Openbaar vervoer

Terug hoofdpagina klein

 

Overzicht van dit hoofdstuk

 

1 Spoor- en tramlijnen algemeen

2 Spoor- en tramlijnen 1940

3 Spoor- en tramlijnen 1941- 1944

4 Spoor- en tramlijnen 1945- 1946

5 Veerdiensten (PSD)

 

SPOOR- EN TRAMLIJNEN: ALGEMEEN

De tram van Middelburg naar Vlissingen

De Societé Anonyme des Tramways à vapeur Flessingue-Middelbourg et extensions (TVFM), later officieel genaamd Societé Anonyme d' Éclairage et Tramways Electriques, was een van oorsprong Belgisch trambedrijf, dat de Nederlandse steden Vlissingen en Middelburg op Walcheren met elkaar verbond (vandaar dat ook wel de initialen VM werden gebruikt). Zij werd opgericht op 11 februari 1885 te Brussel en nam de exploitatie, die eind 1881 was begonnen, over van een particuliere concessionaris. Na elektrificatie in 1910 en overname door de provincie Zeeland op 1 januari 1929 werd de exploitatie voortgezet tot de inundatie van Walcheren in oktober 1944.
Bij de grote verwoestingen die het bombardement van 17 mei 1940 in Middelburg aanrichtte werd ook de tramlijn beschadigd, maar al snel werd de exploitatie hervat, al eindigde de dienst op de Pottenmarkt, niet op de Markt. Andere oorlogshandelingen, met name bombardementen op diverse strategische doelen in en rondom Vlissingen, zorgden gedurende de hele oorlog voor kortere of langere uitval van het trambedrijf. Na Dolle Dinsdag reden er geen treinen meer en werd de stadsdienst gestaakt. Het traject naar Middelburg werd bij de bombardementen ten behoeve van de inundatie van Walcheren op 11 oktober 1944 stilgelegd en daarna beschadigd. Toen de lijn daarna onder water liep betekende dat het einde voor de tram.
Bron: Wikipedia

 

Stoomtram Walcheren (SW)

tramhalteDe Stoomtram Walcheren N.V. (SW), gevestigd te Koudekerke, was een stoomtramonderneming op het Zeeuwse eiland Walcheren. Zij exploiteerde twee tramlijnen: Middelburg - Koudekerke - Domburg en de zijlijn Vlissingen - Koudekerke. De exploitatie van de stoomtram begon op 14 april 1906 en eindigde op 31 december 1937. Het vervoerbedrijf SW, later gevestigd te Middelburg, bleef nog tot 23 januari 1978 voortbestaan als exploitant van autobuslijnen.
In de Tweede Wereldoorlog heeft de Duitse bezetter het baanlichaam nog gebruikt voor de aanleg van een smalspoorlijn met 600 mm spoor, bestemd voor het vervoer ten behoeve van de bouw van de Atlantikwall. Deze gebruikte het tracé van Middelburg naar Koudekerke. Daar splitste de lijn in een tak naar de Vlissingse Nolledijk en een langs de duinenrij naar Zoutelande, Westkapelle, Domburg en waarschijnlijk nog verder. In Vlissingen werd van de steiger aan de Koningsweg een lijn aangelegd die via de Koningsweg en de Singel richting watertoren naar de toenmalige Zandweg liep, vanwaar hij door het Nollebos aansluiting had op de zuidelijke tak uit Koudekerke. Het materieel voor deze exploitatie, die in handen was van het Duitse leger, bestond uit diesellocomotieven en kiepkarren, alleen de lijn vanuit Vlissingen was dermate zwaar aangelegd dat daar stoomlocomotieven en zeer grote kiepwagens op konden rijden.
Bron: Wikipedia

 

