Inleiding: Joden in Zeeland

Joden titelfoto

Geschiedenis van de Synagoge in Middelburg
In het jaar 1641 opent de joodse gemeenschap in Middelburg een 'huissynagoge' aan de Rouaanse Kaai, ondergebracht in het huis van de Sefardisch-joodse koopman Paolo Jacomo de Pinto. Tot 1705 is die synagoge in gebruik. Op 13 oktober 1704 geeft de gemeenteraad toestemming voor de bouw van een nieuwe synagoge, gelegen in een achtertuin van een huis aan de St. Janstraat. In december 1705 wordt deze nieuwe synagoge plechtig ingewijd. Het is dan de eerste speciaal gebouwde synagoge, buiten Amsterdam, op Nederlandse bodem. Tot in de oorlog blijft deze synagoge in gebruik. Onder Duitse bezetting wordt het gespaard gebleven gebouw een opslagplaats voor inbeslaggenomen radio's. Pas in 1944, bij de bevrijding van Walcheren, wordt de synagoge door een Engelse(!) granaat getroffen. Met steun van de Gemeente Middelburg, de Provincie en vele kleine en grote donateurs is in november 1994 de synagoge herbouwd en gerestaureerd. Vijftig jaar na de grote verschrikking heeft de Joodse Gemeente Zeeland weer een eigen dak boven het hoofd.
Meer informatie vindt u op de website van Joods Zeeland.

Je hoeft morgen niet naar school zei mijn vader op een avond in maart 1942. Ik was toen 8 jaar en dat leek me wel wat! Morgen gaan we heel stil afscheid nemen van mensen die we misschien nooit meer terug zullen zien, zei mijn vader ernstig, en ik denk dat het goed is dat jij dat ook ziet en ik hoop dat je dat nooit zult vergeten.
De volgende morgen, het was dinsdag 24 maart 1942, gingen mijn vader en ik naar de Stationsstraat in Middelburg waar het voor die tijd ongewoon druk was. Niet dat het zwart zag van de mensen maar toch stonden er ongewoon veel mensen aan de stoeprand aan weerszijde van die straat. Het leek of ze elkaar stilzwijgend observeerden.
Toen kwamen ze vanuit de stad. Mannen, vrouwen, kinderen. Allen bepakt en bezakt. Sommigen met heel veel bagage. Daar, tussen al die mensen zag ik onze huisarts Dokter L. Weyl. Hij zag ons en nauwelijks merkbaar knikte hij naar ons. Allemaal verdwenen ze in het Station en langzaam verdwenen ook de toeschouwers terug naar hun huizen. Op de terugweg naar huis zei mijn vader me dat hij ook niet precies wist wat er met die Joodse mensen ging gebeuren maar hij dacht dat het voor hen niet goed zou aflopen.
Het was een deel van mijn “anti Nazi” opvoeding. Mijn vader wees me wel vaker op zaken die hij van belang vond daarbij altijd herhalend dat het niet “de” Duitsers waren maar hun regering. Pas heel veel later was ik pas echt in staat het door mijn vader bedoelde onderscheid te kunnen maken.
Bron: website Jan Wigard

 

 


De sjoel van MiddelburgMdg Joodse begraafplaats

   De sjoel van Middelburg en de Joodse begraafplaats


Statistiek

In 1930 leven er 131 Joden in Middelburg e.o In 1938 telde Vlissingen nog maar 55 joodse ingezetenen.
In mei 1940 woonden er in geheel Zeeland zo'n tweehonderd Joden en “halfjoden”. Sommigen houden het op zo'n 300. Gijs van der Ham (Zeeland 1940-1945 dl2) noteeert "De joodse gemeenschap inZeeland was niet groot geweest, ruim honderd mensen bij elkaar."

Verschilllen groot per stad en provincie
Historicus en politicoloog Marnix Croes en socioloog Peter Tammes vonden in hun studie grote verschillen. In de stad Groningen overleeft maar 23% van de joden, in Amsterdam 25,3%. In Utrecht overleefde 45,9%, in Maastricht 49,5% en in Enschede 52,1%. Ook per provincie loopt het sterk uiteen: van 20% in Drenthe en 22,1 in Groningen tot 51,1 in Utrecht en 55,8 in Zeeland. De uitkomsten nuanceren volgens de auteurs het beeld van het relatief kleine aantal joodse overlevenden in Nederland: 27%, tegenover 45% in België en 75% in Frankrijk.

