Voortgang wederopbouw Middelburg

Niemand weet nog hoe Middelburg uit de overgangsperiode tevoorschijn zal treden, en het heeft dus niet den minsten zin, zich thans te verheugen of te ergeren over allerlei plannen met betrekking tot den wederopbouw, die de ronde doen. Iets anders is, dat enkele bouwkundige rijksambtenaren een voorloopig onderzoek hebben ingesteld naar de resten van enkele gebouwen, teneinde na te gaan in hoeverre het eventueel mogelijk zou zijn, deze in vroegeren staat te herstellen. Dit onderzoek gold o.a. het stadhuis en de Abdij-gebouwen. Volgens deze deskundigen is het technisch zeer wel mogelijk zoowel het stadhuis als de abdijgebouwen in hun luister te herstellen. Op het abdijplein zijn de architectonische waarden vrijwel alle in stand gebleven; de meeste verwoestingen werden aangericht aan de panden, die uit bouwkundige overwegingen te veroordeelen waren. Van de Abdijgebouwen zijn de kapittelzaal, de kloostergang met gewelven, de kelder onder de Statenzaal, het Muntpoortje met gewelven en de daarboven gelegen ruimten volkomen in tact gebleven.


Stratenplan1

NIEUWE VERKEERSREGELING

De ramp van 17 Mei die Middelburg zoo zwaar heeft getroffen, heeft ten gevolge gehad dat ook het centrum van deze stad is verplaatst. Thans is alles, bezien uit het oogpunt van het verkeer, voornamelijk geconcentreerd op den Dam en omgeving. Dientengevolge is het noodzakelijk gebleken dat de in 1937 vastgestelde verkeersregeling geheel werd herzien en aangepast aan de tegenwoordige eischen voor een veilig en goed functionerend verkeer.
Een en ander heeft tot gevolg gehad dat een nieuwe regeling moest worden geschapen waarbij het verkeer in verschillende straten in tegenovergestelde richting moest worden geleid, dan tot dusver het geval is.
De op de kaart met een pijl aangeduide straten mogen slechts in de richting als daarbij aangegeven, bereden worden. De andere richting is verboden. Let op de verkeersborden.

HERSTEL VAN MONUMENTEN
Puin ruimenVolledig verwoest zijn en zullen ook niet meer in eenigerlei vorm herbouwd worden: de Waalsche kerk, St. Pieterstraat (1492), het Schuttershof van St. Joris, Balans (1582), het Entrepôt, Rotterdamsche Kaai (1605), het huis ,,de Gouden Sonne", Lange Delft (1635), de voormalige Bank van Leening, St. Janstraat (1636), het Diaconiehofje, Lombardstraat (1650) en het huis ,,de Globe", Rotterdamsche kaai (1661). Op zijn minst genomen twijfelachtig is herbouw van het huis ,,In de Steenrotse”, Dwarskaai (1590) en van de Botermarkt, Korte Burg (1766). De Provinciale Bibliotheek zal, onder architectuur-Berghoef, weder op haar oude plaats in de Lange Delft verrijzen, de voorgevel is keurig afgebroken in stukjes, die vervolgens genummerd zijn; het fundament moet nog gelegd worden. Het Polderhuis Walcheren, vroeger op het Abdijplein, zal thans daarbuiten komen te staan, tegenover de te restaureeren Nieuwe Kerk; het fundament is gelegd.
De Abdij-gebouwen worden met veel zorg hersteld en gerestaureerd onder uiterst deskundige leiding van ir. H. de Lussanet de la Sablonière, en aan de Balans-zijde is al weer iets heel moois gekomen (aan de zijde van de St. Pieterstraat zal, waar eens het hotel stond, een eenvoudig restaurant komen, en verder een aantal bebouwde, gesloten binnenhoven, met een midden-doorgang). De Abdijtoren Lange Jan) zal opnieuw als een baken in het Zeeuwsche land komen te staan, dank zij de kunstzinnige leiding van den bekenden torenbouwer architect Jan de Meijer. Hij is versierd met een steenen hoedje ter bescherming tegen weersinvloeden; daarboven moet nog een houten spits van 35 meter komen.


En het Gothische deel van het Stadhuis (1452) zal weder den ouden luister herwinnen onder voortreffelijke leiding van architect H. van Heeswijk. Het klassieke deel van het Stadhuis aan de Lange Noordstraat (1670) komt niet meer terug; architect ir. A. van der Steur (de jonge) wijdt zijn beste krachten aan een nieuw gedeelte, dat belangrijk grooter zal zijn dan het oude en mooi zal aansluiten bij het Gothische deel. Wat ik van dit nieuwe gedeelte in uitvoering en, voor wat de inrichting betreft, op teekening heb mogen zien, belooft iets buitengewoons.
Zoals zich nu laat aanzien, zal, mits alles meeloopt, de voltooiing en inrichting Van het geheele Abdij-complex (toren, Koorkerk en Nieuwe kerk - inbegrepen) rond 20 jaren vorderen, de afbouw van het Stadhuis en deszelfs inrichting rond 10 jaren. En dan te bedenken, dat dit alles in enkele uren door de edel-Germanen kapot werd gemaakt!

