Dagelijkse ongemakken

Terug naar hoofdpagina

 

Het dorpsleven ging gewoon door. Zo ging de 18-jarige Maatje van der Heijden op 10 juli 1942 met de plaatselijke zangvereniging op pad. In een brief schreef ze: 'Gisteren zijn we met de Zangvereniging naar Nisse geweest. 's Morgens was het beroerd weer, maar tegen 12 uur toen we weggíngen, knapte het weer wat op. Half 3 waren we in Nisse. Oorspronkelijk zou het concours op een wei gehouden worden, maar wegens het slechte weer werd het in de kerk gehouden. Je begríjpt dat we ons best deden. Half 10 's avonds vertrokken we uit Nisse, en kwart voor 12 waren we op het dorp. Gelukkig werden we niet aangehouden, want er waren er 4 bij (waar ík ook onder behoorde) zonder licht. Het was een leuke dag geweest ' Spertijd leek toen geen rol te spelen; alleen het gesnapt worden door de politie als je achterlicht niet werkte. Hoe langer de oorlog duurde hoe minder het woord 'gewoon' nog van toepassing was.
Bron: Koudekerke in de Tweede Wereldoorlog

4 advertenties


De bezetter in het dagelijks leven, soms zo slecht nog niet

Iedereen die voor de Duitsers werkte, gedwongen of vrijwillig verdiende behoorlijk. De boeren kregen voor het rijden ƒ 1,25 per uur, in 1944 ƒ 1,65. Stonden er twee paarden voor de wagen, dan werd dat ƒ 0,50 meer. Het uurloon van een landarbeider was in 1943 36 cent geworden. Op Walcheren werkte men 's zomers tien uur per dag wat een weekloon van ongeveer ƒ 21,- betekende. De bezetter betaalde 48 cent per uur en in 1944 52 cent. De voorman, één op elke acht werkers, verdiende 52, later 57 cent. De werkweek was 48 uur; voor overwerk kreeg men 10 procent extra. Getrouwden ontvingen een toelage van ƒ 2,50 per week en voor elk kind beneden de 16 jaar 5 cent per uur. Wie buiten de kom woonde en wat verder moest lopen of fietsen, kreeg daarvoor een kwartje per dag. Als een gehuwde arbeider met vier jonge kinderen 48 uur werkte, kreeg hij eerst ƒ 35,50 per week en in 1944 ƒ 37,-. Werkte iemand zestig uur, net als bij de boer, dan verdiende hij eerst ƒ 43,30, later f 45,70, meer dan twee keer het landarbeidersloon.

Wkp 1943 Duitse militairen Wkp Duitsers in de noordstraat1943 1942 Arnemuiden Langstraat
Westkapelle Westkapelle - Noordstraat Arnemuiden

De bezetters waren in de dorpen zo uitgebreid aanwezig dat vrijwel niemand het contact met hen vermijden kon, ook uitgesproken tegenstanders van het regime niet. De dorpelingen moesten Duitse militairen dulden op eigen erf, in eigen huis. Ze ontmoetten fanatieke partijleden die snauwden en op hun strepen stonden, maar ook een eenzame Pool, van Rijksduitse afkomst en daarom gedwongen dienst te nemen. In Meliskerke pleegde  een jongeman van de Arbeitsdienst zelfmoord en in Grijpskerke hing een soldaat zich op. Het waarom daarvan werd uiteraard niet meegedeeld. Er waren onder de militairen medechristenen: een officier die zei te behoren tot de groep predikanten van de Bekennende Kirche en een commandant die op de morgen van vertrek naar het oostfront op het erf zijn mannen ernstig toesprak en eindigde met gebed. In 1942 werd het Grijpskerkse gereformeerde kerkgebouw een paar keer gebruikt voor een Duitse katholieke eredienst. De meeste militairen, zo zagen de Walchenaars, waren gewone mannen 'die ook maar gestuurd waren'. Ze hadden heimwee naar huis. Soms lieten ze foto's van hun familie zien. Spraken ze een Nederduits dialect, dan vergemakkelijkte dat de communicatie. Na verloop van tijd spraken de meeste Walchenaars wel een mondje Duits. Verbleven de soldaten ergens langer en gedroegen ze zich goed, dan kon er een relatie ontstaan. Een enkel Walchers meisje verloofde zich officieel met een Duitse militair. Tot een huwelijk kwam het niet. De troep werd overgeplaatst of de man werd bij de bevrijding als krijgsgevangene afgevoerd. Elk dorp kende ook een paar 'moffenmeiden', meisjes die op avontuur en/of geld uit waren; zij werden geminacht. Sommige jonge vrouwen zagen kans dit soort avontuurtjes geheim te houden. Bij anderen lukte dat minder goed en wist de omgeving dat de vader van hun kind een Duitser was.

