Oorlogshandelingen

LUCHTAANVALLEN

Om enkele van de belangrijkste doelen in Duitsland te bereiken was een aanvliegroute over Nederland de aangewezen weg. Ook boven Zeeland kon men regelmatig geallieerde eskaders zien of horen, op weg naar of komend van doelen in het Roergebied of langs de Rijn. In de blijkbaar heldere nacht van 30 op 31 mei 1942 zag de lucht boven Vlissingen 'zwart van de toestellen die overtrekken' en stond als gevolg van het zware Duitse afweervuur 'de gehele stad [...] op zijn grondvesten te beven'. Na drie uur keerden de toestellen terug; nog nooit waren zoveel bommenwerpers boven de stad verschenen - het duurde een uur voordat ze allemaal voorbij waren. Keulen was door meer dan duizend Britse bommenwerpers gebombardeerd. In de loop vat 1943 werd het steeds drukker boven Zeeland. Een scholier zag in mei op niet minder dan zeventien dagen vliegtuigen Vlissingen passeren, op weg naar Duitse aanvalsdoelen of terugkerend naar hun Britse thuisbases. Boven Aardenburg vertoonden zich die maand 'bijna alle dagen' geallieerde bommenwerpers. Uiteraard namen de Duitsers tegen de toenemende luchtkracht en de steeds geavanceerdere technieken van de geallieerden hun maatregelen. Er werd meer en zwaarder luchtdoelgeschut geplaatst, vooral rond Vlissingen, en de Duitse radar- en radiosystemen werden verfijnd.
Bron: Zeeland 1940-1945


bericht-bomb-vliss 

Luchtalarm


Hieronder volgt een opgaaf van het aantal malen dat van 10 Mei 1940 tot 22 October 1943 te Middelburg luchtalarm is gegeven:

 

van 10 Mei tot en met 31 December 1940: 15 maal
in het jaar 1941:                                        9 maal
in het jaar 1942:                                        9 maal
van 1 Januari tot 22 October 1943:             8 maal

(Bron: Mr. Van der Veur)


Vliss evacuatie 1942Successievelijk belandden we in een tijd (1942) dat de fabrieksinstallaties te Sluiskil regelmatig aangevallen werden door geallieerde vliegers. De Duitsers hadden de fabriek weer bijna aan het draaien voor de productie van kunstmest. Dit feit was ,,overgewaaid" naar Engeland. Zij lieten zich daar niet onbetuigd en losten bommen op 22 en 25 juli, 28 augustus, 1 en 11 oktober en op 7 en 13 november in de nabijheid van de meest vitale delen van de fabrieksinstallaties. De resultaten waren verbluffend. Telkenmale na een aanval was er een belangrijk onderdeel buiten werking gesteld. Het kon niet anders of dat moest gedaan worden door iemand die ter plekke heel goed bekend was. De piloot van het aanvallende vliegtuig bleek dan ook een zekere Steyaert, afkomstig uit Zelzate te zijn. Hij had voor de oorlog nog op de Cokesfabriek gewerkt. Het in de buurt van de fabriek opgestelde afweergeschut (op 21 augustus daar geplaatst) kon niet verhinderen, dat de aanvallen steeds met succes uitgevoerd werden.
Bron: Vijf woelige jaren


