Terugkeer

Op de website Joodse Canon lezen we over de terugkeer van Joden in Nederland:

De overlevenden moesten het leven weer oppakken. Ze probeerden de resten van hun families bijeen te brengen en deden hun best om hun woonhuizen weer terug te krijgen. Door de grote woningnood direct na de oorlog kon het jaren duren voordat de huisvestiging goed geregeld was. Als winkels en bedrijven in handen waren van goede ‘bewaarders’, konden ze al snel na de bevrijding weer overgenomen worden door de Joodse eigenaren. Maar regelmatig verliep de teruggave niet zo voorspoedig. De ontvangst van de teruggekeerde Joden was wisselend. In sommige gevallen liep een dorp uit om een teruggekeerde Jood te verwelkomen, regelmatig kregen de ‘gerepatrieerden’ echter te maken met desinteresse of zelfs een ruwe behandeling. Illustratief is dat slechts een deel van de kleding, huisraad en sieraden die bij niet- Joodse buren en kennissen was ondergebracht, na de bevrijding werd teruggegeven.Het rechtsherstel van de Nederlandse Joden verliep moeizaam. Met de bevrijding waren de anti-Joodse wetten van de nazi’s per direct opgeheven, maar het herstel van het begane onrecht werd formalistisch en bureaucratisch uitgevoerd. Bovendien ging de overheid uit van het idee dat er geen onderscheid gemaakt mocht worden tussen Joden en andere Nederlanders. Daardoor werd de uitzonderlijke positie van Joden in oorlogstijd bewust over het hoofd gezien. Het kon tot in de jaren 1950 duren voordat het rechtsherstel voor personen en Joodse organisaties werd afgerond.

Met een tomeloze energie zetten velen zich in voor de wederopbouw van het Joodse gemeenschapsleven in Nederland. Financiële steun ontving de armlastige gemeenschap daarbij met name van de American Jewish Joint Distribution Committee. Hoewel aanvankelijk pogingen werden ondernomen om het Joodse leven helemaal opnieuw te organiseren, waren na enkele jaren de meeste vooroorlogse Joodse organisaties weer helemaal teruggekeerd. Zij boden de circa 30.000 Nederlandse Joden alles wat voor een volledig Joods leven nodig was.

 

De historicus Isaäc Lipschits (1930-2008), die in 1971 hoogleraar Eigentijdse Geschiedenis in Groningen werd, constateerde eens dat het antisemitisme na de Tweede Wereldoorlog scherper leek dan voor die tijd: “De Joden die de Shoah hadden overleefd, zullen zich tijdens de oorlog wel eens afgevraagd hebben hoe het na de oorlog zou zijn. Als zij hoge verwachtingen hadden over hun opvang, dan kwamen zij bedrogen uit. Die opvang was kil, bureaucratisch, vijandig en vernederend, zo teleurstellend, dat ik de naoorlogse periode de tijd van de kleine Shoah noem.”


Terug in Zeeland:

Dries van Wiittene is tien jaar als het gezin waartoe hij behoort, uit Middelburg wordt verdreven. In Amsterdam leiden ze een kommervol en zwervend bestaan. Als half-Joods gezin hoefden de kinderen geen ster te dragen en kon Dries erop uit om, tijdens de hongerwinter, eten te zoeken.
Totaal berooid keerde het gezin Van Wittene na de bevrijding terug in Middelburg. Dries omschrijft de ontvangst als 'heel koud'. ,,Maar", vergoelijkt hij meteen, ,,ze hadden in Middelburg ook het nodige meegemaakt. ledereen had zijn eigen sores, Je kreeg ook eigenlijk geen kans om te vertellen wat er al die oorlogsjaren allemaal bij ons gespeeld had." Het gezin heeft nooit meer iets teruggezien van de spullen die in 1942 noodgedwongen in de woning aan de Lange Geere waren achtergelaten. Alles gepikt. ,,Onze siervazen stonden bij de naaste buren in de vensterbank. Wij hebben nog gevraagd of we die terug konden krijgen, maar nee hoor. Wij hadden niks meer. Van de Hulpactie Rode Kruis konden we nog de laatste spulletjes krijgen die van de eerdere uitdelingen waren overgebleven. Zoals roestige ledikanten. Ze hadden voor mij schoenen die me helemaal niet pasten. Dan snij je die neus er maar af zodat je je tenen erdoor kunt steken, werd mij gezegd."

*******

Het echtpaar Polak had nog een kind: Sara. Toen de oorlog uitbrak verbleef zij in Zutphen waar ze getrouwd was. De familie Groenleer had ook haar graag onderdak willen bieden. Maar Sara wilde niet. Zij wilde bij haar man blijven. Die werd samen met haar schoonvader opgepakt en naar Vught gebracht. Sara en haar schoonmoeder werden kort daarna opgehaald. Haar man en haar schoonouders vonden de dood in een vernietigingskamp. Sara zelf zat in meer dan tien verschillende concentratiekampen, maar overleefde de verschrikkingen. Na de oorlog verbleef zij negen maanden in een sanatorium om daar te genezen van de opgelopen tuberculose.
Goh, ben jij d'r nog?
Het werd geen hartelijk weerzien toen Sara terugkeerde in Middelburg. 'De mensen hadden geen aandacht voor je', vertelt ze in het door Jan van Damme samengestelde boek Stemmen uit de sjoel van Middelburg. 'Helemáál niet. lk liep op straat: goh, ben jij d'r nog? Niks bijzonders. Niets dat ze zeggen wat fijn dat je er bent, kom even mee naar huis dan krllg je een kopje thee of iets hartelijks. Niets, niets, niets. De mensen wisten toen nog niks. Van Auschwitz en alles wat er gebeurd was. lk heb het nooit laten merken, maar in mijn hart vond ik het vreselijk dat er zo weinig medeleven werd getoond'.

(Bron: De dag dat de generaal huilde)

Bekijk hier het overzicht van de transporten en de kampen waar Sara Polak deel van uitmaakte.


joden wbooks fotoTer herinnering aan de onderduik
Yerseke, 1945. Directrice Helena Hermina Dop van het Vlissingsche Noodtehuis Zwaluwnest in Oud Gastel poseert samen met de joodse kinderen die zij in het tehuis liet onderduiken. Na de bevrijding van Zeeland, die gepaard ging met zware gevechten, zijn de kinderen via een speciaal kindertransport naar Vlissingen teruggebracht. Van januari tot augustus 1945 werden zij vervolgens ondergebracht in een kindertehuis in het Zeeuwse Yerseke.
Het originele bijschrift onder de foto: 'Ter herinnering aan je onderduiktijd van 29.5.’43 tot 1.11.'44 te Oud Gastel in het Vlissingsch Kindertehuis bij Zuster Dop. Daar gebleven en met het kindertehuis naar Yerseke vertrokken op 16 januari '45 tot 4 augustus '45'.
Vervolgens volgen de namen van vier 'onderduikertjes' en hun geboortedata.
(Richard Bleekrode, 29-8-32 / Bennie van Wageningen, 6-9-36 / Kees Kolthoff, 19-6-37 / Agatha Bouché, 11-3-35)
Bron: Jodenvervolging in foto’s / collectie Joods Historisch Museum


Terug hoofdpagina2