Kleinkampfmittel

Biber, Molch en Seehund, S-boote en Linsen
Biber3De Bibers speelden een belangrijke rol bij de Slag om de Schelde. Walcheren was in november 1944 bevrijd maar op de Westerschelde ging de strijd door. De eenpersoonsduikbootjes werden door de Duitsers ingezet om schepen van de geallieerden te torpederen. Vanaf december 1944 gingen enkele honderden van deze bootjes vanuit Hellevoetsluis en Poortershaven (Maassluis) het water op. Veel - jonge - bemanningsleden vonden de dood; het wapen bleek minder succesvol dan gedacht. Het bootje bevatte meestal twee torpedo’s of éen torpedo en éen mijn. De actieradius was 200 mijl en de snelheid circa 4 mijl.


Ontwikkeling van de Biber
In Duitsland zette vice-admiraal WeichoId de eerste  schreden in de ontwikkeling  van een groep wapens, die onder de verzamelnaam Kleinkampfmittel (K- Mittel) bij de Duitse marine werden geïntroduceerd. In feite zocht men naar nieuwe wegen om de vijand te verrassen. Veel informatie werd verkregen uit spionage maar ook uit contacten, met name met de Italianen vormde men zich langzaam maar zeker een beeld van de nieuwe geheime wapens.
Geestelijk vader van de Biber was Korvettenkapitän Hans Bartels. die tot de staf  van het K-Verband behoorde.  Feitelijk was hij geïnspireerd door de Brítse Welmanmidget waarvan hij in november 1943 in Berqen had kennisgenomen. Zijn uitgangspunt was een beter ontwerp te maken met een grotere inzetbaarheid en een betere overlevingskans voor het bemanningslid. Hij nam contact op met directeur Bunte van Flenderwerf in Lübeck, die een prototype ontwierp dat aanvankelijk bekend stond onder de naam Adam of Bunte Boot. Voorjaar 1944 was de eerste boot gereed voor testvaarten en de naam Biber was geboren. Na een aantal proefnemingen gaf het O.K.M. opdracht om vier testboten, twintig opleidingsboten en driehonderd operationele Biber in productie te nemen.

Bron: Klein Venijn

 

Biber tek Molch tek

Seehund tek

De Biber had een waterverplaatsing van 6,5 ton en werd boven water aangedreven door een 6-cilinder Opel-Blitz benzinemotor van 32 pk voor een maximum vaart van 6,5 knopen, onder water door een met accu's gevoede torpedo-electromotor. De duikdiepte bedroeg 25 meter, de actieradius 125 zeemijl bij een vaart van 5 knopen. Bewapend met twee torpedo's. Tot en met november 1944 werden 324 exemplaren gebouwd. De eenmansonderzeeboot Molch van 11 ton werd zowel boven als onder water aangedreven door een met accu's gevoede torpedo-electromotor en kon boven water 4,3 knopen lopen. De duikdiepte bedroeg 30 meter, de actieradius 60 zeemijl bij een vaart van 3 knopen. Eveneens bewapend met twee torpedo's. Er werden 390 stuks opgeleverd. De Seehund werd door de Kriegsmarine als een volwaardige onderzeeboot (Kleinst-Uboot) beschouwd en het type kreeg dan ook eigen U-Boot nummerseries toegewezen. De waterverplaatsing bedroeg 14,9 ton en de boten werden aangedreven door een Büssing NAG LD6 6-cilinder dieselmotor van 44 kW (60 pk), waarmee een snelheid van 6-7 knopen werd gehaald. Voor de onderwatervaart werd een torpedo-electromotor gebruikt. De Seehunde konden twee torpedo's meenemen.

