Westkapelle

Tragiek: de molen van Theune stort in

Ook de molen van Theune wordt vol geraakt. Daar schuilen 47 mensen in de kelder. ,,Helpers waadden er heen tot hun middel in het water. Ze redden twee volwassenen en een baby. ,,De anderen waren reeds dood of verdronken.”
Kraamverzorgster Jo Theune overleeft het drama in de kelder. ,,Tergend langzaam steeg het water, de een na de ander zakte weg en verdronk.” Haar aangrijpend relaas behoort tot een omvangrijk dossier getuigenverklaringen, dat heden ten dage te Westkapelle kan worden geraadpleegd in het Polderhuismuseum. Daar loopt de permanente tentoonstelling ‘Memories to Share’, met foto’s, films, documenten en oorlogsherinneringen.
Bron: PZC - Henk Postma (2-10-2010)


3 oktober

12.55 uur
ln molen de Roos begon het voorspel van een tragedie die later op de dag zijn ontknoping kreeg. De jongste Jo Theune (11), de zoon van molenaar Jo Theune junior, zag zijn vader vertrekken naar molen de Roos, want er moest nog gemalen worden. "Wij bleven met z'n drieën thuis. Wij zaten in een schuilkeldertje van balen stro. De vliegtuigen keerden boven de plaats waar wij zaten. Een verschrikkelijk lawaai dat versterkt werd door het afweergeschut dat vlak in de buurt stond opgesteld. Mijn vader was aan het malen toen de markeringsbommen werden gegooid. Toen hij dat zag zette hij de molen stil en deed de deur van de kelder open. Er kwamen al mensen naar de molen om de kelder in te gaan.  Tante Jo Theune (38), de zus van de vader van kleine Jo, koos ook voor de molen als schuilplaats. "Toen er zoveel mensen  bij de molen kwamen maakte vader de deur van de kelder open en hij sneed snel nog een paar geiten los. De buren gingen de kelder in en als laatste gingen moeder en ik. Ook molen de Noorman was een vluchtplek. Willem Gabriëlse (36) had met de hele buurt onderling afgesproken bij een bombardement de in molen te vluchten. "Een molen is immers een sterk rond ding, de muren zijn bijna een meter dik en hij heeft een stevige houtconstructie. We hadden een vrij groot vertrouwen in de molen, dit ging natuurlijk niet op wanneer hij door een voltreffer geraakt zou worden. lk rende nog even de ouderlijke woning in: "Moeder, ze komen, ga nou mee." Maar moeder zei:'Ach jongen, eerst nog even..." Willem wist niet wat ze eigenlijk nog wilde doen, maar trok haar mee naar de molen.

 

