De Breskens-pocket

 


The Breskens Pocket
On October 6th the 3rd Canadian Division commenced Operation "Switchback", attacking the German pocket south of the West Scheldt at the point where the Leopold Canal diverges from the Canal de Derivation de la Lys. The Leopold Canal was a formidable obstacle, about 60 feet wide and with steep banks. Inundations to the north of the canal left only a narrow strip of land where the Canadians could develop a bridgehead. The 7th Canadian Infantry Brigade made a sudden assault supported by Wasps, flame- throwing carriers. The attack was made through the 4th Canadian Armoured Division, which put in two diversionary attacks, one on either side of the bridgehead. After acquiring a shallow foothold the attack bogged down in the face of strong opposition. General von Zangen, commanding the German 15th Army in the Netherlands, had allotted an efficient formation, the 64th Infantry Division, to the defence of what the Germans called "Scheldt Fortress South", This formation now held the 7th Brigade's bridgehead to narrow limits.
An amphibious attack was now made against the rear of the pocket. The 9th Brigade's assault force embarked at Ghent in Buffaloes (Landing Vehicles, tracked) and sailed down the canal leading to Terneuzen. At 2;00 AM on October 9th they set off across the Braakman inlet, supported by fire from the artillery of the 4th Canadian Armoured Division. Both attacking battalions got ashore near Biervliet quickly and reorganized against slight opposition. By 9:00 AM a bridgehead 1500 yards deep had been established and soon the reserve battalion was landed, advancing to Hoofdplaat.
The 3rd Division now moved to cut the German forces off from the Scheldt. The 9th Brigade captured Breskens on the 22nd in the face of heavy enemy artillery fire, particularly from Flushing. The German's communications with Walcheren were virtually severed. Next day the 9th Brigade swung south-westward and captured Schoondijke. After taking Fort Frederik Hendrik this formation was withdrawn into reserve and the 7th Brigade struck out westward, capturing Cadzand on the 29th. The 8th Brigade meanwhile had shifted southward, relieving the 157th. Sluis fell on November 1st. On the same day the German Divisional Commander was captured near Knocke-Sur-Mer. The 8th Brigade cleared westward along the Leopold Canal and on November 3rd opposition was at an end in Scheldt Fortress South. Operation "Switchback" was over.
Bron: Canadahistory.com



De verdediging van de Breskens Pocket was in handen van infanteristen van de 64. Infanteriedivision (64.I.D.) achter het Leopoldkanaal die op 1.750 man werd geschat die tot 4.000 man waren aangevuld met personeel uit ondersteunende en verzorgende eenheden. Op 1 oktober werd er nochtans van uit gegaan dat beduidend meer troepen in de Scheldt pocket aanwezig waren dan geïdentificeerd. Een dag voor het begin van de operatie Switchback, op 5 oktober, informeerde de inlichtingenofficier van 2nd Canadian Corps de divisie ingevolge een ontvangen Intelligence Summary van First Canadian Army. Wellicht door een onjuiste interpretatie van "Ultra" , werd gemeld dat de sterkte van de Duitse divisie 5.000 man was. Beide inlichtingenofficieren sloegen de plank mis. Hun schatting benaderde in geen geval de werkelijke sterkte van de 64. I.D. die toen uit ca. 17.000 man bestond: ruim het drievoudige! Gezien de sterkteverhoudingen was de gedachte verovering van de Breskens Pocket in vier dagen tijd dan ook absoluut uitgesloten.
Bron: Vlucht en bevrijding


De Braakman
Het landingsgebied van de Canadezen lag bij Hoofdplaat, tussen Hoofdplaat en Biervliet in. De Duitsers zetten onmiddellijk een tegenaanval in om de Canadese troepen "terug in zee te drijven". Majoor R.G. Hodgins, een Canadese officier, rapporteerde aan zijn hoofdkwartier: "de vijand is niet te vergelijken met de garnizoenstroepen die we eerder bij Boulogne en Kaap Gris-Nez in Frankrijk tegenkwamen. Dit zijn soldaten van een hoog opgeleide divisie die met grote vastberadenheid en volharding vechten. Met volle bepakking springen ze over sloten en glippen onder duikers door". De tegenaanval werd afgeslagen, maar het landingsgebied kon niet worden uitgebreid voor de rest van de Brigade was overgezet. Terwijl de Canadese aanvallers het landingsgebied verdedigden, zette het flottielje het reservebataljon Stormont Dundas and Glengarry Highlanders en het machinegeweer- en mortierverkenningspeloton van de Camerons Highlanders of Ottawa over uit Terneuzen. Een Britse eenheid, de 806th Smoke Pionier Company legde, om de overtocht te beschermen, met stormboten en amfibievaartuigen een rookgordijn van 8 km op de Westerschelde. De rook blijft normaal slechts 15 minuten hangen, maar door het bouwen van vlotten en de rookpotten daarop steeds te vervangen kon op de Westerschelde, voor de inham van de Braakman (de Braakman is tegenwoordig ingepolderd, maar was destijds een inham van enkele kilometers breed, die - ten westen van Terneuzen - zich bijna uitstrekte tot de Nederlands-Belgische grens), een rookscherm in stand worden gehouden. Met de aangevoerde versterkingen was er een betere controle op het smalle bruggenhoofd. Met enkele Wasp (Brencarriers met vlammenwerpers) verdreven de Canadezen de vijand uit een aantal goed beschermde mitrailleurposten. De Camarons Highlanders schakelden een in een boomgaard goed verscholen machinegeweerpost uit. Manschappen van de Highland Light Infantery of Canada overvielen de boomgaard en namen 65 Duitsers gevangen. Het smalle en ondiepe bruggenhoofd moest snel worden uitgebreid. De Duitse kustbatterijen met zwaar zeegeschut op Walcheren en in Cadzand en de veldartillerie rond IJzendijke, konden hun doelen steeds beter vinden.

