Atlantikwall Zeeland

kaart bunkers Tot de bouw van de Atlantikwal was door Hitler op 14 december 1941 besloten. De Neue Westwall, zoals de Atlantische muur eerst werd genoemd, had tot doel de vijand ervan te weerhouden een aanval uit zee te ondernemen. Mocht het toch tot zo'n aanval komen, dan moest, zo had Hitler op 23 maart 1942 bepaald, een vijandelijke aanval op zee of op z'n laatst op het strand worden afgeslagen. Vóór alles moest worden voorkomen dat de tegenstander de gelegenheid zou krijgen voet aan wal te zetten. Het aan te leggen vestingfront moest zo effectief mogelijk worden verdedigd, met de inzet van een zo gering mogelijk aantal manschappen: het beton en het daarin opgenomen geschut zouden het grote werk moeten doen.
De twee bevelen hadden ook voor de situatie in Zeeland aanzienlijke gevolgen, gevolgen die in de loop van 1942 voor het eerst zichtbaar werden. Uiteindelijk zouden in geen enkel gedeelte van de provincie Duitse gevechtsstellingen ontbreken. De verdediging van de toegang tot de Westerschelde had bovendien voor de Duitse Wehrmacht zo'n hoge prioriteit dat geen enkel gebied in Nederland verhoudingsgewijs zo onder de Duitse betonlast zou zuchten als de beide Schelde-oevers.

 
De Organisation Todt (OT) maakte veel gebruik van Nederlandse en - vooral in Zeeuwsch-Vlaanderen - van Belgische aannemers (bunkerbouwers in de volksmond) en bouwvakkers.


Om zijn rijk te beschermen tegen een aanval vanuit het westen, geeft Hitler in 1942 de opdracht tot de bouw van de Atlantikwall.Heel wat Zeeuwen worden gedwongen mee te helpen bij de bouw van dit verdedigingswerk. Jacob Goedegebuure en Kees Moerdijk waren destijds ook de pineut en vertellen over hun herinneringen aan de Atlantikwall.

Bekijk de video


Een nog sterker geconcentreerde verdediging werd gevormd door de Verteidigungsbereiche, waarvan er in Nederland vier waren: Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden en Den Helder. Deze belangrijke, aan zee liggende havens, waarvan er drie bovendien de toegang tot een belangrijker, landinwaarts gelegen haven beheersten, waren al direct in 1940 voor verdediging geschikt gemaakt. Dit waren ook de gebieden die, als knooppunten in de Atlantikwall, vanaf 1942 een voorkeursbehandeling kregen. Zo werd juist in Vlissingen begonnen met een systematische aanpak en uitbreiding van de verdediging. De verdediging aan de landzijde kreeg bijzonder veel aandacht, want, zoals de bevelvoerend generaal in de Scheldemond bij zijn bezoek aan Vlissingen in november 1942 beklemtoonde, 'das Beispiel Singapore [het onneembaar geachte Britse bolwerk dat in februari 1942 in een mum van tijd in Japanse handen was gevallen] zeigt, dass im modernen Krieg Seefestungen vom Lande her angegriffen werden'. Langs de grens van het gebied, die via Abeele en Koudekerke liep van Fort Rammekens naar een punt iets ten zuiden van Zoutelande, werd een tankgracht gegraven, in de duinen voortgezet als tankmuur; hierlangs waren achttien bunkers neergezet. Een tweede tankgracht werd direct buiten de stad gegraven, terwijl in Vlissingen zelf langs de Boulevards een tankmuur werd gebouwd, 3,60 meter hoog en 2,5 meter dik. Tevens werden hier zware bunkers neergezet. Begin 1944 kreeg Vlissingen evenals Hoek van Holland en IJmuiden de nieuw ingevoerde status van Festung. De verdediging werd nog verder verdicht. In het oosten van de stad werd het zogenaamde Kernwerk Vlissingen gebouwd met een zeer hoge concentratie aan zware bunkers; hierin werd ook een geschutsbatterij geplaatst. Zo'n Festung met een Kernwerk als centrum werd beschouwd als het gebied dat tot de laatste man verdedigd diende te worden en dus nooit mocht worden opgegeven; hier zouden de overige troepen in de omgeving zich op moeten terugtrekken indien er voor hen geen andere uitweg meer zou zijn. Een beleg van vele maanden moest hier kunnen worden doorstaan. In april 1944 werd het als Festung beschouwde gebied uitgebreid tot heel Walcheren.
Bron: Zeeland 1940-1945 deel 2, G.v.d. Ham