Vanuit Poortershaven bij Hoek van Holland, opereerde sinds 5 novermber 1944 de K-Flottille 261 onder bevel van Kapitänleutnant M.A. Friedmar-Wolters, met dertig Biber’s tegen de Geallieerde scheepvaart op de Westerschelde. De Poortershaven was aangewezen als basis voor de 4. K-Division van het Kommando Kleinkampfverbände. Tussen november 1944 en 8 mei 1945 wisten zij van hieruit 28 schepen tot zinken te brengen.
Totaal 18 Biber's voeren op 22 december 1944 uit voor operaties tegen de scheepvaart op de Westerschelde. Hierbij werd één vrachtschip tot zinken gebracht en gingen alle Bibers verloren. Van 23 tot en met 25 december voeren nogmaals 14 vaartuigen uit, waarvan niets meer werd vernomen.
Biber II
Bij Flender-Werke werd gewerkt aan het ontwerp van een tweepersoonsversie van de Biber, de Biber II. Van deze, grotere variant, waren aan het einde van de Tweede Wereldoorlog slechts blauwdrukken aanwezig.
Biber III
Als versie voor de langere afstand werd tevens een Biber III ontworpen bij de Torpedoversuchsanstalt Eckenförde. Deze zou worden aangedreven door een Daimler-Benz motor van 48 kW en bij 8 knopen een bereik zou moeten hebben van 1000 zeemijl. De zuurstofinstallatie voor dit vaartuig werd door het bedrijf Griesheim-Elektrogen in december 1944 geleverd. Voor bewapening diende de nieuwe K-Butt torpedo’s. Een kleiner model van dit type werd op 14 november 1944 beproefd. In het voorjaar van 1945 werd het project echter afgeblazen wegens diverse ontwikkelproblemen.
Bron: Werkgroep Kriegsmarine.nl


Bibereinsatz
15.12.1944: Ein Bibereinsatz ist für diesen Tag in den offiziellen Akten nicht vermerkt. Dennoch lässt sich ein Einsatz bruchstückhaft rekonstruieren. Der holländische Fischer Jaap A. erinnert sich, dass er an diesem Tag zusammen mit seinem Biber EinsatzSchwager bei Breskens zum Ufer der Westerschelde unterwegs war, um bei den britischen Soldaten Eier und Butter gegen Zigaretten und Schokolade zu tauschen. Die britischen Truppen waren in unmittelbarer Näher der deutschen Verteidigungslinie stationiert. Die beiden Fischer entdeckten dabei am Horizont einen Biber und machten die britischen Soldaten darauf aufmerksam und forderten sie auf, ihre Kanonen auf den Biber zu richten. Der britische Kommandant telefonierte mit seinen Vorgesetzten, aber aus welchen Gründen auch immer wurde der Biber nicht angegriffen. Der Biber tauchte und das Periskop bewegte sich stromabwärts. Kurz darauf explodierte ein großes Schiff, welches sich in der Nähe befand. Es handelte sich um die Kanadische FORT MAISONNEUVE, einen Munitionsfrachter auf dem Weg nach Antwerpen. Das Schiff sank vor den Augen der beiden Fischer in der Mitte der Fahrrinne.Einen Tag später wurde nicht weit davon ein gestrandeter Biber gefunden. Der tote Fahrer saß noch im Cockpit. Er starb lt. Augenzeugen an Vergiftung, vermutlich durch Batteriegase.
Ein zweiter Biber wurde in der Nähe auf einer Sandbank gefunden. Auch hier fand man den Fahrer tot in seinem Biber, er starb vermutlich durch Kohlenmonoxyd-Vergiftung. Dieser Biber wurde anschließend in den Hafen von Breskens geschleppt. Bis heute ist unklar, um welche Biber es sich handelte und wo sie her kamen. Recherchen ergaben, dass beim Untergang der FORT MAISONNEUVE drei Seeleute ums Leben gekommen sind. Als offizielle Ursache für den Untergang wird ein Minentreffer angegeben. Wenn man die Explosion jedoch im Zusammenhang mit dem in der Nähe gesichteten Biber und den beiden kurz darauf gestrandeten Bibern betrachtet, ist ein erfolgreicher Biberangriff nicht auszuschließen. Die Antwort auf die Frage, ob nicht doch ein Biber die Ursache für den Untergang war, haben die tot aufgefunden Fahrer mit in ihr Grab genommen.
Bis zum Ende des Jahres 1944 gingen insgesamt 52 Biber verloren. Die Alliierten machten davon nur 8 der Boote als versenkt geltend. Der Rest fiel Bedienungsfehlern, technischen Defekten und Seeunfällen durch schlechtes Wetter zum Opfer. Zur Jahreswende standen im Westraum nur noch 20 Biber in Rotterdam zur Verfügung.
22.12.1944: 18 Biber liefen aus Poortershaven und Helvoetsluis im Schlepp aus. MTB’s überraschten die Biber und vier von ihnen wurden versenkt. 1 Biber sank nach Minentreffer und ein weiterer wurde durch diese Mine so stark beschädigt, dass er umkehrte. Der Fahrer war der Einzige, der von diesem Einsatz zum Stützpunkt zurückkam. Das Schicksal der anderen Fahrer bleibt für immer ungeklärt.
23.12.1944: Gegen 02:00 Uhr liefen 11 Biber liefen. Einer der Fahrer, der Mechanikerhauptgefreite Mendel geriet in britische Gefangenschaft. Die restlichen verschwanden spurlos. Mendel wird die Versenkung des Frachters ALAN-A-DALE zugerechnet.
Er hatte bei diesem Einsatz die Orientierung verloren, weil sein Kompass defekt war. Er wartete er in getauchtem Zustand in der Nähe einer Boje auf das Tageslicht, um seine Position neu bestimmen zu können. Hinzu kam, dass sein Biber ein Leck hatte. Er legte seine Mine ab und wurde nur wenige Minuten später, gegen 10:30 Uhr durch das britische ML 915 angegriffen, nachdem ihn sein Periskop verraten hatte. Mendel verließ seinen sinkenden Biber und geriet in Gefangenschaft.
Der ALAN-A-DALE wurde diese Mine kurze Zeit später zum Verhängnis, nachdem sie in Antwerpen Weihnachtspost, Geschenke aus der Heimat und frische Äpfel für die amerikanischen Truppen abgeladen hatte. Wie durch ein Wunder überlebte die gesamte Besatzung und konnte gerettet werden.

