Dolle dinsdag: bevrijding in zicht

Enig teken dat Duitse troepen zich massaal terugtrokken, was in West-Zeeuws-Vlaanderen begin september niet merkbaar. Wel werd het de bevolking duidelijk dat er iets mis was. Vanuit België arriveerden voertuigen waarin Duitse soldaten zatendolle dinsdag3 die er anders uitzagen dan de Duitse soldaten die men jarenlang gewend was geweest. Nooit was het de voorbije jaren voorgekomen dat Duitse soldaten er onverzorgd en onordelijk bij liepen. Ook was het onbestaanbaar geweest dat soldaten op eigen houtje iets deden. Een dergelijke situatie aanschouwde de bevolking op 4 september, de dag vóór Dolle Dinsdag. Vanuit België kwamen een paar Duitse soldaten in een sjees aanrijden, gevolgd door enkelen te voet en één op een damesfiets. Kort daarop kwamen er meer.

Op Franse boerenwagens, getrokken door grijze paardjes, op fietsen en te voet trok men voorbij. Zij voerden allerlei soorten militaire goederen met zich mee. Sommigen soldaten waren zo vermoeid dat ze zich achter een kar lieten meetrekken. Allen liepen kennelijk in de richting van de veren in Breskens. In de dagen die volgden herhaalde zich het schouwspel zonder ophouden: het werd steeds drukker. Op 5 september stonden de Duitse auto's en wagens vanaf Breskens tot in Schoondijke te wachten om de Westerschelde over te steken. Op  8 september zaten de wegen zelfs tot aan Oostburg vol.
De bevolking van Zeeuws-Vlaanderen voorzag een naderende bevrijding en liep uit om te genieten van het schouwspel dat het Duitse leger bood. Met leedvermaak zag men hoe intussen via alle toegangswegen, bij Retranchement, Sluis, Eede, IJzendijke en Biervliet, met allerlei gevorderde voertuigen, onverzorgde en doodvermoeide troepen zonder enig verband voorbij trokken. Sommige soldaten huilden bitter. Indien de soldaten het niet zagen en hoorden, werden grapjes gemaakt en verwachtingen uitgesproken over hoelang het nog zou duren voordat de geallieerden er zouden zijn.
Bron: Vlucht en bevrijding


4 september 1944
Tegen de avond wordt de stroom Duitse militairen met name in West-Zeeuws-Vlaanderen steeds groter en wanordelijker. De Duitsers arriveren op karren, fietsen en in auto’s, die ze in Noord-Frankrijk en België in beslag hebben genomen. Er trekken ook Duitsers voorbij, die hun bagage in kinderwagens met zich meezeulen. Diezelfde avond blijkt de veerboot Kruiningen-Perkpolder verdwenen te zijn, althans niet meer in de vaart te zijn. Alleen de havens van Terneuzen en Breskens zijn dan nog over voor de vluchtelingen. In de nacht van 4 op 5 september maken de eerste Duitse militairen de oversteek. Jan Dekker, leider van de Zeeuwse NSB-afdeling, geeft NSB-leden opdracht om Zeeland te verlaten. Welgeteld 22 Zeeuwse NSB-burgemeesters verlaten hun post.
’s Ochtends vertrekken de Sicherheitspolizei en de Ortskommandant uit Terneuzen. In Middelburg vertrekt ‘s middags het vrouwelijk personeel van het kantoor van Rijkscommissaris Münzer; later ook een deel van het mannelijk personeel; ’s avonds wordt een deel van het archief in de tuin van het kantoor verbrand. Opnieuw evacuatiebevel voor Vlissingen, Souburg, Koudekerke en Ritthem: nu moeten de inwoners naar Zuid-Beveland; de burgemeester van Kruiningen kondigt aan dat er 2000 Walcherse vluchtelingen opgevangen zullen worden. Het bevel wordt weer slechts sporadisch opgevolgd. In grote delen van Zeeuws-Vlaanderen wordt niet gewerkt en zijn de scholen gesloten.
Dagboekfragment 4 september 1944
Uit het dagboek van C. Puype (Koudekerke):
Ik ga gewoon naar m’n werk, doch dan gaan ’s morgens reeds praatjes Vlissingen, Koudekerke en Souburg evacueren. De Geallieerden naderen de Nederlandse grens. Wij voeren niets meer uit. ’s Middags wordt dit bericht bevestigd. De in aanbouw zijnde torpedojager moet weg. De vernietigingstroepen komen op de fabriek en aan de overkant klinken regelmatig explosies. Wij ontvangen een voorschot op ons loon en smeren hem naar huis. Waar men de evacuatie kalm opneemt en besluit niet te gaan. De laatste courant verschijnt.