Bron: Pieter Scheele; Strijd om west Zeeuws-Vlaanderen

"Mijn moeder was 8 jaar oud toen Duitse militairen begin 1944 hun intrek namen in de boerderij van haar ouders in Zeeuws-Vlaanderen. Eerst namen gewone soldaten de benedenetage in beslag, later kwamen er vooral SS-officieren over de vloer. Het huis, waar ook nog zeven zusjes en broertjes woonden, stond bij de Braakman, een strategische zeearm van de Westerschelde, pal achter een dijk waarin de Duitsers tal van bunkers bouwden. “Die SS’ers, van die grote kerels, die graaiden alles weg uit de kelder”, herinnert mijn moeder zich. “Brood, eieren, spek, ham... Mijn moeder karnde boter, en die smeerden ze in hele dikke lagen op hun brood.” Zij en de andere kinderen moesten soms klusjes voor de officieren opknappen, zoals hun schoenen poetsen. “Een van hen was eens een laars kwijt. Hij schreeuwde en vloekte, hij was woest! Hij gaf ons de schuld, maar wij hadden er niets mee te maken.”
Net nadat haar vader een schuilkelder had voltooid, lieten de Duitsers weten dat hij beter kon vertrekken. In het najaar van 1944 vluchtte het gezin van tien met twee door paarden getrokken karren vol matrassen, dekens en pannen in noordelijke richting. Onderweg regende het onophoudelijk. “Alles en iedereen was doorweekt. We liepen en liepen maar, waarheen precies wisten we niet. Tot we een boer tegenkwamen. Die gaf ons onderdak in één grote kamer.” In die kamer overleed nog diezelfde nacht mijn moeders jongste zusje aan buiktyfus,
 
een ziekte meegebracht door Nederlandse vluchtelingen die waren teruggekeerd uit Frankrijk, waar ze door de Duitsers te werk waren gesteld. “We moesten nu slapen bij de paarden en koeien in een schuur, die ook al gedeeltelijk kapotgeschoten was, dus echt veilig zaten we daar ook niet.” Korte tijd later overleed ook een oudere zus aan tyfus, en vlak daarop een broertje dat was getroffen door een granaat, nota bene toen hij in een noodkliniek lag. “Mijn moeder lag daar ook, doodziek, en ze zag hem naast zich doodbloeden. Ze kon niets doen, want ze was zelf aan het bed gekluisterd.”
De bevrijding kwam sneller dan verwacht. “Plotseling zagen we een hoofd dat door een gat in de balen stro stak. Het was een Canadese soldaat. We kregen elk een stuk chocola! Hij zei dat we onmiddellijk moesten vertrekken.” De kinderen werden per amfibievoertuig de Braakman overgezet en opgevangen in een klooster in Hulst en later bij een gastgezin. “Daar zagen ze ons liever niet, ze hadden zelf ook twee kinderen. En we zaten onder de luizen, vlooien en schurft...” Uiteindelijk verbleven ze er een maand, om vervolgens terug te keren naar de ouderlijke boerderij."
Bron: Nat. Geographic


Canadian veteran Okil Stuart returns to Cadzand after 65 years from Canadian Army Newsreel 46, November 1944 Fighting North from Antwerp by 2nd Canadian Division