'Dat percentage komt door Amsterdam en Noord-Nederland', stelt Croes. 'In Zuid-Nederland en steden als Utrecht en Maastricht heeft bijna de helft overleefd'.
Bron: Verzetsmuseum

Het transport op 24 maart 1942 tijdens de oorlog bestond uit een aantal Joodse inwoners van Middelburg en andere Joodse burgers die verspreid in de provincie Zeeland woonden. Zij zouden hun stad, dorp en provincie nooit meer terugzien. Van de toenmalige Joodse gemeenschap in Zeeland tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er waarschijnlijk 120 het slachtoffer van de Holocaust.

Op het Joods monument staan de namen van 72 slachtoffers.


Vluchtpogingen

In de periode 1933-1940 wisten naar schatting 70.000 joodse vluchtelingen Engeland te bereiken om er een nieuw bestaan op te bouwen. Vaak maakten zij gebruik van de Stoomvaartmaatschappij 'Zeeland' die vanuit Vlissingen een geregelde vaart naar Harwich exploiteerde. Voor sommigen echter was de reis tevergeefs omdat ze zich geconfronteerd zagen met het strenge toelatingsbeleid van de Britse regering. Wanneer iemands reisdocumenten niet in orde waren, er niet voldoende vermogen beschikbaar was of er vermoeden bestond dat de persoon in kwestie werkzoekend was, kon men weer op de boot naar Vlissingen worden gezet. Het kwam daarom regelmatig voor dat de Vlissingse politie werd geconfronteerd met gedesillusioneerde vluchtelingen, die veelal financieel niet meer in staat waren in hun onderhoud te voorzien of een treinkaartje te kopen naar het land van herkomst. De Vlissingse winkelier R. Hiegenlich werd regelmatig als vertegenwoordiger van het Zeeuwsch Comité tot Steunverlening aan de Joodsche Vluchtelingen door de politie ingeschakeld om de nodige steun te verlenen. Deze Ruben Hiegenlich moet hier met ere worden genoemd; hij was dag en nacht beschikbaar om ze behulpzaam te zijn in het vinden van een tijdelijk logeeradres, ze financiële steun te verlenen voor hun verdere terugreis of te bemiddelen om elders in Nederland onderdak te vinden : 169 in de periode 1933-1939 en 79 Joodse vluchtelingen op doorreis naar Engeland, die op 4 september 1939 in Vlissingen strandden omdat de veerdienst op Harwich toen tijdelijk werd gestaakt; in totaal dus 248 personen. Bij velen van hen staat vermeld dat ze uiteindelijk in de vernietigingskampen zijn omgebracht. Ruben Hiegenlich, die namens het Joodse Vluchtelingencomité zoveel betekend had voor zijn geloofsgenoten, is zelf slachtoffer geworden van de Holocaust en stierf, evenals zijn echtgenote Serlina Rozendaal, in Sobibor op 16 juli 1943. Ook zijn zoon David Hiegenlich met zijn gezin en zijn zoon Ruben werden omgebracht.
Bron: Joods Vlissingen

Ook Emile Cohen, leraar Nederlandse taal aan het Middelburgse gymnasium, is in de kracht van zijn leven. Hij probeert met zijn (eveneens niet-Joodse) vrouw en tweejarig (!) dochtertje op de fiets door België de Duitsers voor te blijven. Een bijna belachelijke poging. Man samen met vrouw en kind, op de fiets, in een poging de in hun Blitzkrieg op volle snelheid liggende Duitse pantserdivisies voor te blijven. Te lachen valt er in dezen echter weinig. Emile is ongetwijfeld een intelligent man, maar soms doen ook die ("tegen beter weten in", schrijft De Bree) in hun wanhoop desperate dingen. Hun poging mislukt dan ook. Zij keren naar Middelburg terug en vertrekken later naar Groningen. De familie Emile Cohen overleeft de oorlog. Zij danken dat zeer waarschijnlijk aan de gemengde status van hun huwelijk.
Bron: Broze burchten
In dit boek leest u meer voorbeelden van vluchtpogingen die uiteindelijk weer tot terugkeer in Nederland leidden.