[Aldus Mr. Van der Veur, gemeentesecretaris. In 1945, toen zijn boek verscheen, was de gangbare mening over de verwoesting van het centrum van Middelburg nog: de Duitsers zijn de (enige) schuldigen]


Mburg centrum oud 0001In tegenstelling tot veel naoorlogse nieuwbouw is de heterogeniteit van de panden van de Delftse School aangenaam verassend te noemen. Alle huizen verschillen van elkaar doordat Verhagen zijn architecten verbood twee naast elkaar gelegen Mburg plan herbouwgebouwen te ontwerpen. De herbouw in ‘typisch Middelburgse sfeer’ zou de Hollandse cultuur propageren, werd wel gezegd en daarom een vorm van verzet tegen de bezetter. Ofschoon de Duitsers juist hun ‘Heimatarchitektur’ propageerden: bouwen in de stijl die hoorde bij de stad of streek. Verhagen bleek wel bereid tot aanpassingen in het Middeleeuwse stratenplan, om zowel verkeerstechnische als esthetische redenen. De Grote Markt (7.800 m2) werd verkleind. Door de toevoeging van een nieuwe huizenrij, waar tegenwoordig winkels zijn gesitueerd zoals de ‘Drvkkery’, ontstond Plein 1940; bedoeld voor bussen die dan niet langer de Markt zouden ontsieren.
De Botermarkt verdween, evenals enkele kleine straatjes zoals de Korte Gortstraat en de Oude Kerkstraat. Bovendien vormden de Balans en de Lange en de Korte Burg niet langer een middellijn dwars door het oude centrum. Het resultaat: het Stadhuis en de Abdij lagen niet langer verscholen achter bebouwing.
Bezetter zet herbouw stop
De herstelwerkzaamheden kwamen echter door gebrek aan bouwmateriaal al weer snel tot stilstand. In de zomer van 1943 legden de Duitsers de herbouw van panden die na juli 1942 begonnen was stil. In 1941 kwamen er zes panden gereed (het eerste was St. Janstraat 9) en waren er 96 in aanbouw. Eind 1945 waren in totaal 102 panden herbouwd en 194 in aanbouw.


Het wederopbouwplan voor de binnenstad gaf prioriteit aan bedrijfsbebouwing, vooral winkels en horeca, en liet weinig ruimte voor woningen, uitgezonderd boven bedrijfspanden. Samen met het al bestaande tekort aan arbeiderswoningen in Middelburg maakte het wederopbouwplan uitbreidingsplannen onontkoombaar. Zoals in Middelburg nog niet was voorgekomen, werd een totaal uitbreidingsplan opgesteld. Het plan, van Verhagen en De Ranitz, dat in augustus 1941 werd vastgesteld, bood ruimte aan ongeveer 1400 woningen voor verschillende inkomensgroepen! verdeeld over een aantal deelplannen. Aangezien de nood onder de arbeidersklasse het grootst was, werd begonnen met het deelplan 'tZand, waarin voornamelijk arbeiderswoningen gepland waren. Om deze plannen mogelijk te maken werd in oktober 1941 een fors grondgebied van de gemeente Koudekerke geannexeerd. De eerste fase van deelplan 't Zand bleef de enige uitbreiding die tijdens de oorlogsjaren gerealiseerd kon worden tot de materiaalschaarste en de daaropvolgende bouwstop woningnieuwbouw onmogelijk maakte. Door de oorlogsinundatie van Walcheren in 1944 kwam een grote hoeveelheid bewoners van overstroomde gebieden, waaronder ook de nieuwe wijk 't Zand, naar de droog gebleven Middelburgse binnenstad. Er ontstond een noodtoestand op
 
huisvestingsgebied. Ondanks alle inspanningen om tot een grote woningbouwproduktie te komen en de uitbreidingsplannen die daarvoor werden uitgewerkt, leek vooralsnog een noodwoningenprogramma de enige wijze om het huisvestingsprobleem effectief aan te pakken. Door de enorme concentratie van huisvestingsproblemen kwam Middelburg in aanmerking voor deelname in het Rijks noodwoningenprogramma onder het College van Algemene Commissarissen voor de Wederopbouw. Deze noodwoningen konden zijn opgebouwd uit traditionele baksteen of prefab houtbouwpakketten uit eigen land. Engeland of Finland. Het vloeroppervlak varieerde aanvankelijk van 42 tot 47 m2. De eerste 90 barakachtige woningen werden binnen de veste gebouwd en zijn alle in de loop der jaren weer afgebroken. Op nationaal niveau bleken echter grotere aantallen woningen nodig te zijn, waardoor Middelburg in 1946/'47 nog extra houten noodwoningen toegewezen kreeg. Buiten de veste werden ondermeer 14 vrijstaande Oostenrijkse woningen achter de Seissingel, en 70 forse Engelse Maycretewoningen in 't Zanddorp, bij de Breeweg gebouwd.
Bron: Middelburg, architectuur en stedenbouw 1850-1950