Bron: Walcheren 40-45


Op Noord-Beveland probeerde een aantal jonge mannen zelf het eiland te bevrijden. Overmoedig namen ze in Kamperland een aantal Duitse soldaten gevangen. De geallieerden waren er voorlopig echter nog niet. Al een dag na de gevangenneming kwamen Duitse troepen vanuit Veere naar het eiland, en herstelden hun macht. Ze pakten enkele Noord-Bevelandse mannen op. Eén van hen, Andries Dieleman, werd zonder pardon standrechtelijk geëxecuteerd in de duinen van Valkenisse.
Bron: Gemeentearchief Goes

Ook in Middelburg werd een te overmoedige inwoner slachtoffer van een poging de geallieerden een handje te helpen. Ook hij werd geëxcuteerd in de duinen van Valkenisse.  Acht dagen later werd op nieuw een inwoner van Middelburg daar ter dood gebracht. Hij had, samen met een vriend, Duitse wapens en munitie gevonden en meegenomen. "Er hat zugegeven dass er die Waffen gegen Angehörigen der Deutschen Wehrmacht oder der niederländischen nationalsozialistischen Bewegung gebrauchen wollte." Deze executies waren de eerste terechtstellingen in de provincie Zeeland. Meteen werd een en ander aan de bevolking bekendgemaakt.
Bron: Zeeland 1940-1945


5 september in Zeeuws-Vlaanderen

kaart Terneuzen2De hele nacht door waren er door geheel Zeeuwsch-Vlaanderen (en waarschijnlijk ook elders) troepenverplaatsingen geweest. Toen de Terneuzenaars, voornamelijk die in de binnenstad woonden, opstonden, zagen ze een complete chaos in dePolder Willem III stad. Overal stonden auto's, met paarden bespannen wagens, geschut en allerlei soorten voertuigen. Uitrustingstukken, helmen, gasmaskers, gascapes, munitie, enz., het lag allemaal voor het oprapen in de straten. In de loop van de voormiddag werd door sommige soldaten de voorraad gestolen goederen, bestaande uit etenswaren, schoeisel, kleding, tabak, enz., uit de auto's gehaald en weggegeven. Hier en daar hadden ze ook geprobeerd om iets te verkopen om wat Hollands geld bij de hand te hebben. Het kwam zover, dat ze zelfs de paarden, waar ze mee aankwamen aan de burgers kwijt wilden. Steeds meer Duitsers kwamen er in de stad aan. De burgers begonnen eigenhandig de door de Duitsers in de steek gelaten voertuigen leeg te plunderen. Er bleek van alles in te zitten, koffie, rijst, boter, tabak, sigaren, chocolade, verrekijkers, radio's, kleding en nog veel andere dingen, teveel om op te noemen. Op dat moment was er niet één Duitser die er aandacht aan schonk, ze hadden andere dingen aan hun hoofd. Weer kwam er een groep terugtrekkende soldaten aan. Er waren er die kanonnen in het kanaal reden. Anderen reden er auto's in, al dan niet volgeladen met munitie of andere goederen. Op een gegeven moment was de Axelsebrug geheel versperd. Aan weerszijden stonden wagens, waarvan ze de lading kwijt wilden in het kanaal. Het leek wel of het kanaal één groot vuilnisvat was.

Lees meer over de gebeurtenissen op 5 september (Bron: Vijf woelige jaren) Kaarten (klik voor vergroting) toegevoegd ter verduidelijking van de situatie zoals in het artikel beschreven. Rechts: het gele gebied is de Willem III-polder (bron:Scheldestromen).