De Nederlandse Spoorwegen

In 1939 wordt het eeuwfeest van de NS gevierd, maar ook worden er dat jaar de eerste maatregelen genomen vanwege de dreigende oorlog. Zilvergrijze daken van treinstellen worden donkerder geschilderd en het personeel krijgt instructie hoe met gasmaskers om te gaan. Tegelijkertijd gaan de moderniseringen van het bedrijf gewoon door, zoals bijvoorbeeld de uitbreiding van de elektrificatie van het Middennet, de bouw van het hoogspoor in Amsterdam en Utrecht, enz. Als op 10 mei 1940 de Duitsers ons land binnenvallen krijgt het NS-personeel de opdracht om op vitale spoorwegknooppunten versperringen aan te brengen en vernielingen uit te voeren. Na de capitulatie worden de vernielingen, voor zover dat mogelijk is, weer hersteld. Het spoorwegbedrijf wordt onder Duits toezicht geplaatst en moet leger- en deportatietransporten voor de bezetter gaan uitvoeren. En omdat er vanaf het begin van de bezetting praktisch geen benzine en auto-onderdelen meer te krijgen zijn, reizen steeds meer Nederlanders noodgedwongen met de trein. Het gevolg is overbezette treinen. Vanwege het gebrek aan voldoende en goede reserveonderdelen is het onderhoud aan het materieel slecht en door de verplichte verduisteringsmaatregelen gebeuren er meer ongelukken. Ontsporingen en aanrijdingen zijn daardoor bijna onvermijdelijk geworden. Locpersoneel wordt gedwongen ritten naar en in Duitsland en België te rijden (incidenteel zelfs naar Frankrijk), de NS wordt verplicht om bovenbouwmateriaal te leveren aan Duitsland en nog later, vanaf 1942, worden er door de ondergrondse aanslagen gepleegd op spoorbanen. Na de invasie in juni 1944 krijgt NS steeds meer te maken met geallieerde luchtaanvallen op rijdende treinen, waarbij doden en gewonden vallen onder personeel en passagiers, meest vrouwen en kinderen. Op 17 september 1944 wordt de spoorwegstaking uitgeroepen en nemen de Duitsers alles over. Omdat zij legertransporten belangrijker vinden dan de aanvoer van voedsel, heeft vooral het westen van het land last van voedseltekorten met als resultaat de beruchte hongerwinter. Veel materiaal en materieel verdwijnt na september 1944 naar het oosten, zodat na de bevrijding een verwoest en leeggeplunderd spoorwegbedrijf overblijft. De gevolgen van de Duitse bezetting en plunderingen blijven tot in de jaren ’50 merkbaar.
Bron: 3RailWiki; uit recensie van Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd 1939 – ‘45

1940 spoor Sloedam Axel pow 280540 bietentrein Vlissingen NS station 1944
1940 Het spoor over de Sloedam Axel: vervoer Franse krijgsgevangenen per bietentrein (25-05-40) Vlissingen: NS station 1944

Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Een bewogen en veelbesproken periode, waarin de activiteiten, zo goed en zo kwaad als dat ging, werden voortgezet tot de spoorwegstaking van september 1944 . Maar ook een periode die tal van menselijke offers eiste en desastreuze gevolgen had voor het spoornet. Op 5 mei 1945 is ruim 60 procent van alle baanvakken onbruikbaar en zijn 220 spoorbruggen verwoest. Veel treinen zijn beschadigd of verdwenen. Het personeelsblad van NS, ‘de Koppeling’ geeft op 5 mei 1995 (50 jaar na de oorlog) een extra bijlage uit onder de titel: ‘Rijden of staken?', die de periode 1939 – 1947 omspant.
Bron: NS.nl

