Z-Beveland: Vitality

De inwoners van Kruiningen zijn amper een week terug als zich de volgende ellende al weer aandient. De Duitsers, in het nauw gedreven door de geallieerden die vanuit Brabant oprukken richting Walcheren, doen nu precies hetzelfde als wat Nederland in 1939 en 1940 deed: vanaf 25 september beginnen ze de polders bij de Kreekrakdam en rond Kruiningen onder water te zetten om zo de geallieerde vijand tegen te houden. Het gevolg is deze keer overigens niet dat de Kruiningers weer moeten evacueren, want zo hoog komt het water niet. Wel is er sprake van een omgekeerde beweging van drie weken eerder; nu evacueren de boeren uit de polder naar het hoger gelegen dorp. Nadat Kruiningen op 27 oktober is bevrijd, blijft de polder nog maanden geïnundeerd.


The 2nd Canadian Infantry Division began its operations against South Beveland on October 24. It hoped to get forward rapidly, by-passing opposition and seizing operations over the Beveland Canal - but once again, mines,mud and enemy defences slowed progress. Meanwhile an amphibious attack was made across the West Scheldt by the 52 (Lowland) Division to turn the canal line. Thus the formidable Beveland Canal was outflanked and the 6th Canadian Infantry Brigade began a frontal attack in assault boats. The engineers were able then to bridge the canal on the main road. With the canal line gone, the German defence crumbled and South Beveland was cleared. The work of the 2nd Canadian Division was not yet over. It was now allotted the task of crossing the causeway to Walcheren.
Bron: Canada at war

 Lees hier gedeelten uit het militair verslag van deze operatie


 slag om de Schelde


Operatie-Vitality bestond uit twee delen: het eerste deel bestond uit een opmars uit Brabant, Vitality ll beoogde een landing op de kust van Zuid-Beveland. In de morgen van 24 oktober begon Vitality I om 4.30 uur na inleidende beschietingen. Het was mistig en regenachtig weer, zodat voorlopig niet kon worden gerekend op steun vanuit de lucht. De aanval werd ingezet door de Canadese 4e brigade, gevolgd door tanks. Al spoedig slaagden de Canadezen erin de eerste tegenstand te overwinnen en de smalle Kreekrakdam te passeren. Op de dijken en wegen waren veel versperringen aangebracht, waardoor de Canadezen vaak werden opgehouden en vooral de tanks dan een goed doelwit waren voor het Duitse anti-tankgeschut. Al gauw werd het duidelijk dat het plan om snel door te stoten met tanks niet kon worden verwezenlijkt en dat de infanterie hier de belangrijkste taak had. Inundaties en landmijnen vormden een extra zware belasting voor deze taak.

De Duitse verdedigingsplannen hadden na een onverhoopte geallieerde doorbraak over de Kreekrakdam voorzien in een standhouden langs het Kanaal door Zuid-Beveland. Hiertoe hadden de Duitsers vanaf 8 oktober ten oosten daarvan uitgebreide stukken land onder waler gezet: tussen Yerseke en het kanaal 750 hectare land en rond Kruiningen 770 hectare. Anderhalve week later waren ook aan de westkant van het kanaal, ten zuiden van Biezelinge en rond Hoedekenskerke, inundaties uitgevoerd, waarbij het om 838 hectare land ging.


Sloedam2Na een bombardement door Typhoons bij Rilland Bath kon deze plaats in de vroege morgen van 25 oktober worden bevrijd; de voorhoede bevond zich toen in de omgeving van Krabbendijke. De volgende dag kon de Canadese 6e brigade de taak van de zeer vermoeide 4e brigade overnemen en werd het Kanaal door Zuid-Beveland bereikt. Uit de opgedane ervaringen bij het Leopoldkanaal hadden de Canadezen geleerd dat zij een landing moesten uitvoeren achter de Duitse verdedigingslinie. Dit werd de taak voor de Schotse 52e Lowland Division.
Langs het Kanaal door Zuid-Beveland, waarvan de bruggen waren opgeblazen, werden bij Wemeldinge, halverwege het kanaal, bij de rijksweg en bij Hansweert pogingen gedaan de overkant te bereiken. In de nacht van 27 op 28 oktober gelukte het halverwege het kanaal en de volgende morgen bij Hansweert over te steken. Bij Wemeldinge was de tegenstand zo fel, dat de geallieerden daar slechts konden volstaan met het nemen van maatregelen die moesten voorkomen dat de sluizen zouden worden opgeblazen.
De volgende dagen werden Duitse artillerie- en mortierstellingen opgeruimd met behulp van vliegtuigsteun: Tussen Oud-Sabbinge, Wolfaartsdijk en Nieuwdorp bleek de Duitse verdediging niet houdbaar en op 30 oktober gaf luitenant-generaal Daser bevel terug te trekken op Walcheren. Een dag later stonden Canadezen en Schotten aan de Sloedam, de verbinding tussen Zuid-Beveland en Walcheren  Tholen was op 30 oktober zonder tegenstand bevrijd. De Canadezen ondernamen op 2 november een nieuwe aanval op Steenbergen en na felle gevechten met luchtsteun werd de plaats op 4 november bevrijd. Direct daama stootten de Canadezen door naar St. Philipsland.
Bron: Bericht van de Tweede Wereldoorlog