Bron: Eilandbewoners


In de rij bij de slager (1941) In de rij bij VanHaren, Uitreiking klompenbonnen Aanbiedingen mèt bonnen

winterhulp1943winterhulp GoesWinterhulp: Liefdadigheidsorganisatie
De bezetters willen dat het Nederlandse volk een goede indruk krijgt van de Duitsers. Zij richten daarom de Winterhulp op,voor de minder bedeelden onder de bevolking die een extraatje tijdens de barre winter wel konden gebruiken, want onder het Nationaal-Socialisme kon en mocht niemand het slecht hebben. Deze liefdadigheidsorganisatie is in handen van de NSB en zamelt geld in voor arme Nederlanders.

De Winterhulp is de enige collecte die er nog bestaat. Alle andere goede doelen zijn verboden. In ruil voor je bijdrage aan de Winterhulp krijg je een speldje van bijvoorbeeld sprookjes of verkeersborden. Bedoeld voor kinderen; leuk om te verzamelen.
Toch leveren de collectes van de Winterhulp weinig op, ondanks de vele propaganda ervoor. Door niks aan de Winterhulp te geven laten Nederlanders hun anti-Duitse gevoelens zien.

Meer informatie over Winterhulp vindt u op de website hierover.

Winterhulp in Zeeland

In oktober 1941 sprak Beauftragte Münzer op een bijeenkomst met burgemeesters de geruchten tegen dat Winterhulpgeld gebruikt was voor uniformen voor de Weerafdeling van de NSB. De bedroevend lage opbrengsten waren volgens hem een gevolg van het gestook van de Engelse zenders. Iedereen kon zelf zien dat de gelden besteed werden aan behoeftige gezinnen en volstrekt niet aan de WA of de NSB. Hij droeg de burgemeesters nogmaals op de mensen ervan te overtuigen dat de Winterhulp een mooi werk was. Inderdaad ging er in tegenstelling tot wat de meeste Nederlanders dachten, geen geld naar de NSB of naar de Duitsers. Bij de NVD kon elk gezin met een weekinkomen lager dan ƒ 21,- in principe hulp krijgen maar de beslissing daarover lag bij het plaatselijke comité. De steun werd gegeven in de vorm van waardebonnen. Wie zich schaamde voor die bonnen, kon geld krijgen. In 1941 kreeg in het hele land 3,9 procent van de geholpenen geld in plaats van bonnen, maar in Zeeland was dat 6 procent. ln 1940/'41 werd in het hele land voor ruim 6 miljoen gulden uitgedeeld en in Zeeland in verhouding ongeveer evenveel: ruim ƒ 166.000,-. De winter van 1941/'42 was een van de koudste van de eeuw. Toen werd voor ruim 9 miljoen gulden uitgekeerd, gemiddeld ƒ50,- per gezin of per persoon een kleine ƒ 20,- .In december 1941 werd 5,4 procent van de bevolking verzorgd: 6 procent van het aantal huishoudens. Zeeland stond toen met 5,5 procent gesteunden op de vijfde plaats. De kerken zagen hun armen liever naar de diaconie gaan, maar toch wendden sommige van hen zich tot de Winterhulp.

Bron: Eilandbewoners


Een aspirant-inspecteur van politie werd bij het inspecteursexamen gevraagd, wat hij zou doen om een menigte te verspreiden.

"Dan roep ik luid en duidelijk, dat iedereen moet weggaan."

"Goed, maar als niemand daarop ingaat?"

"Dan roep ik het nog eens."

"Heel goed, maar als ook dat niet helpt?"

"Dan geef ik een waarschuwingsschot."

"Uitstekend, maar wat als dan nog niemand aanstalten maakt?"

"Dan roep ik: "Mensen, graag een bijdrage voor de Winterhulp!"