naar boven


SPOOR- EN TRAMLIJNEN IN OORLOGSTIJD

1940

De oorlogsdreiging in 1939 was goed te merken in het spoorwegverkeer. Aangezien militairen na afkondiging van mobilisatie zich per spoor moesten verplaatsen, was er in deze tijden beperkt reizigersvervoer voor burgers. Slechts op 31 augustus en 3 september 1939 reden er voor burgers nog treinen volgens een dienstregeling met de naam Op Hoog Bevel. Het was echter een erg vereenvoudigde dienst met vier treinen per baanvak met enkel pendeldiensten op korte trajecten. Vaak waren kleinere stations gesloten. In Zeeland waren dit Rilland-Bath, Krabbendijke, Kapelle-Biezelinge en Arnemuiden. Aan het einde van september was alles weer normaal, nadat op 11 september 1939 alle gesloten stations weer in dienst kwamen.
De inval van de Duitsers in de morgen van tien mei 1940 legde het complete treinverkeer in Nederland stil. Veel bruggen, treinen stationnen en andere doelwitten werden gebombardeerd/beschoten en in totaal bedroeg de schade dan ook 36 miljoen gulden. Toch viel Zeeland aanvankelijk niet onder de capitulatievoorwaarden. Op 17 mei 1940 om 9.20 uur begonnen de Duitse legers de aanval op de Sloedam tussen Zuid-Beveland en Walcheren. De hele dag werd hier hevig gevochten en uiteindelijk geven de verdedigers zich over en zo trekken de Duitse legers om 17.20 uur Arnemuiden binnen. Het spoor over de Sloedam was zwaar beschadigd. De lijn was op diverse plaatsen vernield en explosies hadden gaten in het wegdek van de Sloedam geslagen en de brug over het Kanaal door Zuid-Beveland bij Vlake vernield. Ook was de draaibrug over de Oude Arne tussen Middelburg en Arnemuiden verwoest. Spoorwegarbeiders werden ingezet om het spoor te herstellen.

Op 29 mei 1940 werd het baanvak Roosendaal – Bergen op Zoom opnieuw in gebruik genomen en de vier paar treinen per dag stopten ook in Wouw. Op 5 juni 1940 kreeg Zeeland drie treinen per dag tussen Bergen op Zoom en Kruiningen-Yerseke. Nadat de brug bij Vlake over het Kanaal door Zuid-Beveland was hersteld reden er vanaf 15 augustus 1940 zes treinen in iedere richting tussen Vlissingen en Roosendaal.

Bron: De Zeeuwse Spoorlijn

 

Tramlijn Vlissingen-Middelburg
Toen in 1939 de tweede wereldoorlog uitbrak en Nederland mobiliseerde, raakte de tram een aantal medewerkers kwijt, waardoor het nodig werd de dienst met ingang van 15 september wat in te krimpen. Dit geschiedde door de reeds jaren bestaande kwartierdienst in een halfuurdienst om te zetten. Deze halfuurdienst is in principe gebleven tot ongeveer 'dolle dinsdag' 1944, zij het dat in verband met verduistering en andere oorlogsomstandigheden aanvang en einde meermalen gewijzigd
Na het bombardement op Middelburg en de daarop gevolgde grote brand op 17 mei 1940 was de Markt aldaar onbereikbaar geworden. Aan één zijde van de Pottenmarkt waar de rijdraden middels spandraden aan muurrozetten van de huizen waren opgehangen, waren deze huizen geheel verdwenen. Met hulppalen kon ingaande 1 juni de Markt weer bereikt worden, waar echter alleen de motorwagen omreed. ln- en uitstappen diende te geschieden in de Langeviele. Bij het enorme werk van puinruimen werd de Markt als'voorlopig puindepot'aangewezen, De bovenleiding werd dan ook na enkele weken weggenomen en de tram eindigde en begon voortaan op de wisselplaats in de Langeviele.
Reeds op 13 augustus legde de bezetter een verbod op het rijden van de trams tussen 23.00 uur en zonsopgang. Op 12 september vond de eerste onderbreking plaats. Op die dag werd tussen de Keersluis en Souburg vlak bij de trambaan
een blindganger gevonden. Op 16 september was de dienst in zoverre hersteld dat van weerszijden tot in de buurt van de bom werd gereden en de reizigers een afstand van circa 500 meter te voet moesten afleggen (met een boogje om de bom heen!). Op 18 september was de dienst weer normaal. Dit en andere soorten van onderbrekingen zouden nog menigmaal optreden. Zo werd bij ieder luchtalarm (loos of niet) in Vlissingen de spanning op de bovenleiding uitgeschakeld, waardoor de dienst natuurlijk behoorlijk ontwricht werd.
Bron: De trams op Walcheren