Bron:Biberfahrer.beepworld.de


LtzS Helmut Blessmann verhaalde vele jaren later van zijn inzet aan de Scheldemond:
"Dwars voor Breskens - in een der  smalle delen van de 6 tot 7 kilometer  brede Westerschelde stelde ik de hydraulische afvuurinrichting van de aan bakboord bevestigde zeemijn  in werking, zodat deze in de vaarweg gedropt kon worden om de scheepvaart onveilig te maken. De mijn en torpedo waren goed uitgebalanceerd, zodat de trim van de kleine U-Boot ook bij een eenzijdige belasting niet  verstoord werd. Het afwerpen van de  mijn beïnvloedde slechts in geringe mate de besturing.
"Het was inmiddels 6.30 uur. Ik nam nu de schaduw van een groot gevaarte waar aan stuurboord. Op  naar schatting 1000 meter schakelde ik de motor uit en probeerde het doel in het vizier te krijgen. Rekening houdend met het verplaatsen van het doel. drukte ik de afvuurrichting voor de rechtertorpedo af en deze liep op het doel af. Ik startte de motor en liep op volle kracht richting de Walcherse kust. Ik hoorde achter me een doffe dreun en ik vermoedde een treffer. Om een vijandelijke aanval te ontlopen vond ik het verstandig om niet aan de oppervlakte te blijven. Het verbaasde me dat ik niet opgewonden was, zodat ik achter elkaar de nodige handelingen kon verrichten om te duiken. Om mij heen was het pikdonker. De boot zakte naar een diepte van 1B meter en bleef op de bodem liggen. Ik deed mijn adembescherming aan en wachtte af.
Schroefgeruis en detonaties hoorde ik regelmatig dichthij en dan weer verder weg. Onze tegenstander was nu wakker! Ik hoorde op verschillende afstanden dieptebomexplosies, die godzijdank niet in mijn onmiddellijke nabijheid plaatsvonden. Na vele uren op de zeebodem vertoefd te hebben, besloot ik op te duiken. Tijdens de lange nachtelijke vaart had het benzinemotortje voor enige warmte aan mijn rug gezorgd. Nu echter, nadat ik drie uur onder water had liggen wachten, voelde ik de kou op onaangename wijze opkomen. Het was inmiddels negen uur. Ik stelde het persluchtaanblaasventiel voor het blazen van de tanks in werking en de boot steeg. Op het moment dat mijn boot de oppervlakte bereikte was het een sitting duck.
Mijn Biber werd ontdekt, met machinegeweervuur beschoten en kreeg meerdere treffers. Een Brits korvet lag op vier- à vijfhonderd meter afstand en had het vuur op mijn aan de oppervlakte komende onderzeeboot geopend. De koepel van mijn toren versplinterde en ik kreeg water in de centrale. Mijn eerste reactie was: duiken! lk rukte het ventiel van het duikreddingsvest los en de boot zonk weg. Verrvolgens zwom ik naar het Britse marineschip, dat naderbij was gekomen. Bij de romp aangekomen werd mij een touw toegeworpen.
Op dat moment was voor mij de oorlog voorbij.”