Sloedam
De Sloedam werd regelmatig door Britse vliegtuigen beschoten, voornamelijk met de bedoeling transporten te hinderen. Aan het eind van de oorlog werd er gebombardeerd om de Duitse posities en stellingen te verzwakken. Voordien werd ook dit belangrijke verkeersknooppunt beschoten. Vooral treinen werden beschoten. Treinen waren daarom vaak voorzien van luchtafweergeschut. Om andere transporten ook enigzins te beschermen werd bij de Sloedam in bunkeropstelling ook inmobiel luchtafweergeschut geplaatst. Duitse gegevens vermelden bij Arnemuiden (Sloedam) op 1 december 1943: 6 x 2 cm Flak (Flugzeugabwehrkanone) en 2 x 60 cm zoeklicht.
Vooral na 17 september 1944 werd het spoorwegtraject vernield door beschietingen en bommen van geallieerde vliegtuigen. Burgers en Duitse militairen hadden op de dam geen bescherming tegen deze aanvallen. Bunkers en schuilkelders waren er niet. Je moest dekking zoeken in schuttersputjes die met regelmaat langs de kant van de weg waren gegraven. De Duiters waren slim genoeg om de bomen (iepen) tussen de Sloedam en Lewedorp te laten staan. Onder het iepenloof kon veel materieel aan het oog van jachtvliegtuigen worden onttrokken. De weg daaronder was daarom een geliefde parkeerplaats als er vliegtuigen kwamen aanvliegen.
Bron: Arnehistorie 


Steeds vaker werden ook in Nederland luchtaanvallen uitgevoerd. De fortificatie van de Zeeuwse kust leidden vanaf eind 1942 tot aanvallen met boordwapens op vooral barakkenkampen, kleinere verdedigingswerken en Duitse patrouilleboten. Dit gebeurde op 28 november 1942 in Zeeland voor het eerst; bij Dishoek beschoten toen vijf Britse jachtvliegtuigen een kamp van het 145e Grenadíer-Regiment. Zes soldaten en twee paarden raakten daarbij zwaar gewond. De gevolgen van dergelijke beschietingen waren zelden ernstig. Al in 1940 en 1941 waren Nederlandse havens en havenfaciliteiten aangevallen, ook in Vlissingen. In de loop van1942 werden ook industriële bedrijven waarvan men wist dat zij voor de Duitse oorlogsindustrie werkten of daarvoor van belang konden zijn, een mogelijk doelwit. Tijdens hun conferentie in Casablanca in januari 1943 besloten de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill dat de nadruk bij de taktische luchtaanvallen allereerst moest komen te liggen op de bestrijding van Duitse onderzeeboten, daar deze de geallieerde oorlogs- en koopvaardijvloten zware verliezen toebrachten. Verder achtten zij achtereenvolgens de vliegtuigindustrie, het transportwezen, olieraffinaderijen en de overige oorlogsindustrie de aandacht van hun bommenwerpers waard. Met ingang van 10 juni 1943 werd de U-boot-bestrijding wat naar achteren geschoven en werd bepaald dat behalve havencomplexen de vijandelijke luchtmacht en de Duitse vliegtuigindustrie meer aandacht dienden te krijgen, aangezien de geallieerde bommenwerpers in toenemende mate hinder ondervonden van Duitse jachtvliegtuigen. Deze vaststelling van prioriteiten had uiteraard niet alleen betrekking op mogelijke doelen in Nederland, maar gold voor heel bezet Europa.


bombardementen 44Op de lijst van mogelijke aanvalsdoelen die eind juni 1943 aan de Britse luchtmachtautoriteiten was overhandigd, stond, wat Vlissingen betreft, behalve De Schelde en de Vlismar ook het vliegveld genoemd. Kort voor de laatste aanval op De Schelde was dit vliegveld inderdaad, zelfs tot twee keer toe, gebombardeerd.

 
Het waren de zwaarste bombardementen die Vlissingen zou meemaken. op 15 augustus waren 119 Flying Fortresses (B-17's) van de US Eighth Air Force boven Vlissingen verschenen. Vliegend op een hoogte van maar liefst tussen de 5400 en 7300 meter (18.000 tot 24.200voet) lieten er 92 hun lading los: bij elkaar 1434 bommen van elk driehonderd pound. De aanval van 19 augustus was minder omvangrijk, maar nog altijd enorm vergeleken met de eerdere aanvallen van de RAF. In twee minuten tijds lieten toen 55 Vliegende Forten bij elkaar 880 bommen vallen. Beide Amerikaanse aanvallen waren niet alleen ongekend hevig, zij waren ook ongekend verwoestend. 'Amerikaanse bombardeermethoden zijn leuk, maar je moet er niet onder zitten' tekende de scholier Adrie van Dijk laconiek in zijn dagboek aan.  Alle aanvallen die die week door de Amerikaanse luchtmacht boven Nederlands grondgebied werden ondernomen, werden in Londen door de Nederlandse verbindingsofficier C. Moolenburgh als 'één groot fiasco' betiteld. In Vlissingen  was het merendeel van de bommen op een afstand van een tot drie mijl van het doel neergekomen.