NS1744 Hoedekenskerke 200845

tramlijn Hoedekenskerke

sluiskil veerpont1941

Veerpont Sluiskil

OV 1 050640

(klik voor vergroting)

 

OV1

OV2 weghalen tramrails 150840 PZC vervoer
trein sloedam spoorlijnen 1940

naar boven


1941-1944
Zuid-Beveland: Sluiting en opbraak van twee lijnen

Enige weken na de inval van de Duitsers in de meidagen van 1940 kwam het treinverkeer in Zeeland weer op gang, maar nog voor het einde van het jaar werden op het traject Goes – Hoedekenskerke de motorrijtuigen vervangen door stoomtractie wegens een nijpend gebrek aan brandstof. De dienstregeling was vrij frequent te noemen. Zo werden er gedurende de hele bezettingstijd vier tot vijf slagen op Hoedekenskerke gemaakt. De Duitsers kregen na 1941 steeds meer behoefte aan rails en dwarsliggers voor het gebruik op het uitgestrekte spoorwegnet in Rusland. Uiteindelijk werd in de loop van 1942 van de NS voor 465 kilometer aan materialen gevorderd.

Het hele bericht kunt u hier lezen.

Bron: www.szb-stoom.nl

 

De lijn Vlissingen - Brabant

Omdat de Duitsers Zeeland tot Sperrgebiet hadden verklaard hadden burgers alleen toegang met een Ausweis. Een trein onderweg naar Zeeland stopte op het station Rilland-Bath voor strenge controle op geldige papieren. Om te kunnen voldoen aan de eis van de bezetter tot het leveren van bovenbouwmaterialen werd in het najaar van 1942 besloten het zuidelijke spoor van Goes naar ’s-Heer Arendskerke en het noordelijke spoor van ’s-Heer Arendskerke naar Vlissingen op te breken. Pas in 1943 is dit voltooid, evenals de opbraak van het twee kilometer lange spoor naar losplaats Vlake. Tussen Vlissingen en Goes werd toen tijdelijk Blokstelsel A in dienst gesteld, om toch een veilig treinverkeer te garanderen.
In september 1942 werden de SZB-lijnen van Goes naar Wolphaartsdijkscheveer en naar Wemeldinge opgebroken. Van het plan om de ringlijn op Zuid-Beveland op te breken is gelukkig niet veel terechtgekomen. Wat in juni 1944 was opgebroken werd in augustus weer herlegd omdat de los- en laadplaatsen nodig waren voor het afvoer van landbouwproducten.
Het overige deel van dit bericht kunt u hier lezen.
Bron: De Zeeuwse Spoorlijn

 

Verhaal

Over een treinbeschieting in Rilland

 

SCH DVL 1943 afvoeren stoomtrams

Brouwershaven: De tramlocomotieven worden op last van de Duitsers op dekschuiten gereden om ze via de haven af te voeren

 

Luchtaanvallen op locomotieven
Het kwam nogal eens voor dat er achter elkaar een aantal objecten werd beschoten. Toen bij voorbeeld op 1 oktober 1942 de Sluiskilse stikstoffabriek werd aangevallen, namen de vliegtuigen ook een stoomtram onder vuur die op weg was naar Oostburg. In de rijtuigen vielen zes gewonden. Op 7 november was behalve het fabriekscomplex de tram van Sluis naar Retranchement het slachtoffer; dit keer werd een Nederlander gedood en raakten zeven leden van de Luftwaffe gewond.
Locomotieven vormden bij deze patrouilletochten van het begin af aan een van de favoriete doelwitten; door hun rookpluimen waren ze gemakkelijk te traceren.
Het hele bericht kunt u hier lezen.