Bron: Klein Venijn


Biber ZeelandMinionderzeeër op vaste plek in Vlissingen
Biber VlissingenDe minionderzeeër uit de Tweede Wereldoorlog die jaren bij Fort Rammenkens in Ritthem heeft gelegen, heeft vandaag een vast plekje in Vlissingen gekregen. Hij zal daar voortaan te zien zijn in een doorzichtige container. Het bootje, een zogenoemde Biber, werd in 1950 opgedregd bij Vlissingen.
De Bibers speelden een belangrijke rol bij de Slag om de Schelde. Walcheren was in november 1944 bevrijd maar op de Westerschelde ging de strijd door. De eenpersoonsduikbootjes werden door de Duitsers ingezet om schepen van de geallieerden te torpederen. Vanaf december 1944 gingen enkele honderden van deze bootjes vanuit Hellevoetsluis en Poortershaven (Maassluis) het water op. Veel - jonge - bemanningsleden vonden de dood; het wapen bleek minder succesvol dan gedacht. Het bootje bevatte meestal twee torpedo’s of éen torpedo en éen mijn. De actieradius was 200 mijl en de snelheid circa 4 mijl. Duikdiepte ongeveer 20 meter.Van dit type bootje zijn er nog een aantal in Nederland. Deze Biber werd verschillende keren opgeknapt. Afgelopen zomer werd het bootje nog in de Vlissingse Machinefabriek door vrijwilligers onder handen genomen. Op zijn nieuwe plek bij de Oranjemolen wordt het bootje onderdeel van het gebied 'Uncle Beach', het landingsstrand van Vlissingen.Daar wordt het verhaal verteld van Vlissingen in de Tweede Wereldoorlog en de Slag om de Schelde. De Biber staat symbool voor de bezetter. Vlissingen en het MuZEEum zitten in het project World War Two Heritage. Dat wil erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog toegankelijker maken voor publiek.
Bron: Omroep Zeeland, 27-08-2014

