dat het opkomende water uiteindelijk problemen zou gaan geven voor de stelling. Men achtte het raadzaam de gehele batterij te verplaatsen naar Veere. Toen de Nolledijk te Vlissingen werd gebombardeerd werd het besluit over deze verplaatsing acuut. De bevelvoerende admiraal in Nederland, die in Utrecht zetelde, meende echter dat de kanonnen moesten blijven waar ze waren. De gehele stelling moest maar omringd worden door een dijk. Als dit mogelijk bleek, konden gezien het gesloten karakter van de batterij de openingen tussen de bunkers worden afgesloten. Hij was ook van mening dat binnendringend grondwater tegengehouden kon worden door een extra cementlaag op de vloeren te smeren. Op Walcheren dacht men er anders over. De opstelling lag erbij als een gestrand schip omsloten door zeewater zonder enige mogelijkheid iets te kunnen camoufleren en zo werd de batterij een schietschijf voor geallieerde luchtaanvallen waartegen de militairen zich niet konden beschermen. De situatie van "Batterie Nord" werd duidelijk gemaakt aan een gemachtigde van de bevelvoerende admiraal in Nederland toen deze in de periode van 22 tot 25 oktober naar Walcheren kwam. Er werd een dijk om de gehele stelling gelegd en om de bunkers afzonderlijk.

Aggregaten werden eerst hoger in de bunker opgesteld en uiteindelijk op het dak geplaatst. Op 18 oktober was de batterij geheel omringd door water. De radar voor de vuurleiding was al ten prooi aan het water gevallen en een licht luchtdoelkanon dreigde te volgen. Een dag later was het onderbrengen van militairen door binnendringend grondwater onmogelijk geworden. Alleen in alarmsituaties werden de bovenste van de stapelbedden van drie hoog beslapen. De manschappen en keuken werden ondergebracht op de bovenetages van de huizen aan de Kerklaan. Om hier te geraken werd een 700 meter lange en 2 meter hoge loopbrug van de batterij naar West-Souburg aangelegd. Op 30 oktober werd hiervan een deel vernield bij een luchtaanval. Doordat op 10 oktober door de "Batterie Nord " ondersteuningsvuur werd gegeven voor de verdedigers van West-Zeeuws- Vlaanderen werd de batterij aangevallen door jachtvliegtuigen. "Nord" bleef in vergelijking met de andere drie luchtdoelopstellingen het langst vuurbereid. Het laatste inzetbare kanon raakte een dag voor de aanval op Walcheren, 31 oktober, buiten gebruik omdat bij een bomtreffer drie tonnen vloeibare pek de lucht in werden geslingerd en de inhoud op dit stuk geschut terecht kwam. Door schoonmaak-werkzaamheden was het wapen 24 uur buiten gevecht. Op 1 november werd met een kanon nog het vuur geopend op het landingsstrand van Vlissingen. Een dag later was de batterij definitief buiten gebruik. De bezetting sloot zich aan bij de landmacht en werd ingezet bij de verdediging van de kanaalbrug bij Souburg.

Bron: nl.tracesofwar.com


aanvalsplan-vlissingen-1944

Vlak nadat de "Black Watch" [Black Watch was het voornaamste regiment van de Highland Brigade. Vlissingen BoulevardDe naam van het regiment komt van de donkere kilt die de manschappen dragen en van hun rol als wachters over de Schotse Hooglanden.] hun aanval bij de Sloedam waren begonnen, formeerde de aanvalsvloot zich voor de landing bij Vlissingen. Artillerie, opgesteld rond Breskens, gaf voorafgaand aan de landingen vuur en bombardeerde de Duitse stellingen rondom de stad. In de nacht van 31 oktober op 1 november werden de landingen uitgevoerd bij het zogenaamde Slijkhaventje (dat de codenaam Uncle Beach had gekregen). De stormloop van de commando's was effectief en binnen vijf minuten werd een 7,5cm kanonbuitgemaakt. Rond half zeven stonden alle manschappen van het 4e commando (550 man) aan land. In Vlissingen ontstonden felle straatgevechten toen de commando's hun doelen in de stad probeerden te bereiken. Korte tijd later landde het 4e bataljon (de "King's Own Scottish Borderers") en andere eenheden van de 155e brigade onder commando van brigadegeneraal McLaren, ten koste van ernstige verliezen. Nadat het licht was geworden, werd de situatie op Uncle Beach een hel. De Duitsers bombardeerden de plaats onophoudelijk met hun artillerie. Ook de ondergrondse wierp zich in de strijd en wist beslag te leggen op de bevelen om de scheepswerf van de Maatschappij "De Schelde" te vernielen. Door het onderscheppen van die bevelen bleef de werf dit lot bespaard.
Op 2 november hadden de Duitsers hun verdediging geconcentreerd op de boulevard, met als belangrijk onderdeel een grote bunker ten zuidwesten van de stad. Na een aanval door jachtbommenwerpers met raketten slaagden de commando's erin de bunker te veroveren. Op 3 november viel de stad. De "Royal Scots" (de laatst gelande eenheid) bestormde het tot een fort herschapen hotel Brittannia aan de Boulevard Evertsen. Hierin was het hoofdkwartier van de Duitse garnizoenscommandant (kolonel Reinhardt) gevestigd. Pas na een urenlange strijd gaf Reinhardt zich gewonnen en was
Vlissingen bevrijd.
Bron: Go2War2  (Foto: de Boulevard in vooroorlogse tijden)


Oranjemolen 1944 FransenOp 1 November om 6.30 zetten de Franse commando's voet aan wal in Vlissingen, bij hen was René Rossey. Hij herinnerde zich het volgende: ,,We moesten ons installeren op een kruispunt, (vermoedelijk Coosjebuskenstraat, Badhuisstraat) dat we moesten verdedigen. Terwijl de andere de stad innamen. Het was heel zwaar want er werd langs alle kanten geschoten en we zagen niets. Toen we de straten innamen werden er twee commando's gedood die de straat wilden oversteken. Men ging de huizen binnen, men gebruikte TNT blokken om de muren stuk te maken zodat men van huis naar huis kon doorsteken. Na twee dagen van zware gevechten werd de stad Vlissingen ingenomen, we namen duizend Duitsers gevangen; aan Franse zijde waren er maar vijf doden en een aantal gewonden".
Bron: PZC


In Vlissingen zijn er tijdens de oorlog 75 dagen met bombardementen geweest. In totaal vielen er 11.500 bommen. Aan het begin van de oorlog woonden er 23.000 inwoners. Op 1 november 1944, aan het einde van de oorlog, woonden er nog maar 3.000 mensen in Vlissingen.