Bron: Zeeland 1940-1945

 

Sluiskil
Tot halverwege 1942, toen de verkeersbrug opgelapt was, kon men enkel met een roeiboot en later met een pontje het kanaal overgezet worden. Nadat de spoorbrug was hersteld, kon eind 1943 ook weer treinverkeer plaatsvinden. Op 20 september 1944 werden beide bruggen opnieuw opgeblazen, ditmaal door de terugtrekkende Duitse troepen. De verkeersbrug werd totaal vernield, opknappen was deze keer onmogelijk. De spoorbrug die enkel in het midden geknakt was, werd nu opgelapt tot een gecombineerde spoor- en verkeersbrug. Eind 1947 kon deze brug pas in gebruik genomen worden.
Bron: Kanone 5 Eisenbahn



Bomkrater in spoorlijn Bombardement station Mbrg Nov1944 Bombardement station Mbg nov1944 2
1940: bomkrater spoorlijn 1944: bombardement station Middelburg  Totale verwoesting (november)

Bombardementen 1944
Tijdens het bombarderen van de dijken bij Veere werd te Vlissingen luchtalarm gegeven en de spanning van de bovenleiding afgenomen. Hierdoor kwam de volle, om 14.30 uur uit Middelburg vertrokken, tram bij de lJsbaan tot stilstand. Aangezien men in de laatste jaren hieraan wel gewend was, bleven bestuurder Goedegebuure en conducteur P. de Vey rustig afwachten. Op de nadering van enige tientallen zware vliegtuigen vloog echter iedereen de tram uit om dekking te zoeken aan de kant van de watergang ofde huizen aan deoverkantvan destraatweg. Maar het viel mee, de vliegtuigen hadden hun werk (Veere) al gedaan. ln het voorbijgaan werden nog wel even een paar bommen op het vliegveld tussen Vlissingen en Souburg gegooid, waarbij tramrails en bovenleiding beschadigd werden. Dat betekende het einde van de tramdienst- de stationsdienst was reeds op 6 september gestaakt omdat er toen geen treinen meer reden. Zodoende reed conducteur P. de Vey, die op 3 juli 1913 de eerste rit op de stadslijn zou hebben gereden, de laatste rit op de hoofdlijn.
Bron: De trams op Walcheren

naar boven


1945 -1946

Vlissingen-Goes-Bergen op Zoom

station SouburgVanaf 4 januari 1945 weer bescheiden treinverkeer mogelijk was tussen Vlissingen en Goes, nadat het baanvak Middelburg-Vlissingen al op 26 november 1944 berijdbaar was. Van dit naoorlogse treintje hoeft men zich niet veel voor de stellen; de snelheid was maar zeer gering. Meestal bestond de ‘trein’ uit een “Sik”  (rangeerloc die zijn bijnaam dankt aan het mekkerende geluid van de hoorn) die was gehuurd van de Koninklijke Maatschappij de Schelde. Hierachter waren twee  rijtuigen en soms een open kolenwagen gekoppeld.
Vanaf 9 februari 1945 reed er voor het eerst na de oorlog een trein van Roosendaal naar Kruiningen-Yerseke. Tussen Bergen op Zoom en Rilland-Bath had de trein met loc 3604 slechts een voetgangersnelheid. Pas op 30 april 1945 werd de treindienst uit Roosendaal officieel doorgetrokken tot Bergen op Zoom (driemaal per dag) en op 23 juni 1945 tot Kapelle-Biezelinge en Goes, alhoewel hier al wel eerder treinen vanaf Middelburg hadden gereden.
Van de brug bij Vlake was de oostelijke basculebrug intact gebleven doordat een aantal werklieden ter plaatse tijdig de springlading wist te verwijderen. De schade aan het seinwezen op de Zeeuwse spoorlijn bedroeg ongeveer f200.000,-!
Al op 26 januari 1945 verscheen in Zeeland het eerste officiële spoorboekje in bevrijd gebied. Het vervoer over lange afstand kwam in zicht met twee paar treinen. De ene vertrok om 13.47 in Vlissingen en kwam om 21.01 aan in Blerick (Venlo). De andere trein vertrok ’s morgens al heel vroeg uit Goes. [Foto: station Souburg]
Bron: De Zeeuwse Spoorlijn


Walcheren
De inundatie van nagenoeg het hele eiland zorgde voor een drastische verstoring van het openbaar vervoer, voor zover het voor die tijd nog functioneerde. Wie een boot had,kon zich verplaatsen. Ook kwam er met grotere boten personenvervoer op gang.[Kijk ook in het hoofdstuk Dijkherstel ] De Geallieerden tenslotte, verantwoordelijk voor de inundatie, zetten hun ambifievoertuigen, de Dukw's, in voor geregeld vervoer.

