Verordeningen

Terug naar hoofdpagina

Al heel snel kwam er een stortvloed aan regels, verordeningen, waarschuwingen en soortgelijke ambtelijke bepalingen over Nederland heen. De Alkmaarsche Courant begon met een losbladige uitgave waaraan steeds nieuwe pagina's moesten worden toegevoegd: Vademecum Distributie- en Overheidsmaatregelen.
Een selectie van maatregelen uit de sectoren Sociaal beleid en Bezetting kunt u hier lezen.


KnijpkatVerduisteringverduistering

Er was nog een maatregel die voor iedereen gold: de verplichte verduistering. ’s  Avonds en ’s nachts mocht er geen straaltje licht uit een huis schijnen. De maatregel, die de hele oorlog gehandhaafd bleef, was door de Duitsers ingevoerd om geallieerde bommenwerpers geen mogelijkheid te geven zich te oriënteren. Op de naleving van de maatregel werd toegezien door de Luchtbeschermingsdienst. In huis moesten alle vensters afgeschermd worden met overgordijnen, zwarte verduisteringsgordijnen of stroken verduisteringspapier. Er was geen straatverlichting en geen lichtreclame; fietsen en andere vervoersmiddelen mochten alleen een flauw, afgeschermd licht voeren. ’s Avonds heerste vrijwel complete duisternis en om nog iets te kunnen was er de ‘knijpkat’: een zaklantaarntje dat met eigen handkracht werd bediend, want batterijen waren schaars. In dagbladen en bioscopen werden campagnes gevoerd om het publiek te wijzen op het belang van de verduistering.
Bron: Archievenwo2.nl


In zijn boek "Middelburg in oorlogs- en bezettingsjaren" heeft mr. Van der Veur, de toenmalige gemeentesecretaris, verschillende maatregelen die op last van de Rijkscommissaris in Nederland, dus ook in Zeeland, moesten worden uitgevoerd, beschreven.

 

Fietseninvordering

FietsenroofZaterdagavond 18 Juli 1942 werd den lo. Burgemeester, wethouder Jeronimus, telefonisch mededeeling gedaan van den inhoud van een niet zeer kort en bondig Regeeringstelegram - het telde liefst 352 woorden - aÍkomstig van de S.G. van Binnenlandsche Zaken, houdende bevel, namens den Rijkscommissaris, om uiterlijk op Woensdag 21 JuIi 1942 een aantal heerenrijwielen in gebruikstoestand, met gummibanden en volledig toebehooren, ten behoeve van de Duitsche Weermacht te leveren. Bij rondschrijven van 22 Juli 1942, kwamen over de eerder genoemde vrijstelling weder geheel afwijkende bepalingen. Zoo werd daarin bepaald, dat personen, die het rijwiel voor de uitoefening van hun beroep, ter beoordeeling van den Burgemeester, volstrekt noodig hadden, vrij waren van inlevering en een vrijstellingsbewijs konden verkrijgen; personen, wier rijwiel ten onrechte was gevorderd, zouden dat of een ander kunnen terugkrijgen.
Ik voeg er nog aan toe, dat de vordering geschiedde in gemeenten met meer dan 10.000 inwoners. De schadevergoeding werd bepaald op f 50,- per rijwiel. Vele personen hebben het er maar niet op gewaagd t.z.t. een (niet: hun) rijwiel terug te krijgen en opteerden voor de f 50,-.  In Middelburg zijn ten slotte 162 rijwielen in de Graanbeurs opgeslagen en als een soort aanfluiting tegenover de bevolen snelle uitvoering daar ten minste 14 dagen gebleven.
Ik wil in dit verband nog vennelden, dat wij rond 3000 schriftelijke verzoeken om vrijstelling ter behandeling kregen, van welke rond 2800 werden afgewezen. En dat in een tijd van papierschaarschte en van overvloedig ander werk. Midden in de behandeling der verzoeken kwam de evacuatie, Het behoeft geen betoog, dat wij toen het lagere voor het hoogere lieten wijken. In Middelburg heeft Wethouder Jeronimus de impopulaire maatregel met vaste hand geleid.

