Oostburg & IJzendijke

West Zeeuws-Vlaanderen (vervolg)

Het westen van Zeeuws-Vlaanderen was in oktober 1944 door Hitler uitgeroepen tot vesting. Dat betekende dat het gebied tot de laatste man verdedigd moest worden. De gevolgen voor de lokale bevolking en de oorlog van de regio waren groot.

 

Bekijk de (prezi)presentatie "Atlantikwall Zeeuws-Vlaanderen" ( gemaakt door Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland )

 

Het gros van de Duitsers dat via West-Zeeuws-Vlaanderen ontsnapte, werd vanaf Breskens naar Vlisaingen overgevaren en met treinen verplaatst naar 's-Hertogenbosch. Ondertussen sukkelde de 55-jarige Gen.Lt. Neumann met zijn gezondheid. Aangekomen in Schoonddijke werd hij enige tijd op zijn ziekbed verpleegd. Zijn kwartiergever voorzag  hem van het beste, waardoor hij weer enigszins opknapte. ln een Wehrmachtsbericht van 26 september werd ruime aandacht aan de divisiecommandant besteed : "Bij de defensieve gevechten in België heeft de 712e Infanterie Divisie, geleid door Luitenant-Generaal Neumann zich uitzonderlijk onderscheiden. De Divisie heeft in de periode van 3 tot 10 september 161 tanks en gepantserde voertuigen vernietigd of buitgemaakt, vaak gebruikmakend van anti tank wapens in nabij gevecht. "
Voor zijn verdiensten gedurende die septembermaand werd Gen.Lt. Neumann op 16 oktober 1944 geridderd. Hem werd het Ritterkrettz des Eisernen Kreuzes, een zeer hoge militaire dapperheidsonderscheiding, uitgereikt voor zijn aandeel tijdens de terugtrekkende gevechten vanuit Frankrijk, België en Oost-Zeeuws-Vlaanderen.
 

Begin oktober: We hadden gehoopt, dat er een rustigere periode zou aanbreken, maar dat bleek voorlopig niet het geval te zijn. Door de geallieerde legers werd veel geschut aangevoerd naar de kanaalzone. Hiermee werd West Zeeuwsch-Vlaanderen, Zuid-Beveland en Walcheren bestookt en later aangevallen. In verband hiermee was alle verkeer ten westen van het kanaal op ? oktober verboden. Daar bereikte het militair vervoer 's middags een ongekend hoogtepunt. Buiten Terneuzen, zowel in de polders van Hoek als te Zaamslag werd nog meer geschut opgesteld. Oorverdovend werd er de laatste dagen geschoten, voornamelijk naar doelen in West Zeeuwsch-Vlaanderen.
Op maandagmorgen vertrokken onder bescherming van een kunstmatige nevel, een aantal Buffalo's enz. vanuit de Nieuw-Neuzenpolder en Terneuzen naar Hoofdplaat en de Paulinapolder. De operatie ,,Switchback" door de Nova Scotia Highlanders was begonnen. Er zou blijken, dat nog veel gevochten moest worden eer West Zeeuwsch-Vlaanderen vrij was'.
Bron: Vijf woelige jaren



 Reginald W. Thompsom maakt als militair/oorlogscorrespondent de operaties van de Slag om de Schelde mee en doet daarvan in 1957 verslag in zijn boek The eighty-five days (Slag om de Schelde). In zijn verslag terecht veel aandacht voor de omstandigheden waaronder de geallieerde soldaten zich een weg door het gebied moesten banen en tegelijkertijd de vijand moesten bevechten. Enkele citaten uit zijn boek zijn als toelichting in deze pagina opgenomen.

 

22 september
Oostburg

Zaterdagmiddag 23 september, toen de kapperszaak vol zat, bombardeerden vier jachtbommenwerpers Oostburg. Carpentier: ,,We lagen met zijn allen in de gang, mijn ouders, de kinderen, en zes klanten.Toen we buiten kwamen was het één grote ravage. Rokend puin, een dood paard op straat." Na die dag werd Oostburg systematisch door de geallieerden beschoten vanuit Maldegem, vertelt de kapperszoon. Er werd ook bijna dagelijks gebombardeerd. Pas op 26 oktober arriveerden de bevrijders. Oostburg was toen meer puin dan stad.


