Schouwen-Duiveland

titelfoto schouwen

Atlantikwall op Schouwen Duiveland

bunker haamstede Net als veel kustgebieden richtten de Duitsers ook de westhoek van Schouwen-Duiveland in als ‘Stützpunktgruppe’. De Kop van Schouwen werd extra beschermd omdat hier de noordflank van Walcheren en de zuidflank van Hoek van Holland verdedigd moesten worden. Voor de Duitse bezetter waren de Oosterschelde en de Grevelingen belangrijke zeearmen. Mochten de geallieerden een invasie overwegen, zo was de redenering, dan zou die gericht zijn op het innemen van de havensteden Antwerpen en Rotterdam. Controle over die waterwegen was voor de Duitsers dan ook een wezenlijke opgave. “Strategisch was Schouwen-Duiveland belangrijk, maar minder belangrijk dan Walcheren”, zegt Heijkoop. Een goede indicator daarvoor is het aantal bomvrije bunkers op de eilanden. “Op Schouwen-Duiveland zijn dat er ongeveer tachtig á negentig geweest, terwijl dat er op Walcheren meer dan driehonderd zijn.”
Van de grofweg duizend bunkers die er op Schouwen-Duiveland zijn gebouwd, zijn er nu nog een paar honderd over. Ruim een tiental zware bomvrije bunkers en enkele tientallen kleinere bunkers die uit dunwandig beton of metselwerk zijn opgetrokken. Verdwenen zijn in ieder geval de geschutsbunkers die deel uitmaakten van de drie kustbatterijen die aan de buitenzijde van de duinen lagen en de Oosterschelde en Grevelingen moesten afsluiten. Deze bomvrije bunkers staan er niet meer. Wat echter wel gebleven is, zijn de bomvrije bunkers die bij het vliegveld van Nieuw-Haamstede zijn gebouwd en de bunkers in de noordoosthoek van het Slotbos, nabij de Kloosterweg. manschappenbunker Burgh Haamstede
In het Slotbos was het bataljonshoofdkwartier van de Stützpunktgruppe Schouwen gevestigd. Naast de commandobunker, of in de volksmond: ‘de Walvisbunker’, staan er zes manschappenbunkers, twee munitiebunkers en een grote hospitaalbunker. In de commandobunker bivakkeerden de bataljonscommandant en zijn staf. Wat verderop in de bossen lagen de manschappenbunkers. Bij invasiegevaar moesten deze onderdak kunnen bieden aan een reserve infanterie-eenheid en ruim honderd soldaten herbergen.
Tot slot ligt in het bos ook de grote hospitaalbunker. Een bijzonder type dat slechts zes maal in de Atlantikwall is gebouwd en dan alleen in Nederland. In de grote bunker – met afmetingen van 29 bij 15 meter – werden gewonden verzorgd en konden operaties worden uitgevoerd.

Bron: Hans Sakkers, De bunkers op Schouwen-Duiveland

Bekijk de presentaties van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ):
1.Atlantikwall Bevelanden

2.Atlantikwall Tholen/St-Philipsland


De ruggengraat van de Schouwse kustverdediging werd gevormd door de geschutsbatterijen van de Kriegsmarine en de landmacht, (Heer). Deze hadden ten doel om een vijandelijke invasievloot op zee uit te schakelen, nog voordat deze de kust zou kunnen bereiken. In totaal werden drie lichte batterijen op het eiland geplaatst, bij Renesse, Haamstede en Westenschouwen. Voor het geval het de geallieerden zou lukken om over te gaan tot een daadwerkelijke landing op de kust had de landmacht ook in het binnenland, bij de hofstede 'Striepheule' nabij Haamstede nog artillerie opgesteld. Vanuit deze positie konden de landingstroepen op het strand of in de duinen onder vuur worden genomen, en kon tevens de landverdedigingsgordel worden gedekt. Samen met de mijnenvelden in het water voor de kust en de infanteriestellingen en mijnenvelden in de duinen zou een geallieerde invasie moeten worden afgeweerd.
Met het 'verbunkeren' van het gros van de vuurmonden van de kustartillerie werd niet alleen het schootsveld naar zee beperkt, maar werd ook de vuurkracht naar landzijde danig verzwakt. De kanons stonden immers 'opgesloten' in naar zee gerichte geschutsbunkers. Om dit enigszins te compenseren moesten de binnen de batterij aanwezige veldkanonnen gegroepeerd worden ter ondersteuning van de divisieartillerie.