Vliegtuigcrashes in Zeeland op de kaart

Kaart viegtuigcrashes

In Zeeland en de wateren eromheen zijn in de oorlogsjaren meer dan 500 toestellen verloren gegaan. Sommige van deze toestellen zijn op de grond vernield of waren wegens technische problemen genoodzaakt om een noodlanding te maken. Er zijn toestellen achtergelaten en er is er zelfs één toestel geland in de veronderstelling dat Schouwen-Duiveland Engeland was. De meeste toestellen die u terug vindt in onze database zijn echter neergestort doordat ze tijdens hun vlucht werden onderschept door vijandelijke jagers of geraakt werden door luchtafweergeschut. Bekijk de details in de Databank Zeeland. Aanvullend hierop is een statistisch overzicht (tabel) van 603 vliegtuigen uit de periode 1939-1945. Het museum Wings to Victory heeft op zijn website ook uitvoerige informatie over vliegtuigverliezen in Zeeland.



Bombardement Nieuw Abeele en Ritthem
west souburg abeelseweg2Op 15 augustus 1943 werd per ongeluk een bombardement uitgevoerd op Nieuw Abeele. Dat was niet de bedoeling, het plan was om het vliegveld bij Vlissingen te raken. Het bombardement zorgde voor veel schade in Nieuw Abeele zelf en in de omgeving. Onderstaande tekst is gevonden in het Vlissings Archief, over de geschiedenis van Souburg. Het komt uit een rapport van de lokale brandweer.
"Op de avond van de 15e augustus 1943 verschenen omstreeks tien voor half negen twee formaties geallieerde bommenwerpers, circa vijftig in getal;  toen ze ongeveer recht over Souburg vlogen weken ze naar het zuiden af. De hele kuststrook bleek het doelwit en al spoedig kwamen er talrijke bommen naar beneden. Al snel kreeg de brandweer melding van een uitslaande brand in Ritthem. Terwijl dikke rookwolken en kruitdampen boven de straten hingen, kwamen de brandweerlieden aanhollen om zo snel mogelijk hulp te verlenen. De autospuit onder bevel van onderbrandmeester Van Dijk kreeg oponthoud omdat bij de kom van Ritthem vlak naast de rijbaan een bom was geëxplodeerd, waardoor de hele rijbaan onder de aarde bedolven lag. De opruimingsploeg van Ritthem was al druk bezig de weg vrij te maken en na een minuut of vijf kon de motorspuit verder. Om negen uur arriveerden de manschappen bij de brand, die in een landbouwschuur woedde vlakbij de hofstede Oud Erve aan de Dorpsstraat 39. Het duurde geruime tijd voordat de Souburgers de brand meester waren, omdat de schuur gevuld bleek met hooi, gerst, tarwe en erwten. Ze slaagden erin de woning, waaraan de schuur was vastgebouwd, voor brand te behoeden, al was de schade ook daaraan groot."
Bron: Walcheren 40-45

Meer beelden van Ritthem en West-Souburg (Abeelseweg):