Cadzand

Het Canadian Scottish Regiment nam de taak van de Regina Rifles, die naar het westen oprukten, over. Het Duitse verweer leek gebroken. Met een snelle doorstoot trachtte het Regiment het Duitse hoofdkwartier in Cadzand te omsingelen. Generaal-Majoor Eberding werd door de snelle aanval gedwongen om zijn hoofdkwartier van Cadzand naar Knokke te verplaatsen. Bij de St. Jansdijk liep een compagnie in een hinderlaag van Gruppe Schwerdfeger. Slechts 12 soldaten konden ontsnappen. Die dag kwamen 4 Canadezen om, werden er 5 gewond en 41 vermist. De Duitsers hebben de 4 gesneuvelde Canadese militairen in een buitgemaakte brencarrier afgevoerd. 41 Canadezen werden vermist. De Canadezen deden met snelle tegenaanvallen een verwoede poging de gevangenen te bevrijden. Zij wilden voorkomen dat ze naar Duitsland werden gevoerd. Na de val van de haven van Breskens werd de Duitse bevoorrading uitgevoerd via kleine haventjes aan de kust die bij eb droogvielen. Daar werden ook zwaargewonden en krijgsgevangenen langs afgevoerd.

Bij het zuiveren van het gebied van het Uitwateringskanaal bij Cadzand op 30 oktober kwamen de Regina Rifles onder zwaar vuur te liggen vanuit de duinen bij Cadzand-Bad (Stützpunkt Cadzand-Badhuis) en van het kustgeschut op Walcheren. Pas in de loop van 31 oktober lukte het de Regina Rifles door te dringen tot dicht bij de zware bomvrije bunkers omzoomd met prikkeldraad en mijnen. Zelfs na luchtaanvallen door Tyfoon jachtbommenwerpers lukte het niet om door te dringen tot in de versterking. Drie compagnieën van het Canadian Scottish Regiment, die de vastgelopen aanval overnamen, omsingelden het Stützpunkt Cadzand-Badhuis dat door Marinesoldaten van de Marineartillerieabteilung 203 verdedigd werd.

Bron: Pieter Scheele; Strijd om west Zeeuws-Vlaanderen

Lees ook de dagrapportages en samenvattingen periode 25 oktober - 3 november


breskenspocket

Eind september namen de geallieerde artilleriebeschietingen, ook buiten de ontvolkte gebieden, steeds grotere vormen aan. Het zich telkens opnieuw inschieten op potentiële doelen in de Breskens Pocket wees erop dat voortdurend nieuwe batterijen werden aangevoerd. Het was nochtans aan geallieerde zijde bekend dat slechts een deel van de bevolking was geëvacueerd. Het zwaartepunt van de beschietingen lag aan weerszijden van de weg van Maldegem naar Aardenburg. Het was voor enige ondergedoken families in die gedemilitariseerde zone daarom reden alsnog naar veiliger gebieden te vertrekken. Hun aanwezigheid was intussen ook aan Duitse zijde opgevallen tijdens patrouilles of bij zoeken naar materiaal die hun ondergronds verblijf aan het Leopoldkanaal zou veraangenamen.Ostburg okt1944 laatste bezetters weg (Foto: laatste bezetters verlaten Oostburg)
 
Gelijktijdig werd het gevaar onderkend waarin de achtergebleven bewoners zouden komen te verkeren indien de geallieerden een aanval over het Leopoldkanaal zouden inzetten. Daarom werden alsnog patrouilles uitgezonden om hen te dwingen te vertrekken. Angstig voor de gevolgen nu ontdekt te zijn, werden meerdere opgespoorde families onder Duitse geleide uit het watergebied weggevoerd.

1 november: Zonder het te weten, naderden de Highlanders intussen de Duitse divisiestaf in Stützpunkt Mitte. Vanuit de hoge huizen die de bunkers in het Stützpunkt omringden, werd in de loop van de ochtend herhaaldelijk geschoten door het plaatselijk verzet. Het werd voor de Duitse soldaten steeds gevaarlijker om buiten de bunkers te verblijven. Toen de North Nova Scotia Highlanders tegen de middag de westzijde van de golfbaan bereikten via de Zoutelaan, werden de twee aanvallende compagnieën nochtans door heftige weerstand vanuit Stützpunkt Mitte opgehouden. Toen de aanvallers versterkingen lieten aanvoeren, gaf Gen.Maj. Eberding bevel het vuren te staken. Hij had daartoe reeds de vorige avond besloten na een stafbespreking om verder bloedvergieten te voorkomen. In een laatste bcricht meldde Gen.Maj. Ebcrding dat zijn staf in nabijgevechten was geraakt met tanks en terroristen. Om over de overgave te onderhandelen werd de adjudant van Gen.Maj. Eberding met een witte vlag erop uitgestuurd. Deze werd voor nader overieg naar het bataljonshoofdkwartier vervoerd, waar Lieutenant-Colonel (Lt.-Col.) Donald Forbes bepaalde dat de capitulatie vóór 16.00 uur een feit moest zijn. Bepakt en bezakt verliet de divisiestaf tegen die tijd inderdaad de bunkers waarbij zij door de Canadese soldaten beschermd moesten worden tegen een woedende volksmassa.

Bron: Vlucht en bevrijding