Terneuzen: Ambtenaren Rijkswaterstaat vermoord

Door de chaotische toestand waarin de terugtrekkende Duitsers zich bevonden, meenden de ingenieurs Hoolsema en Groenewegen,dat de tijd aangebroken was om de kunstwerken, waarover zij het opzicht hadden, voor vernielingen te behoeden. Onafhankelijk van elkaar togen ze in de morgen van 5 september op weg. Aan de Axelse brug gekomen, bemerkte ir. Groenewegen dat daar de springstoffen door de heren Kruyt en De Brauwer, die als oud-militair met springstoffen op de hoogte waren, verwijderd waren. Ze waren daarin bijgestaan door de burgers Klaassen en Herrebout.
Ir. Groenewegen, die nog vóór ir. Hoolsema aan de Axelsebrug gekomen was, begaf zich achter op de fiets van de heer J. van Brakel naar de Westsluis. Daar aangekomen overlegde hij met het personeel van de Rijkscentrale. de heren De Doelder, Goedhart en De Bert en instruëerde hen, hoe te handelen om de springstoffen aan de brug over het buitenhoofd te verwijderen. Sluisknecht Doppegieter had reeds vóór hun komst de Duitse alarminstallatie in het water gegooid.

De oorlog was nog niet voorbij. Lees wat J.L. Platteeuw over dit drama vermeldt in Vijf woelige jaren.


Leve de Koningin
In Graauw, Kloosterzande, Lamswaarde, Vogelwaarde, Zaamslag wordt gevlagd. In Zaamslagveer wordt een ereboog opgesteld met de tekst ‘Leve de Koningin’. Duitse militairen moeten daaronderdoor lopen. NSB-leden verlaten Noord-Beveland met het veer Kortgene-Wolphaartsdijk. Verzetslieden maken de boot daarna onklaar. Colijnsplaat vlagt, in Kats wordt een stropop die Hitler moet voorstellen in brand gestoken. Leden van het verzet vorderen auto’s en nemen vier Duitse militairen gevangen in Kamperland. Twee andere Duitse militairen ontsnappen en alarmeren hun hoofdmacht op Walcheren. Vanuit Veere vertrekt meteen een schip van de Rheinflottille naar Kamperland. Verzetslieden beschieten de boot, maar zijn geen partij voor het zware Duitse geschut. Twee boederijen worden in brand geschoten. De verzetsstrijders trekken zich met hun vier gevangenen terug op Wissenkerke. De Duitsers maken via de plaatselijke arts een ultimatum bekend: als de soldaten niet worden vrijgelaten worden zeventig inwoners van Kamperland voor het vuurpeloton gezet. Daarop worden de vier soldaten vrijgelaten.
Kaal knippen en brandmerken
In Axel en Zaamslag wordt jacht gemaakt op vrouwen, die met Duitse militairen bevriend waren. Ze worden kaal geknipt en (Zaamslag) gebrandmerkt. NSB-ers worden gemolesteerd. In Hulst en Kloosterzande worden Duitse militairen gevangen gezet. In Hontenisse wordt een waarnemend burgemeester – baron Collot d’Escury – benoemd. Zo ook in Axel, waar de hervormde dominee Van Oeveren aantreedt. Hij schrijft daarover: ‘Er moest iets gebeuren, er moest ingegrepen worden. Het moest niet zo zijn dat de mensen het recht in eigen handen hielden. En toen ben ik, dominee van Axel, naar voren gekomen en heb (…) het heft in handen genomen. Ik ben toen de loggia, of het balkon, van het stadhuis opgeklommen en ik heb gezegd, voor een grote schare op de Markt: Mensen! Ik ben van nu af aan jullie burgemeester. Want zoals het nu gebeurt, kan het niet doorgaan’.
De Duitsers reageren nog dezelfde dag. In Vogelwaarde moeten de vlaggen worden binnengehaald. In Hulst doen de inwoners dat meteen als er SS-troepen door de stad trekken.
Donderdag 7 september 1944
In meeste delen nemen de Duitse bezetters weer hun posities in. De waarnemend burgemeester van Goes laat een bekendmaking aanplakken, waarin gezegd wordt dat van Duitse militairen weggenomen of gekregen goederen onmiddellijk bij het politiebureau moeten worden ingeleverd.
Alom wordt bekend, dat Breda nog niet bevrijd is.
Bron: Slagomdeschelde.nl