 

Persoonsbewiizen
Persoonsbewijs2Toen de oorlog over Nederland losbrak, was de invoering van persoonsbewijzen (in het buitenland, b.v. België, reeds gemeen goed geworden) al in den molen. Of het, midden in oorlogs- en bezettingstijd, met een tamelijk chaotische administratie aan haar hals, nu wel het meest geschikte oogenblik was om deze aangelegenheid voor de gemeenten door te drukken, wil ik maar onbesproken laten. Geschiedde zulks onder drang van de bezettingsautoriteiten?
In het Verordeningenblad van 1 November 1940 werd voor personen boven 15 jaar het bezit van een persoonsbewijs, uit te reiken vóór 1 October 1941, voorgeschreven. Te Middelburg begon de uitreiking op 13 Mei 1941 en was op 30 september 1941 voltooid. In totaal zijn aan den loopenden band 15077 persoonsbewijzen uitgereikt, waarvan 58 met een J (voor vol-Joden) gemerkt. [ De aanschaf van een persoonsbewijs zorgde o.a. in Zeeland voor een bijzonder probleem ]

 
Communicatie
Telefoonmisère: Na Dieppe (19 augustus 1942) kwamen de bezetters plotseling tot de ontdekking dat er in onze goede veste veel te veel telefonische verbindingen waren. Daarom werd het aantal tot rond 100 teruggebracht, met alle daaruit resulteerend ongerief. En wat er nog aan bedieningpersoneel noodig was, werd gegermaniseerd.
Zeeuwse stroom1Kranten: Ik heb tijdens de oorlogsjaren vaak de opmerking gehoord, dat de kranten niets dan leugens behelsden, alleen vanwege de opsomming der nummers van geldige bonnen en de ruil-advertenties nog maar het lezen waard waren en dat je meer betrouwbaar en groot nieuws op straat hoorde dan uit de dagbladen. Dit geldt zeker voor de zogenaamde 'groote pers', de bladen die zich hun ochtend-editie door de zgn. papiernood ontnomen zagen. Ik wil het laten bij de bloote constatering van dezen toestand.
De Zeeuwsche Stroom: Blijkbaar was dit schendblad bedoeld voor Zeeuwsche propaganda, maar het stond qua inhoud op zoodanig laag peil, dat het zeker ook nog de noodige twijfelaars kopschuw heeft gemaakt voor de N.S.B. Waarom dit weekblad in tijd van nijpende papierschaarste ooit gedrukt is, zal wel altoos een raadsel blijven. In de wandeling stond het bekend als "de Modderstroom" en dien naam van den volksmond verdiende het volkomen. Dit heldhaftig gedoe werd aanvankelijk door den politieken weerhaan Martien Beversluis geleid, een man die het bestond in één decennium achtereenvolgens S.D.A.P.-er, communist, Gereformeerd en N.S.B.-er te worden.


Bestuurlijke aanpassingen
Op landelijk niveau had Seyss-Inquart de Generalkommissare onder zich, op provinciaal niveau waren dit de Beauftragten. Daarnaast hadden de steden Amsterdam en Rotterdam een eigen Beauftragte. De taak van deze functionarissen was toezicht houden op het openbaar bestuur en het economisch leven. Daarnaast hielden zij zich bezig met het nazificeren van de bestuursleden van de gemeentenen. Provinciale en gemeentebesturen moesten hun belangrijkste beslissingen aan de Beauftragte meedelen.
Beauftragte van de provincie Zeeland was tot 26 juli 1940 dr. Franz Linde, lid van de NSDAP sinds 1932. Zijn opvolger was Willi K.E. Münzer. Hij bleef op zijn post tot 1 december 1944. Münzer was een zogenaamde alter Kämpfer (hij was al rond 1925 lid geworden van de NSDAP) en een fanatiek nationaal-socialist. In Osnabrück was hij Kreisleiter van de NSDAP geweest. Het bureau van de Beauftragte was gevestigd in de panden aan de Dam 6 en 8 te Middelburg. Naast de Beauftragte waren op dit bureau hooguit tien andere Duitse en Nederlandse personen werkzaam. Daarnaast had de Ordnungspolizei een gedeelte van de panden in gebruik. De (waarnemend) Commissaris van de provincie Zeeland was mr. P. Dieleman. Hij was in 1940 op grond van zijn pro-Duitse houding door de bezetter benoemd.