Bij de ontsnappingspogingen van de Middelburgse Joden speelt de directe escape vanuit een Zeeuwse naar een Engelse haven in het waterrijke en aan havens rijke Zeeland opvallend genoeg in geen enkel geval een rol. Voor zover ons bekend, verlopen alle pogingen middels een oversteek over de Schelde, gevolgd door een poging via België en Frankrijk (of Spanje/Portugal) Engeland te bereiken. In totaal 31 personen trachten op die manier aan de Duitsers te ontkomen. Ze behoren vrijwel allen tot de 'hogere welstandsklasse'. Dat is niet meer dan een feitelijke constatering die ook logisch te verklaren lijkt, gezien het in die kringen in ruimere mate beschikbaar zijn van financiële middelen, auto's, (internationale) reiservaring, talenkennis, etc. De nazi's, voor, wie toch geen zee te hoog gaat als het erom gaat hun doel de vernietiging van het Jodendom te verwezenlijken, slagen er aan de top van hun vele, elkaar om de macht bestrijdende organisaties niet in onderling overeenstemming te bereiken ten aanzien van de gecompliceerde kwestie van de gemengd gehuwden. Een niet-onaanzienlijk aantal Joden en hun kinderen, ook Middelburgse, ontkomen daarmee aan de finale deportatie naar het oosten. Hun namen komen niet voor op herinneringsmonumenten. Maar ze ontkomen niet aan jarenlang durende vervolging en martelende onzekerheid.

Dat de in Middelburg teruggekeerde Joden, ondanks de aanvankelijk van Duitse zijde uitgesproken geruststellende woorden als zou er wat hen betreft in Nederland geen Jodenprobleem zijn, in een stad zijn weergekeerd waarin toch iets meer is veranderd dan de aangerichte vernielingen alleen, blijkt uit een in september 1940 (in het Duits) geschreven brief van de Zeeuwse NSB-leider Jan Dekker aan Beauftragte Münzer.

"Mijn kameraad G. Alberts deelt mij het volgende mee:

De jodenfamilie Weyl-Snuf, artsen in Middelburg, vluchtten tijdens de oorlog naar Frankrijk, en zijn kortgeleden naar Middelburg teruggekeerd. De jodin heeft ook nog allerlei betaalde betrekkingen, hoewel haar man arts is. Ze was ook lerares aan de industrie- en huishoudschool in Middelburg. Deze school ontvangt subsidie van de staat.
Nu wordt van verschillende zijden geprobeerd de verloren gegane betrekking aan de Jodin terug te geven. Ik geloof dat de gemeente Middelburg – die deze week heeft bewezen graag aan Duits-vijandige mensen een betrekking te geven ( de bekende mr. P.C. Adriaanse als 'directeur van de distributie') - deze Jodin ook weer zal helpen.
Ik geloof dat het wettelijk verboden is - in ieder geval zeker niet gewenst - gevluchte joden aan nieuwe, goedbetaalde betrekkingen te helpen.
De districtleider der N.S.B, Jan Dekker." 

Nederlandse autoriteiten fungeren als verlengstuk van de Duitse bevelsstructuur, en worden daarbij vanaf september 1941 door de bezetter bovendien aangesproken in het kader van het leidersprincipe. Dat betekent onder meer dat wat Zeeland respectievelijk Middelburg betreft, Diele-man en Van Walré de Bordes door de Duitse autoriteiten persoonlijk verantwoordelijk worden gesteld voor een correcte uitvoering van de aan hen opgedragen anti-Joodse maatregelen. Dat beide heren ruimschoots voldaan hebben aan de Duitse eisen, blijkt uit de vele bewaard gebleven documenten in het archief van het kabinet van de commissaris van de Koningin en het gemeentearchief van Middelburg, beide aanwezig in het Zeeuws Archief.
Bron: Broze burchten