6 oktober
Hoofdplaat
Hoofdplaat werd geëvacueerd. Eerst de vrouwen en kinderen, een dag later de mannen. Ze werden in een vrachtwagen naar de Braakman gebracht. Bi jterug keer bleek het dorp redelijk gespaard. ,,Alle ramen zaten er nog in", zegt Wijffels. ,,Maar de Canadezen hadden wel overal ingebroken. lk had voor mijn 17e verjaardag een prachtige rode accordeon gekregen, met 24 bassen. Toen we geëvacueerd werden, had ik het instrument onder een stapel matrassen verstopt. lk heb het nooit meer gezien."


11 oktober
Biervliet
Na de landing met Buffaloes, twee dagen eerder, gaat de Canadese opmars in de regio Hoofdplaat voort. Vandaag veroveren ze Biervliet. De bewoners van dat dorp zijn grotendeels gevlucht voor de niet aflatende beschietingen van de laatste dagen. De geallieerde legerleiding trekt conclusies uit de voorspoedige gang van zaken in het bruggenhoofd aan de Westerschelde. Daar wordt immers meer vooruitgang geboekt dan bij het Leopoldkanaal. Daarom wordt de achtste infanteriebrigade, bestaande uit het North Shore (New Brunswick) Regiment, de Queen’s Own Rifles en het Franstalige Régiment de la Chaudière, niet bij Eede ingezet, maar bij Hoofdplaat. Het eerste bataljon daarvan landt in de vroege ochtend van 11 oktober tussen Hoofdplaat en de Braakman. De brigade valt in eerste instantie de Duitse verdediging van Isabellasluis vanuit het noorden aan.

Sluis en Oostburg
Deze dag worden ook Sluis en Oostburg gebombardeerd. ‘Sluis bestaat niet meer’, wordt er aan het eind van de dag geconstateerd. De ravage in de stad is enorm, en er ontstaan grote branden. Alleen de katholieke kerk blijft gespaard. Er vallen tientallen doden onder de burgerbevolking. Hetzelfde verhaal in Oostburg: het grootste deel van het stadje in puin en afgebrand, en vele slachtoffers. In de Nieuwstraat valt een bom op een kelder: zestien doden. In het Sint Antoniusziekenhuis zijn bij een granaatbeschieting elf doden te betreuren. Besloten wordt het ziekenhuis te evacueren naar Groede. Dat gebeurt de volgende dag.


14 oktober
In het nog niet bevrijde deel van West-Zeeuws-Vlaanderen wordt het leven er niet gemakkelijker op. Oostburg en Sluis zijn zwaar gehavend en liggen nog steeds onder vuur. Aardenburg bevindt zich in de directe frontlinie. Daar is nog maar één van de vijf bakkers in staat om te bakken. De inwoners van Sluis krijgen met ingang van vandaag brood, dat in Westkapelle en in Retranchement is gebakken. Honger wordt er niet geleden, veel koeien en paarden zijn door kogels of granaatscherven gedood. Uit een dagboek: ,,Van de menschen, waar ik ben, zijn alle melkkoeien gedood. (…) Ze noemen ze bij naam en vertellen, hoe zacht deze was en hoe gewillig die. (…) Hoe triest is dit alles. De beesten worden gevild en uitgebeend: iedereen eet overvloedig vleesch nu. (…) Met emmers halen ze ’t weg, één gulden per kilo’’ (Van der Ham, Zeeland 40-45).


16 oktober
* Een zucht van opluchting: na dagen strijd en beschietingen wordt op maandag 16 oktober Eede bevrijd. Daarmee lijkt een Canadese doorbraak in die hoek van Zeeuws-Vlaanderen een feit.
Na de succesvolle landing van de Canadezen bij Hoofdplaat en hun niet te stuiten opmars trekken de Duitsers hun conclusie: ze trekken zich terug achter hun vooraf uitgestippelde tweede verdedigingslijn, die van Sluis via Oostburg en Schoondijke naar de Westerschelde loopt. IJzendijke wordt verlaten, iets wat de Canadezen pas twee dagen later in de gaten hebben. De sluizen bij Nummer Een worden opengezet, om zo nog extra gebied in die regio onder water te zetten en de opmars van de Canadezen te bemoeilijken.