Bron: Oorlogsleven.nl

Lees meer over de organisatie van en de aanpak door de Duitse autoriteiten.

 

Koudekerke: wat in eens niet meer mocht
Vanuit het provinciaal bestuur (de Commissaris der Provincie Zeeland, P Dieleman) ontving men tal van maatregelen. Zo mocht vanaf 20 juli 1942 het fietspad onderlangs de duinen bij duisternis niet meer betreden worden. Eind dat jaar werd bekend gemaakt dat het verboden was om een fototoestel bij zich te dragen. Kort voor Kerst 1942 werd  medegedeeld dat op een afstand van één kilometer achter de duinen loslopende honden, katten en geiten zouden worden doodgeschoten. De uitkijkpost van de burgerluchtbeschermingsdienst op de kerktoren moest op last van de militairen worden ontruimd. Men wilde geen pottenkijkers die vanaf de toren alle militaire activiteiten konden bekijken. De kerktoren werd nu door de Duitsers in gebruik genomen als observatiepost.
Op 19 april 1944 bezocht de bekende Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel Walcheren. Op een foto is te zien dat hij de kustbatterij van Dishoek bezoekt. Naar de mening van deze bevelhebber was onvoldoende gedaan om Walcheren te beschermen tegen een geallieerde landing. Na zijn vertrek lieten de Duitse autoriteiten onmiddellijk weten dat mannen en vrouwen tussen de 15 en 60 jaar opgeroepen werden om luchtlandingshindernissen te plaatsen.

Bron: Koudekerke in de Tweede Wereldoorlog

Lees hier meer voorbeelden



1942: We belanden weer in een periode waarin verschillende gebeurtenissen elkaar vrij snel opvolgden. Zo werden op 22 april berichten geplaatst over het verbieden van wandelmarsen. Ook zwemmen werd op veel plaatsen niet meer toegestaan. Op 27 april werd er bij het Terneuzense postkantoor een wachtpost gezet. Er was ook regelmatig strenge pesoonsbewijzencontrole. Terwijl zich dit alles afspeelde hadden over het gehele land tentoonstellingen plaats van speelgoed, door de Duitse politie in hun vrije tijd vervaardigd. Wat waren dat toch goede mensen, met grote ijver en toewijding hadden ze zich aan deze zaak overgegeven. Overal, zelfs in Zeeuwsch-Vlaanderen werd er van dit speelgoed beschikbaar gesteld. In Terneuzen was er in koffiekamer van het bioscoopgebouw een tentoonstelling ingericht.
Bron: Vijf woelige jaren