Bekijk wederopbouwfoto's:


In de vergadering van de gemeenteraad van 17 mei 1941 in de ruïne van de stadhuis moest beslist worden over het voorstel van Burgemeester en Wethouders tot restauratie van het eertijds zoo vermaarde bouwwerk, waarvan de resten onder leiding van ir. Rothuizen vakkundig waren geschoord.  Unaniem hechtte de Raad zijn goedkeuring aan het voorstel van B. en W. en offreerde den burgemeester een bedrag van  f 100,- uit eigen middelen om daarvoor een passend voorwerp te koopen dat later in het stadhuis zal prijken. Het Stadhuis was tegen molest verzekerd voor f 1,245.000,- en de waarde der resten geschat op f 280.000,-. De inventaris was verzekerd voor f 229.000,-, de verzamelingen inbegrepen. Hoewel het te voorzien was dat de verzekering de schade lang niet zou dekken, aarzelde de Raad geen oogenblik de verantwoording voor den herbouw te aanvaarden.

Bron: Zeeland in bewogen dagen

1941 Het Stadhuis wordt aangepakt, zoals uit deze foto's blijkt (bron: Jörg Mayer)

  Middelburg 1 30.4.1941   Middelburg 2 30.4.1941 Middelburg 3 30.4.1941 

 (klik voor vergroting)


Ik schrijf hieronder een schoon, aangrijpend vers neer, gedicht door den heer F. Lassche te Middelburg, en dat volop verdient gemeen goed te worden. Het geeft een uitnemende karakteristiek van den moed, waarmede Middelburgs herbouw begonnen werd.

,,Uw torens wankelden, Uw muren vielen,
Maar óp stondt Gij, nog nauwlijks nà den slag.
't Is niet lafhartig, als het móét, te knielen,
Maar wèl te rijzen niet bij nieuwen dag.

 

Ik hoor den troffel bij 't lied der houweelen,
Ik hoor den hamer, waar het kreunt en kraakt,
Ik zie een stad, geschonde' aan alle deelen,
Herworden door een wil, die wacht en waakt.

 

Wacht op het tij en waakt bij 't stormend vlagen -
Stondt gij niet steeds temidden van den sprong
van wind en water? En zijn deze dagen
Getuigen niet hoe machtig 't in U zong?

 

Gij zijt als toen: van binnen gloeiend ijzer,
Laaiende vlam, den dwingeland te sterk.
Naar buiten rust, want in vertrouwen wijzer,
En doende doend het nù te doene werk.

 

Uw torens wankelden, Uw muren vielen
Maar óp staat Gij, fierder dan vóór den slag,
Er is een stad, een volk, dat, in zijn knielen,
De kracht tot werk vindt aan den nieuwen dag."


[Mr. Van der Veur: Middelburg in oorlogs- en bezettingsjaren]


Wederopbouwtegel 1

De herbouwpanden van Middelburg zijn vandaag de dag nog altijd herkenbaar aan de gevelsteen van de Middelburgse adelaar . Deze stelt de Middelburgse adelaar voor oprijzend uit de vlammen en het jaartal 1940. De adelaar als een Phoenix (een fabeldier uit de Griekse mythologie) staat voor "verrijzenis". 1 x in de 1000 jaar verbrandt het nest van de Phoenix en wordt de vogel uit eigen as herboren.

bouwactiviteit Markt 1941

De binnenstad werd overeenkomstig de wens van het gemeentebestuur herbouwd volgens traditionalistische opvattingen, de' Middelburgse sfeer' zou behouden moeten blijven. Een eigen Middelburgse stijl werd echter nietgehaald, zoals Verhagen al in 1942 toe moest geven. Ook van de 'zichtlijnen' die Verhagen wilde realiseren is niet veel (meer) te bespeuren: vanaf de verlegde ingang van de Lange Delft werd een beter zicht op het stadhuis verkregen en via de Nieuwe Burg ontstond bovendien een fraai uitzicht op de LangeJan, maar veel meer is er niet. De aanleg van deze laatste straat doet helaas afbreuk aan de oudste plattegrond van de stad, die door een rechte weg (de Burg) werd doorsneden.Een stedenbouwkundig monstrum is Plein 1940 dat vlak na de oorlog nog een duidelijke functie had, namelijk die van busstation. De binnenstad moest immers bereikbaar zijn voor auto’s en bussen.De herbouwpanden in de binnenstad zijn herkenbaar aan de in veel gevallen nog aanwezige herdenkingstegel, waarop de Middelburgse adelaar, boven vlammen en het jaartal 1940 te zien is. Na een bouwstop in 1942 werd de wederopbouw van Middelburg na de oorlog voortgezet. Om in de jaren vijftig van de twintigste eeuw te worden voltooid.
Bron: Historische atlas van Walcheren