16.30 uur
Kee Verhulst (17) zag de enorme schade na het bombardement, vooral aan het gedeelte van de dijk zuidelijk van de dijkmolen tot waar de duinen begonnen. "Maar ook woonwijk d’Arke, vlak daarachter, was van de aardbodem verdwenen en verder was er veel schade aan de rest van het dorp dicht bij de dijk .Maar de dag was nog niet om."
Hiermee leek Kee te weten dat ze de echte ellende nog wel te horen zou krijgen, het drama van Theune's molen de Roos. Molenaarsdochter Jo Theune (38) zat ook in molen de Roos maar overleefde de ramp. "Rond één uur vroeg vader of ik eens wilde kijken hoe de molen erbij stond. lk zag her en der grote scheuren in de muren. Nauwelijks had ik dat aan vader verteld of we hoorden een nieuwe golf vliegtuigen aankomen. Hals over kop renden we de kelder in. Kort voordat de tweede serie bommen viel, zei moeder: "lk word toch zo akelig." lk stond op om wat water voor haar te halen. Bij een van de uitgangen hadden we een emmer water gezet voor het geval van nood Op het moment dat ik bij de emmer aankwam, kreeg de molen een voltreffer. Hij stortte in. Alles kwam omlaag, brokken steen, balken, zakken graan en stof, overal stof. Je kon niets meer zien. Veel mensen waren op slag dood, bedolven onder het puin van de dikke muren en de molenstenen. Anderen hoorde ik gillen en huilen. Achter me stortte de molen in. lk kon niet meer terug. lk kon vader en moeder niet bereiken, niemand meer, het puin was overal om me heen en versperde me de doorgang. Zelf zat ik ook bekneld onder brokken puin, aanvankelijk kon ik me helemaal niet bewegen. Tot overmaat van ramp kwam het water. Het stroomde niet naar binnen, nee, het siepelde heel kalmpjes, je hoorde het gewoon tikken. Nu was er een sloot achter de molen en sommige mensen dachten dat het slootwater was dat naar binnenkwam, opgezwiept door een bom die misschien bij de sloot was gevallen. Maar opeens hoorde ik een van de mannen roepen: "Ze hebben den diek deurgegooid, ik proef zout water. "Tergend langzaam steeg het water, de een na de ander zakte weg en verdronk. Als je iemand bij zijn naam riep kreeg je vaak geen antwoord meer. Een neefje van mijn schoonzus zat ook onder de brokstukken bekneld. Hij riep mij nog een paar keer: "Tante Jo, ze zullen toch wel komen, hé?" en telkens zei ik dan: 'Ja hoor, jongen, ze komen vast'. Op het laatst zei hij: "Maar het duurt zo lang, tante, zal de Here Jezus ons dan niet helpen?" En ik zei: 'Ja hoor, de Here helpt ons.' Daarna heb ik hem niet meer gehoord. Ook hij is verdronken. Toen was ik helemaal alleen. Joost Janisse en zijn baby Kornelia waren met mij de enige overlevenden. Ze waren ook vlak bij de uitgang toen de molen werd getroffen. Joost heeft nog geprobeerd zijn vrouw te bereiken, maar tevergeefs. Hij heeft de baby door een gat boven zijn hoofd naar buiten geschoven en het kindje heeft de ramp inderdaad overleefd.

 

Meer mensen vonden slachtoffers, Neeltje Minderhoud (24) woonde vlak bij de verdwenen wijk d’Arke. "Half vier vertrok dc laatste bommenwerper. De bewoners in de naaste omgeving van de dijk, d’Arke werden totaal overrompeld. Mijn vader en mijn broer zijn bij ons in de tuin in de schuilkelder omgekomen met zeventien buren en kennissen. Veel leed en verdriet heeft dat ons en met ons zovele Westkappelaars gekost. Dat is met geen pen te beschrijven. De molen van Theune waar 47 mensen - mannen, vrouwen en kinderen - een veilige schuilplaats meenden te vinden is een massagraf geworden. Onbeschrijfelijk wat daar geleden is. Overal moest nog hulp verleend worden terwijl de tijdbommen nog links en rechts uitelkaar spatten.

 

Intussen waagden steeds meer mensen zich naar buiten, ze kwamen tevoorschijn uit hun schuilplaatsen. Ook Jo Minderhoud (5) "Toen het water wat zakte, het werd eb, is vader met een stok naar buiten gegaan om naar een begaanbaar pad te zoeken. Eindelijk gingen we badend door het water op weg. Het eerste wat mijn moeder zei toen we buiten kwamen was: "De meulen is weg !" Verschrikkelijk. Wat zij niet wisten was dat naast ons ome Jan Dekker in zijn huis in een kast gekropen was, en dat tante Ma en de kinderen in de molen waren. Ome Jan wou nog wat regelen en was toen, door de bommen, te laat om naar de molen te gaan. Wat moet hij hebben doorstaan toen hij buiten kwam en ook de molen niet meer zag!"

