Middelburg: de brand op 17 mei

De verwoestende brand: schuld van Fransen of Duitsers?


Waren het de Duitsers of de Fransen die de beschietingen uitvoerden waardoor het centrum van Middelburg verwoest werd? Er is veel onderzoek gedaan, resulterend in twee tegengestelde opvattingen. Zomer 2015 vroeg de gemeente Middelburg aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) een oordeel uit te spreken over de heersende controverse onder een aantal auteurs van historische publicaties over de oorzaak van de brand die op 17 mei 1940 het historische centrum van de stad in de as legde. Op deze wijze hoopte de gemeente aan deze controverse een eind te kunnen maken, een wens die ook onder de betrokken auteurs leeft.

Op deze pagina leest u verschillende standpunten. Het overzicht wordt afgesloten met de conclusies van de NIMH-commissie, waarmee vooralsnog dit onderdeel van de oorlog in Zeeland kan worden afgesloten.

Dr. Lou de Jong schrijft over het bombardement:"Kort na het middaguur verschenen vliegtuigen van de Luftwaffe boven de Zeeuwse hoofdstad; brisantbommen lieten zij vallen. In het centrum ontstonden de eerste branden en deze breidden zich uit toen van ongeveer drie uur af de Duitse artillerie die bij de Sloedam opgesteld stond, de stad onder granaatvuur ging nemen. Doordat de electrische centrale defect raakte, liep de druk op de waterleiding terug; in de grachten en in de haven was de waterstand laag; de branden konden zich dus uitbreiden, bevorderd door de droogte en aangewakkerd door een stevige noordenwind. Het aantal slachtoffers bleef beperkt (twee-en-twintig doden), mede doordat burgemeester van Walre de Bordes ’s morgens had laten bekendmaken dat vrouwen en kinderen beter de stad konden verlaten (een verstandig advies dat door velen, ook door vele mannen, opgevolgd was) - de materiële schade vormde daarentegen een ramp."


Duitsers en Fransen

De Duitse artillerie is tot 18.30 uur Middelburg blijven beschieten. Tien minuten later vielen er weer granaten op Middelburg. Dit zullen vermoedelijk afzwaaiers zijn geweest van het Franse marinegeschut dat in Zeeuws-Vlaanderen stond opgesteld en inmiddels zijn vuur had verlegd van de Sloedam naar de lijn noord van het vliegveld Souburg.
Lees meer ... [Bron: Dr. F. Snapper, Mars et Historia]


Fransen èn Duitsers

Na deze mislukte aanval [op de Sloedam] ontaardde de strijd in een artillerieduel. De Duitsers trachtten de vijandelijke weerstand met hun vuurmonden te breken. Ze legden een vernietigend vuur op het westelijke uiteinde van de Sloedam en brachten vuur uit op Arnemuiden, Nieuw- en SintJoosland en Middelburg. 
Lees meer ....  [Bron: Mei 1940 (4e druk-2012)]


'17 mei 1940 was geen luchtbombardement'

Omdat er op 17 mei 1940 al veel vliegtuigen boven Walcheren actief waren en omdat er op 15 mei al vliegtuigbommen op de stad waren terechtgekomen is de veronderstelling dat er een (groot) vliegtuigbombardement heeft plaatsgevonden begrijpelijk. Bij een lucht-bombardement zouden de verwoestingen echter vele malen groter zijn geweest en hadden er bomkraters in het centrum aanwezig moeten zijn. Wat dan wel? Op 17 mei openden de Duitsers vanuit Lewedorp op Zuid-Beveland het vuur op de Franse verdedigers aan de Walcherse zijde van de Sloedam. Zij richtten daarbij hun kanonnen onder andere ook op Middelburg. De eerste granaat viel om 10.30 uur in het centrum van de stad. Boven Walcheren waren voorts een drietal Heinkel He-111 bommenwerpers actief.