Vorderen

Hamburg Glockenlager im FreihafenVorderen was het meenemen van dingen die belangrijk waren voor de Duitsers. Er werden bijvoorbeeld visserschepen, fietsen, kerkklokken, paarden, radio's ingepikt en ook mensen opgepakt. De schepen waren nodig om naar Engeland te varen. De Duitsers wilden ook dat land nog veroveren.  De kerkklokken moesten worden omgesmolten en uit het metaal werd oorlogstuig gemaakt. Uit veel plaatsen verdwenen de klokken, maar gelukkig werden ze niet allemaal omgesmolten. Die zijn na de bevrijding weer terug gevonden. De klok van Ovezande bleef weg; na de oorlog kwam er een nieuwe. Ook de klok van Baarland kwam niet meer terug en die van Waarde werd omgesmolten. Uit Krabbendijke verdwenen drie klokken, één kwam er terug. Rilland-Bath leverde vier klokken in en Kruiningen ook: hier kwam er niet één terug. De klok van het gemeentehuis van Wemeldinge werd in 1945 teruggevonden zonder klepel. De klok "Paulus" uit de toren van Kapelle kwam niet terug, evenmin als de luidklok van Borssele. De klok van Hoedekenskerke kwam niet terug, die van 's-Gravenpolder wel.
Foto: Hamburg Glockenlager im Freihafen. Bron: weblog den Archivaris; lees meer


1944 Hondenkeuring Hondenkeuring2 affiche oostburg

Zoutelande

ZoutelandeDe bezetting is ook een tijd van grote eensgezindheid, hulpvaardigheid en soms zelfs plezier. "Men hielp elkaar waar nodig was en soms leek het wel alsof het hele dorp een grote familie was. Er waren geen daden van verzet, er was geen ondergrondse en er waren geen onderduikers in Zoutelande. Niemand hoefde dus een moeilijke beslissing te nemen en men probeerde zo goed mogelijk de oorlogstijd door te komen in de hoop dat het nu wel snel voorbij zou zijn." (Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 40)
Er was ook sprake van collaboratie. "Zo waren er ook uit Zoutelande, die in Vlissingen werk vonden bij het in orde brengen van een vliegveld dat moest dienen voor de aanval op Engeland. Zelfs op zondag werd er door 'vrijwilligers' aan dit vliegveld gewerkt, want dat gaf dubbel loon! Anderen hadden geen bezwaar tegen een 'zwart handeltje' met de vijandelijke soldaten die in de duinen gelegerd waren. Er waren zelfs meisjes die zich weldra lieten verleiden tot een zeer vertrouwelijke omgang met de bezetters; dit gaf aan het einde van de oorlog aanleiding tot een soort volksgericht." (A. Dingemanse in Rogier Koppejan 2014: 61) Op de dag van de bevrijding zullen de 'Moffenmeiden' op een wagen worden gezet en kaalgeschoren. "Onder de toeschouwers stonden ook verschillende mensen die hand- en spandiensten voor de Duitsers hadden verricht: landbouwers die hun producten voor woekerprijzen verkochten en materialen met paard en wagen voor de Wehrmacht vervoerden. Ook waren er mannen tussen die bij de bunkerbouw behulpzaam waren geweest." (Kees Adriaanse in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 81)
Maar dat er geen daden van verzet zijn, is niet helemaal waar. In augustus 1941 moeten in het hele land bordjes "Verboden voor joden" opgehangen worden bij alle openbare gebouwen. In Zoutelande verschijnen de bordjes bij de café's De Roode Leeuw en Duinzicht in de Langstraat. Tussen de twee café's staat het parochiehuis. Dominee Wim Oosthoek (predikant in Zoutelande van 1933 tot 1948) zet een bordje "Elk ras welkom" voor het raam. Het heeft er zes weken gestaan. De dominee moet verschijnen voor het Landesgericht in Den Haag. Hij wordt veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. In hoger beroep bij het Obergericht wordt de celstraf vermeerderd met 180 gulden boete en betaling van de  proceskosten. Van dominee Oosthoek is ook bekend dat hij op het station in Middelburg pamfletten met bemoedigende teksten staat uit te delen aan mannen die naar Duitsland vertrekken om daar te werken. Als bijna iedereen op bevel zijn radio heeft ingeleverd, klimt de dominee elke avond naar zijn zolder om naar de Engelse radio te luisteren en de berichten te verspreiden over het dorp.
Bron: Kapitein Otje op zoek naar zeeland  (Foto: Zoutelande in vroeger tijd)