 

Molen DeRoosKees Lievense (23) was een van de mannen uit het dorp die kort na het bombardement begonnen met het bergen van de slachtoffers. "Enkele inwoners van Westkapelle namen hier de leiding, o.a. de heer Boone, opzichter van de Polder Walcheren, Piet Westerbeke voorman van de dijkwerkers, en de plaatselijke arts, dokter Huijgens en nog anderen. Dit moest zo snel mogelijk gebeuren in verband met het uitbreken van ziektes. Mijn broer en ik kwamen van ons evacuatieadres in Oostkapelle en meldden ons bij de leiding. We werden naar de molen gedirigeerd om daar met een aantal anderen te helpen bij het bergen van de slachtoffers. Wat we daar aantroffen was bizar. Een put met grote brokstukken puin en zware eiken balken van het keldergewelf en daar onder de lijken van de verongelukte mensen. De put was de voormalige kelder onder de molen die met vloed vol zeewater liep. We hadden twee handpompen ter beschikking en moesten constant pompen om te kunnen werken. Handschoenen waren er niet dus haalden we de slachtoffers met blote handen van onder het puin. Het was niet makkelijk voor voor hem, maar hij bleef meewerken met de berging van de slachtoffers uit de molen. "Bij het zoeken in de molenkelder naar de slachtoffers stond ik samen met een man die zijn vrouw, zijn twee kinderen en nog enkele familieleden in de molen had verloren. Toen we zijn vrouw van onder het puin haalden en we haar samen wegdroegen zag ik dat er een paar tranen over zijn wangen liepen. Het was voor mij onbegrijpelijk dat hij dit werk kon doen. lk voelde dan ook een diep respect voor de moed die hij heeft opgebracht. Na enkele dagen in de molen, werd ik samen met mijn broer door de leiding naar een andere locatie gestuurd.

Een andere reddingswerker, C. Puyp kwam vanuit Koudekerke helpen. "Ze wilden bij de molen van Theune aan de gang, maar dat kon nog niet. Overal lag modder tot in de huizen toe. Bij de dijk was alles omgeploegd. "We overwogen de mensen uit de molen te bergen, maar er was nog geen opruimploeg aangekomen zodat we eigenlijk niets konden doen. Naast de dijkmolen was de dijk tot aan de duinen weggeslagen. Bij hoog water stroomde de zee met grote kracht naar binnen. Er liepen twee varkens, een geit en een groot aantal konijnen tussen het puin in het rond. Midden in de puinhopen sprong opeens een bom met een doffe knal. Er spoot een straal water en modder omhoog.”

 

Molenaarsdochter Jo Theune (38) hoorde bij de geredde mensen." Eerst bevrijdden ze Joost Janisse en zijn babydochtertje Korrie (9 maanden). Bij hem stond het water toen al aan de mond. lk riep om de aandacht van de redders te trekken. "Blijf roepen” zeiden ze "dan weten we waar je zit! Ze hebben balken weggezaagd en brokken steen met de handen weggetrokken, eindelijk zagen ze een stukje van mijn hoofd. Ze begonnen aan me te trekken en heel langzaam kregen ze me eruit. lk was bont en blauw en op veel plaatsen had ik inwendige kneuzingen. Aan een arm en een been had ik bloeduitstortingen. lk kon geen stap zetten, ze hebben me naar timmerman Dekker moeten dragen."
Baby Korrie was gered, minder geluk hadden de zestien kinderen die in de molen waren.

 