Opschrift: Dit is het eerste pand herrezen na den brand 17 mei 1940 steen gelegd door den Burgemeester Mr. Dr. J. van Walre de Bordes Gebouwd door I. de Wolffplaquette werderbouw

Deze plaquette bevindt zich op het eerst herbouwde pand in de Sint Janstraat nr. 9 te Middelburg ter nagedachtenis aan de wederopbouw na het bombardement van 17 mei 1940. Lees hier het verslag van de eerste-steenlegging.


Rondvlucht door Middelburg van 1940

Het hart van de binnenstad (van Abdij tot aan de Markt)van het vooroorlogse Middelburg is virtueel nagebouwd door de Amsterdamse architect Lukas de Jong in opdracht van het Zeeuws Archief


Na-oorlogse woningbouw

Vanwege materiaalschaarste had De Ranitz in 1945 aangedrongen op voorrang voor de bouw van noodwoningen en herstel van beschadigde panden.Het duurde dan ook enige tijd voordat op uitgebreide schaal permanente nieuwbouw werd gepleegd. De realisatie van de wijk't Zand II met '65 arbeiderswoningen vormde de aanzet tot de naoorlogse permanente nieuwbouw, hoewel het hier nog om plannen van architect Briët uit de oorlogsperiode ging. Ondertussen waren, mede door de gevolgen van de inundatie de ideeën over het uitbreidingsplan uit 1941 gewijzigd. Na diverse aanpassingen en wijzigingen stelde de Gemeenteraad in 1948 uiteindelijk het uitbreidingsplan van de hand van de Amsterdamse architect M. Duintjer vast. Ondertussen had ín 1947 de gemeente aan architectenbureau Rothuizen en 't Hooft opdracht gegeven in het gebied Griffioen een tors aantal middenstandswoningen te ontwerpen, ter vervanging van de tijdens de inundatie verloren gegane woningen in de lintbebouwingen aan de uitvalswegen. In gevolge de wet op de lintbebouwing uit de dertiger jaren streefde de gemeente ernaar niet aan de uitvalswegen te herbouwen. Dit beleid heeft echter maar beperkt resultaat gehad. Nog steeds zijn de lintstructuren aan de uitvalswegen herkenbaar en bijzonder karakteristiek.
De woningen in Griffioen, waarvan het ontwerp onder supervisie van Duintjer tot stand was gekomen, laten een breuk met de typische wederopbouwstijl met streekeigen karakter en gesloten gevelwanden zien en vormen een eerste uiting van het zoeken naar aansluiting bij de Modernen in de architectuur. Het traditionalisme had in de uitbreidingswijken na 1948 afgedaan. Middelburg was een nieuwe weg ingeslagen.

Bron: Middelburg, architectuur en stedenbouw 1850-1950 

Ondertussen waren, mede door de gevolgen van de inundatie de ideeën over het uitbreidingsplan uit 1941 gewijzigd. Na diverse aanpassingen en wijzigingen stelde de Gemeenteraad in 1948 uiteindelijk het uitbreidingsplan van de hand van de Amsterdamse architect M. Duintjer vast. Ondertussen had ín 1947 de gemeente aan architectenbureau Rothuizen en 't Hooft opdracht gegeven in het gebied Griffioen een tors aantal middenstandswoningen te ontwerpen, ter vervanging van de tijdens de inundatie verloren gegane woningen in de lintbebouwingen aan de uitvalswegen. In gevolge de wet op de lintbebouwing uit de dertiger jaren streefde de gemeente ernaar niet aan de uitvalswegen te herbouwen. Dit beleid heeft echter maar beperkt resultaat gehad. Nog steeds zijn de lintstructuren aan de uitvalswegen herkenbaar en bijzonder karakteristiek. De woningen in Griffioen, waarvan het ontwerp onder supervisie van Duintjer tot stand was gekomen, laten een breuk met de typische wederopbouwstijl met streekeigen karakter en gesloten gevelwanden zien en vormen een eerste uiting van het zoeken naar aansluiting bij de Modernen in de architectuur. Het traditionalisme had in de uitbreidingswijken na 1948 afgedaan. Middelburg was een nieuwe weg ingeslagen.

Bron: Zeeuws archief


 

Terug hoofdpagina2