 

Burgemeester Dregmans van Koudekerke vermeldt in zijn rapportages vanaf november 1944 regelmatig over de voortgang en het succes van de geïmproviseerde veerdiensten. Hieronder enkele van zijn bevindingen.


Dagelijks gaat een boot naar Middelburg, om half negen. Deze komt om 12 uur à half een terug. Soms vaart een tweede boot. Vrijwel dagelijks vaart op Middelburg een wachtboot om allerhande boodschappen af te halen. Iedere dag vaart een boot naar Vlissingen met arbeiders van den Polder Walcheren. Iedere maandag wordt het in deze gemeente woonachtige personeel van de gasfabriek weggebracht, terwijl deze iedere Zaterdag worden afgehaald. Er is een boot speciaal voor politiediensten, een boot speciaal voor den dokter en mij. Er is een vlot voor het afhalen van veevoeder uit de landbouwschuren, het redden van inboedels uit de in het water staande huizen. Kortom, er is een druk bootbedrijf. Op verschillende booten is een buitenboordmotortje aangebracht. Op iedere boot heeft iemand de leiding, die het varen op zee kent (Vlissingers), terwijl ook iedere boot over goede roeiers beschikt. Ook is een z.g. walkapitein aangesteld. (30 november 1944)

ducktransport1945

Het contact dat omtrent het passagiersverkeer van Koudekerke naar Middelburg v.v. is opgenomen met de Provinciale Stoombootdiensten, heeft tot resultaat gehad, dat alles blijven kan, zooals het van hieruit geregeld was. Aan genoemde dienst hebben we een dienstregeling met tarief voor het passagiersverkeer gezonden. Thans worden aan de passagiers ook kaartjes afgegeven. Doordat de boot ruimte biedt voor 40 personen en het overgroot gedeelte der gemeente is geëvacueerd, kan practisch altijd iedereen mee die zich voor een overtocht meldt. (5 februari 1945)

veerdienstkaartje 1945

 

De dienst van het bootje met buitenboordmotor is beperkt tot een regelmatige vaart naar Vlissingen om de dokter te halen en te brengen, en naar Biggekerke. Ik heb deze boot nu ook ingeschakeld voor de politiedienst. Regelmatig gaan de maréchaussée's hiermede op patrouílle. Zij die onverhoopt op onwettige wljze zich per roeiboot op het water bevinden, hebben weinig kans om aan dit snelvarend vaartuig te ontsnappen. In overleg met de Provinciale Stoombootdienst, van welke dienst een lijst is ontvangen van de uitgegeven vaarvergunningen, wordt thans nagegaan, of de afgifte hiervan strikt noodzakelijk moet worden geacht. Overeengekomen is, dat verdere vergunningen niet meer zuIlen worden afgegeven, dan nadat daarop door mij gunstig zal zijn geadviseerd. Reeds zijn op mijn bevel eenige booten uit de vaart genomen. Het seizoen wordt aantrekkelijker om te varen, daardoor kan een toenemende animo geconstateerd worden. Verschillende kwamen met nieuw gemaakte kano's in het water, maar aan deze pogingen is volkomen een eind gemaakt en we zullen lerzake ook in de toekomst zoo remmend als mogelijk is, optreden. (9 april 1945)