lntussen duurden de chaotische toestanden voort. Overal zag je mensen in het puin graven, de molen van Theune was een armzalige hoop puin. Er stak een dikke paal uit met het rad eraan waar de kop van de molen op had gedraaid. Opeens zag ik er een kruis in. Toen hoorde ik ook de verschrikkelijke verhalen van hetgeen zich in de molen had afgespeeld. Behalve de kinderen [Adriaan Minderhoud (4), Adriana Huibregtse (14), Daniel Lievense (10 maanden), Dommis Huibregtse (4), Jacobus Egbert van Hoepen (10), Jakobus Johannes Dekker (10), Jakobus van Peene (1), Jan Lievense (9), Johanna Jannetje Hengst (6), Johanna van Hoepen (12), Kornelis Brasser (9),Lena van Hoepen (7), Lourus van Peene (10), Pieter Huibregtse (9), Pieter Hengst (14) en Pieternella Brasser (13)] waren er ook nog 28 andere Westkappelaars (vanaf 16 jaar) in de molen omgekomen. Barbora Brasser-Westerbeke (68), Johanna Brasser-Brasser (42), Joost Brasser (20), Pieternella Brasser (32), Jan Brasser (56), Johanna Brasser-Louwerse (57), Maatje Dekker-Minderhoud (41), Leuntje Dekker (16), Simon Hengst (46), Sentina Hengst-Huibregtse (44), Jan Hengst (19), Willeboord Hengst (17), Pieter Chr. Anth. van Hoepen (40), Lourina van Hoepen-Louwerse (40), Adriaan Jan Huibregtse (41), Jakomina Huibregtse-Peene (39), Maatje Janisse-Roelse (33), Willeboord Lievense (37), Pieternella Lievense-Lievense (35), Adriaan Minderhoud (33), Adriana Minderhoud-de Pagter (31), Daniël de Pagter (52), Adriana de Pagter-Brasser (49), Johanna de Pagter (18), Pieternella van Peene-Minderhoud (30), Pieter van Peene (33), Abraham Kornelis Theune (73) en Elizabeth Theune-Abrahamse (73).

 

17.00 - 18.00 uur

Van grote afstand was inmiddels te zien dat Westkapelle in het water verdween. Op het vluchtadres van Kee Verhulst (17) had de boer een aantal koeien. Aan het eind van de dag wilde hij die gaan melken, iets wat nu eenmaal onder alle omstandigheden moest gebeuren. Hij ging dus met zijn melkemmers naar de wei. Maar opeens zagen we hem weer terugkomen, hij liep zo hard als hij kon en riep naar ons. Hij vertelde het volgende: "Toen ik voorbij de boomgaard was en een vrij uitzicht in de richting van Westkapelle had, zag ik iets volkomen onvoorstelbaars. In de verte was een grote watervlakte te zien en daarachter een grote gaping in de dijk. We gingen kijken en zagen het ook. Dat was het dus wat de geallieerden met hun luchtaanval van die dag vooral hadden willen bereiken.

 

4 oktober

Gerrit de Ru (31) uit Middelburg was van daaruit naar Westkapelle gekomen om te helpen. Hij werd ingedeeld bij de ploeg die het puin van de molen van Theune opruimde. "De werkploeg van de vorige dag had de zware molenstenen reeds opzij gewerkt en nu ruimden wij met twintig mannen de resten op om bij de kelder te kunnen komen. Daar wachtte ons een vreselijke aanblik. Op de vloer vonden we de oude molenaar Theune samen met zijn vrouw. Dan kwam er een mensenmassa bovendrijven en ik telde acht lijken. Sommige lagen er in verkrampte houding bij door de pogingen het binnenlopende water te ontwijken. Zo haalden we de een na de ander uit het water op. Nadat ze geïdentificeerd waren, werden ze weggebracht. Ook lijkjes van kinderen troffen we aan. Een jongetje van een jaar of twaalf vonden we, samen met zijn moeder, een mondorgel stak nog uit zijn broekzak. Ook stuitten we op kinderwagens met daarin netjes opgestapeld linnengoed, vooroorlogse zeep, zakjes met sieraden, busjes met spaarcenten van kinderen. We borgen deze dag 23 lijken. Morgen zouden we eerst puin moeten ruimen om de anderen te kunnen bereiken."

 

Bron; Deze citaten zijn afkomstig uit het boek "Het niet vertelde verhaal van 44", geschreven door Ada van Hoof (Museum Polderhuis Westkapelle)

  Monument MolenDeRoos

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat overbleef van de molen: nu een monument in de tuin van Museum Polderhuis


 

Stille getuigen van de slag om de Schelde (fragment)