ZoutelandeDe bezetting is ook een tijd van grote eensgezindheid, hulpvaardigheid en soms zelfs plezier. "Men hielp elkaar waar nodig was en soms leek het wel alsof het hele dorp een grote familie was. Er waren geen daden van verzet, er was geen ondergrondse en er waren geen onderduikers in Zoutelande. Niemand hoefde dus een moeilijke beslissing te nemen en men probeerde zo goed mogelijk de oorlogstijd door te komen in de hoop dat het nu wel snel voorbij zou zijn." (Johanna Kruit in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 40)
Er was ook sprake van collaboratie. "Zo waren er ook uit Zoutelande, die in Vlissingen werk vonden bij het in orde brengen van een vliegveld dat moest dienen voor de aanval op Engeland. Zelfs op zondag werd er door 'vrijwilligers' aan dit vliegveld gewerkt, want dat gaf dubbel loon! Anderen hadden geen bezwaar tegen een 'zwart handeltje' met de vijandelijke soldaten die in de duinen gelegerd waren. Er waren zelfs meisjes die zich weldra lieten verleiden tot een zeer vertrouwelijke omgang met de bezetters; dit gaf aan het einde van de oorlog aanleiding tot een soort volksgericht." (A. Dingemanse in Rogier Koppejan 2014: 61) Op de dag van de bevrijding zullen de 'Moffenmeiden' op een wagen worden gezet en kaalgeschoren. "Onder de toeschouwers stonden ook verschillende mensen die hand- en spandiensten voor de Duitsers hadden verricht: landbouwers die hun producten voor woekerprijzen verkochten en materialen met paard en wagen voor de Wehrmacht vervoerden. Ook waren er mannen tussen die bij de bunkerbouw behulpzaam waren geweest." (Kees Adriaanse in "Zoutelande verhaalt het verleden" 2009: 81)
Maar dat er geen daden van verzet zijn, is niet helemaal waar. In augustus 1941 moeten in het hele land bordjes "Verboden voor joden" opgehangen worden bij alle openbare gebouwen. In Zoutelande verschijnen de bordjes bij de café's De Roode Leeuw en Duinzicht in de Langstraat. Tussen de twee café's staat het parochiehuis. Dominee Wim Oosthoek (predikant in Zoutelande van 1933 tot 1948) zet een bordje "Elk ras welkom" voor het raam. Het heeft er zes weken gestaan. De dominee moet verschijnen voor het Landesgericht in Den Haag. Hij wordt veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. In hoger beroep bij het Obergericht wordt de celstraf vermeerderd met 180 gulden boete en betaling van de  proceskosten. Van dominee Oosthoek is ook bekend dat hij op het station in Middelburg pamfletten met bemoedigende teksten staat uit te delen aan mannen die naar Duitsland vertrekken om daar te werken. Als bijna iedereen op bevel zijn radio heeft ingeleverd, klimt de dominee elke avond naar zijn zolder om naar de Engelse radio te luisteren en de berichten te verspreiden over het dorp.
Bron: Kapitein Otje op zoek naar zeeland  (Foto: Zoutelande in vroeger tijd)


Het leven in de Tweede Wereldoorlog


Ondanks de oorlog gaat het 'normale leven' door. Zo goed en zo kwaad als het gaat. Bruiloften, geboortes van kinderen, Sinterklaasvieringen, iedereen probeert er het beste van te maken.

Bekijk de video

Kind in oorlogstijd
"Ach je maakte er maar het beste van". Een veel gehoorde verzuchting van oudere Zeeuwen als ze het over hun oorlog hebben. In deze aflevering vertelt To van Driel over hoe ze als jonge moeder het probeerde te rooien en Maaike de Wolf beschrijft de perikelen over haar onderjurk. Joop Heijt raakt als schooljongen bevriend met een Duitse soldaat. Een spelletje loopt uit de hand en zet het leven van Joop totaal op z'n kop.

Bekijk de video

Vlissingen wil uitbreiden
Oorlog of niet, het normale leven ging tussen 1940 en 1945 zo lang mogelijk door in Nederland. Zo ook op het stadhuis in Vlissingen. De stad, met in 1939 zo’n 23.000 inwoners, wilde graag de drie randgemeenten annexeren. Maar deze bleven liever zelfstandige 'boerengemeenten'. Om uit deze patstelling te komen, besloot de waarnemend commissaris van de Koningin in Zeeland, mr. Petrus Dieleman, tot een onderzoek. Was annexatie daadwerkelijk nodig? Had de stad een tekort aan ruimte?
Lees verder

 

vakantie 1940Ab

Klik op dit bericht om het geheel te lezen


In mei 1941 stapt men over op de distributie van koffiesurrogaat.
Lees meer hierover.

stoelen kerk

 

adv aug1942

Wijze raad voor dames

Fluistervink 21101944 wijzeraad

 

 

Wie ruilt 2


Ik ben Nelly
Nelly woont in een dorp in Zeeland. Ze is veertien jaar als de oorlog begint. Nelly's vader en moeder zijn lid van de Nederlandse nazipartij, de NSB. Ze willen dat Mussert, de leider van de NSB, de baas wordt in Nederland. Ze bewonderen Hitler en zijn blij als de Duitsers Nederland bezetten. Maar de meeste mensen in het dorp vinden dat juist afschuwelijk. Ze noemen Nelly en haar familie landverraders.

Nelly is een van de vier hoofdpersonen uit Verzetsmuseum Junior .

Trugkieke 40-45: Kind in oorlogstijd
"Ach je maakte er maar het beste van". Een veel gehoorde verzuchting van oudere Zeeuwen als ze het over hun oorlog hebben. In deze aflevering vertelt To van Driel over hoe ze als jonge moeder het probeerde te rooien en Maaike de Wolf beschrijft de perikelen over haar onderjurk. Joop Heijt raakt als schooljongen bevriend met een Duitse soldaat. Een spelletje loopt uit de hand en zet het leven van Joop totaal op z'n kop.