Westkapelle

Naar zeezijde waren alle huizen weggevaagd
Achter de dijk, half verdronken, lag het verwoeste dorp Westkapelle, ‘dat er uitzag alsof het door een atoombom was geteisterd’. Dat verneemt herrijzend Nederland, bijna een jaar na dato over het offer voor de ‘bevrijding van Europa’ dat in Westkapelle is gebracht.
Verbeten sjouwen de dijkwerkers zich dan de lendenen uit het lijf om het gapend gat in de Westkappelse zeewering te dichten. De schrijver Jef Last kijkt verbijsterd toe. ,,Wat nog over is der bewoners van dat dorp”, doet hij verslag, ,,woont in de vroegere munitiebergplaatsen en bunkers van de Duitsers, als dieren in hun holen.”   Het Departement van Openbare Werken en Wederopbouw drukt die bevindingen af in een boekje ten bate van het ‘herstel van Walcheren’: die Tuin van Holland, welke door ‘den Duitschen bezetter’ tot een welhaast onneembaar fort was verbouwd. En die er nu bij ligt als de Waddenzee. Eén uitgestrekte watervlakte met hier en daar nog slechts een stukje stads- of dorpskom boven water.


Dat begint op maandag 2 oktober met een ‘papierbom’. De wolk van strooibiljetten die boven Westkapelle wordt uitgeworpen, waait richting Aagtekerke. Maar in Westkapelle hebben ze het ook al op de Engelse radio gehoord. ,,Waarschuwing!”, luidt de boodschap, gericht aan ‘de bewoners van de eilanden in de monding van de rivier de Schelde’. ,,Gaat weg zonder uitstel! Uw leven en dat van uwe families is in gevaar.” Zo kondigen de geallieerden een ‘hevig en langdurig bombardement’ aan, en ook een ‘overstrooming’.
Maar geldt dat ook voor Westkapelle? De Scheldemonding begint pas bij Vlissingen, veronderstelt menigeen. En het dorp ligt hoog. Eerder loopt Middelburg onder water. En waar zou je dan wel veilig zijn? Het landelijke Biggekerke is 14 dagen terug onverhoeds door bommen uiteengerukt. Vluchten over hoofdwegen zou te gevaarlijk zijn. Maar ga je over land, dan kun je in een mijnenveld belanden. Zo wikken en wegen de velen die besluiten te blijven. Tot de volgende dag, net na het middageten, het inferno begint. Twee en half uur lang komen, in acht golven, de zwaarste projectielen neer. Cookie-bommen van 1800 kilo, en series 450 kilo projectielen, voorzien van pantserdoorborende neus. Driekwart van het dorp verandert in puin, terwijl de vloed door de kapotte zeedijk het land in stroomt. 157 bewoners vinden de dood.
Bron: PZC - Henk Postma (2-10-2010)


 Een gedetailleerde beschrijving van de verschillende aanvallen en landingsactiviteiten vindt u op de website Strijdbewijs.

Dijkdoorbraak-Westkapelle

Satellietfoto-westkapelle

 

Links en rechts: situatie november 1944.

Boven: huidige situatie

Westkapelle-20okt44

Op 3 oktober 1944 vernielden 247 Lancasters en Mosquito's bij Westkapelle 120 meter dijk. Het zeewater stroomde de polders in. Voor Zeeuwen die eeuwenlang tegen het zeewater streden was dat een zware slag. Vele burgers vonden de dood door de zware bombardementen en overstromingen.  Maar de overstroming van de polders ging de geallieerden niet snel genoeg. Op 7 oktober werd ook de Nolledijk bij Vlissingen door 59 Lancasters gebombardeerd en op 11 oktober bombardeerden 60 Lancasters de dijk bij de Oostwatering bij Veere. Op 17 oktober vielen er opnieuw bommen op de dijk bij Westkapelle: het water stroomde steeds sneller de polders in. De Duitse troepen trokken zich op de hoger gelegen gronden terug. Op de droge zeedijken stonden de zware kustbatterijen die de geallieerde luchtmacht zelfs met zware bombardementen niet kon vernietigen. Vele malen werden de kustbatterijen gebombardeerd zonder dat ze veel schade opliepen. De geallieerden stonden voor een zware opgave om Walcheren te veroveren.