In het voorjaar van 1943 werden de inwoners van Westenschouwen opgeschrikt door een erg ingrijpende maatregel van de bezetter: de afbraak van enkele woningen en zomerhuizen ten behoeve van de kustverdediging. Deze woningen, al sinds 1940 geconfisqueerd, stonden in enkele gevallen in het schootsveld van de rondomverdediging van de batterij. Belangrijker nog was dat de woningen een mogelijke aanvaller ook dekking boden.Sinds het overleg hierover eind 1942 en een herhaald schrijven uit januari 1943 was er van gemeentezijde nog weinig actie ondernomen. Begin maart 1943 werd de druk van Duitse zijde opgevoerd met een nieuw bevel van de Räumungskommissar; de afbraakwerkzaamheden moesten "sofort" gestart worden en vóór 20 maart zijn afgerond. ln totaal moesten tien vakantiewoningen en (zomer)huizen gesloopt worden, evenals 'Hotel Zeelust' welke pal naast de duinovergang bii de rotonde lag. De woningen waren onder meer 'de Abeelen', 't Duinhuis', 'de Zeedraak', 'de Duindoorn' en 'De Wijde Blik'.
Bron: De Atlantikwall op Schouwen-Duiveland



Met het oog op de verwachte invasie ('spätestens im kommenden Frühjahr') had de Oberbefehlshaber West, Generalfeldmarschall Von Rundstedt, op 21 oktober 1943, twee weken voor Hitlers Weisung nr. 51, het bevel uitgevaardigd landinwaarts een tweede verdedigingslinie aan te leggen. Deze 'Ausbau der Küstenverteidigung in der Tiefe' achtte hij noodzakelijk om bij een onverhoopte doorbraak van de geallieerden aan de kust zelf, de vijand daar alsnog tot staan te kunnen brengen. De verder weg liggende reserves zouden in zijn visie vervolgens de kans hebben de vernietigende klap uit te delen. Voor Zeeland betekende deze beslissing dat op enkele strategische punten nieuwe versterkingen werden aangelegd.. Ook rond het stadje Tholen en bij Oud-Vossemeer, aan de Zeeuwse kant van de Eendracht, werden dergelijke Widerstandsneste aangelegd. De stellingen ter weerszijden van het Zijpe moesten eveneens worden versterkt. Zowel bij Bruinisse als bij Anna-Jacobapolder zou aan de landzijde een tankgracht worden gegraven, net zoals dat overigens al eerder het geval was rond Vlissingen en Breskens.
Bron: Zeeland 1940-1945


Met de verplaatsing van de bataljonsstaf naar Haamstede kwam het Slotbos letterlijk in het centrum van de nieuw te vormen Stützpunktgruppe Schouwen te liggen. Een strategische locatie die vanwege het omvangrijke loofbos ook nog eens goede camouflage bood vanuit de lucht en vanaf de grond. Ook was er voldoende oppervlakte om niet alleen de bataljonsstaf te huisvesten, maar ook een bijbehorende infanteriereserve. Beide functies werden in twee fysiek te onderscheiden stellingen ondergebracht, maar werden als één Widerstandsnest aangeduid, het Wn.322 H. De commandopost kwam te liggen aan weerszijden van de Moolweg in het westelijk deel van het bos. De hier gelegen duinenrij, die de vroongronden scheidt van de binnenduinen, bood de staf een uitstekende positie van waar het bevelsgebied kon worden overzien.

 

Als onderdeel van de discussie tussen de Adm.Ndl, en de KdTdH over het Schartenbauprogramm werd ook gesproken over de bescherming van het zogeheten Landeabwehrgeschutz (LAG) van de kustbatterijen. Het betrof hier de vuurmonden die aan de zeezijde van de batterijen waren opgesteld om daar een eventuele aanval op het strand aÍ te weren, dus als de landingsboten al dichtbij genaderd waren. Ook voor deze functie werd een aangepaste versie van het type 671 ontwikkeld en ook toegepast in de batterij Westenschouwen. Hier werden de kazematten aan de zeezijde onderaan de duinvoet geplaatst, waar zij een flankerend schootsveld boden over het strand tot voorbij Haamstede. De twee strandkazematten bij Westenschouwen werden uitgerust met antitankkanonnen met een kaliber van 7,5cm. De bouw van de bunkers uit het Scharten-bauprogramm lijkt over het algemeen voorspoedig te zijn verlopen. Zo kon in mei 1944 worden gemeld dat zowel bij Renesse als Westenschouwen de kanonkazematten waren opgeleverd en dat het merendeel van de bunkers voor het veldgeschut in bouw waren. Uit enkele documenten blijkt dat in deze periode de geplande uitbreiding van de hoofdbewapening van Westenschouwen naar zes stuks 9,4cm Vickers kanons ook werd gerealiseerd. De inname van Walcheren door de geallieerden in november 1944 leidde het laatste oorlogshoofdstuk voor de batterijen op Schouwen in. Een historisch gezien interessante periode aangezien Schouwen-Duiveland in de frontlinie kwam te liggen, maar tevens een episode die voor de bevolking uiterst zwaar was, De twee marinebatterijen werden op 7 november geplaatst onder het commando van de Marine-Artillerie-Abteilung 205 te Hoek van Holland nadat de M.4.4.202 met de verovering van Walcheren was op-geheven.
Bron: De Atlantikwall op Schouwen-Duiveland