Kaarten van het gebied met vermelding van gesloopte of behouden delen van de Atlantikwall: Festung Walcheren en Verteidigungsbereich Vlissingen / Stützpunktgruppe Breskens


Het Landfront vormde de noordelijke verdedigingslinie van het Vb Vlissingen. Er stonden 32 zware pak- en mitrailleurbunkers langs een 11 kilometer lange tankgracht. In de duinen bij Groot Valkenisse vormde een linie van betonnen drakentanden, "Höckerhindernisse", een droge verbinding met de tankgracht. Ook lagen er "Höcker" bij de doorgang in de Vlissingse weg en op de dijk langs het Kanaal door Walcheren. In de Welzingepolder werd een tankmuur gebouwd. Deze heeft een lengte van 1,5 km en eindigt net voor het Fort Rammekens. Bij de overgang van de tankgracht naar de muur, stonden eveneens drakentanden. Beide uiteinden van de tankmuur waren voorzien van een bijzondere bunker voor 7,5 cm antitankkanon, de 700. Deze bunker heeft als bovendekking een ronde pantserplaat, zodat het profiel laag gehouden kon worden. Een dergelijke bunker is ook in het westelijk deel van het Landfront, in de "diepte" gebouwd.
Het Landfront was niet geheel ingedeeld in Widerstandneste of Stützpunkte. Slechts op een drietal plaatsen staan Landfrontbunkers in Stützpunkte (Fledermaus bij Groot Valkenisse, Kolberg in Koudekerke en Rommel bij Ritthem).
Bron: Stichting Bunkerbehoud




draketanden walcheren M170 Batterie Knorr tankmuur Vlissingen
Höcker of draketanden M170-Batterie Knorr Tankmuur in Vlissingen

Duitse radar

Riese Würzburg

Uit diverse bronnen dook de naam Würzburg Riesen op, of Reuze Würzburg, die een bereik had van zestig kilometer, met een schoteldoorsnede van zes meter. Dit type radar werd voor het eerst gedeeltelijk gefotografeerd in de Berlijnse Tiergarten door een lid van de Amerikaanse ambassade (Amerika was toen nog niet in oorlog). Bijna tegelijkertijd rapporteerde een agent dat op Walcheren bij Domburg een dergelijke radarschotel stond opgesteld. Op 2 mei 1942 vloog Tony Hill met zijn Spitfire naar Walcheren en maakte opnieuw van geringe hoogte sensationele foto's, ditmaal van de Reuze Würzburg. Op zijn foto's waren de verhoudingen goed zichtbaar dankzij een LuftwaÍfe-soldaat die juist aanstalten maakte om in de cabine te klimmen.
Het Duitse steunpunt waar hij zijn foto's maakte stond bekend onder de naam "Hamster" en bestond uit twee Reuze Würzburg's, één Freya lange-afstandsradar en volgens de Britse inlichtingendienst naar alle waarschijnlijkheid uit nog eens twee kleine Würzburgs. [Der Stp. Hamster wurde nach dem Tier Hamster benannt und befand sich in den Dünen nord-östlich von Domburg zwischen dem Stp. Zoppot und dem Stp. Wien. Er wurde von den Alliierten auch als W18 bezeichnet. Hier wurden insgesamt 3 Regelbau Bunker gebaut. - bron: Verwehte Spuren]
Langs de Nederlandse kust werd in 3 fases van het Würzburg Riese Ausbauprogramm een totaal van 20 Würzburg Riese-apparaten geplaatst. Het grootste deeI was geplaatst voor het afspeuren van de zee (Seetakt.). Aan de Nederlandse kust was bij de belangrijke havenplaatsen een Würzburg Ríese speciaal voor het ondersteunen van de vuurleiding van de kustartillerie (Seeart.) geplaatst. Voor de Westerschelde was deze geplaatst in de M.K.B. [ Marineküstenbatterie] Zoutelande. Deze is echter nimmer operationeel geweest en bij het bombardement van 17 sept. 1944 verloren gegaan.