Uitdrijving der Joden
Wat den Joden in ons Nederland, historisch land van geloofs- en gewetensvrijheid, door de bezettende macht, en op haar voetspoor, door de N.S.B. Is aangedaan, tart elke beschrijving. Het ergste was voor hen blijkbaar nog niet erg genoeg.In gerustheid durf ik te zeggen dat vòòr 1940 de gemiddelde Nederlander niet pro-Jood was, maar na 1940 hebben de Duitschers hem pro-Jood gemaakt en gelijktijdig nog meer anti-Duitsch dan hij reed was. Als vrije menschen hadden wij nooit in zoo'n ontzettende barbarij geloofd tot het “Herrenvolk” ons kwam duidelijk maken, dat het tegenover Joden voor niets, maar dan ook niets, terugdeinsde. In dit licht moeten wij, dunkt mij, het feit zien dat alle ambtenaren, niet-Joden, (ikzelf niet uitgezonderd) ten einde in onze betrekking te blijven gehandhaafd, in October 1940 eene verklaring hebben geteekend, dat zij en evenzeer hun echtgenooten niet van Joodschen bloede waren.Op 24 Maart 1942 werden 43 Joodsche gezinnen uit Middelburg geëvacueerd, ook al weder een bedenkelijke primeur in den lande.

7 oktober 1943
In den loop van een gesprek over de Duitsche Jodenvervolgingen, ook in de bezette gebieden, beweert Mk., dat Roosevelt en de Joden den oorlog ontketend hebben. Ik stel daartegenover het niet anders te kunnen zien dan dat Hitler zulks gedaan heeft. Mk. blijft in zijn meening volharden en beveelt mij aan hierover het boek van Suarès te lezen; hij voegt eraan toe, dat ik zulks natuurlijk niet zal doen. Ik repliceer, dat hij zich vergist, want dat ik zeker ook wel schrifturen wil lezen van een zijde, die niet mijn zienswijze vertegenwoordigt, en dat ik de theorie huldig: onderzoek alle dingen en behoud het goede! Ik beveel mij dus bij Mk. aan bedoeld boek ter lezing te mogen ontvangen, doch zeg hem gelijktijdig, dat hij misschien ook wel eens gehoord heeft van een gewezen volbloed ,,nazi" en oud-voorzitter van den Senaat te Danzig, namelijk Rauschning, die een boekje geschreven heeft, dat gesprekken met Hitler weergeeft, en dat ik mijn best zal doen hem, tegenover het boek van Suarès, dat boekje te bezorgen, Misschien, zoo zeg ik, krijgt hij nog wel een iets anderen kijk op de ontketening van den huidigen oorlog.
Later op den dag bepleit ik, in verband met de ingevoerde werktijdverlenging voor de daarbij betrokken ambtenaren bonlooze bijvoeding en een toeslag op de kolen- en electriciteitsrantsoenen. De kosten van een en ander zullen, aldus stel ik voor, door de Gemeente behooren te worden gedragen. De in Barneveld vertoevende Joden, waaronder ook een 4-tal hooggeachte Middelburgsche ingezetenen, zijn sedert enkele dagen weggebracht naar Westerbork, en, naar het schijnt, voorbestemd om vandaar via de Oostgrens te verdwijnen. Een zoon van een der echtparen doet schriftelijk een beroep op mij om te trachten het ergste voor zijn ouders te voorkomen door afgifte van min of meer officieele verklaring omtrent hun handel en wandel in Middelburg. Nog denzelfden dag verzend ik, op hoop van zegen, een tweetal verklaringen betreffende de echtparen.
[ Mk. = A. Meerkamp van Embden, per 28 augustus 1943 door Seyss Inquart definitief benoemd tot burgemeester van Middelburg ]
Uit: Middelburg, in oorlogs- en bezettingsjaren (1945). Hierin geeft de gemeentesecretaris mr. Van der Veur, aan de hand van zijn dagboeknotities uit die jaren, zijn ervaringen uit die periode weer.


 Terug hoofdpagina2