* Ze was nog maar tien jaar ten tijde van de bevrijding van West-Zeeuws-Vlaanderen. ,,Maar", zegt Emmy Cornelis uit lJzendijke, ,,je bent geen kind meer, als je hebt meegemaakt wat wij in oktober 1944 hebben meegemaakt." Emmy moest met haar vader, moeder en drie andere kinderen begin oktober lJzendijke verlaten. Het gezin woonde aan de Nieuwstraat, vlakbij de kerk waarvan het Duitse leger de toren wilde opblazen. Dat deden ze later ook. Het gezin Cornelis was toen al vertrokken, naar een broer van haar vader, Peet Cornelis. Hij had een boerenbedrijfje - 'wat koeien en een beetje land' - tussen Hoofdplaat en buurtschap Nummer Eén. De Canadezen rukten op langs deWesterschelde, van de Paulinapolder aan de Braakman in de richting van Breskens. Ze moesten dus over Hoofdplaat en Nummer Eén. Dat het een verkeerde plek was, bleek vlak voor de bevrijding. De schuilkelder waarin Emmy met haar familie en die van haar oom Peet zat, kreeg een voltreffer, door de opening van de schuilkelder. ,,Mijn oom en zijn jongste kind waren op slag dood. Mijn moeder, die zwanger was, raakte ernstig gewond." Een chaos was het. Burgervluchtelingen moesten naar Oost-Zeeuws-Vlaanderen.

Lees het verslag van deze dag uit het oorlogsdagboek van de North Shore (New Brunswick) Regiment.

kaartje16september kaartje22september kaartje17oktober 1024x576
Situatie 16 september  Situatie 22 september  Situatie 17 oktober

17 oktober
De Queens Own Rifles of Canada beginnen vandaag om 9.00 uur hun aanval op IJzendijke. De vorige dag hadden ze posities ingenomen ten oosten van het stadje, in de Groote Jonkvrouwpolder Benoorden, en hadden er zware artilleriebeschieting plaatsgevonden. Dinsdag 17 oktober trekken ze IJzendijke binnen.

De achtergebleven Duitse militairen geven zich niet zonder slag of stoot gewonnen: elke straat, elk huis moet worden veroverd, er vinden man-tegen-man gevechten met de bajonet plaats. In de namiddag hebben de Canadezen ongeveer de helft van de stad in bezit genomen: het deel ten oosten van de Koninginnestraat en de Markt is gezuiverd. Die middag beginnen de Duitsers vanuit het westen met artilleriebeschietingen op IJzendijke. De volgende dag, woensdag 18 oktober, nemen de Canadezen de rest van de stad in. Zij verliezen in deze strijd één van hun bevelhebbers, Luitenant-Kolonel Thomas Lewis, die op dinsdag 17 oktober bij de Passageule met auto en chauffeur in niemandsland terechtkomt. Hij wordt door mitrailleurvuur gedood, zijn chauffeur raakt gewond. IJzendijke komt zwaar gehavend uit de strijd. Met de slachtoffers van eerdere bombardementen meegerekend, vallen er tientallen doden te betreuren. Rond de tweehonderd gebouwen zijn vernield.

Ijzendijke tank Ijzendijke tank2 Ijzendijke tank3

19 oktober
De Duitsers trokken in de nacht van 18 op 19 oktober weg uit Aardenburg. Enkele Aardenburgers waren zo alert de Canadezen - die in Eede zaten - hiervan op de hoogte te brengen. Dat is een geluk geweest voor Aardenburg. Anders was het vrijwel zeker hetzelfde lot beschoren geweest als Sluis, Oostburg en Schoondijke, waar bijna alles kapot is geschoten.