Zie ook: Biber op het droge in: Zeelandblog


Inzet S-boote en Linsen

S boot1 S boot2

De motortorpedoboten of Schnellboote (S-Boote) waren vijfendertig meter lang, honderdtwintig ton zwaar, boden plaats aan dertig bemanningsleden en konden kortstondig een topsnelheid tot vierenveertig knopen (tachtig km per uur) bereiken. De boten konden aanvallen uitvoeren met torpedo's maar waren ook in staat om zeemijnen te leggen. Vanwege de geallieerde superioriteit op zee en in de lucht opereerden de Duitse motortorpedoboten altijd bij duisternis. De haven van Vlissingen werd ook gebruik voor de bevoorrading van de ingesloten vesting Duinkerken. In de nacht van 18 op r9 september vertrokken vier motortorpedoboten (Schnellboote) naar le Franse havenstad, waarvan twee vanuit Vlissingen. De Britse marine patrouilleerde intensief voor de Vlaamse kust en was op de hoogte van de komst van de schepen. Maar desondanks lukte het de Duitsers, ten koste van grote verliezen weliswaar, om Duinkerken te bevoorraden.
De hoge verliezen leidden wel tot een andere aanpak bij de Duitsers, die voor de bevoorrading nu tragere schepen inzetten. Ze werden begeleid door één van de geheime wapens van de Kriegsmarine: speedboten. Deze zogenaamde Linsen hadden een lengte van 5.75 meter en konden een snelheid van maximaal 35 knopen (65 km/uur) bereiken. Bij operaties waren steeds twee Linsen, elk uitgerust met een springstoflading van driehonderd kilo, en een commandoboot betrokken.Zodra de vijand in zicht kwam, sprongen de stuurmannen van de Linsen overboord, waarna de bemanning van de commandoboot de besturing radiografisch overnamen en de Linsen naar het doel leidde. Zo was althans de opzet. Een in de nacht van 5 op 6 oktober uitgevoerde bevoorradingspoging mislukte.

Sprengboote Linsen3 Sprengboote Linsen4 Sprengboote Linsen5

Op 22 oktober arriveerde een flottielje van vierentwintig Linsen in Vlissingen. Het voer nog dezelfde avond uit naar Duinkerken, maar werd onmiddellijk na het verlaten van de haven vanuit Zeeuws-Vlaanderen beschoten door geallieerd artillerievuur. In een poging daaraan te ontsnappen, raakten de speedboten hopeloos verspreid, onder meer omdat de bemanning nauwelijks getraind was en te weinig nautische ervaring had. Zeven Linsen voeren de haven van Cadzand binnen in de veronderstelling dat het Duinkerken was, twaalf vaartuigen keerden terug naar Vlissingen, drie liepen vast op de Walcherse kust, vier op de kust van West-Zeeuws-Vlaanderen, vier strandden ten oosten van Vlissingen en één bleek gezonken.Een nieuw operatiegebied voor de boten diende zich aan toen twee brigades van de Schotse Lowlanddivisie op 26 oktober vanuit Terneuzen bij Baarland op Zuid-Beveland landden en daar een bruggenhoofd wisten te vormen. De staf van de 70. Duitse Infanteriedivisie dacht dat het bruggenhoofd vernietigd kon worden als de Linsen kans zagende bevoorrading te verhinderen. Die nacht trok een groep Linsen daadwerkelijk ten strijde, maar de onderneming strandde op een zandbank voor Terneuzen. Pas de volgende morgen kwamen de bootjes weer vlot en keerden ze onverrichterzake terug naar Vlissingen. In de avonduren van 27 en 3t oktober werd de operatie herhaald. Op beide dagen claimde de Kriegsmarine vijandelijke boten tot zinken te hebben gebracht. In de Duitse pers werd zelfs met tekening en al gemeld dat een onderzeebootjager tot zinken was gebracht.

Sprengboote Linsen Sprengboote Linsen2

Feit is dat de Linsen geen aantoonbaar effect hebben gehad op de geallieerde operaties in Zuid-Beveland. Onmiddellijk na terugkeer van de laatste operatie, in de nacht van 31 oktober op 1 november, vertrok het grootste deel van de boten vanuit Vlissingen naar Rotterdam.

(Bron: Slag om de Schelde 1944)

Meer info over de Linsen leest u hier.

 

 

 

 

 

Terug button