Vrienden in de oorlog
door Ad van Liempt
Het is 3 oktober 1944, deze maand dus zeventig jaar geleden. Acht golven van ieder dertig Britse Lancester bommenwerpers naderen ’s middags de kust van Walcheren en bombarderen de Westkappelse Zeedijk, meer dan twee uur lang. Er ontstaat uiteindelijk een gat in de dijk, waardoor het Noordzeewater naar binnen kan stromen. Dat is precies de bedoeling: het eiland moet onder water komen te staan, zodat de Duitse bezettingstroepen zich zullen terugtrekken, of in ieder geval in grote verwarring worden gebracht. Helemaal gelukt is de operatie niet: het gat is te klein, het water stroomt veel langzamer naar binnen dan gedacht. De komende week volgen nog meer bombardementen op de dijken van Walcheren om het eiland bijna helemaal onder water te krijgen.
Voor het dorp Westkapelle is de aanval de grootste ramp uit de geschiedenis. Er vallen bij de aanval meer dan 150 doden. Zevenenveertig van hen hadden hun toevlucht gezocht in de kelder van molen “De Roos”, op het eiland ook wel “de molen van Theune” genaamd. Door de bommen is de molen ingestort. Een enorme molensteen sluit de kelder af. Het water stijgt, de mensen zitten in de val. Slechts één kan door een smalle gleuf worden doorgegeven aan reddende handen. De andere mensen in de schuilkelder verdrinken door het langzaam stijgende water.
De gruwelijke dood van deze 46 mensen, en trouwens ook van die andere ruim honderd inwoners van Westkapelle, is des te navranter omdat de oorzaak niet lag in een handeling van hun vijand, maar in een aanvalsplan van de geallieerden, hun vrienden. Trouwens: de Nederlandse regering wist van niets, ze was niet geraadpleegd. Minister-president Gerbrandy protesteerde bij zijn Britse collega Churchill, maar die zei dat hij ook niet was ingelicht. Hij verwees Gerbrandy naar de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower. Dat veranderde natuurlijk niets aan het rampzalige resultaat. Bovendien: het geallieerde opperbevel had via Radio Oranje de inwoners van Zeeland de dag tevoren aangeraden de omgeving van de kust te verlaten. Er waren ook nog pamfletten uitgestrooid met die waarschuwing, maar die had niemand in Westkapelle gezien.
Je zou bij de overlevenden en de nabestaanden van de slachtoffers een hevige woede verwachten, maar volgens oorlogsgeschiedschrijver Loe de Jong was daar geen sprake van. In deel 10a van zijn grote werk schrijft hij: “De bevolking reageerde op de inundatie met grote gelatenheid. Zij besefte dat haar ter wille van de bevrijding van heel Nederland een vreselijk offer was opgelegd – er werd, voorzover bekend, niet tegen gemord. De meesten redeneerden: “Als de Moffen niet hier waren gaan zitten, was dit niet gebeurd.”
Bron: NPOGeschiedenis, oktober 2014


Gedwongen aanleg van nooddijk

MARIEKERKE - Na het eerste bombardement op de Westkappelse zeedijk, stroomt de vloed - zij het nog beperkt - Walcheren binnen. Veel boeren hebben dan, begin oktober 1944, moeite hun vee in veiligheid te brengen. Want vrijwel alle vervoersmiddelen zijn gevorderd door de Duitsers. Die roepen ook alle mannen op een nooddijk aan te leggen, ter bescherming van hun stellingen. Aanvankelijk komt vrijwel niemand opdagen. Maar wie weigert, wordt afgevoerd naar een kamp bij Souburg, en riskeert de doodstraf. Eén van de weigeraars, Jacobus Francke, wordt na enkele dagen gefusilleerd, om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen.

Bron: PZC - Oorlogsdagboek (5-10-2010)


RM commandos landen bij Westkapelle Veroverde Duitse stelling westkapelle-3mortieren