Lees meer .... [Bron: Het vergeten bombardement , red. Peter Sijnke (2010)]


‘Franse beschietingen oorzaak verwoesting Middelburg’

In een studie uit 2010, getiteld Middelburg 17 mei 1940, het vergeten bombardement werd echter al geconcludeerd dat de stad hoofdzakelijk getroffen werd door geschutvuur. Er zou geen sprake van geweest zijn dat de Duitsers de stad doelbewust hadden willen vernietigen, maar omdat de stad in de vuurlinie lag werd deze toch onbewust getroffen. Dat Franse beschietingen medeverantwoordelijk waren voor de verwoesting van de stad werd niet uitgesloten.
Ton Goossens gaat hierin verder en heeft na uitvoerig onderzoek geconcludeerd dat juist gericht vuur van de Franse artillerie de stadsbrand en de daaruit volgende verwoesting veroorzaakt heeft. Hij deed onderzoek in binnen- en buitenlandse archieven en vond nergens bewijzen van Duitse bombardementen of beschietingen. In de stad werden geen Duitse blindgangers gevonden, maar wel Franse. Goossens telde 70 granaatinslagen die allen vanuit het zuiden afkomstig waren, waar de Fransen zich bevonden.

Lees meer ... [Bron: Historiek/Gestold verleden - A.B.J. Goossens]


 

Bekijk ook de aflevering 'Middelburg tussen twee vuren' (Andere tijden-2014)

 


Franse blindgangers
Middelburg lag in ieder geval binnen bereik van de volgende kalibers:
Duitse: Lewedorp 10,5 en 15 cm
Franse: Breskens: 15,5 cm; Walcheren 7,5 cm; zee: 13,8 cm
Engelse luchtverdediging vanaf zee : 10,2 en 7,6 cm
Nederlandse luchtverdediging 16e bat. Lua. 7,5 cm, (8)
Kapitein Hofs rapporteert twee blindganger met kaliber 15,5 cm, volgens hem afkomstig van de Franse Marine batterij te Breskens en rapporteert ook een kaliber van 24 cm afkomstig van Engels scheepsgeschut, maar dit laatste kaliber werd niet gebruikt. Aan de betrouwbaarheid van de eerste waarneming kan daarom worden getwijfeld.

Lees meer ... [Bron: L.J. Gilde in: websie Go2War2 ]


Sonderkolonne Schnock
Ten slotte is er het onderzoek van de Sonderkolonne Schnock, de Duitse commissie die opdracht had gekregen om bewijsmateriaal voor wangedrag en misdaden begaan door Franse en Britse militairen te inventariseren en te onderzoeken. Dit rapport zou materiaal moeten leveren voor de Duitse propaganda. De Sonderkolonne verbleef van 7 tot 12 juni in Zeeland en haar aandacht ging allereerst uit naar de gebeurtenissen in Middelburg. De Sonderkolonne bleek niet in staat om de these dat Franse militairen de stad in brand zouden hebben geschoten, te onderbouwen.

Lees meer ....[Bron: Rapport NIMH - 2016]


Mburg 18mei40

18 mei 1940


procesverbaal 1940

Proces-Verbaal opgemaakt met den Heer Albertus Johannes Wilhelmus Mathijssen, waarnemens commandant van de vrijwillige brandweer te Middelburg. [klik voor een vergroting]


 

 

 

 

 

 

 

 

Ontploffende munitie of halfopen gaskraan?

Brandweercommandant Matthijssen verklaarde: "Het blusschingswerk werd ernstig belemmerd en was (bovendien) zeer gevaarlijk door de vele explosies van munitievoorraden in brandende gebouwen." Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er op 17 mei 1940 in Middelburg op meerdere plaatsen munitie lag opgeslagen; er is slechts één locatie bekend, in de buurt van de Abdij.  Wel is komen vast te staan dat tijdens het bombardement de druk niet volledig van het gasnet was gehaald, hoewel dit in het kader van de Wet luchtbescherming, in geval van een dreigende luchtaanval, een voorgeschreven preventieve maatregel was. Tevens kan geconcludeerd worden dat de ontploffingen die nog na de beschieting plaatsvonden, niet het gevolg waren van ontploffende munitievoorraden, maar hoogstwaarschijnlijk gasexplosies waren. Ten slotte kan worden geconcludeerd dat het niet volledig aflaten van de gasdruk heeft geleid tot meer en fellere branden. Mogelijk is dit laatste, naast andere oorzaken, een oorzaak van "het zich zeer snel uitbreiden van de branden tot geweldige vuurzeeën", zoals brandweercommandant Matthijssen verklaarde.
Bron: De Wete (Heemkundige Kring Walcheren) - Lein J. Gilde, juli 2014