Het eerste doel was het Kanaal door Zuid-Beveland en 'by 1020 [hours] all was in readiness for the dash to the canal' . Maar al spoedig zou zich een eerste tegenslag voordoen, want 'progress [...] was slow and the first three recce cars and tanks had not gone more than 600 yds [circa 550 meter) [...] when they were knocked out by a well-placed anti-tank gun'. De infanterie werd toen naar voren geschoven. De Duitsers bleken hun verdediging behendig en effectief te hebben ingericht en de Canadese opmars werd die dag aanzienlijk vertraagd. Maar de Duitse legerleiding had er weinig vertrouwen in dat haar soldaten het lang zouden uithouden: '70. I.D. infolge der Magenkranken dem Kampf zweifellos nicht ganz gewachsen' merkte men nog diezelfde avond op. De volgende uren, toen nog in het donker door de Canadezen verder werd opgerukt, zou zulks al blijken. 'The enemy, when our men got to close quarters, gave in easily. By 0600 hrs the objectives were taken and prisoners were pouring in - a total of 120 in all, most of them our old friends of the 'Stomach Ulcers' batalions.' Rilland werd die ochtend. 25 oktober, ingenomen. De volgende dag was ook Krabbendijke in Canadese handen. Niet minder dan negenhonderd Duitse soldaten werden de eerste 48 uur van de strijd krijgsgevangen gemaakt.

Tot de aanvalsdoelen van RAF hoorden ook de dorpen in de omgeving van het slagveld. Hier kwamen trouwens ook granaten van het Canadese geschut terecht. 'Zuid Beveland klaagt over beschieting en bombardement zonder militair belang onder meer op Rilland en Krabbendijke' seinde de gewestelijke OD-zender op 26 oktober. 'Bevolking is geïrriteerd. weet offers te brengen doch niet onnoodig en zinloos...' In de gemeente Rilland-Bath werd ruim tien procent van alle panden volledig verwoest en werd bijna dertig procent ernstig beschadigd; slechts zo'n drie procent - zestien huizen - werd niet door kogels, granaten of bommen geraakt. In Krabbendijke viel de schade, relatief, mee: ruim drie kwart van de panden in deze gemeente doorstond de strijd zelfs zonder dat dakpannen of ruiten sneuvelden.
Bron: Zeeland 1940-1945


Goes-TerugtochtDe verovering van het westelijk deel van Zuid-Beveland had veel op een walk-over geleken. Toch waren het vooral voor de bewoners van sommige plaatsen bijzonder spannende dagen geweest, en dat niet alleen vanwege het vooruitzicht binnen afzienbare tijd eindelijk de geallieerde tanks echt om de hoek te zien komen. Onder het oorlogsgeweld had men over het algemeen maar in beperkte mate geleden, zeker vergeleken met andere delen van de provincie. De dorpen aan de oever van de Westerschelde kenden relatief de meeste schade. Goes had in de nacht van 28 op 29 oktober nog aan enig granaatvuur bloot moeten staan, waarbij enkele huizen werden beschadigd, en Duitse soldaten hadden er nog enige vernielingen aangericht - zo waren de sluizen van het Goesse Sas door explosieven beschadigd en waren in de haven enkele schepen tot zinken gebracht. Ook de havens van Hansweert en Wemeldinge waren onbruikbaar gemaakt. De levensomstandigheden in Zuid-Beveland waren steeds vrij gunstig gebleven. Zo waren de meeste levensmiddelen in voldoende hoeveelheden te krijgen geweest; alleen aan melk was enig tekort ontstaan, zodat volwassenen op niet meer dan een halve liter per week recht hadden. Gas werd sinds 23 oktober nog maar gedurende anderhalf uur per dag geleverd; elders in de provincie moest men het wekenlang zonder een dergelijke voorziening stellen.
Bron: Zeeland 1940-1945