Ingaande 16 April in een nieuwe dienstregeling vastgesteld voor de passagiersboot op Middelburg. Deze boot vertrekt van hier om 8,15 ; 1,15 en 4,15 uur en van Middelburg om 10, 2 en 5.15 uur. Op Zaterdag om 8,15 en 11,30 uur en van Middelburg om 10 en 12,30 uur. Tevens is de mogelijkheid geopend om een maandabonnement te nemen voor een bedrag van f. 7,50. Omtrent een en ander is vooraf overleg gepleegd met de Provinciale Stoombootdienst op de Wester Schelde. Op 16 April is uit de vaart genomen de boot die het passagiersvervoer met Vlissingen onderhield v.v. Deze boot behoorende aan de Koninklijke Marine, is bij de Marine weer ingebruik gesteld. Pogingen van verschillende zijden ingesteld om de vlet voor genoemde dienst te behouden, leverden geen resultaat op. De gemeente heeft toen gedurende drie dagen in de week een roeiboot ingelegd, en op deze wijze het passagiersverkeer ten deele kunnen onderhouden, te weten op Maandag, Woensdag en Zaterdag. Gelukkig is de Provinciale Stoombootdienst er in geslaagd weer een motorboot in te leggen, die ingaande 30 April in dienst is gesteld, zoodat weer een voltallig verkeer met Vlissingen kan worden onderhouden. Het passagiersverkeer met Middelburg neemt toe. Er zijn weken dat ongeveer 1000 menschen vervoerd worden. (1 mei 1945)


Veerdiensten

Koudekerke-Middelburg-Vlissingen
De eerste tochten vanuit Koudekerke hadden een verkennend karakter. Naar Middelburg volgde men eerst de Middelburgseweg. Maar algauw bleek dat deze bij slot Ter Hooge (hoe toepasselijk) nogal eens droogviel. Dan droeg men de kano over de zogenaamde Eikenlaan. Het was beter om het slot om de noord te ronden en dan weer richting Poelendaelemolen aan te houden. Er ontwikkelde zich een centrum bij de Seisbrug waar boten van alle dorpen afmeerden, zowel voor passagiers als voor vracht.

Lees het hele verhaal


Rijden over verdronken Walcheren

Verhaal


Dukwsroute 0945 Mbrg


Zuid-Beveland
Hoewel al in het begin van 1945 de rails op het ballastbed tussen Borssele en Nieuwdorp waren herlegd en het station Hoedekenskerke door een nissenhut was vervangen, gingen er pas in de zomer van dat jaar weer reizigerstrams rijden.
De NS had aanvankelijk lang niet genoeg materieel voor de hoofdlijnen, laat staan voor Zuid-Beveland. Pas op 18 juli 1945 begon de reizigersdienst tussen Goes en Hoedekenskerke heel schuchter met drie slagen op werkdagen, terwijl de goederendienst al eerder op gang was gebracht. De in 1942 opgebroken tramwegen werden echter niet meer herlegd. Maar wilde de NS de reizigersdienst handhaven, dan zouden er flinke investeringen moeten worden gedaan. Dit leek echter niet verantwoord en toen er in het voorjaar van 1947 genoeg autobussen beschikbaar waren, werd de tramdienst met ingang van 4 mei 1947 opgeheven. De vervangende autobusdienst van de NS werd op 15 mei 1949 overgenomen door de N.V. Auto Maatschappij Zeeland (AMZ). De goederendienst ging in al die jaren onverminderd voort.
Bron: www.szb-stoom.nl

middelburg plaquette station

plaquette NS- station Middelburg

Noodbussen Vlissingen

Noodbussen Vlissingen

Vliss station gedenkplaat2

Gedenkplaat NS station Vlissingen

Op 18 November reed de eerste autobus, van Koudekerke naar Middelburg, over een weg, waar niet meer water op stond dan na een zware onweersbui. De rossige directeur van de verkeersonderneming stuurde zelf; en achter de voorruit glansde zijn hoofd als een feestlampion. (A. den Doolaard)