In de nacht van 31 oktober op 1 november 1944 verliet een geallieerde vloot met het Britse slagschip 'Warspite', de kanonneerboten Roberts en Erebus, 81 verschillende types landingsboten, 45 hulpschepen en ondersteuningsvaartuigen, de haven van Oostende (België) en voerde een landing uit bij Westkapelle. De kanonniers die het scheepsgeschut bedienden dat de Duitse kustbatterijen onder vuur nam moesten het zonder waarnemers uit de lucht stellen, omdat het slechte weer vliegtuigen belette op te stijgen. De Duitsers konden bijna nooit over luchtwaarnemers beschikken omdat de geallieerde luchtmacht het luchtruim beheerste. Het slechte weer belette ook dat vliegtuigen de landingsplaats konden bombarderen. De Duitse kustbatterijen die het vuur op de schepen openden waren in het voordeel: de schepen staken af tegen de horizon terwijl ze zelf in weinig kwetsbare en niet zinkbare bunkers zaten. Het Duitse tegenvuur was zo hevig dat er al negen ondersteuningsvaartuigen gezonken waren en elf buiten gevecht gesteld voor de eerste landingsvaartuigen de kust bereikten. Een opvarende van een van de begeleidende schepen schreef o.a. in een brief: 'Met hevig vuur worden de Duitse stellingen onder vuur genomen, maar ze schieten ook fel terug. Zeven van de vaartuigen worden door het Duitse vuur tot zinken Middelburg kwam er niet ongeschonden vanafgebracht en andere vaartuigen raken zwaar beschadigd'. Toch wisten de kanonniers van het slagschip en van de kanonneerboten de kustbatterijen W15 (bij Westkapelle) en W17 (bij Domburg) tot zwijgen te brengen. De amfibievaartuigen die in zee waren gelost konden de kust bereiken. De Marinierscommando's 41, 47 en 48, versterkt met Noorse, Belgische en 14 Nederlandse Commando's, zetten met hun Buffalo's en Weasels voet aan wal. Sommige Commando's kwamen aan de 'verkeerde' kant van het gat in de dijk terecht. Eerst maakten de troepen weinig vorderingen doordat de aanval werd vertraagd door grote materiële schade en verliezen aan manschappen. Na een fel gevecht op de noordelijke dijk veroverden de Mariniers kustbatterij W15 en werd Westkapelle bevrijd. De geallieerde troepen vormden bij Westkapelle een stevig bruggenhoofd.

Bron: P. Scheele

 

41 RM Commando captured the tower at Westkapelle (used by the Germans as an artillery observation post) after a brief exchange of fire and rapidly proceeded to clear the rest of the town. After that, 41 cleared all the enemy coastal defences up to and including Domburg, batteries W15 and W17 putting up some resistance. All of this was achieved on 1 November, the day of the landings.
The first objective of 48 Commando was a radar station and this was achieved quickly, without difficulty. The next objective was battery W13 to the south of Westkapelle and this was a more difficult proposition. It was eventually captured but at considerable cost, including the death of Major de Stacpoole. With the onset of darkness, 48 stayed put for the night. The following morning (2 November), 47 RM Commando passed through 48 and attacked battery W11 south of Zouteland. This attack nearly succeeded but there were heavy casualties, including all 5 rifle troop commanders. On 3 November, 47 mounted another attack with 48 providing supporting fire and this time the objective was achieved. 47 and 48 Commandos had taken all the batteries to the Flushing Gap, linked up with 4 Commando, and the minesweeping of the channel to Antwerp could begin.
On 5 November, 41 Commando captured battery W18 north-east of Domburg with the loss of 4 men, including Captain Peter Haydon DSO. That left W19 as the final battery to be captured, and all commando units were concentrated for an assault. However, this caused the local German commander to negotiate a surrender of the 4,000 German troops in that area, including those manning W19. This happened early in the morning of 9 November. Soon afterwards, the German commander of the island negotiated the surrender of all his troops. The battle for Walcheren was over.

Bron: RoyalMarinesMuseum (UK)

Westkapelle okt44 detail

Klik op het kaartje voor de volledige afbeelding



inname-westkapelle 01westkapelle Eerste-krijgsgevangenen
wrak landingsvaartuig
Landingsvaartuig

De met tanks beladen landingsboot LC(T)737 verliet op 31 oktober 1944 de haven van Oostende (België). Het vaartuig landde op het strand van Westkapelle met zijn tank de Bramble 5 (braamstruik, ook wel Flail tank en door de bemanning ‘de krab’ genoemd). De Bramble 5 was de tweede tank die bij Westkapelle aan land ging.
Tijdens de landing raakte de tank onbruikbaar doordat er water naar binnen stroomde. De munitie werd vanuit de tank overgeladen in een amfibievoertuig voor troepentransport. Door zijn zware belasting kwam het voertuig vast te zitten in de modder. Uiteindelijk reed het voertuig op een mijn, wat een enorme explosie veroorzaakte.

pow westkapelle


overzicht strijdmacht

Welke geallieerde lergeronderdelen deden mee aan de aanval op Walcheren?