Riese Würzburg Arnhem
Nu kon een overzicht gemaakt worden van het vijandelijke radarsysteem: Freya diende voor vroegtijdige waarschuwing en moest het doel vinden, de kleine Würzburg diende voor het leiden van zoeklichten en luchtafweer en de Reuze Würzburg voor het volgen van afzonderlijke  bommenwerpers en Duitse nachtjagers. De linie bestond uit radarsectoren die elk beschikten over één Freya en twee Reuze Würzburg's, gekoppeld aan een controlekamer. De gevechtsleiding leidde de nachtjager naar de bommenwerper, waarna deze met zijn onderscheppingsradar deze zelf kon lokaliseren en aanvallen. Indien de bommenwerper boven het doel kwam werd deze opgewacht door groepen zoeklichten en luchtdoelartillerie.
Würzburg operators

Vooral de in de loop van de oorlog steeds intensievere luchtaanvallen op Duitsland versterkten deze noodzaak. Zo kwam men in mei 1942 tot de uitwerking van definitieve plannen voor een langgerekte keten van radarposten in Noordwest-Europa, inclusief Denemarken en een gedeelte tot aan de Pools-Russische grens. Het Himmelbett-Verfahren was de naam die de Duitsers gaven aan dit net van elkaar in bereik overlappende radarposten. De posten zouden in nauwe samenwerking met de nachtjagers een effectief wapen moeten blijken tegen de grootscheepse bombardementsaanvallen van de geallieerden. Elke post was uitgerust met 1 Freya en 2 Würzburg-radarapparaten. De Freya was voor de vliegtuigsignalering op lange afstand. De nauwkeuriger Würzburg voor lokatie, koers en hoogte; het had een bereik tot ca. 30 km. Al gauw werd het vervangen door de grotere Würzburg Riese dat een bereik had tot ca.70 km. Waarom elke radarpost 2 Würzburgs had, was te verklaren uit het feit dat het ene apparaat het vijandelijke vliegtuig volgde en het andere de eigen nachtjager. D.m.v. radiocontact tussen de radarpost en de nachtjager kon deze naar het vijandelijke toestel geleid worden. De nachtjacht m.b.v. de Würzburg-radarapparatuur werd tot een heel systeem uitgebouwd, het Y-Verfahren. Een speciale Y-stelling was op Oostvoorne aangelegd.
Bron: Atlantikwall in Zeeland en Vlaanderen

 

Boven: Domburg

Midden: Arnhem

Onder: Würzburg operators
Bron: Walcheren 1943-1944


Rommelasperges
1943 rommelasperges makenIn 1944 werden de mannen op Walcheren door de Duitsers verplicht 'rommelasperges' te 'planten'. Nadat men dat diverse malen had gesaboteerd bleek dat de Duitsers zo hun methoden hadden om de mannen daartoe te dwingen waarna men alsnog aan het werk ging. Zo moest het de geallieerden moeilijker gemaakt worden te landen. Daarom werden grote delen van Zeeland 'beplant' met 'rommelasperges. De naam komt van Duitse generaal Rommel. Als 'asperges' dienden allerlei palen, bomen, of takken. Op de kop van de asperge werden explosieven geplaatst. (Waar overigens nogal wat ongelukken mee gebeurden). Dus het was wel gevaarlijk werk. De bevolking moesten voor dit werk hun eigen gereedschap meenemen. Grote delen van Zeeland waren finaal kaal omdat overal de bomen vlak bij de grond afgezaagd werden. (Overigens later ook t.b.v. het stoken want er was te kort aan brandstof).