naar boven


VEERDIENSTEN IN OORLOGSTIJD

Op 10 mei 1940 werden diverse PSD-veerboten gevorderd door de Marine, naast de al langer gevorderde schepen die waren uitgerust als hulpmijnenlegger of hospitaalschip. De veerboten dienden voor troepentransport over de Westerschelde. Wanneer de strijd op 17 mei verloren leek, werden veel schepen in de haven van Breskens tot zinken gebracht. Op deze manier werd door de Fransen voorkomen dat de Duitsers de schepen konden gebruiken. De veerboot Luctor et Emergo is in mei 1940 samen met de Schouwen in gebruik als hospitaalschip. Op 12 mei 1940 werd de Luctor et Emergo midscheeps getroffen door een aanval van de Luftwaffe, terwijl het witte schip met rode kruis in de Buitenhaven lag. Bij de aanval waren 12 slachtoffers te betreuren, waaronder vrouwen en kinderen.


Op de werf De Schelde werd gebouwd aan een nieuwe PSD-veerboot met als bouwnummer 215. De kiel van de 215 werd gelegd op 2 oktober 1940 en op 5 juli 1941 vond de stapelloop plaats van de nog altijd naamloze nieuwe veerboot. In overleg met de PSD besloot De Schelde de bouw van de veerboot opzettelijk te vertragen, om te voorkomen dat de 215 in Duitse handen zou vallen. In dit kader werd het casco van de nieuwe veerboot naar Middelburg gesleept. Daar zou de veerboot verder worden afgebouwd in een fictief dok van De Schelde. Later probeerde PSD-personeel de 215 te laten zinken in het Middelburgse dok, omdat de bezetter lucht van de zaak begon te krijgen. Door de geringe diepgang van de ligplaats zonk de 215 slechts gedeeltelijk. De veerboot in aanbouw werd daarna op last van de bezetter naar Vlissingen gesleept om verder te worden afgebouwd. Op de werf lagen ook andere PSD-veerboten te wachten op herstel.

Pr Juliana PSD 1940 Prins Hendrik PSD 1940 Vlissingen 1944 gezonkenveerboot
1940 Veerboot Prinses Juliana, gezonken in Breskens 1940 Veerboot Prins Hendrik gezonken in Breskens 1944 Vlissingen: opnieuw gezonken en vernielde veerboten

De Franse troepen die in Zeeland hielpen met de verdediging besloten naar het zuiden te vluchten en maakten daarbij gebruik van onder meer veerboten. Wanneer de laatste troepen Breskens hebben bereikt, besluiten de Fransen om de PSD-schepen Prinses Juliana, Prins Hendrik, Ooster-Schelde en de Prins Willem I tot zinken te brengen. Bijna de gehele vloot van de PSD gaat in Breskens in vlammen op en zinkt.


Perkpolder: In augustus 1941 worden de casco’s – niet veel meer dan de romp is over – van de Ooster-Schelde en de Prins Willem I naar de nieuwe veerhaven van Perkpolder gesleept. De Prins Willem I ligt hier tot december 1942, de Ooster-Schelde blijft in Perkpolder tot eind maart 1943. Dan is er ruimte bij De Schelde in Vlissingen voor verder herstel.
Vlissingen, mei 1943: De veerboten zijn al aardig hersteld op de werf als Vlissingen in de nacht van 31 mei op 1 juni 1943 door de geallieerden wordt aangevallen. Een van de bommen komt tussen de Ooster-Schelde en de Prins Willem I terecht; de veerboten zinken in de Dokhaven. Het bombardement maakt ook burgerslachtoffers in Vlissingen, een van de bommen valt namelijk op wasserij Volharding waarbij veel jonge vrouwen om het leven komen. Bouwnummer 215 werd in de oorlog niet meer afgebouwd, danwel hersteld van de Middelburgse schade. Na Dolle Dinsdag – 5 september 1944 – realiseerde bezet Nederland dat de geallieerden snel over de grens konden komen, reden voor de bezetter om in paniek te raken. In oktober 1944 werd de Vlissingse haveningang versperd door de Duitse bezetter. Bouwnummer 215, de Prinses Juliana en de Prins Hendrik werden tot zinken gebracht.

Bron: PSDnet.nl

naar boven