Propaganda voor de jeugd

Leesboekjes en andere propaganda-uitingen gericht op de jeugd.

anti joods1 Fibel1 Fibel2
 Fibel4  kinderen1  boekomslag

Leerboekjes met schrijfoefeningen voor de jongste scholieren zijn geïllustreerd met tekeningen van kinderen in uniform, waarbij eentje de nazivlag hooghoudt en de ander de Hitlergroet brengt. In rekenboekjes stonden geen droge sommen – de nazi’s hadden weinig op met scherpe geesten en parate kennis – maar werd de rassenleer verkondigd. Zo luidde een opdracht: ‘Vergelijk het aandeel van Joden in de verschillende beroepen met het aandeel van de totale bevolking. (...) Leidt uit de getallen de overtuiging af, dat wij een gerechtvaardigde strijd tegen de Joden voeren.’
In Mein Kampf (1924) en in toespraken voor de oorlog beschreef Hitler al hoe hij de jeugd zou leren ‘niets anders dan Duits te denken, Duits te handelen’. Van het Jungvolk (de kleinsten) zouden ze doorstromen naar de Hitlerjugend, ‘dan nemen we ze op in de partij, in het Arbeidsfront, in de SA of in de SS (...). Ze worden tijdens hun gehele leven niet meer vrij en ze zijn daar gelukkig bij.’ In klaslokalen prijkten nazivlaggen naast het schoolbord, de leerlingen brachten staand de Hitlergroet.
Nog vileiner zijn de voorbeelden van rassenleer en antisemitisme in schoolboeken, waarbij foto’s van Duitse kinderen – blond, fier, krachtig – ter vergelijking worden geplaatst naast die van ‘Jodenjongens en - meisjes’; die kijken weg van de camera, hebben grote neuzen, en werden in het klimaat van Jodenhaat ongetwijfeld gezien als sluw en onbetrouwbaar.
Het boek 'Hitlers jongste hoop' bevat ook fraai getekende stripverhalen waarin de heldendaden van de Duitse Wehrmacht en Luftwaffe worden behandeld. Eentje beschrijft de lotgevallen van Feldwebel Hübner, die in de meidagen van 1940 deelneemt aan de bezetting van Nederland. Vanuit vogelperspectief volgen we Duitse vliegtuigen over het polderland met molen en boerderij.
Talrijk zijn de voorbeelden van illustraties en foto’s waarin Hitler als kindervriend figureert, geadoreerd als goddelijke leider. Anders dan in nazi-Duitsland kreeg de propaganda niet echt greep op de Nederlandse jeugd. Hoe anders was dat in de nadagen van het Derde Rijk. Toen trokken duizenden kindsoldaten ten strijde tegen de oprukkende geallieerden om hun Führer te beschermen, de oorlogsleus indachtig: ‘Wir werden weiter marchieren. Wenn alles in Scherben fällt’.
Gerard Groeneveld: Hitlers jongste hoop – Nazipropaganda voor de jeugd (bron: De Volkskrant mei 2019)


hitlergroet school

kriegsbücherei1  kriegsbücherei2

Rijksjeugdleider Baldur von Schirach kondigde eind 1939, met goedkeuring van Rijksjeugdleiding en met instemming van het opperbevel van de verschillende krijgsmachtonderdelen, het verschijnen aan van de eerste vier deeltjes van de Kriegsbücherei der deutschen Jugend.


Rolverdeling jongens en meisjes

Er was voor jongens en meisjes een duidelijke rolverdeling in het Derde Rijk. Hitler verwachtte dat jongetjes zouden opgroeien tot moedige, sterke en strijdbare soldaten en meisjes tot huisvrouw en vooral moeder. Het was niet de bedoeling dat vrouwen in de politiek, wetenschap of maatschappij een rol van betekenis zouden spelen. Pas toen de oorlog eenmaal was begonnen, werd ook van het vrouwelijke geslacht daadkracht, moed en strijdvaardigheid verwacht. Ook daarin ondersteunden de Fibeln de nationaalsocialistische ideologie. Vaak treden jongen en meisje als personage gezamenlijk op, maar doorgaans komen situaties in beeld waarbij met name de stoere jongens de aandacht krijgen. Stoere jongens huilen niet. In het verhaaltje 'Maar Hans!' is het jongetje Hans geslagen door Fritz. Daarop wordt hij vermanend toegesproken:
Fritzje heeft jou geslagen? / En jij hebt je niet verweerd? /Je had toch een geweer, een helm en een  sabel? / Nu moet je eindelíjk ophouden. Schaam je, zo'n grote jongen, / met zo'n betraand gezícht? / Kleine meisjes mogen huiIen - Jongen, Hans, doe dat niet!

Meisjes knutselen, naaien, haken, lezen, maken muziek (gitaar) en helpen moeder in het huishouden. Af en toe helpt een jongen mee in het huishouden van moeder. Vaders hebben beroepen of zijn SA-man dan wel soldaat. Moeders niet. Die hebben thuis hun handen vol. Het was in de nationaalsocialistische optiek onwenselijk dat getrouwde vrouwen gingen werken. Dat werd als asociaal beschouwd, omdat dit het huwelijk en de familie in gevaar bracht. Toch waakten de samenstellers van de alfabetboekjes ervoor dat er een absolute waterscheiding tussen de geslachten ontstond.
Op de covers van de boekjes staan regelmatig jongens en meisjes afgebeeld, zoals bij Gute Kameraden. Ernst Kutzer maakte daarvoor een keurig verdeelde prent met twee meisjes en twee jongens, van wie één meisje in Jungmädel-uniform en één jongen in het tenue van het Jungfvolk. Meisjes spelen in de Fibeln vaak met jongetjes en een enkele keer zien we ook een meisje meedoen met een soldatenspelletje. Het onderscheid tussen jongens en meisjes kwam duidelijk naar voren in illustraties waarop kinderen geschenken kregen, zoals bij verjaardagen of tijdens Kerstmis. ln de Fibel für Niedersachsen krijgt alleen het jongetje cadeaus voor Kerstmis. Op de tekening van Grete Schmedes speelt hij onder de kerstboom met zijn geschenken. Naast speculaas zijn dat speelgoedsoldaten, met een kanon en een tank, alsook een colonne marcherende SA-mannen en een vliegtuig met hakenkruis.
‘Morgen komt de Kerstman', zingt het jongetje Wolfgang, 'die komt met zijn geschenken./ Trommel, fluit en geweer,/ vaandel en sabel en nog veel meer,/ ja, een compleet oorlogsleger/ dat wil ik graag hebben.' ln Kinderwelt staat de hele familie rond de kerstboom geschaard. De kinderen spelen met hun presentjes. Een zoon in Jungvolk-uniform houdt een boek in handen en vader en moeder kijken over zijn schouder mee. De jongste telg zit met helm en zwaard op een hobbelpaard en zijn zusje met blonde vlechten zit op een slee en houdt bewonderend haar nieuwe pop vast. Ook hier ontbreken tank, kanon, marcherende SA- en zelfs SS-speelfiguurtjes niet.

Bron: Hitlers jongste hoop

 

 


 Terug hoofdpagina klein