5/9 Uit het dagboek van I.W. Bakker (Wemeldinge).
Bericht of geruOostburg dolle dinsdagcht: Breda in geallieerde handen. Grote wanorde onder de Duitsers. Alles vlucht. Sommigen werpen hun wapens weg, Wemeldinge totaal verlaten van soldaten behalve 10 marinemannen en 2 Grüne. Ontzettend veel fietsen worden weggenomen of gevorderd. Met één tank hadden de Amerikanen Zuid Beveland kunnen veroveren.
Ongeveer 1 uur. Gerucht: Engelsen bij Rilland. Ook vluchtende Duitse soldaat vertelt Tommy’s in Bergen op Zoom. Ongeveer om 2 uur eerste aanval van jagers op het verkeer door de Schelde. Trein en postverkeerd naar Holland gestaakt. School ontvolkt.

 

6/9 uit het dagboek van J.C.C. Henry (Aardenburg).
Onrustige nacht gehad; voortdurend kwamen er troepen met allerlei voertuigen, veel wagens met paarden en dat is zoo de hele nacht doorgegaan; er is wat van hier gebleven, maar het meeste trekt naar Breskens in de hoop daar nog de Schelde over te koomen en zoo Duitschland te bereiken. Rond Aardenburg staat er nu overal afweergeschut, wat telkens, als er maar een vliegtuig in de lucht is, aan het schieten gaat. We moesten vanavond telkens uit de tuin vluchten.
De radiodistributie zendt geen Engelsche berichten meer uit, de ondergedoken menschen blijven weer binnen, steeds Duitschers in de straat. Niemand durft meer te fietsen, uit vrees dat zijn fiets zal worden afgepakt.


dolle dinsdag

 

Angst in d'oogen, bange snuiten
bibberend en gansch ontdaan!
"Lieve Führer, kom me helpen!
'k heb wat in mijn broek gedaan!
De geallieerden komen!"
Dra bleek: men had zich vergist!
Maar die angst der N.S.B.'ers
hadden we niet graag gemist!
(A.v.A)

De executie van vader Bram en zoon Adriaan Mabelis, op Dolle Dinsdag 5 september 1944 aan de Strijdersdijk bij Cadzand, kan moeilijk anders worden gekarakteriseerd. In de PZC 15 februari 2013, wordt die Cadzandse zaak beschreven. Niet zo uitvoerig als in het boek van Hans Sakkers, uiteraard, daar worden er zes pagina’s aan gewijd. Ik vind ook het slot van de kwestie best aangrijpend (pag. 55): ,,Nadat de arts was vertrokken kwam de grafdelver Wannes Faas met zijn hulp op een paard en wagen. Hierop waren twee eenvoudige doodskisten die de gemeente ook gebruikte om aangespoelde lijken op te halen en te begraven. Ter plaatse werden de slachtoffers gekist en bracht men hen naar het lijkenhuisje op de algemene begraafplaats. Moeder heeft hier ‘s middags haar man en zoon officieel geïdentificeerd. Zaterdag 9 september was de uitvaart. (…) Mensen uit de buurt droegen de overledenen naar de algemene begraafplaats van het dorp. Beiden kwamen op rij 33 te liggen, Abraham Melis in graf 4 en Adriaan in graf 5. De graven zijn op 17 november 1998 door de voormalige gemeente Oostburg geruimd.” Ik betwijfel of bij de ruiming nog iemand geweten heeft dat in die graven de slachtoffers van het drama aan de Strijdersdijk lagen. Ook Gustaaf Joannes van Zeele (1926-1944) in Breskens was een slachtoffer van Dolle Dinsdag. Een Duitse soldaat vorderde zijn paard. Van Zeele weigerde en werd doodgeschoten. Op zijn bidprentje staat: ,,laffelijk door de Duitschers neergeschoten en tengevolge daarvan overleden in het St. Antonius-ziekenhuis te Oostburg.”
Bron: Zeeland geboekt


mbrg binnenblijven 1944 Mbrg 19apr1944 Münzer  
Aankondiging oefening 'binnen blijven' Oproep om te helpen tegen de Geallieerde invasie  

Terug button