Onderduikplek na 66 jaar nog intact
LiberatorHEINKENSZAND - In de laatste zomerdagen van 1944 stortte op 18 september bij Heinkenszand een bommenwerper neer. Piet van ’t Westeinde(8) en zijn broertje Martien (6) waren er getuige van. “Met mijn vader en werkvolk haalden wij een paard uit de sloot. Wij zagen een brandend vliegtuig aankomen en parachutes in de lucht. Het toestel stortte neer, onmiddellijk gevolgd door een ontploffing, want er zat nog veel kerosine in de tanks.” Van de bemanningsleden zijn er twee overleden. Eén wist niet uit het vliegtuig komen en is verbrand. “Het tweede slachtoffer kon zijn parachute niet pakken en sprong vastgeklampt aan een maat. Door de schok waarmee de parachute opende, liet hij los en maakte een dodelijke val in de Stationsstraat.” De Liberator was op weg om goederen te droppen voor de parachutisten die aan de operatie Market Garden bij Arnhem deelnamen. Boven Zuid-Beveland werd het toestel geraakt door Flak afweergeschut. De tienkoppige bemanning besloot om er uit te springen. De acht overlevenden van de bommenwerper werden door het verzet in Heinkenszand opgevangen en doken onder tot na de bevrijding die hier eind oktober 1944 kwam. Op de boerderij van de familie Van Iwaarden, de Helena hoeve, kreeg flankschutter Loyce Ely onderdak. Bij Koos en Leny van Iwaarden komen de herinneringen boven. “Vader was appels aan het plukken toen Ely met zijn parachute in een appelboom terecht kwam. Hij wilde direct zijn parachute weg, uit het zicht. Op onze boerderij zat hij eerst in het varkenshok en later in de schuur. Riskant want in huis én in de schuur waren Duitsers ingekwartierd. Koos en ik hebben Ely maar één keer gezien. Het zoldertje is pas ontdekt. Mark van den Dries, die hier een boek over schrijft, vroeg of het er nog was. Er ligt nog een matras en lege waterflessen. Ik weet dat vader er eten en thermoskannen koffie of thee bracht”, aldus Leny. Vorige week woensdag bezocht dochter Tina Ely (50) met haar man de 66 jaar intact gelaten schuilplaats van haar vader. “Het was één van de dingen uit de oorlog waar hij thuis wel eens over sprak. Over de hartelijke ontvangst en ‘the friendly people’. Verder vertelde hij nooit veel, hij was stil daarover”, vertelt Tina. “Na de oorlog leidde hij nieuwe recruten op voor het leger. Van huis uit was hij boer en is later terug naar zijn farm in North-Dakota gegaan. Voor mij is het een speciale ervaring om hier te zijn.” Later op de dag onthulde Tina Ely bij het bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp de propeller en twee boordmitrailleurs van het vliegtuig van haar vader.
Bron: De Bevelander


Luftwaffe 40 45


Zeeuws-Vlaanderen 1943

Een luchttorpedo, die op 27 januari in het land van Fr. Moens in de Nieuw-Neuzenpolder ontplofte, veroorzaakte een gat van 25 meter doorsnede en 6 meter diep. Hierdoor werd schade aan enkele arbeiderswoningen aangericht, terwijl zelfs in de stad nog verschillende ruiten van de explosie gesprongen waren. Wat een ramp zou het geweest zijn als het ding in de stad zelf terecht gekomen was. Hij was waarschijnlijk gericht geweest op het in de nabijheid zijnde barakkenkamp, maar heeft zijn doel dan niet bereikt.
Op het land van J. de Bruijne in de Lovenpolder te Hoek, stortte op 22 juni, 's morgens om 9.30 uur een grote viermotorige bommenwerper neer, na aangeschoten te zijn. Een der bemanningsleden die per parachute het leven gered had, kwam vrij kort in de buurt van het vliegtuig neer. Met de hulp van een landarbeider die daar werkzaam was, werd hij onder stro verstopt.
 
In totaal schenen er 12 personen in het toestel gezeten te hebben. Op Zaamslags grondgebied kwamen er waarschijnlijk 3 van hen neer die verdronken zijn. Ook te Hulst moeten er nog van de bemanningsleden naar beneden gekomen zijn. De Duitsers, die een grote zoekactie op touw gezet hadden, moesten deze tenslotte staken daar ze niets vonden. Ze meenden dat er tussen het hoogopgroeiende graan wel bemanningsleden verscholen zouden zitten. Maar aangezien er geen middelen beschikbaar waren om er boven te vliegen was er geen zekerheid te krijgen.
De machine zelf was geheel te pletter geslagen. In een van de uitlopers van de kreek was één der motoren verzonken die er nooit uitgehaald is.
 