Conclusie DOCUgroep Walcheren 1939-1945



Conclusie van de commissie NIMH

De conclusies van Het vergeten bombardement en van Gestold verleden stemmen op een belangrijk punt overeen, en dat is dat de vernietiging van Middelburg op 17 mei 1940 niet kan worden toegeschreven aan een gepland bombardement door de Duitse luchtmacht. Nog minder is sprake geweest van een Duits terreurbombardement dat beoogde door het treffen van burgerdoelen de overgave van de stad en het eiland Walcheren af te dwingen. Beide boeken concluderen dat daarvoor in de beschikbare bronnen geen aanwijzingen zijn te vinden. De commissie onderschrijft deze conclusie. Beide boeken stellen voor de verwoesting van de stad een andere verklaring in de plaats. Daarbij past de aantekening dat geen van beide boeken kan komen tot een in juridische zin overtuigend bewijs van de bereikte conclusie. Daarvoor ontbreken, zowel kwalitatief als kwantitatief de noodzakelijke bronnen. Beide boeken geven dat ook openhartig toe. Daardoor kunnen beide boeken niet verder gaan, dan hun conclusies in meerdere of mindere mate aannemelijk te maken op basis van het verrichte onderzoek in de bronnen en de kwaliteit van daarmee uitgevoerde analyse en het erop berustende betoog. Omdat aan beide boeken inventief en uitvoerig onderzoek ten grondslag ligt, meent de commissie dat het onwaarschijnlijk is dat verder bronnenonderzoek materiaal zal opleveren dat tot volmaakte zekerheid over de oorzaak van de vernietiging van de stad zal leiden.
De overeenkomst is dat beide boeken aannemelijk maken dat in de loop van de gevechtshandelingen op 17 mei 1940 Franse artilleriegranaten op de stad zijn gevallen en dat deze een rol hebben gespeeld in het ontstaan van de branden die uiteindelijk zijn samengesmolten tot de algehele stadsbrand. Een belangrijk verschil echter is dat Gestold verleden concludeert dat uitsluitend Franse artilleriegranaten de brand veroorzaakt kunnen hebben. Het vergeten bombardement daarentegen concludeert, dat voornamelijk Duitse artilleriegranaten de oorzaak van de brand moeten zijn geweest en dat daarnaast Duitse lichte vliegtuigbommen en Franse artilleriegranaten in het spel zullen zijn geweest. Het vergeten bombardement maakt wel aannemelijk dat er meerdere oorzaken voor de brand zijn aan te wijzen en dat de bijdrage van de verschillende oorzaken in omvang uiteenloopt. Tevens maakt het boek aannemelijk dat geen van de strijdende partijen opzettelijk de stad heeft willen raken door deze als doelwit te kiezen. Deze conclusie past naar het oordeel van de commissie goed bij het verloop van de gevechtshandelingen op Walcheren op 17 mei, aangezien dit verloop de strijdende partijen in de onmiddellijke nabijheid van de stad bracht en beide partijen gebruik maakten van ver dragende artillerie en de aanvaller bovendien zijn luchtwapen inzette. Gestold verleden betoogt  dat er, op basis van het gedane onderzoek, maar één oorzaak, Franse artilleriegranaten, voor de stadsbrand is aan te wijzen. Met deze stellige uitspraak maakt het zich kwetsbaar voor kritiek, omdat het aldus de verplichting op zich neemt deze exclusieve these aannemelijk te maken en de andere oorzaken met kracht van argumenten uit te sluiten. De commissie meent dat Gestold verleden daar niet in slaagt.
De commissie onderschrijft derhalve de mogelijkheid dat ook Franse artilleriegranaten oorzaak van de stadsbrand geweest kunnen zijn, maar acht de conclusie dat meerdere oorzaken in het spel zijn geweest, namelijk Duitse en Franse artilleriegranaten en Duitse vliegtuigbommen, en dat Duitse artilleriegranaten daarvan de belangrijkste zijn, aannemelijker. De commissie realiseert zich dat deze slotsom van een meervoudige oorzaak in die zin onbevredigend is dat het niet mogelijk is onomstotelijke bewijzen te geven voor deze conclusie. Evenmin is het mogelijk de onderlinge proporties van de verschillende oorzaken met enige precisie vast te stellen. Gegeven het beschikbare en geraadpleegde bronnenmateriaal kan aan deze eis echter niet worden voldaan. Dit laat slechts een voldoende mate van aannemelijkheid van de bereikte conclusie toe.

 

Wie geïnteresseerd is in alle bevindingen van de commissie: lees het volledige rapport!