Foto:1943: club schooljongens van boven de zestien jaar met leraren die op bevel van de Duitsers 'Rommelasperges' moesten plaatsen (Beeldbank Zeeland)


Samenvatting

Terwijl architecten, stedenbouwers, bestuurders en andere betrokkenen zich bogen over het herstel van de geleden schade, trok de Duitse bezetter in het ommeland een verdedigingslinie op die in Nederland zijn weerga niet kende en die tot de dag van vandaag zijn sporen heeft nagelaten. Aanvankelijk ging het hierbij vooral om de verdediging van bezette havens. Zo stelde de Duitse marine al in 1940 kustbatterijen op langs de monding van de Westerschelde. Toen tegen het eind van 1941 duidelijk werd dat de verovering van de Sovjet-Unie minder succesvol verliep dan beoogd, besloot Hitler tot de bouw van een betonnen verdedigingslinie langs de West-Europese kust, van Denemarken tot Spanje, om een invasie door de geallieerden te voorkomen. Alle drie de krijgsmachtonderdelen (Marine, Land- en Luchtmacht) moesten een bijdrage leveren.

Het voornemen had voor Zeeland verstrekkende gevolgen. Vlissingen werd evenals andere havensteden in februari 1942 tot ‘Stützpunkt’ (Stp.) verklaard. Nog dezelfde maand werd een begin gemaakt met de bouw van een reeks verdedigingswerken rond de stad, een ‘Landfront’ dat aanvallen van tanks en infanterie moest afslaan en een ‘Seefront’ dat landingen vanuit zee moest weerstaan. Het ‘Landfront’ omvatte een met prikkeldraad geflankeerde tankgracht die het havengebied, het vliegveld en West-Souburg omsloot en eindigde bij de duinen van Zwanenburg. De zone langs de kust bestond vooral uit lichtgeconstrueerde bunkers.

In juni 1942 waren er al zeventig gereed. Nog geen maand later werd Vlissingen tot ‘Verteidigungsbereich’ (V.B.) verklaard, met de hoogste fortificatie-graad. 

 

Er kwam een bouwprogramma ( in augustus 1942) voor de verdedigingslinie die later de naam Atlantikwall kreeg. Het omvatte de bouw van 15.000 permanente vestingwerken in twee categorieën (met muren van respectievelijk drieënhalf en twee meter dik), als ruggengraat voor een verdedigingslinie waartoe uiteindelijk ruim 100.000 kleine en grote werken zouden gaan behoren. De megaoperatie moest op 1 mei 1943 voltooid zijn. Op Walcheren ontvouwde zich een oorlogslandschap. Het 'Landfront' van Vlissingen werd naar het noorden toe verlegd om ook het waterwingebied bij Valkenisse en de twee noordelijker gelegen marinebatterijen bij Dishoek en Vrijburg binnen de linies te verkrijgen. Er kwam een nieuwe zigzaglopende tankgracht vanaf fort Rammekens via Nieuw Abeele, Groot Abeele en Koudekerke naar Groot Valkenisse, waarbij zoveel mogelijk gebruik werd gemaakt van bestaande waterlopen. Ten westen van het Kanaal door Walcheren en in Groot Valkenisse kwamen duurzame betonnen versperringen, terwijl bij fort Rammekens een drie kilometer lange betonnen muur in het dijklichaam werd opgenomen. Langs de tankgracht trok men kazematten en bomvrije bunkers op.

Bron: Landschapsatlas Walcheren

overzicht Walcheren