Het hele stuk land, tussen de twee kreekdammen in werd door de Duitsers afgezet. Ze begonnen zelf met het verzamelen van materiaal wat over een grote oppervlakte verspreid lag. Vooral het koper en aluminium werd door hen op prijs gesteld om opnieuw in de smeltkroes te doen belanden. Nadat het terrein vrijgegeven was, vond men met wat moeite nog veel 13 mm kogels, compleet met hulzen.
Piloten die op een of andere manier niet in handen van de Duitsers terechtgekomen waren moesten via de ondergrondse geholpen worden. Het werd later bekend, dat er enkele die op Zeeuws-Vlaams grondgebied terecht gekomen zijn door leden van het verzet naar België gebracht zijn, waar ze de rest van de oorlog ondergedoken gezeten hebben.
Bron: Vijf woelige jaren



Hulp aan piloten

Vaak probeerde de bevolking bij arrestaties van vliegers hun een blijk van medeleven te geven; regelmatig kwam het daarbij tot volksoploopjes. Dit gebeurde ook in Biervliet, toen daar op 5 november 1943 vier van de acht Amerikaanse bemanningsleden werden opgebracht die eerder die dag bij IJzendijke de noodlanding van hun Flying Fortress, genaamd 'Pistol Packing Mamma', hadden overleefd.gevangen britse piloot Veertig jaar na het ongeluk wist een van hen zich nog het geklepper van de klompen op de kasseien van de straten te herinneren, veroorzaakt door de dorpsbewoners die in groten getale het groepje gevangenen volgden. Een collega zag dat mensen hun stiekem van achter de ramen toelachten en zelfs het V-teken gaven. Uiteraard stelden de Duitsers een dergelijk blijk van morele steun niet op prijs, hetgeen op 20 augustus 1943 bij voorbeeld drie inwoners van Sas van Gent was gebleken. Zii waren door de Zollgrenzschutz gearresteerd omdat zij zich hadden 'onderhouden met een Amerikaansch vliegenier, die zich met zijn valscherm uit een neergeschoten vliegtuig redde', zoals de burgemeester van die gemeente het in zijn rapportage aan waarnemend Commissaris der Provincie Dieleman verwoordde.  Drie dagen later waren ze overigens weer op vrije voeten. Sint Philipsland stond een straf - 'Sühne' - te wachten nadat bewoners in juli 1944 een Amerikaanse
 
  piloot ' ihre Sympathie zum Ausdruck'' hadden gebracht. In elk geval 42 inzittenden van in Zeeland neergestorte vliegtuigen waren niet meteen door de Duitsers gevonden. Hierop bestond de meeste kans wanneer zij het relatieve geluk hadden in Zuid-Beveland of in Oost Zeeuwsch-Vlaanderen neer te komen; tenslotte lag hier een veel minder uitgebreide militaire bezetting dan elders in de provincie.
1943 11 05 bommenwerperUSA ZVL In deze streken ontstond ook een zekere organisatie, ten eerste om de vliegers over de Westerschelde te krijgen, ten tweede om ze vervolgens over de Belgische grens te loodsen. Vandaar moesten zij dan proberen via Belgische en Franse pilotenlijnen naar hun thuisbases in Engeland terug te keren. Vermoedelijk konden ongeveer tweeduizend geallieerde vliegers met behulp van het Nederlandse verzet naar België ontsnappen.
Bron: Zeeland 1940-1945

Uitleg
In illegaal verspreide mededelingbladen werden lezers ook geïnformeerd over de werkwijze die bij een bombardement door de geallieerden werd toegepast. Lees hier zo'n toelichting.