Z-Beveland-1944 


Zingend naar het front, maar niet van harte.
Ze zijn niet erg enthousiast naar het front getrokken, de Duitsers die bij de familie Courtin aan de Oude Zanddijk in Heinkenszand en bij buurman De Jonge zijn ingekwartierd. Ze krijgen opdracht de bij Baarland gelande Schotten een halt toe te roepen. Zingend moeten ze op weg, maar dat gaat niet van harte. Het ziet er ook een beetje knullig uit, herinnert de dan veertienjarige Jan Courtin zich. Twee man achteraan de groep trekken met de hand een kanonnetje mee. Twee dagen later, op zaterdag 28 oktober, blijkt dat het menens was. Op een kar met een paard ervoor wordt een dode Duitse militair teruggebracht. Een luitenant doorzoekt zijn kleding. Het is een beeld dat veel indruk maakt op Jan Courtin. De volgende dag komt een gewonde Duitse militair op de boerderij. Hij is gekwetst aan oor, schouder en bil. Eigenlijk moet hij naar het lazaret in Ovezande, maar dat kan niet meer omdat vanuit Kwadendamme in de richting van Heinkenszand wordt geschoten.
ln de nacht zijn daar de Canadezen. Ze lopen in colonne aan weerszijden van de dijk naar Heinkenszand. Zodra ze voorbij zijn komen twee Duitsers uit de schuur van de Courtins te voorschijn. Een kapitein en een onderofficier hebben zich er stiekem verstopt, De onderofficier komt uit Berlijn en heeft het voortdurend over zijn vrouw en kinderen. Het tweetal wil zich overgeven en verdwijnt in de nacht. Weer een dag later waarschuwen twee Canadese officieren de familie Courtin te vertrekken. De militairen gaan op het erf kanonnen neerzetten om de Duitsers op de Sloedam te bestoken. Misschien schieten die terug. De Courtins gaan lopend naar familie in Ovezande. 's Avonds kunnen ze weer terug naar huis. De Canadezen en hun kanonnen zijn vertrokken.

Bron: De slag om de Schelde, PZC 2009


De Canadezen nemen alles onder vuur
Wekenlang maakt de zeventienjarige Katij Mol de strijd om de bevrijding van Zeeland van heel nabij mee. Ze is in februari 1944 met haar ouders, zus, opa en oma en oom en tante vanuit Sint-Annaland geêvacueerd naar familie op boerderij Lindezorg in Rilland-Bath. Ze moesten van Tholen weg omdat de Duitsers het hele eiland onder water hadden gezet om geallieerde landingen te voorkomen.
Aanvankelijk herneemt het leven voor de Thoolse evacués min of meer zijn loop. Katij gaat nog - met de fiets of met de trein - naar school in Bergen op Zoom. Na Dolle Dinsdag komt daar een einde aan. De Kreekrakdam staat aan voortdurende geallieerde bombardementen en beschietingen bloot om de terugtocht van de Duitsers vanuit Zeeuws-Vlaanderen via Walcheren en Zuid-Beveland te belemmeren. Lindezorg ligt dichtbij de dam en degenen die er verblijven, moeten dan ook steeds vaker schuilplaatsen opzoeken.
Begin oktober wordt de situatie onhoudbaar en Katij en haar familieleden nemen de wijk naar het huis van Joos en Joane van Damme in de Zimmermanpolder onder Kruiningen, waar al meer evacués uit Tholen zijn beland. Af en toe, als het wat rustiger is met het krijgsgedruis, neemt Katij op de fiets een kijkje op Lindezorg, maar vaak moet ze dan weer een sloot in duiken omdat de beschietingen opnieuw op gang komen. De Canadezen nemen alles onder vuur waar de Duitsers zich kunnen verschansen. Op 22 oktober brandt de schuur van Lindezorg af; een dag later wordt ook het woonhuis verwoest. Joos van Damme ziet met toenemende bezorgdheid dat de Canadezen stelselmatig elke boerderij kapotschieten.
Nog even, vreest hij, en zijn eigen huis is aan de beurt. Van Damme besluit niet af te wachten. Hij bindt een wit laken om zich heen en loopt de Canadezen tegemoet om hen te zeggen dat in zijn huis geen Duitsers zitten. Katij en de andere (tijdelijke) bewoners durven pas opgelucht adem te halen wanneer de eerste Canadese pantserwagens op het erf stoppen.